reportage

Het verbeten gevecht van de wiskundeleraar

©Siska Vandecasteele

Hoe wordt Vlaanderen opnieuw wereldtop in wiskunde? De Tijd ging op zoek naar formules en oplossingen op de laatste bank in de eerste graad van het Sint-Angela Instituut in Ternat. ‘Geef ze twee minuten en je bent ze kwijt.’

Opwijk, 7.30 uur.
De temperatuur zit net boven het vriespunt als wiskundelaar Filip Geeurickx thuis de garagepoort dichttrekt. Uitgerust met een gele jas, fluohelm met voor- én achterlicht en fluobeschermers over zijn schoenen springt hij op zijn elektrische fiets. Bij Café De Werker pikt hij Frank Vanweddingen op, collega en leraar Frans.

Samen fietsen ze de 15 kilometer naar het Sint-Angela Instituut in Ternat. Ondertussen bespreken ze de PISA-resultaten. De Vlaamse leerlingen hebben opnieuw minder goed gescoord in de internationale onderwijsranking. ‘Wij weten natuurlijk al twintig jaar dat het niveau daalt’, zegt Vanweddingen. ‘Ik heb vanmorgen al alle artikels over PISA gezien. En ik heb gelezen dat Ben Weyts het allemaal gaat oplossen.’ Ze lachen.

Geen enkele leerkracht is verrast door de slabakkende Vlaamse prestaties in het vergelijkend onderzoek tussen de landen van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO). Het gaat op alle vlakken achteruit: begrijpend lezen, wetenschappen en wiskunde.

Vooral wiskunde doet pijn, omdat we daarin 15 jaar geleden nog wereldtop waren. Vandaag staan we bij de Europese landen nog bovenaan, maar ook daar verliezen we terrein. De terugval is met name te wijten aan de mindere prestaties van de toppers: de groep leerlingen die in wiskunde excelleert, is gehalveerd. Geen enkel land heeft sinds 2003 op het hoogste niveau meer ingeboet.

Excelleren en emanciperen

De dalende kwaliteit is al even het onderwerp van een heftig debat. De kampen vallen grofweg uiteen in zij die vinden dat we weer volop moet inzetten op excelleren, en zij die vinden dat we moeten inzetten op gelijke kansen voor leerlingen met een achterstand, door taal of klasse.

De vorige minister van Onderwijs, Hilde Crevits (CD&V), reageerde met een hervorming die op twee benen hinkt. Ze voerde een wat bredere eerste graad in om het watervaleffect tegen te gaan, waarbij door vroege selectie veel leerlingen telkens een niveau zakken en in veel gevallen uiteindelijk afhaken. Tegelijk voerde ze scherper geformuleerde eindtermen in, net om de ambitie op te krikken. De hervorming is pas dit schooljaar ingegaan en heeft dus nog geen effect op de PISA-resultaten.

Als ik leerlingen hardop laat lezen, sta ik soms versteld van het gehaper. Ook al zijn ze goed in wiskunde.
Natacha Ghesquière
vakverantwoorde lijke wiskunde in de Sint-Bavo humaniora

Duidelijk is dat vandaag de twee kampen in het onderwijsdebat op hun honger blijven. Het PISA-rapport toont aan dat de zwakste leerlingen het slecht blijven doen. Bijna een op de vijf 15-jarigen kan niet goed genoeg rekenen om te weten wat 30 procent korting betekent in de solden, of hoe groot een appartement van 60 vierkante meter is.

Wat het nog pijnlijker maakt: China, dat alleen de resultaten van zijn welvarende regio’s meedeelde, is de beste aan de top én heeft amper leerlingen die de lat niet halen. In China kan het dus: excelleren én emanciperen. Dat Vlaanderen in geen van beide lukt, moet stilaan grote zorgen baren.

Afwezige leraars

Ternat, Sint-Angela Instituut, 8.30 uur.
‘Van de thermos of liever Senseo?’ In de leraarskamer beginnen de docenten de werkdag met koffie. Geeurickx neemt een kop. ‘Ha, zuster. Kom eens dag zeggen.’ De 93-jarige zuster Ignace passeert voorzichtig met haar rollator. Sint-Angela, een voormalige nonnenschool, telt nog vier inwonende zusters.

Iemand begint de afwezigheden op te nemen: er is vandaag maar één leerkracht afwezig. ‘Gisteren waren het er vijf.’ Nathalie Bulté, die wiskunde en Frans geeft in het bijzonder onderwijs, komt vragen of de aanwezigen niet naar de andere leraarskamer gaan. ‘Daar zit meer volk en er zijn mattentaarten. De andere Filip is verjaard.’

‘De andere Filip’ is nieuw op school. Hij blijkt een voormalige bankdirecteur die ontslag nam en les ging geven. Hij heeft geen wiskunde gestudeerd, maar heeft een diploma industrieel ingenieur op zak. Hij zal maar enkele maanden blijven. ‘Hij is van Zottegem’, zegt iemand. ‘Die man doet er een eeuwigheid over om hier te geraken. Zijn volgende school is in Lede: veel dichterbij.’

Geeurickx neemt nog een slok koffie en kijkt naar de klok. ‘Vijf voor negen. Ik ga de klas voorbereiden.’

Het gebeurt steeds vaker dat leerlingen wiskunde krijgen van mensen die geen wiskunde hebben gestudeerd: industrieel ingenieurs, biologen, zelfs masters in de lichamelijke opvoeding.

Dat een ex-bankdirecteur wiskunde geeft, is niet zo bijzonder. Het gebeurt steeds vaker dat leerlingen wiskunde krijgen van mensen die geen wiskunde hebben gestudeerd: industrieel ingenieurs, biologen, zelfs masters in de lichamelijke opvoeding. Scholen zijn al blij met een kandidaat. Bij het begin van het schooljaar en tegen januari, als het aantal zieken piekt, is het vechten om vacatures ingevuld te krijgen.

Specifieke cijfers over wiskunde heeft Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding (VDAB) niet, maar het aantal vacatures voor leerkrachten in het secundair onderwijs is de voorbije vier jaar meer dan verdubbeld tot ruim 11.000. Wiskunde, Latijn en Frans staan bekend als knelpuntvakken.

‘Het schrijnende tekort aan wiskundeleraars is een groot en wat verborgen probleem’, zegt Filip Moons van de Vlaamse Vereniging voor Wiskundeleraars (VVWL). Hij berekende dat bij de instroom van nieuwe wiskundeleerkrachten die les geven in de eerste vier jaar van het secundair onderwijs amper vier op de tien wiskunde hadden gestudeerd. Voor de derde graad, de jaren waarin de taaiste leerstof wordt gegeven, is zelfs acht op de tien niet juist geschoold.

Met het ‘juiste’ diploma om les te ge-ven aan die laatste, gespecialiseerde jaren, bedoelt de VVWL niet alleen masters in de wiskunde - daarvan gingen er in 2018 maar 18 aan de slag in het onderwijs - maar ook masters in de fysica of burgerlijk ingenieurs. Moons: ‘Docenten met die diploma’s hebben de volledige kennis van wiskunde die nodig is om de abstractere begrippen goed te kunnen geven. En dat is precies wat de sterkste leerlingen het meest nodig hebben.’

Pensioneringsgolf

Wie gaat de sterke wiskunde nog goed geven? Kunnen die alternatieve profielen dat? Het bezorgt Moons grote kopzorgen want. ‘Onderzoek leert dat de leerkracht erg bepalend is voor de leerresultaten, veel meer dan het onderwijssysteem. En dit keer zegt PISA het zelf: de achteruitgang van Vlaanderen heeft mogelijk te maken met het gebrek aan gekwalificeerde leraren.’

De toekomst voorspelt weinig goeds, want in het onderwijs staan veel babyboomers. Er zijn iets meer dan 8.000 leerkrachten die wiskunde geven. Vorig jaar stroomden er 400 uit. En dat is pas het begin. ‘Er komt een enorme pensioneringsgolf op ons af, die vanaf 2022 fors begint te stijgen. Vanaf dan hebben we grofweg 500 nieuwe wiskundeleerkrachten per jaar nodig, zowel masters als bachelors.’

Moons ziet in het lerarentekort een ernstige bedreiging voor onze toekomst. ‘Er zullen steeds minder bevoegde leerkrachten zijn die bij leerlingen het inzicht kunnen aanscherpen, en hen leren in abstracte patronen te denken. En net dat is de basis van onze kenniseconomie. Onze hersenen zijn het enige dat we hebben.’

Ik denk niet dat je kan zeggen dat leerlingen minder gemotiveerd zijn. Vorig jaar heb ik 4.000 blaadjes met extra oefeningen verbeterd.
Filip Geeurickx
leraar wiskunde in het Sint-Angela Instituut

Hij citeert uit onderzoek om zijn punt kracht bij te zetten. Het aantal uren geavanceerde wiskunde is de belangrijkste voorspeller voor succes in het hoger onderwijs, ook voor een opleiding waarin wiskunde een minder belangrijke rol speelt, zoals politieke wetenschappen. En er is een positief verband tussen het aantal uren wiskunde en je latere salaris. ‘We weten niet precies hoe dat komt, maar wiskunde leert anders denken, logisch redeneren, inzichtelijk studeren. Als je sterk inzet op wiskunde, komt al de rest vanzelf.’

 

Moons wil nog een nuance aanbrengen bij de PISA-resultaten. ‘We zijn in wiskunde de beste van de wereld geweest. In zekere zin ben je dan gedoemd te zakken. We doen het nog altijd goed, we zijn Europese top. Maar ik hoop wel dat het nu heel duidelijk is: alle knipperlichten branden.’

Franstalige kinderen

Klas 2 wi - moderne wetenschappen, 8.58 uur.
Geeurickx prutst aan zijn laptop. De computer, de projector die de oefeningen op het bord doet verschijnen, het moet allemaal klaarstaan als de leerlingen de klas binnenkomen. ‘Geef ze twee minuten en je bent ze kwijt.’

De bel gaat. Geeurickx beent naar de speelplaats, waar nog volop wordt geroepen en gelachen. Er klinkt ook Frans: Brussel komt steeds dichter bij Ternat. Door plaatsgebrek en twijfels over de kwaliteit van het Brusselse onderwijs sturen steeds meer Franstaligen hun kinderen naar de Rand. Ook in Liedekerke en Denderleeuw hebben migrantenouders het klassieke, degelijke Sint-Angela Instituut ontdekt. Blank en Nederlandstalig is hier vandaag nog de norm. Maar ook deze school verandert, een beetje.

In de klas van ‘meneer Geeurickx’ worden ook woordspelletjes gespeeld, om wiskundige begrippen te oefenen. ‘Als Nederlands niet je eerste taal is, ben je wellicht niet vertrouwd met wiskundige begrippen. Dat hameren we erin.’

Wie de teloorgang wil begrijpen, moet de zaken ruimer bekijken, zegt Didier Deses, die wiskunde geeft in het Atheneum van Koekelberg. ‘In wiskunde en andere vakken waarin taal niet centraal staat, mogen we geen punten meer aftrekken voor taalfouten. Dus daalt het taalniveau. Er gaan meer lesuren naar leerlingen bijwerken, tijd die niet wordt besteed aan het leren. En er komen steeds meer eindtermen bij die lesuren vereisen: burgerschap, financiële geletterdheid, noem maar op. Het klassieke rooster staat onder druk. Tel al die details op, en je ziet in welke negatieve spiraal we zijn beland.’

Grijze massa

Dedes ziet twee grote verklaringen voor het slabakken aan de wiskundetop. ‘Toen wiskunde nog door wiskundigen werd gegeven, waren we wereldtop. Het tekort aan geschikte leerkrachten weegt absoluut door. Dat, en het feit dat steeds minder wiskunde wordt gegeven.’

Wat leerlingen van wiskunde moeten kennen voor het hoger onderwijs, is ongewijzigd gebleven. Maar het aantal lesuren daalt. Richtingen als economie-wiskunde en Latijn-wiskunde werden in de tweede graad afgeschaft. Sinds 2002 daalt het aantal uren wiskunde stelselmatig. Steeds minder scholen bieden richtingen met acht uur wiskunde aan, de opleiding par excellence voor de sterkste leerlingen.

Wiskunde leert anders denken, logisch redeneren, inzichtelijk studeren. Als je sterk inzet op wiskunde, komt al de rest vanzelf.
Filip Moons
ondervoorzitter van de Vlaamse Vereniging voor Wiskundeleraars

‘Vroeger bestond een sterke wiskundige richting uit acht uur, vandaag uit zes. En de sterke wetenschappen hebben geen zes uur wiskunde meer, maar vier’, zegt Deses. ‘Als je in de uren knipt, moet je niet verbaasd zijn dat het niveau zakt.’

De onderwijshervorming die op dit moment wordt ingevoerd, dreigt ook komaf te maken met het optionele vijfde uur wiskunde in de tweede graad. Wiskundigen verzetten zich daartegen. ‘Laat alsjeblieft de sterkeren de mogelijkheid om in het derde en vierde middelbaar voor dat vijfde, verdiepende uur te gaan’, zegt Moons. ‘En verveel de zwakkeren niet om in een groep te moeten blijven met zij die méér aankunnen. Want zoals het er nu aan toe gaat, dreigt de kopgroep steeds verder weg te zakken in de grijze massa.’

Klas 1 wb - accent taal, wetenschappen, wiskunde, 11.40 uur.
In de moderne klas ruikt het niet langer naar krijt. Er hangt een beamer in de lucht en een interactief bord aan de wand. In dit vierde lesuur gaat het over rechten, middelloodlijnen, halfrechten.

‘We hebben het over de basisbegrippen, het speelgoed waarmee we spelen in de meetkunde’, zegt Geeurickx. Geen minuut laat hij de leerlingen los. Hij grijpt een denkbeeldig punt in de ruimte met zijn linkerhand, en een tweede met de rechterhand. ‘Hier is het punt, zie je het? Denk nu een rechte.’

Doceren is performen. Er komen wisselende gezichtsuitdrukkingen, rollenspelen en grapjes aan te pas. Iemand verwart een deelverzameling met het begrip ‘gelijk’. Geeurickx grijpt de fout aan om te leren. ‘Wat je zegt, is wiskundig juist, maar niet helemaal juist. Het is alsof je zegt dat vijf plus zes minstens tien is. Wiskundig klopt het, maar je gaat geen punt krijgen.’

Soms is Geeurickx streng. ‘Mensen, als jullie niet weten wat een lijnstuk is, dan kennen jullie de spelregels niet en kunnen jullie het spel niet spelen.’

Krakende basis

Het is een terugkerende klacht onder wiskundigen: het kraakt aan de basis. Natacha Gesquière, vakverantwoordelijke wiskunde in de Sint-Bavohumaniora in Gent, vraagt zich af of we niet dieper moeten graven dan de PISA-proef, die de kennis van 15-jarigen test. Ze stelt vast dat de kennis van leerlingen die aan het middelbaar beginnen ‘zéér uiteenlopend’ is.

‘Sommigen hebben moeite met rekenen. Ze kunnen slecht vermenigvuldigen, hebben te weinig de maaltafels geoefend. Dat is niet langer verplicht in het lager onderwijs, dus hangt het af van de inspanning die de juf heeft willen doen. Het is natuurlijk niet zo leuk om te geven, maar het móét. Wie de basis, de automatismen, niet mee heeft, verliest veel te veel tijd, precies op een moment dat nieuwe dingen moeten worden geleerd.’

‘Dan wordt het trekken en sleuren’, zegt ze. ‘En in onze school doen we dat, omdat we het eisen. Maar het is de eerste twee jaar voor ons hele leerkrachtenteam heel hard werken om ze op het juiste niveau te krijgen. Om dan, in de latere jaren, te kunnen verdiepen en ze met een gerust hart af te leveren aan de universiteit. En ik kan zeggen: dat lukt.’

Het wordt weleens de verkleutering van het lager onderwijs genoemd, de tendens om het vak geschiedenis ‘tijd’ te noemen en aardrijkskunde ‘ruimte’. Het drillen en dicteren maakt plaats voor beleven en groepswerk. Veel leerkrachten vragen zich ook af of het gegeven dat leerlingen steeds minder vlot lezen, invloed heeft gehad op de wiskundige proef.

‘Als je de opgave niet begrijpt, kan je de theorie ook niet toepassen’, zegt Gesquière. ‘Als ik leerlingen hardop laat lezen, sta ik soms versteld van het gehaper. Ook al zijn ze goed in wiskunde. Ik zeg weleens tegen mijn leerlingen: ‘Ik lig wakker van jullie.’ En dat meen ik heel serieus. Ik kan écht niet verdragen dat talenten niet worden benut.’

©Siska Vandecasteele

Opwijk, 13.30 uur.
Geeurickx smeert een grijze boterham met zalmsla. Het lesgeven zit erop, maar het werk is niet gedaan. Hij moet nog te laat ingediende proefwerken, een economietaak en oefeningen verbeteren.

‘Ze hoeven die niet maken, het gaat om extra materiaal waar ze zelf voor kiezen’, zegt hij. ‘Vorig jaar heb ik 4.000 blaadjes van die extra oefeningen verbeterd. Ik denk niet dat je kan zeggen dat leerlingen minder gemotiveerd zijn. En het valt me op: kinderen van vreemde origine willen vaak nog harder werken.’

 

De PISA-resultaten mogen dan teleurstellen, Geeurickx blijft optimistisch. ‘We doen het nog altijd goed.’

Hij vertelt over zijn zoon Carsten, die geselecteerd werd voor de Olympiade Aardrijkskunde, een wereldwijde competitie voor de knapste koppen. ‘Die jongen heeft daar op zijn gemakje een bronzen medaille gehaald. De druk was nul. Maar voor de Aziatische leerlingen was die enorm: hun toelating tot de beste universiteiten hing ervan af. Ooit waren wij wereldtop. Vandaag staan in de wereldtop landen die kinderen drillen, en hen trainen op deze tests.’

Geeurickx heeft minister van Onderwijs Ben Weyts (N-VA) horen zeggen dat hij voorstander is van een centraal examen. Maar hij is dat niet. ‘Onze Nederlandse collega’s, die centrale examens hebben, zijn jaloers op onze vrijheid.’

Hij overloopt nog even de voormiddag. Welke klas was wat rumoerig? Wie had moeite met de vragen? Wie deed mee? Wie liet het hangen? ‘Leerlingen zijn echt niet dommer geworden’, zegt hij nog. ‘Je moet ze wat meer meetrekken, maar ik geef geen millimeter toe op kwaliteit. Na 27 jaar geef ik nog altijd hetzelfde vak. Evenveel uren en op een even hoog niveau. Zolang de leerlingen het willen, en goesting hebben in mijn vak, komt het altijd goed. En ik vind het maar normaal dat ze enthousiast zijn over wiskunde. Wiskunde is toch de mooiste wetenschap?’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud