‘Het is elke dag hopen dat er niets misloopt met een patiënt'

©Hollandse Hoogte / Flip Franssen

Tegen 2026 heeft de zorgsector 46.000 extra mensen nodig. Maar niemand weet waar die vandaan moeten komen. Er beginnen minder studenten aan de opleiding en de rekrutering van buitenlandse verpleegkundigen stokt. Terwijl de bezetting in onze ziekenhuizen toch al zo krap is.

Verpleegkundige is al jaren een knelpuntberoep. Maar nooit eerder was de zoektocht voor werkgevers zo lastig. Het aantal vacatures voor verpleegkundigen bij de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding (VDAB) is in vijf jaar meer dan verdrievoudigd. Op dit moment zijn er in Vlaanderen 1.182 vacatures voor 513 verpleegkundigen die werk zoeken.

De inspanningen om actief verpleegkundigen te zoeken in het buitenland leverden een beperkt resultaat op. Minder dan 5 procent van onze verpleegkundigen heeft niet de Belgische nationaliteit. De meesten komen uit een ander Europees land. In 2018 is het aantal buitenlandse verpleegkundigen voor het eerst in vijf jaar zelfs gedaald. Landen als Polen en Roemenië kampen zelf met een tekort, wat het moeilijker maakt er te rekruteren. Bovendien keren veel buitenlandse krachten ondanks intensieve taal- en integratie-inspanningen, snel terug naar huis.

+7%
Voor elk extra bed dat een verpleegkundige moet overzien, stijgt de kans op overlijdens met 7 procent.

‘Ook in het buitenland ontstaan nu grote tekorten’, zegt Margo Cloet, hoofd van de zorgkoepel Zorgnet-Icuro. Behalve Polen en Roemenië noemt ze Nederland en Frankrijk. ‘Europese landen bekampen elkaar. Verpleegkundigen die vroeger in eigen land geen werk vonden, kunnen er nu wel aan de slag. Mensen uit verre landen, onder meer in Azië, zien we vaak terugkeren uit heimwee. Ook de taal is vaak een heel grote barrière. Voor ons zijn de buitenlandse verpleegkundigen op dit moment geen piste om tekorten op te vangen.’

De uitdaging is niet min. Tegen 2026 zijn volgens de werkgeversorganisatie Verso 46.000 extra mensen nodig in de zorg. Ondertussen zakt het aantal inschrijvingen in de verpleegkundigenopleiding en gaan elk jaar 2.500 verpleegkundigen met pensioen, weet Zorgnet-Icuro.

Welke gevolgen dat heeft, ondervindt Jacqueline* elke dag. Ze is hoofdverpleegkundige van een zorginstelling aan de kust. Het tekort aan verpleegkundigen is er nijpend, de concentratie aan ouderen in de regio is hoog. En dan houdt de eigenaar van de privé-instelling ook nog eens de vinger op de knip. Het absolute minimum aan personeel wordt ingezet.

Op de dienst van Jacqueline staat één verpleegkundige in voor elf bedden. ‘Je kan de zorg niet geven zoals je het zou willen doen’, zegt ze. ‘We verschijnen en verdwijnen als een schicht. Ik zou zo graag eens vijf minuten bij de mensen aan hun bed willen kunnen zitten. Om even te praten, te horen hoe het gaat. Ze hebben daar deugd van. Maar er is gewoon geen tijd. Het is altijd vlug, vlug, vlug.’

In weinig Europese landen zijn er zo weinig verpleegkundigen per patiënt als in België. Dat leert de RN4CAST-studie, een groot vergelijkend onderzoek bij zorginstellingen in twaalf Europese landen onder leiding van de Leuvense professor Walter Sermeus, verbonden aan het Instituut voor Gezondheidszorgbeleid. In ons land namen 59 ziekenhuizen deel. Met een gemiddelde bezetting van één verpleegkundige per elf bedden zit ons land op het niveau van Griekenland of Polen. Spanje en Duitsland doen het nog slechter, met gemiddeld dertien bedden per verpleegkundige. Noorwegen steekt er met vijf bedden per verpleegkundige ver bovenuit .

Meer complicaties

Elf bedden per verpleegkundige is een minimum. Het is de wettelijke norm die de overheid gebruikt voor de financiering. In de praktijk fluctueert dat aantal: overdag zijn er wat meer mensen aan de slag, ’s avonds wat minder. Een belronde bij zorgprofessionals wijst uit dat dat aantal door omstandigheden erg hoog kan uitvallen: het is niet ongewoon dat één verpleegkundige ’s nachts tot dertig bedden bewaakt. In woonzorgcentra gaat dat zelfs tot zestig bedden.

Die krappe bezetting heeft gevolgen. Voor elk extra bed dat een verpleegkundige moet overzien, stijgt de kans op overlijdens met 7 procent, leert een analyse van meer dan 400.000 patiëntengegevens in het kader van de RN4CAST-studie. Een krappere personeelsbezetting leidt tot meer complicaties bij patiënten. Er is minder tijd om taken zorgvuldig uit te voeren. De bloeddruk en de temperatuur worden niet regelmatig genoeg opgevolgd, de wondzorg is ontoereikend. Het personeel mist signalen en een late interventie verlaagt de kans op goed herstel. Maar ook het gebrek aan tijd voor uitleg of een gesprek speelt een rol in een minder vlot herstel of een te laat opgemerkt incident.

Het is herkenbaar voor Jos*, verpleegkundige op de dienst intensieve zorg van een universitair ziekenhuis. Overdag is hij verantwoordelijk voor twee patiënten, een door de wet bepaalde norm. ’s Nachts zijn dat er drie. ‘In sommige landen worden de meest kritieke patiënten één op één opgevolgd. Je ziet het aan de resultaten die verpleegkundigen er boeken. Daar kunnen wij alleen maar van dromen.’

Wie voor meerdere bedden verantwoordelijk is, moet meerdere bordjes in de lucht houden. ‘Je begint aan een dienst van acht uur met een lange takenlijst. Maar elk incident gooit je planning overhoop. En incidenten zijn er bijna altijd: een patiënt bij wie de bloeddruk plots zakt, een hartslag die verlaagt, een wond die bloedt.’

Jos vergelijkt zijn werk met de pitstop in de formule 1. ‘Er moet in allerijl een gespecialiseerd team worden samengeroepen om de patiënt zo snel mogelijk weer in balans te krijgen. Maar de eindverantwoordelijke blijf jij. Je kijkt naar je planning en hoopt dat er die dag niets bij komt. En dat ondertussen niets misloopt bij een andere patiënt. Een groot deel van ons werk is plannen, opnieuw plannen, en nog eens opnieuw plannen. En aan het einde van de dag hopen dat je niets over het hoofd hebt gezien. Het eerste dat erbij inschiet, is een gesprekje met de patiënt. Of met zijn familie. De overheid dringt nochtans aan op die communicatie, maar dat vraagt veel tijd en energie.’

Een groot deel van ons werk is plannen, opnieuw plannen, en nog eens opnieuw plannen.
Jos
verpleegkundige op intensieve zorg

Wie met zorg en met mensen werkt, spreekt niet graag over missers. Maar toch. ‘Er worden zeker fouten gemaakt’, zegt Jos. ‘Een medicijn dat te laat of niet wordt gegeven. Een misverstand door slechte communicatie of doordat iets niet in het verslag stond. Het is snel gebeurd. Meestal gaat het niet om grote fouten. Maar bij kritieke patiënten kunnen ze grote gevolgen hebben. Zeker op hectische momenten.’

In een enquête die de beroepsvereniging NVKVV vorig jaar bij 2.560 verpleegkundigen uitvoerde, gaf 70 procent aan door de werkdruk weleens een fout te maken. In negen op de tien gevallen hield de patiënt daar geen emotionele of lichamelijke gevolgen aan over. Zes respondenten gaven wel aan dat een misser een dodelijk gevolg had. Het is hoogst uitzonderlijk, maar het gebeurt.

De normen voor de bestaffing van ziekenhuizen dateren uit de jaren zestig. Het staat instellingen vrij om meer personeel in te zetten, maar door aanhoudende besparingen is de afgelopen jaren net beknibbeld op mensen. ‘De sector voelt de zorgzwaarte absoluut stijgen’, zegt professor Sermeus. ‘We moeten dus heel voorzichtig zijn om het verplegend personeel nog extra te belasten. Het houdt ernstige kwaliteitsrisico’s in.’

De ziekenhuizen beseffen intussen dat in het besparen op personeel ‘de bodem is bereikt’, zegt Sermeus. ‘Maar hun financiële marges zijn flinterdun. Gemiddeld boeken ze 0,2 procent winst. Een ziekenhuis probeert vooral uit de rode cijfers te blijven. Maar zelfs als het extra mensen wil aanwerven, dan vindt het die vaak niet.’

