De schreve die er nooit eerder was

Een fietser die vanuit Nederland België binnenreed, wordt teruggeroepen. 'Natuurlijk is dat raar.' ©Diego Franssens

Nooit zag Willy, die ‘voor de btw bestond’ nog gesmokkeld heeft, dat de grens voor zijn deur met nadar en betonblok werd afgezet. Hoe corona de grenzen sloot, is ongezien. In Voeren, Wortel en Watou. Alleen in Ouren is alles open. ‘Duitstalige Belgen hebben zelfdiscipline.’

Wie België binnenkomt, kan dat in Koewacht, Zondereigen, Ouren, Pussemange, Grand-Rieu en zelfs Paradijs. Door straten en wijken met al even prachtige namen: Auf dem Gret, Dronckaertstraat of Gel. Al die namen bestaan. Slechts één detail in de vorige zinnen is fout en dat is de tegenwoordige tijd. Je kón dat. Vorige zaterdag had Ad van Boxel dienst toen hij van collega’s in Hoogstraten hoorde dat de burgemeester besloten had de sluipwegen te sluiten. ‘Toen hebben ze dit opgegooid’, zegt hij. Dit, is een container. Oranjer dan oranje, slecht gekozen eigenlijk, want geen kleur die ‘Hollanders’ meer aantrekt. Dat zal pijn doen. De nadarsluitingen en verbodsborden roepen: blijf in uw land! ‘Ik ben sinds 1983 bij de politie, maar een grens heb ik nog nooit moeten controleren.’

Wie beschermen ze nu, de Belgen of de Nederlanders? Gisteren zat heel Nederland nog in het park.
John Laeven
Grensbewoner

Dit kleine land is gekarteld. Wie de grens wil volgen, buitelt het land in en uit, soms ongemerkt, al is de taal vaak een teken. Hier Nederlands, daar Frans, of een verschil in accent. Als het Vlaams een hardere -g krijgt (en de dorpen strakker gepland zijn) ben je Nederland binnengereden. Dat gaat op maandag nog vlot, vanuit Luik ligt de E25 richting Maastricht zomaar open. Pas na de eerste afrit en als je via Withuis toch weer België binnen wil, wacht de politie. Ze laat je door. Maar een beetje verder, op een betonbaantje dat Weg van Mesch naar Moelingen heet, zie je geschiedenis: twee nadars, een stukje beton, een verbodsbord en een papiertje. ‘U mag de grens enkel nog over in het kader van woon-werkverkeer, co-ouderschap of om zorg te verlenen aan een zorgbehoevende.’ Maar dus niet hier, wel ‘aan Withuis (Moelingen) of aan De Plank (Sint-Martens-Voeren)’.

Plots zijn alle samenstellingen met -grens in van Dales woordenboek weer mogelijk. Er zijn er meer dan honderd, van grensafbakening over grensoorlog en grenspolitie tot grenszuil. Pas het eerstvolgende woord vervalt. Grenzeloos? Voor het eerst sinds het Schengenverdrag van 14 juni 1985 even niet.

Calamiteiten

Daar staat dan Sandra Philippens. Misschien dacht ze nog even Covid-19 te verschalken en vanuit Sint-Martens-Voeren naar Noorbeek te rijden, wie ziet dat nu? Maar het kan niet. Zelfs in dit stiltegebied, tussen al die bomen die zich opwarmen in de zon, is de weg dicht. Aan het papier van haar Nederlandse werkgever Vodafone, waarmee ze de grens over mag, heeft ze niets. Aan haar Nederlandse nationaliteit ook niet. Sandra woont in Sint-Martens-Voeren, dat is België. Ze neemt haar telefoon. Ze belt naar haar vader. ‘Kom je, pap, ik sta er?’ Het duurt niet lang voor John Laeven er aankomt. In zijn hand een lange rol, ingepakt in plastic. ‘Vier maanden geleden bestelde ik online posters op een Chinese site’, zegt Sandra. ‘Die zijn nu aangekomen, bij papa. Maar we mogen dus de grens niet zomaar over.’

Hij, 75, dacht alles gezien te hebben. ‘Hebben ze wel gedacht aan calamiteiten? Wat als de brandweer langs moet? En wie beschermen ze nu? De Belgen of de Nederlanders? Gisteren zat heel Nederland in het park.’
Wie aan de grens woont, woont zonder grens. De autostrade ligt open, kleinere wegen zijn dicht. ‘Dat is een keuze van de lokale korpschef’, zegt Jana Verdegem, persattaché van de federale politie. ‘Dit is een enorme operatie, een samenwerking tussen federale en lokale politie. Maar de concrete uitvoering ligt bij hen. De federale politie geeft wel steun qua mankracht.’

Hoeveel mensen dat zijn, mag Verdegem niet zeggen. Hoeveel grensovergangen er in België zijn, kan ze niet zeggen. Wie zou dat trouwens ooit kunnen tellen? ‘Maar via de snelwegen zijn er zeker twintig grote assen.’

©Diego Franssens

Die tussen Luik en Maastricht is er zo een. De bekendste is misschien de grensovergang in Meer, richting Breda en een dag later staan tientallen camions te wachten. Evergreen, GLS, Trawoger: allemaal bekend op onze wegen in het kruispunt dat dit land voor Europa is. Ze vormen een lang lint - we kijken ernaar vanop een zijpad in Meer - na controle mogen ze verder. De voorraadkeuken van Europa is nog niet dicht.

Gel is dat wel. Als bij toeval ontdekt op de kaart, die straat of wijk van Zondereigen, ook al mooi. Gel dus, dichter bij handgel kom je niet en daar ligt dan de grens. Als deeltje van Baarle-Hertog, de verdeelde gemeente waarvan een stukje als enclave in Nederland ligt. Maar hier, waar de straat bijna doodloopt op de Dodendraadroute en één wijzer wijst naar het Bels Lijntje en een andere in oranje doorgaans ‘Doorgaand verkeer’ doorlaat, staat die enorme oranje container. Die waar Ad van Boxel helemaal in het begin van dit verhaal naar wees.

 Ad, 58 en wijkagent Baarle-Nassau, kwam net met zijn wagen aangereden. Eén fietser, Harry Verheyen, is tussen nadar en ‘Doorgaand verkeer’ geglipt en zo weer België in. ‘Dit is ons vast rondje, op een andere weg waren we zomaar Nederland binnengereden’, zegt hij. Maar Harry’s fietspartner was te traag, of wijkagent Ad was te snel, en zo wordt Harry teruggeroepen. ‘Sorry’, zegt Ad. ‘Je moet terug. Je mag België niet binnen en daar moet ik op toezien.’

Absurd. Ongetwijfeld vindt Harry dat andere pad terug, maar dit is de wet. ‘Natuurlijk is het raar’, zegt de agent zelf. ‘Mensen uit Baarle-Hertog mogen bij Albert Heijn, Jumbo en Aldi winkelen, al liggen die allemaal in Nederland. En mensen uit Nassau mogen naar België. Maar wie in Alphen en Chaam woont niet.’ Dat Ad even kwam kijken, was nochtans toevallig. ‘Hier in Gel, aan de ene zijde van de weg waar het Nederland is, woont een dokter die in het ziekenhuis van Tilburg werkt. Om naar zijn werk te rijden, mag hij in principe niet door België. Die vroeg me even te komen kijken. Nou, ik denk dat de Belgische collega’s er geen punt van maken.’

Dreiländerblick

De zee scheidt ons van Engeland (‘de zeevaartpolitie controleert’, zegt Verdegem), de lucht van de rest van de wereld (‘er is controle in Zaventem’), maar op land omringen Nederland, Duitsland, Luxemburg en Frankrijk ons. In Ostbelgien woont journalist en auteur Marnix Peeters. Hij whatsappt: ‘Ik heb nog geen ene dichte overgang gezien en de mores hier kennende zal die er ook niet zijn.’

Je hebt een Belgische nummerplaat. Het is oké. We houden alleen Fransen tegen.
Politieagenten aan de Franse grens

Als je plots in de Kellstrasse rijdt, ex-meubelpaleis en ex-kunsthal Salvador Dali ‘zu vermieten’ is en in dorpjes als Gaulhausen en Weweler Bofferding gedronken wordt, weet je dat je er bent. Op het display van Waze zie je dat in Stoubach de grensovergang, een brugje over de rivier de Our, afgesloten is. Maar je rijdt er zomaar over en zo Deutschland binnen waar Stoubach plots Stupbach heet. De schrijver had gelijk, want verder rijdend kun je aan een beeld dat Grenzrose heet en waar de Europese vlag wappert naar Welchenhausen. In Ouren, met hotel Dreiländerblick, is het drielandenpunt België-Duitsland-Luxemburg helemaal verlaten en de weg open. Hei Elei Kuck Elei? Niemand.

‘Zie je wel’, zegt Peeters, een dag later aan de telefoon. Met zijn vriendin Jana woont hij al jaren in Burg-Reuland. Ze hebben de streek, de mensen en de taal omarmd. ‘Eerlijk gezegd verschilt de lockdown amper van ons regulier leven. Al is het toch nog stiller. Normaal rijdt elk half uur een auto door onze straat. Nu is dat een per uur. We schrokken er zelf van: het kan blijkbaar nog rustiger.’

Een bejaarde nordic walker, in deze lege groene streek alleen wandelend mét mondmasker, is grappig. Maar misschien zegt ook dat iets over de Duitse Belgen. Zoals die open grensovergangen. Wat wij denken - ze trekken er zich niets van aan - vertaalt Peeters anders: ‘Die grenzen afsluiten is niet nodig: de mensen hebben zo’n zelfdiscipline dat ze zich aan de regels houden. Ook daarom zijn het de laatste echte Belgen, denk ik. Val hen niet lastig met absurde regels zoals dat je op zondag niet met je tractor mag rijden of dat je je wrakhout niet mag opstoken. Maar dit? Daar houden ze zich aan.’

Dat valt op. Voor mensen die voor de beste noten voor het bakken van hun Plätzchen of voor boodschappen in het Duitse Prüm naar Aldi Sud rijden, voor een La Chouffe naar Achouffe in België en om te tanken of voor een fles whisky naar Huldange in Luxemburg (‘Duitsland ligt op 2.800 meter, Luxemburg op 10 kilometer’) was Covid-19 toch een ommekeer. ‘Al besef je het niet. Deze morgen wandelden we met de hond en plots realiseerden we ons: tiens, we zijn al een kilometer in Duitsland. Dus keerden we om. Je voelt het aan niets. Misschien heeft dat met dezelfde taal te maken. Ze verandert niet. Maar sinds de lockdown blijven wij ook netjes in België en ik zie bij de andere mensen evenmin grensoverschrijdend gedrag. Het kan bizar klinken, maar het is zo: hier bestaat verhoogde burgerzin.’

Le sentiers des fraudeurs

In Martelange is de grens sluiten onmogelijk. We zijn 75 kilometer verder gereden, weg van Duitsland, naar dit dorp waar de hoofdstraat zelf la frontière is. ‘Als ik van de stoep afstap, zit ik in België’, zegt de uitbater van het Aral-tankstation. ‘Dus op de weg zou ik niet mogen komen. Dat kan natuurlijk niet.’

Zonder Luxemburg kunnen wij niet leven. Als we de straat niet mogen oversteken, is er niets meer.
Joel Blum
Frituuruitbater

Wie nooit in Martelange kwam, gelooft het niet, maar het is echt zo: op een afstand van 900 meter liggen aan dezelfde (Luxemburgse) kant van de weg elf tankstations. 700 meter verder nog eentje. Daarbij twee Esso’s, twee Shells, twee Totals en twee Q8’s. Overal kost de diesel 0,905 euro, alleen bij Lukoil kan het voor 0,895 euro. Al die benzine zit dus in tanks in Luxemburg. Grenspaal 165 scheidt het land van België en Belgisch Martelange van Luxemburgs Rombach-Martelange. ‘Le sentier des fraudeurs’, een wandeling, doet denken aan oude smokkeltijden.

In België kun je hier niet tanken, er is alleen iets typisch Belgisch. Op het einde van diezelfde anderhalve kilometer staat rechts - in België dus - de Friterie van Joel en Chantal Blum. ‘Hier kun je de grens onmogelijk sluiten’, zegt Blum, vanop een afstandje, ‘en zonder Luxemburg kunnen wij niet leven. Aan onze kant zijn twee slagers en twee bakkers. Voorts niets. Voor al de rest, grote boodschappen, benzine, noem het maar, moeten we daar zijn. Als we de straat niet mogen oversteken, is er niets meer.’ De politie is gelukkig tolerant en ook les Luxembourgeois steken de Route d’Arlon, die de grens is, over voor frieten van Joel.

Donderdagochtend in Het Laatste Nieuws, editie Westhoek: ‘Franse burgemeester opent de grens opnieuw ter hoogte van Nieuwkerke.’ Maandag sloot de gemeente Heuvelland enkele grensovergangen met Frankrijk af en we lezen verder. ‘Ook ter hoogte van de Zakstraat in Nieuwkerke gebeurde dat, met een hoop aarde. Aan Franse zijde liet de burgemeester van Nieppe die ondertussen weer verwijderen.’

We hebben 280 kilometer gereden van Martelange naar Nieuwkerke, ook wel Neuve-Eglise genoemd. De Zakstraat, aan café Franco-Belge, is de grens. Twee politieagenten bewaken die. Van de hoop aarde weten ze niets, maar het zou kunnen: ‘De grens ligt echt midden op de weg. De overburen wonen in Frankrijk. Dat kun je bijna niet controleren.’ Maar ze geven een tip. In de Steenvoordestraat in Watou zag de ene agent gisteren een berg aarde als barricade. ‘Die zal daar nog wel liggen.’

We rijden eerst naar Loker, omdat de grensovergang tussen Bailleul/Belle en Loker ooit werd gefotografeerd door de legendarische Henri Cartier-Bresson. Het sneeuwde toen hij er stond en nu is het lente. De fotograaf is dood. Maar het douanehuisje, waarvoor toen iemand de stoep veegde, staat er nog. Als een relikwie. Een monumentje. Zonder controle.

Terugrijdend, weer in België, houden twee politieagenten met mondmaskers ons tegen. We mogen snel verder: ‘Je hebt een Belgische nummerplaat. Het is oké. We houden alleen Fransen tegen.’ Die mogen alleen met goede papieren ons land binnen. Dat wij zelf Frankrijk zomaar in konden, is hun zaak. ‘Dat moeten de Fransen controleren.’

Schoonemaegdstraat

Veel eerder viel het woord absurd en dat zou hier ook kunnen. Net de grens over kunnen we de Koudekotstraat niet in, ze is dicht, maar via Dranouter rijd je er wel in. Tot vlak voor dezelfde barricade. We slaan een straat in, nog eentje, wat wegels en baantjes volgend tot waar de Hillestraat de Hillestraete wordt. We botsen op beton. Links dan maar, tot waar België opnieuw stopt. Aan een huis dat Aan de keerseboom heet en een weg die volgens Google Maps de Schoonemaegdstraat heet.

©Diego Franssens

Een tractor stuift van zijn erf, erin zit Willy Decneudt. Met in zijn binnenzak een Attestation de déplacement dérogatoire. Deze ochtend getekend, de landbouwer mag ermee naar zijn land dat in Frankrijk ligt. Al zegt hij Vrankrijk. ‘Ik ben geboren op 21 augustus 1944. Ik ben dus 75, van net na de oorlog. Heel mijn leven woonde ik hier. Nu ben ik wel op pensioen en woon ik ‘op de plaatse’ in Dranouter, maar ik help mijn zoon nog. Dat de grens echt werd dichtgegooid, heb ik nooit meegemaakt.’

Willy vertelt. Hoe in dat huis op de hoek, Aan de keerseboom dus, ooit een ‘frontièrewinkel’ was. ‘Café en winkel, zo hadden we er hier vier in deze wijk De Hille. Waar nu restaurant Barbier is, was ook zo’n café-winkel. De grens speelde weinig rol, al stond er verderop tot in de jaren 80 wel een kotje waarin douaniers zaten. Tot de btw er kwam, werd er ook gesmokkeld. Kippen die uitgelegd waren, brachten wij naar Frankrijk. Die waren gewild als soepkippen. Wij haalden ginder kalveren en biggen. Over de schreve, zeiden wij. Maar de schreve werd weggevaagd.’

Met dit oude stuk beton lijkt ze er weer, al kan Willy met dat papier naar zijn akkers. Hij bewerkt zeker 15 hectare in Frankrijk. ‘Ik rijd er nu naartoe, ik moet de tarwe vetten.’ Maar het moet dus met een omweg en met die plots gesloten grens heeft Willy geen probleem. ‘Ze kunnen niet voorzichtig genoeg zijn. Maar wat ik stiefkleine en stieflelijk vind, is dat ze al die gasten nog op skiverlof naar Italië lieten vertrekken. Terwijl ze toen al wisten van dat virus. Voor al die mannen moet iedereen nu opdraaien.’

Willy rijdt weg naar zijn land dat in een ander land ligt. En voor het donker wordt, rijden wij naar Watou. De agent had gelijk: in de Steenvoordestraat, op een hoek waar een pijl naar Nouveau St. Eloi wijst, verspert een hoop aarde de weg naar Frankrijk. Het is een hallucinant beeld.

Nog vreemder wordt het op de Zwarteberg, met de grens op de top van 152 meter, waar dit gehucht van Heuvelland Mont Noir wordt. Boven waakt politie en deze weg, waar tabakswinkels, Stop & Shop en Passio Boutique Erotique zij aan zij takstoeristen aanzuigen, is vanavond dood. Er brandt nog licht, maar op deze anders overvolle en eigenlijk te mijden plek is geen mens. Waarom weet nu stilaan iedereen, maar de neonreclame van goktent Las Vegas blijft de eenzame passant de boodschap toeflikkeren: ‘Pas op jezelf en zorg goed voor elkaar. We komen hier samen door!’ Wedden?

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud