interview

‘Je moet durven te zeggen: we gaan voor goud'

©Karoly Effenberger

Kan ons onderwijs nog mee met de wereldtop? Vlerick-decaan Marion Debruyne en VUB-rector Caroline Pauwels pleiten voor radicale hervormingen. ‘Waarom zou een ingenieur niets te maken willen hebben met Romaanse literatuur?’

Ruim op tijd meldt Marion Debruyne (45), decaan van de Vlerick Business School, zich in Poupehan. Caroline Pauwels (53), rector van de Vrije Universiteit Brussel (VUB), is drie kwartier te laat. Crisis op de campus. Maar zij heeft wel haar wandelschoenen ingepakt en staat te popelen om ze aan te trekken.

Hoewel het al begint te duisteren, stappen we nog richting de chalet van voormalig Nationale Bank-directeur Fons Verplaetse, de mythische plek waar in de jaren tachtig geheim topoverleg over het Belgisch economisch beleid plaatsvond. De rokende schouwen en de kringelende mist geven het in de winter uitgestorven Ardense dorp iets spookachtigs.

‘Als kind kwam ik elk jaar op vakantie in de Ardennen’, zegt Pauwels. ‘Ik herinner me een desastreuze zomer waarin het een hele maand onophoudelijk heeft geregend. Ik heb me wel eens afgevraagd of ik in een dorp als dit zou kunnen wonen?’ De aan Brussel verknochte rector zegt met klem dat het haar nooit zou lukken en lacht luid, niet voor het laatst vanavond.

Terug naar Poupehan

Om België uit de crisis van de jaren tachtig te helpen organiseerde toenmalig premier Martens geheime besprekingen in het Ardense dorpje Poupehan. In het vakantiehuis van zijn kabinetschef Fons Verplaetse, de latere gouverneur van de Nationale Bank, onderhandelde hij in het grootste geheim met de top van de vakbond en de bankwereld over structurele maatregelen om de buikriem aan te halen.

Nu ons land opnieuw voor grote economische en technologische uitdagingen staat, organiseert De Tijd een nieuw treffen in Poupehan. Vier weken lang trekken we naar de Ardennen om met bedrijfsleiders, politici en economen maatregelen te bedenken die ons land klaar moeten stomen voor de toekomst.

De laklaarsjes van Debruyne staan niet toe dat we het laatste stukje modderige landweg naar Verplaetses buitenverblijf afleggen. We keren terug. Pauwels: ‘We hadden ons altijd voorgenomen elkaar eens te ontmoeten in Brussel.’ Debruyne: ‘Maar uiteindelijk kwamen we elkaar eerst tegen op de koninklijke missie in India. En nu dus hier.’

Er wordt wat gelachen met het bankje voor de Taj Mahal, waar koning Filip en koningin Mathilde poseerden voor de fotografen. Debruyne: ‘Ik heb er ook op gezeten, samen met ondernemer Philippe Vlerick, de neef van onze oprichter.’ Pauwels lacht: ‘En ik heb er een selfie gemaakt met Luc Sels van de KU Leuven.’

De sfeer is amicaal, het respect wederzijds. Maar al bij het aperitief met gintonic en witte wijn blijkt dat de twee anders naar de wereld kijken. Debruyne is als decaan van de Vlerick Business School ook vertegenwoordiger van de bedrijven en de toekomstige topmanagers. Ze noemt zichzelf een vooruitgangsoptimist en gelooft in technologie als oplossing van maatschappelijke problemen. ‘We hebben net onze honderd procent online MBA-opleiding gelanceerd.’

Pauwels werd in 2016 met een geëngageerd programma verkozen tot rector, ‘als tweede vrouw in de geschiedenis van de VUB’. De Brusselse universiteit is de meest diverse van alle Nederlandstalige universiteiten. Pauwels gelooft rotsvast dat die diversiteit haar grote sterkte en toekomst is.

Debruyne heeft grondig nagedacht over de opdracht van vandaag: hervorm het land, begin met een wit blad, denk na over onderwijs. Ze haalt haar iPad boven, met haar volledige voorbereiding. ‘Heb jij je huiswerk gemaakt, Caroline?’ ‘Nee’, lacht die. ‘Maar ik heb het allemaal in mijn hoofd.’

Het onderwijsdebat wordt gedomineerd door één vraag: leveren we nog topkwaliteit af? Of richten we ons te veel op de middelmaat?

Marion Debruyne: ‘Onlangs sprak Marc Lammers, de succesvolle Nederlandse hockeycoach, op een Vlerick-evenement. Je kan zeggen: ‘We streven ernaar dat zo veel mogelijk kinderen aan hockey doen.’ Dat is prima. Maar je moet ook durven te zeggen: ‘We gaan voor goud.’ En in die ploeg zal niet iedereen kunnen meedraaien als je naar de Olympische Spelen wil. Ik vind het belangrijk de lat hoog te leggen, ook als land. Dat is zo belangrijk voor de competitiviteit.’

Een snelle google beantwoordt al veel vragen. Studenten zijn vergeten dieper te gaan.
Caroline Pauwels
Rector VUB

Caroline Pauwels: ‘Ik verzet me tegen het idee dat we te veel aandacht hebben voor diegenen die achterop hinken. Dat is een problematische benadering. Ze vertrekt niet vanuit de vraag: wat kunnen ze wel? Tenzij we het erover eens zijn dat ‘elite’ aan een nieuwe definitie toe is. Voor mij moet die elite zo divers mogelijk zijn. Ik denk niet dat we er vandaag in slagen de mensen binnen te halen die niet alleen door kennis, maar ook door creativiteit, daden en engagement de dingen zullen veranderen.’

Uit onderzoek blijkt dat het niveau van begrijpend lezen en wiskunde op school sterk achteruitgaat. Merkt u dat?

Pauwels: ‘Ik merk het aan mijn eigen kinderen. (lacht) Ik heb ze naar een Europese school gestuurd, omdat meertaligheid en diversiteit multiplicators van kennis zijn. Op dat vlak loopt ons eigen onderwijs enorm achter. Maar ik vond het wel raar dat zij nooit dictee kregen. Door dictee leer je regels toepassen, je leert denken.’

‘Sommige studenten moeten we zelfs opnieuw leren lezen. Door de Google-cultuur lezen ze te snel, gaan ze niet diep genoeg, stellen ze zich te weinig kritisch op. Als ik studenten vertel dat ze een wetenschappelijk artikel vier tot vijf keer moeten lezen om het echt te vatten, vallen ze van hun stoel. Wetenschappelijk lezen betekent dat je aan de slag gaat met een levend document. Je moet aantekeningen maken, opzoeken, de inhoud hardop navertellen. Als dat op school niet aan bod komt, moeten wij op de universiteit natuurlijk veel inhalen. Ook de kennis van Frans is nul. Studenten kunnen geen Franse teksten meer lezen. Dat vind ik in Brussel een absoluut probleem.’

Het Poupehan-plan van Marion Debruyne

1. Ga voor een radicale digitalisering van onderwijs. We moeten niet alleen digitale kennis overbrengen, maar het onderwijs zelf omgooien en digitaliseren.

2. Maak van ons land een aantrekkingspool voor internationaal talent. Definieer een statuut van kennismigrant. Trek beloftevolle migranten aan en geef hun een kans om na hun studies in het land te blijven.

3. Stimuleer iedereen boven de 25 om levenslang te leren. De CEO van het softwarebedrijf Microsoft zegt dat het vermogen om bij te leren misschien wel de belangrijkste competentie is als hij mensen aanwerft.

4. Herdenk het curriculum en laat alle taboes varen. Moet je nog leren schrijven in een tijd waarin tikken de norm is, en waarin we verwachten dat praten tegen toestellen de norm wordt? Moet programmeren geen verplicht vak worden? Het leert je logisch denken en systematieken ontdekken.

Debruyne: ‘Ik was dolblij dat mijn 11-jarige zoon onlangs een boek van Harry Potter vastpakte. Hoewel de vooruitgangsoptimist in mij het ook niet slecht vindt als hij op de computer ‘Minecraft’ speelt met vrienden. Ik zie hoe zij het heel normaal vinden om digitaal samen te werken. Ik zie echt nieuwe skills ontstaan bij mijn kinderen. ’

Pauwels: ‘Die van mij kunnen inderdaad veel beter om met de pings van Facebook en Whatsapp. Maar soms heb je scherpe concentratie nodig, om aan synthese, analyse en deep thinking te kunnen doen. Sociale media zorgen voor een instantbevrediging van kennis. Maar studenten zouden moeten weten welke algoritmes achter die zoekmachines zitten, zodat ze veel meer aan bronnenkritiek kunnen doen.’

‘Ik vind de basishouding van veel studenten te gemakzuchtig. Een snelle google beantwoordt al veel vragen, maar ze zijn vergeten om dieper te gaan. Dat zie ik ook in de zesjescultuur: studenten kunnen veel beter inschatten hoeveel ze ervoor moeten doen om net te slagen voor een test. Ze zijn meesters in copy-paste om een scriptie zo te bewerken dat het net geen plagiaat is. Maar zo kom je niet tot een zoekende, leergierige houding. Ik mis de drang om meer te willen doen. We stimuleren onvoldoende de drang om te wíllen weten, om grenzen te verleggen. We mogen niet trainen op de middelmaat.’

Botst dat niet met uw streven naar meer inclusiviteit?

Pauwels: ‘Wij zoeken in onze onderzoeksgroepen naar diversiteit in disciplines en in nationaliteit, en dat heeft ons absoluut geen windeieren gelegd. Aan de VUB heeft 21 procent van de studenten een andere thuistaal, in Vlaanderen 6 procent. We hebben dubbel zo veel werkstudenten en drie keer zo veel studenten met laagopgeleide ouders. Je zou denken: dat is een gigantisch probleem. Toch scoren we goed in visitaties, we halen onze rendementscijfers.’

Zitten er bij Vlerick veel Belgen van vreemde origine?

Debruyne: ‘Dat weet ik niet, daar houden wij geen cijfers van bij. Maar jij hebt het over inclusiviteit, Caroline. Bij ons gaat het om diversiteit. Op Vlerick zitten studenten van de vijf continenten. Internationalisering is voor ons heel belangrijk.

Als elitair voor kwaliteit staat, heb ik daar geen probleem mee.
Marion Debruyne
Decaan Vlerick

Pauwels: ‘Klopt, maar dat is wel een elitaire internationalisering.’

Debruyne: ‘Als elitair voor kwaliteit staat, heb ik daar totaal geen problemen mee. Ik vind wel dat iedereen die Vlerick wil doen, het moet kunnen doen. Daar hebben wij ook beurzen voor.’

Uit rankings blijkt dat Vlaanderen zijn internationale toppositie in het onderwijs definitief kwijt is aan de Aziaten. Maakt u zich daar zorgen over?

Debruyne: ‘Ze kloppen ons in internationale standaardtoetsen en olympiades. Maar wij werken samen met Peking University en ik hoor van Chinese collega’s dat zij een grote inspanning moeten doen om studenten kritisch te doen denken, creativiteit te tonen en zelf te ondernemen. Dat zijn toch competenties die je nodig hebt.’

Pauwels: ‘Kinderen via een drilsysteem in een competitief no mercy-verhaal duwen, daar pas ik voor.’

Is het ook niet te gemakkelijk geworden om een universitair diploma te halen? Wat is zo’n diploma nog waard?

Pauwels: ‘Ik vraag bij het begin van het jaar aan de studenten: ‘Zit je hier omdat je hier zelf wil zijn, omdat je vrienden hier zitten of omdat je ouders vinden dat je hier moet zijn?’ Er zitten nog te veel studenten op de verkeerde plaats.’

Het Poupehan-plan van Caroline Pauwels

1. Ga radicaal voor meertaligheid. Streef vanuit een zeer goede beheersing van het Nederlands naar maximale meertaligheid. Maak meer werk van immersie-onderwijs en organiseer vanaf het derde jaar secundair stelselmatig ‘Erasmus’-uitwisselingen over de taalgrens heen.

2. Zet onvoorwaardelijk in op fundamenteel onderzoek. Een succesverhaal als Ablynx is alleen mogelijk door investering in risicovol, langetermijnonderzoek.

3. Laat kunstenaars en wetenschappers samenwerken. Stimuleer verbeeldend en verwonderend onderwijs en maak daarbij gretig gebruik van technologische ontdekkingen en ontwikkelingen.

4. Spaar docenten en onderzoekers van regel- en rapporteringsdrift. Dan kunnen zij jongeren de ruimte geven om te experimenteren en soms ook te mislukken. En hun leren dat ze daar wijzer van worden.

Debruyne: ‘Het is wel heel moeilijk voor een 17-jarige om die vraag te beantwoorden. Ik was de eerste in mijn familie die verder studeerde, ik had geen mensen in mijn omgeving die daar raad in konden geven. Je neemt die beslissing op een moment in je leven dat je nog heel weinig zelfkennis hebt.’

Pauwels: ‘Maar de huidige groei is niet vol te houden, we zitten op de limiet. Hoewel het systeem daar wel op aanstuurt: we worden betaald per afgestudeerde student. Maar door de uitstroom te financieren stimuleer je het afleveren van diploma’s. Ik vind dat we op andere parameters moeten groeien dan op studentenaantallen.’

Debruyne: ‘Het is ook niet alsof die keuze levensbepalend is. Ik heb voor ingenieur gestudeerd en daarna marketing gevolgd. Een totaal andere richting.’

Pauwels: ‘Vandaag hangen we nog sterk vast aan het model van bachelors en masters. Waarom geven we studenten niet de vrijheid zelf hun curriculum samen te stellen? Waarom zou een ingenieur niets te maken willen hebben met Romaanse literatuur? Ook mijn universiteit is daar nog niet klaar voor. Vandaag primeert het denken dat we studenten in een traject moeten stoppen dat zo snel mogelijk rendeert.’

De consultant EY vindt een universitair diploma niet langer een must om mensen aan te werven.

Pauwels: ‘Ik begrijp die beslissing. Maar welke vaardigheden zoekt EY dan wel? Ik hoor bij de Big Four dat ze vroeger sterk rekruteerden in profielen als handelsingenieur, maar dat ze vandaag ook historici en filosofen zoeken. Dat is een terugkeer naar het ideaal van de universitas. Paradoxaal genoeg staat de universiteit daar niet altijd voor. De universiteit denkt nog sterk in silo’s. Ook het financieringsmodel stimuleert interdisciplinair werken niet.’

Debruyne: ‘Ik heb niet de indruk dat een diploma minder waard is. Ik hoor studenten wel zeggen dat ze zich niet klaar voelen voor de arbeidsmarkt, waarna ze bij ons nog een of zelfs twee bijkomende masters komen volgen. Is die lat reëel, is het perceptie, durven ze niet? Bij jonge instromers voel ik soms ook uitstelgedrag.’

In de kenniseconomie is het meer dan ooit belangrijk om toptalenten naar ons land te krijgen. Lukt dat nog?

Debruyne: ‘Wij zien op dit moment vooral een opportuniteit. Door het Trump-effect zijn bij enkele grote Amerikaanse universiteiten de inschrijvingsaantallen van buitenlandse studenten drastisch teruggevallen. Zelfs in die mate dat het hun financiering in het gedrang brengt. Die kans moet Europa grijpen.’

De internationalisering van Vlerick is wel elitair.
Caroline Pauwels
Rector VUB

Pauwels: ‘Voor Chinezen blijven de Verenigde Staten de belangrijkste markt om aan onderzoek te doen. Zij vinden dat Europa niet de juiste infrastructuur biedt. Daar moeten we eerlijk over zijn. We hebben een investeringsplan van 125 miljoen euro voor onderzoeksinfrastructuur, puur om state of the art te blijven. De Vlaamse overheid voorziet daarvan slechts 3,6 miljoen euro. Het ontbreekt hier aan geld, middelen en kritische massa in het lab, aan toponderzoekers die op de grens van doorbraken werken. Als je naar een instituut als het MIT (Massachusetts Institute of Technology) gaat, weet je: hier zijn geen hokjes, alles is mogelijk, hier worden grenzen verlegd. Die braindrain baart me zorgen.’

Debruyne: ‘Daarom pleit ik voor een braingainstrategie. Maak van ons land een aantrekkingspool voor internationaal talent. Dat kan door, zoals in Nederland, een statuut voor kennismigranten in te voeren.’

Geeft u zelf het goede voorbeeld? Uw dochter gaat naar Japan, uw zoon studeert in Canada. Voor goed onderwijs moet je dan blijkbaar toch in het buitenland zijn.

Pauwels: ‘Onze vijf Vlaamse universiteiten zijn wereldtop, maar ik vind dat mijn kinderen gelijk hebben om Europa eens van een afstand te bekijken. Zij zijn elite, dat weet ik. Ik vind mezelf ook heel bevoordeeld.’

Vlerick-decaan Marion Debruyne en VUB-rector Caroline Pauwels pleiten voor radicale hervormingen.

Einstein

Het is tijd om aan tafel te gaan. Ondanks het feit dat het aperitief bijna twee uur heeft geduurd, moet Pauwels haar gintonic nog opdrinken. Ze checkt een zoveelste bericht op haar gsm, die ze zelden langer dan een paar minuten uit het oog verliest. ‘Als rector vind ik dat ik op elk moment moet kunnen reageren op een noodsituatie.’

Er hebben zich al een aantal crisettes voorgedaan: in mei werd een lijk op de campus aangetroffen, later kon een lezing van staatssecretaris voor Asiel en Migratie Theo Francken (N-VA) niet doorgaan omdat linkse activisten het gebouw omsingelden, onlangs gingen Turkse en Koerdische studenten op de unief op de vuist en filmde de dierenrechtenorganisatie GAIA gruwelijke beelden van dieren in een proeflab.

Is er aan onze universiteiten nog tijd en ruimte voor baanbrekend onderzoek dat niet aan regels en paperassen ten onder gaat? Zou Einstein hier nog kunnen doctoreren?

Pauwels: ‘Dat is de kritiek die ik te horen krijg van onze Nobelprijswinnaar François Englert: ‘Ik zie in Vlaanderen steeds minder fundamenteel onderzoek.’ Het financieringssysteem is erg overgeheld naar de op zich terechte vraag dat onderzoek ergens toe moet dienen.’

Debruyne: ‘Toch vragen we ons nog te weinig af: heeft dit onderzoek impact? Ik heb al topmensen in mijn domein horen zeggen: ‘Het maakt me niet uit of mijn onderzoek iets te maken heeft met de echte wereld.’ Daar stel ik me toch vragen bij. Het is net belangrijk dingen te kunnen vertalen naar de wereld rond ons.’

Het jongste rapport van het Internationaal Monetair Fonds over België hamert op het feit dat ons onderwijs niet aansluit op het bedrijfsleven. Veel vacatures raken niet ingevuld. Wat loopt er fout?

Debruyne: ‘Als de Vlerick-opleiding niet bij het bedrijfsleven zou aansluiten, worden wij meteen afgestraft in de rankings. Maar ik hoor bij bedrijven wel dat er een groot tekort is aan mensen uit STEM-richtingen (Science, Technology, Engineering, Mathematics, red.), zowel voor hoog- als lager opgeleide profielen. Als we ze niet in eigen land vinden, moeten we ons meer openstellen voor buitenlands talent.’

©Karoly Effenberger

Pauwels: ‘We moeten een tandje bijsteken in de STEM-richtingen. Maar je hebt in onze maatschappij een mix van afgestudeerden nodig. Sommigen zullen excellent in de diepte moeten zijn, anderen relevant in de breedte.’

Debruyne: ‘Onze mentaliteit moet veranderen. We zijn mensen aan het opleiden voor beroepen die we nog niet kennen. Daarom moeten we radicaal inzetten op levenslang leren. Vandaag gaat men ervan uit dat je eerst enkele jaren studeert en daarna aan het werk gaat. Dat is niet meer van deze tijd. Kijk naar Mark Zuckerberg van Facebook. Die geeft zichzelf elk jaar een nieuwe uitdaging om iets te leren dat volledig buiten zijn werk als CEO valt. Bij de telecomreus AT&T kreeg elke werknemer de boodschap dat hij snel overbodig dreigt te worden als hij wekelijks geen vijf tot tien uur investeert in online leren.’

Moeten we ook ons onderwijscurriculum aanpassen aan de nieuwe tijden? In Finland willen ze schrijflessen vervangen door opleidingen om te leren tikken.

Debruyne: ‘Waarom niet? En over enkele jaren wordt zelfs tikken overbodig, omdat praten tegen toestellen de norm wordt. En waarom zou je van programmeren geen verplicht vak maken?’

Wat is er eigenlijk mis met uit te spreken dat je de beste wil zijn?
Marion Debruyne
Decaan Vlerick

Pauwels: ‘Dat klopt. Programmeren is een taal die je leert analytisch, synthetisch en toegepast te denken, iets wat sowieso tot de basisvaardigheden moet behoren. Maar om dezelfde reden is het belangrijk dat studenten nog steeds de taal van cultuur leren kennen, omdat het een deconstructie is van de realiteit, die je vaak nodig hebt om tot antwoorden te komen. Die twee zijn dus evenredig voor mij.’

Het blijft ook verschrikkelijk moeilijk om meer vrouwen in STEM-richtingen te krijgen. Hoe verhelpen we dat?

Pauwels: ‘Je moet nog beter aantonen waar die richtingen naartoe leiden, aan de hand van concrete voorbeelden uit het ziekenhuis, de kerncentrale, enzovoort. Ik denk zeker dat het zou helpen vooroordelen bij meisjes weg te nemen.’

Hoe zit het met het aantal vrouwelijke studenten bij Vlerick?

Debruyne: ‘De verhouding is ongeveer fiftyfifty in de masters. Voor de Executive MBA is het lastiger, daar zitten we aan 35 procent vrouwen. En dat is al een succes. We doen ook veel inspanningen om de opleiding bespreekbaar te maken, in het gezin en bij de werkgever.’

Hoe komt het dat vrouwen onderweg naar de top afhaken?

Pauwels: ‘Je ziet dat ook aan de universiteit: veel vrouwen doctoreren, daarna verdwijnen ze. De VUB heeft altijd een sterk genderbeleid gevoerd, we tellen 28 procent vrouwelijke proffen en dat is het hoogste aantal in het universitaire landschap. Maar de voorbije tien jaar zijn we maar 1 procent gestegen. In dat tempo duurt het nog veertig jaar om aan 33 procent te geraken.’

‘Dus ben ik tot de conclusie gekomen dat we quota moeten invoeren. Enkel en alleen al door over die quota te spreken zijn de cijfers al met 2 procent gestegen. Door vrouwen effectief aan te spreken op promoties en sollicitaties. Door hen duidelijk te maken dat je moet kunnen afstappen van het idee dat alles perfect moet: gezin, job, er goed uitzien. Want dat brengt veel druk mee.’

©Karoly Effenberger

Debruyne: ‘Toen ik als prof in de VS werkte, werd expliciet gezegd dat je niet aan kinderen kon beginnen voor je een vaste benoeming op zak had. Dat impliceerde dat je, als je bij de allerbesten hoorde, ten vroegste op je 36ste aan kinderen kon beginnen. Want in die tien jaar van je carrière wordt van je verwacht zeer productief te zijn. Ik denk dat elke zwangerschap me een paper heeft gekost.’

Pauwels: ‘Toen ik prof werd, zei een vrouwelijke collega nog expliciet dat kinderen niet combineerbaar waren met een academische carrière. Dat is eigenlijk zeer oneerlijk: vrouwen studeren massaal af, ze doctoreren en dikken de financiën van de unief aan. Maar daarop volgt er geen pay back time van de unief.’

Het laatste streepje rodebessencoulis is opgelepeld, de koffie met chocoladecitroencakejes is geserveerd. Het is nog geen halfelf en hun hervormingsplannen voor het Belgische onderwijs zijn ontvouwd. We complimenteren onze gesprekspartners met hun efficiëntie. ‘Doen we het beter dan de mannen?’, vraagt Pauwels schalks.

Fotohokje

Debruyne verschijnt vroeg aan de ontbijttafel, in een fris gebloemd bloesje. Over enkele uren moet ze speechen voor het Vlerick-personeel, de tekst zit al in haar hoofd. ‘Op mijn crosstrainer komen vaak de beste ideeën.’

Ze heeft nog lang nagedacht over de vraag of Vlerick te elitair is, zegt ze. Ze toont een foto op haar iPad. Het lijkt wel een reclame van het kledingmerk Benetton: negen jonge mensen in alle kleuren van de regenboog kijken lachend en als één groep in de camera.

‘Dit is geen marketing. Het beeld komt uit het fotohokje dat we bij de laatste reünie voor alumni hebben geïnstalleerd. Ik word blij als ik die foto zie. Maar ik wil ook dat onze studenten beseffen dat ze bevoorrecht zijn. Maar wat is er eigenlijk mis met uit te spreken dat je de beste wil zijn, dat je de ambitie hebt om internationaal de competitie aan te gaan?’

©Karoly Effenberger

Pauwels is een halfuur later op post. Ze heeft alle sociale media al uitgebreid gecheckt en vertelt over een Facebookpost van Jan Steyaert, VUB-prof en een van de grondleggers van Ablynx. Het Gentse biotechbedrijf werd net overgenomen door de Franse farmareus Sanofi voor 3,9 miljard.

‘Het is het beste bewijs dat fundamenteel onderzoek loont’, zegt Pauwels. ‘Nu de miljarden op tafel liggen, wordt zogezegd gecasht. Maar kijk eens naar het onderzoekstraject dat hieraan vooraf is gegaan. Ik vind het gevaarlijk dat Vlaanderen zich steeds meer richt op het onmiddellijk rendabel, kwantificeerbaar onderzoek. Als ook bedrijven dat beginnen te doen, is dat de doodsteek.’

‘Kijk naar wat gebeurt nu Pfizer zich terugtrekt uit het alzheimeronderzoek. Door de vergrijzing van de bevolking gaan we steeds meer ouderdomsziektes zien. Daarvoor moeten we het hele scala aan onderzoek aanwenden: van fundamenteel tot uiterst toegepast. Dus moeten alle partijen rond de tafel gaan zitten. Maar vandaag luisteren de overheid en de privésector niet genoeg naar elkaar, er is geen gemeenschappelijk plan.’

Debruyne moet naar Brussel, ze neemt afscheid met de belofte nu toch echt eens af te spreken. Niet aan de Taj Mahal, niet in Poupehan, maar in Brussel. Pauwels blijft nog even. Ze is nog lang niet uitgepraat over haar stokpaardje. ‘Minister van Innovatie Philippe Muyters heeft over de lopende legislatuur van de beschikbare 195 miljoen euro 40 miljoen geïnvesteerd in fundamenteel onderzoek. De rest zit verder in de ketting van instrumenteel en toegepast onderzoek, want voor het einde van de legislatuur wil hij kunnen zeggen: ‘Kijk eens wat het heeft opgeleverd.’ Welke politicus durft nog voor de lange termijn te gaan?’

Volgende week in deze reeks: ABVV-topvrouw Caroline Copers en econoom Ive Marx

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content