Dat steeds meer ziekenhuizen in het rood gaan, komt onder meer omdat zij extra personeel uit eigen zak financieren. Uit de jaarlijkse doorlichting door de bank Belfius bleek vorig jaar dat 39 van de 92 algemene ziekenhuizen in ons land verlies boeken. Kleinere ziekenhuizen hebben het zwaarder dan de grote, in Wallonië is de situatie precairder dan in Vlaanderen.

Verhoogde werkdruk

Minister van Volksgezondheid Maggie De Block (Open VLD) is zich bewust van het probleem. Maar zij ziet meer heil in het afbouwen van het aantal bedden dan in het inzetten van meer personeel. ‘Het absolute aantal verpleegkundigen is niet het probleem, wel de versnippering van de middelen. De vraag is dus niet of we te weinig verpleegkundigen hebben. De vraag is of te veel mensen te lang worden gehospitaliseerd.’

Patiënten zullen in de toekomst min-der lang in het ziekenhuis verblijven, of zelfs maar een dag. Ziekenhuizen moeten efficiënter samenwerken in netwerken, een proces dat in Vlaanderen volop in beweging is. De Block rekent er ook op dat de lager opgeleide, goedkopere zorgkundigen het werk van de verpleegkundigen zullen verlichten door meer zorgtaken op te nemen. De belangenverdedigers van de verpleegkundigen verzetten zich daar sterk tegen. En ook experts waarschuwen voor het inzetten van minder gekwalificeerd personeel. ‘Onderzoek leert dat het inzetten van meer maar lager opgeleid personeel de kwaliteit van de zorg niet doet stijgen’, zegt Sermeus.

Door de wetenschappelijke vooruitgang en een financieringsmechanisme dat een te lange verblijfsduur bestraft, is het aantal dagen dat een patiënt in het ziekenhuis verblijft de afgelopen jaren al gedaald. Maar dat heeft de werkdruk net doen stijgen. Kort na opname heeft een patiënt de meeste zorg nodig. Een korter verblijf vraagt ook een strakkere planning, meer administratie, meer gesprekken, meer werk dat niet pure zorg is. Het Federaal Kenniscentrum (KCE) voorspelt dat tegen 2025 het aantal ziekenhuisopnames door bevolkingsgroei- en veroudering met 934.000 zal toenemen, waaronder 232.000 extra dagopnames.

Voor de sector is de maat vol. ‘We werken elke dag op het scherp van de snee’, zegt Inge Vervotte, de directeur van de zorggroep Emmaüs. ‘Het is een illusie dat we steeds meer kunnen doen met steeds minder mensen. Steeds meer met steeds minder heeft een prijs: het drukt op de kwaliteit, het verhoogt de werkdruk en het leidt tot meer uitval. Als de werkdruk verlaagt, wordt het beroep aantrekkelijker en zullen we minder uitstroom zien. Veel ziekenhuizen werven wel aan boven de norm, maar snijden zo in hun eigen vel. Dat zie je in de cijfers.’

Verpleegkundigen vormen een belangrijke risicogroep voor burn-outs, leren cijfers van de preventieorganisatie IDEWE. In 2017 bleef bijna 3 procent gemiddeld 63 dagen afwezig door een mentale aandoening. Alleen bij de overheid is het probleem nog groter.

Om uitval te voorkomen zetten veel ziekenhuizen sterk in op welzijn. ‘We proberen de bezetting op peil te houden door uitval zo veel mogelijk te vermijden’, zegt Vervotte. Ze somt een lange lijst aan maatregelen op: van burn-outpreventie tot cursussen coachend leiderschap en sessies mindfulness. Maar het lijken doekjes voor het bloeden.

‘We luiden de alarmbel’, zegt de topvrouw van Zorgnet-Icuro, Margot Cloet. ‘We moeten dringend maatregelen nemen om het beroep echt aantrekkelijker te maken. De verloning moet beter. De bestaffing moet hoger. Er moeten meer mogelijkheden komen om tijdelijk minder te werken, voor de kinderen of aan het einde van de loopbaan. En we moeten werk maken van carrières met doorgroeimogelijkheden. Want de bezetting die we nu in de ziekenhuizen zien, is ondoenbaar.’

* Dit is een alias. Naam en werkgever van de bron zijn bij de redactie bekend.


Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect