Geen plaats meer voor kernafval

In de vaten zit radioactief afval dat enkele honderden jaren schadelijk blijft, zoals besmette veiligheidskledij, gereedschap, vervangstukken en filters uit de kerncentrales, maar bijvoorbeeld ook nucleaire apparatuur uit ziekenhuizen. ©doc

De bunkers voor de opslag van laagradioactief afval in ons land zitten vol. De afvalbeheerder Belgoprocess start in Dessel met de bouw van een tijdelijke opslagplaats voor 5.000 vaten nucleair afval.

Het overheidsbedrijf Belgoprocess, dat verantwoordelijk is voor de verwerking van het nucleair afval in ons land, waarschuwt in zijn jaarrapport dat de opslagcapaciteit voor laagradioactief afval bijna volledig is ingevuld. Als niet snel iets gebeurt, dreigt de verwerking stil te vallen. In een opslaggebouw in Dessel staan zo’n 50.000 vaten, evenveel als acht olympische zwembaden, te wachten op hun definitieve berging, maar door problemen met de vergunning laat de noodzakelijke bergingsinstallatie al jaren op zich wachten.

Belgoprocess heeft daarom van de nucleaire waakhond FANC de goedkeuring gekregen om het gebouw 151X op de site in Dessel uit te breiden. De bunker krijgt een bijgebouw waar nog eens 5.000 vaten met nucleair afval kunnen worden opgeslagen. In de vaten zit radioactief afval dat enkele honderden jaren schadelijk blijft, zoals besmette veiligheidskledij, gereedschap, vervangstukken en filters uit de kerncentrales, maar bijvoorbeeld ook nucleaire apparatuur uit ziekenhuizen.

De aanbouw, een investering van 7 miljoen euro, moet tegen eind 2020 klaar zijn. Een stuk bos is al gekapt, een toegangsweg wordt aangelegd en in oktober starten de effectieve bouwwerken. Het bijgebouw moet ruimte geven om nog eens vijf jaar al het laagactief afval te kunnen stockeren dat in ons land geproduceerd wordt.

Gewapend beton

300
jaar
In de vaten zit afval dat 300 jaar schadelijk blijft.

Belgoprocess heeft een omgevingsvergunning op zak voor de aanbouw en het FANC heeft geoordeeld dat een bijkomende nucleaire vergunning niet nodig is. ‘De uitbreiding kan binnen de bestaande vergunning omdat de maximale radiologische impact niet wijzigt’, zegt FANC-woordvoerster Ines Venneman. ‘Of er nu 5.000 vaten extra staan of niet maakt bij een incident geen verschil. Bij een vliegtuiginslag zou sowieso maar een deel van de vaten geïmpacteerd worden.’

Het bijgebouw is een noodoplossing tot het afval definitief geborgen kan worden. De bedoeling is dat de vaten uiteindelijk in een bovengrondse berging ondergebracht worden. Ze zullen in betonnen kisten verpakt en gestapeld worden in een rist bunkers in Dessel met muren van gewapend beton. Als de bunkers vol zitten, zullen ze bedekt worden met een laag aarde en door begroeiing aan het zicht worden onttrokken. De radioactiviteit zal er dan na zo’n 300 jaar vanzelf verdwijnen.

Maar de bouw van de oppervlakteberging liep zware vertraging op. Niras, de nationale instelling voor radioactief afval, diende in 2013 een vergunningsaanvraag in, maar botste op bezwaren van het FANC. De nucleaire waakhond vroeg tal van verduidelijkingen en extra gegevens bij het dossier van meer dan 20.000 pagina’s. In februari van dit jaar diende Niras de herwerkte aanvraag opnieuw in. Een wetenschappelijke raad van nucleaire experts moet volgende maand een advies formuleren over het bergingsproject, waarna een openbaar onderzoek door het FANC en een tweede wetenschappelijk advies volgt. ‘Als alles vlot verloopt met de vergunningsprocedure zou de bouw tegen 2024 klaar kunnen zijn, zodat we dan kunnen starten met de oppervlakteberging’, zegt Niras-woordvoerster Evelyn Hooft.

Limiet

Hoe langer de bouw van de berging duurt, hoe groter het probleem van de tussentijdse opslag wordt. ‘Voor bepaalde soorten afval zitten we aan de limiet’, zegt Bart Thieren, de woordvoerder van Belgoprocess. ‘Naarmate de bergingssites op zich laten wachten, moeten we radioactieve afvalstoffen langer dan voorzien tussentijds stockeren. We trekken aan de alarmbel en bekijken in samenspraak met de veiligheidsautoriteiten wat we kunnen doen om toch in voldoende capaciteit te voorzien.’

De aanbouw is een noodoplossing tot er ten vroegste in 2024 een oppervlakteberging voor het radioactief afval komt.

Het bijgebouw voor 5.000 extra vaten zou tegen eind volgend jaar klaar moeten zijn, maar tot dan zal Belgoprocess zich moeten behelpen met uitzonderlijke maatregelen. ‘De afvalvaten in gebouw 151X staan nu zes hoog gestapeld, maar we bekijken samen met het FANC of we een zevende laag bij kunnen plaatsen’, zegt Thieren. ‘Daar zijn wel nadelen aan verbonden want met een extra verdieping zou de rolbrug niet meer tot achteraan kunnen rijden. We hebben dan alleen toegang tot de eerste rij vaten.’

De oppervlakteberging van het laagradioactief afval staat los van het veel gevaarlijker hoogradioactief afval dat de kerncentrales produceren. Het hoogradioactief afval kan tienduizenden jaren schadelijk blijven. Het ligt vandaag opgeslagen op de sites van de kerncentrales in Tihange en Doel tot duidelijk is wat ermee moet gebeuren. Voor het hoogradioactief afval onderzoekt Niras de mogelijkheid van geologische berging. Het zou dan in een betonnen bekisting in de ondergrondse kleilagen worden opgeborgen in de hoop dat het er de komende millennia veilig blijft zitten.

©Mediafin

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect