Hoogsensitiviteit: hype of ziekte?

©KAROLY EFFENBERGER

Hoogsensitiviteit bestaat wel degelijk. En bedrijven kunnen er hun voordeel mee doen. Dat besluit klinisch psychologe Elke van Hoof in het boek ‘Hoogsensitief’. En ja, ze is het zelf ook.

‘Drie jaar geleden zei iemand: ‘Heb je wel eens van hoogsensitiviteit gehoord?’ Ik weet nog dat ik dacht: ‘O nee, die quatsch toch niet?!’ Ik haat etiketten. Op de duur past elk mens in een of ander hokje.’

Sofie, beleidsmedewerker bij een grootbank

De aversie van Sofie komt niet uit het niets. Je kan tegenwoordig geen vrouwenblad openslaan of er staat een test in om na te gaan of je een HSP bent, een highly sensitive person. In de boekhandel groeit het schap met hoogsensitieve publicaties zienderogen.

‘Het lijkt wel een modeverschijnsel’, zegt Elke Van Hoof, professor in de psychologie en in de bedrijfswereld bekend als expert in burn-outpreventie. ‘Maar veel publicaties halen feit en fictie door elkaar en overgieten hoogsensitiviteit met een esoterisch sausje, waardoor je een zweverige bijklank krijgt. Maar met bachbloesems, aura’s en chakra’s heeft hoogsensitiviteit niets te maken.’

Reputatie

De overload polariseert ook de wetenschap. ‘Zij die het bestaan van hoogsensitiviteit erkennen en onderzoeken, staan neus aan neus met wetenschappers die het onderwerp minachten’, zegt Van Hoof. Ook in haar onderzoek naar het chronisch vermoeidheidssyndroom zag ze die opdeling tussen believers en non-believers. ‘Ik besef dat ik met ‘Hoogsensitief’ mijn reputatie op het spel zet. Maar vergeet niet dat ook burn-out tien jaar geleden fel gecontesteerd was. Er zijn nog altijd dokters die ontkennen dat die ziekte bestaat, al is er inmiddels een ruime wetenschappelijke consensus over.’

Die consensus over hoogsensitiviteit is er nog lang niet. In de jaren dertig al schreef de Zwitser Fritz Schweingruber over ‘sensible Menschen’. Maar het was de Amerikaanse psychologe Elaine Aron die in de jaren negentig de term HSP bedacht. Samen met haar man Arthur Aron schreef ze er in 1997 een artikel over in het gerespecteerde Journal of Personality and Social Psychology. Het onderzoek kreeg weinig bijval in wetenschappelijke kringen, maar het bracht wel de verkoop op gang van Elaine Arons zelfhulpboeken. De teller staat intussen op ruim 1 miljoen.

1 miljoen Vlamingen

‘Nadat ik mijn reserves had overwonnen, ben ik erover beginnen te lezen. Plots vielen heel wat puzzelstukken in elkaar. Toen ik kind was, zwom ik in clubverband. Na wedstrijden kon ik totaal uitgeput zijn van het lawaai en de opwinding. Soms moest ik er een week van bekomen. Ook veel dingen die misliepen op mijn werk, kon ik eraan koppelen. Het gebeurde zo vaak dat ik voelde: ‘Dit klopt niet.’ Dan onderbrak ik iemand tijdens een presentatie om kritische vragen te stellen. Collega’s apprecieerden dat niet altijd. Vooral omdat ik niet altijd met feiten kon staven wat ik voelde.’ Sofie

Maar wat is hoogsensitiviteit nu precies? ‘Het is geen ziekte, maar een aangeboren eigenschap die evenveel bij mannen als vrouwen voorkomt’, zegt Van Hoof. Met haar onderzoeksgroep is ze bezig aan een grootschalig prevalentieonderzoek, maar ze schat dat 15 tot 20 procent van de bevolking hoogsensitief is. 1 miljoen Vlamingen dus. Geen kleine groep.

‘Zoals voor alle eigenschappen kan je mensen op een Gauss-curve plaatsen. Aan het ene uiterste zitten de laagsensitieven, aan het andere de hoogsensitieven. Die laatsten hebben aan anders werkend zenuwstelsel, waardoor er meer prikkels binnenkomen’, legt Van Hoof uit. ‘Bovendien worden al die prikkels diepgaander verwerkt in de hersenen. HSP is niet iets wat je kan krijgen, je bent het’.

Doorbraken

Schweingruber en Aron moesten zich in de jaren dertig en negentig noodgedwongen beperken tot klinische studies. Maar onlangs kregen hun theorieën steun uit neurobiologische hoek. Hersenwetenschapster Jadzia Jagiellowicz ontdekte in 2011 een neurale basis voor hoogsensitiviteit. Ze liet proefpersonen onder een MRI-scan plaatjes kijken. De opdracht was: zoek de verschillen. Bij HSP’s gingen merkbaar meer gebieden in de hersenen oplichten dan bij niet-HSP’s.

‘Hoogsensitieven verwerken zintuiglijke informatie dieper’, zegt Van Hoof. ‘Daardoor merken ze meer dingen op: een schilderijtje dat op een andere plek hangt of een vriend die stiller is dan gewoonlijk. Maar ook smaken, geluiden, kleuren, vormen, de veranderende sfeer in een groep: het komt allemaal veel sterker binnen. Dat is geen zogenaamd zesde zintuig, integendeel. Met hun vijf zintuigen hebben zij hun handen al meer dan vol.’

De afgelopen vijf jaar volgden de doorbraken elkaar snel op. In 2012 wees hersenonderzoek uit dat hoogsensitieven een lagere responstijd hebben en minder fouten maken. Maar zodra de taak is volbracht, ervaren ze meer stressgerelateerde krachten. Twee jaar geleden ontdekten onderzoekers dat de hersengebieden die verband houden met empathie bij HSP’s extra actief zijn. Hoogsensitieven zouden meer spiegelneuronen hebben.

Onvoldoende rust

Maar er is een downside, zegt Van Hoof. ‘Hoogsensitieven zijn niet altijd de gemakkelijkste collega’s, net omdat ze zoveel opmerken. Ze geraken ook snel overprikkeld. Door de diepe verwerking hebben hun hersenen meer hersteltijd nodig. Nemen ze onvoldoende rust, dan zijn ze erg vatbaar voor stressgerelateerde klachten, zoals burn-out.’

Maar het is niet omdat je al eens overprikkeld geraakt dat je hoogsensitief bent. ‘Een gezonde stressrespons is kort en krachtig. Maar in deze hectische tijden komen veel mensen vroeg of laat in een toestand dat hun stressbrein het overneemt, waardoor ze tijdelijk de regie verliezen. Het kip-zonder-kopfenomeen, waardoor iemand niet langer in staat is de dingen te doen die zijn prefronale cortex in normale omstandigheden wel goed kan. HSP’s zijn daar vatbaarder voor.’

Out of the box

‘Ik pak de dingen nu anders aan. Ik heb op het werk een plek gekozen met mijn rug naar de gang, waardoor er in mijn gezichtsveld niet te veel beweging is. Ik wandel om de twee uur naar de koffieautomaat of het toilet aan de andere kant van het gebouw. Simpele trucs, die ook niet-hoogsensitieven helpen. Op vergaderingen heb ik geleerd mijn mond te houden. Ik gooi mijn bedenkingen niet zomaar in de groep, maar staaf ze eerst met argumenten. Ik zit intussen ook in een andere rol, die me op het lijf geschreven is. Ik hou mijn hoogsensitiviteit niet verborgen voor met collega’s, maar ik gebruik ze nooit als excuus.’ Sofie

Van hoof is met name geïnteresseerd in de upside van het verhaal. Want die is er. Hoogsensitieven scoren onder de MRI-scan opmerkelijk goed in contextonafhankelijk denken. Een onderzoek vergeleek de hersenscans van Europeanen, Amerikanen en Chinezen, terwijl ze nu eens een taak kregen die makkelijker op te lossen was voor de Chinezen, en dan eens één die makkelijker was voor de westerlingen. De hoogsensitieven bleken beduidend minder gevoelig voor culturele verschillen. Van Hoof: ‘Ze zijn goed in out of the box denken, iets wat onze bedrijven goed kunnen gebruiken.’

Er is nog iets. ‘Onderzoek bij 2.000 volwassenen leert dat hoogsensitieven extra kwetsbaar zijn voor stressgerelateerde problemen, maar alleen in een negatieve context. Ze zijn de eersten die lijden onder een verstoorde werksfeer. Omgekeerd bloeien ze in een goede omgeving meer open dan wie ook. Ze worden creatief en nemen extra taken op zonder er iets voor terug te verwachten. In tijden waarin veel werkgevers op zoek zijn naar werknemers die de ‘extra mile’ willen afleggen, is dat een interessant gegeven.’

Innovatie

Met wat zelfdiscipline kan hoogsensitiviteit een troef zijn, ook in leidinggevende functies. ‘Met hun hoge opmerkzaamheid zijn hoogsensitieven vaak goede teambuilders en zijn ze goed in het creëren van een veilige context waarin hun teamleden kunnen groeien vanuit falen. Dat leidt tot creativiteit en innovatie.’

Van Hoof organiseerde vorig jaar een eerste internationaal congres over hoogsensitiviteit aan de Vrije Universiteit Brussel en ontwikkelde een verbeterde test om hoogsensitiviteit te detecteren. Of ze ook hoog scoort? ‘Ja, ik beken. Ik ben ook een HSP. Het verklaart mee waarom ik zo gebeten ben door het onderwerp. Maar wees gerust, ik ben mijn onderzoek begonnen met een gezonde scepsis. Om elke bias uit te sluiten heb ik mijn team zorgvuldig samengesteld. Het laatste wat ik als onderzoeker wil, is mijn onderzoeksresultaten sturen en ze zo waardeloos maken. We bundelen onze krachten ook met buitenlandse onderzoeksgroepen. Ik ben een wetenschapper, zij het een hoogsensitieve. Ik ben alleen geïnteresseerd in feiten, niet in interpretaties.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content