Vandenbroucke twijfelt aan nut basisinkomen

Volgens Frank Vandenbroucke is de invoering van een basisinkomen in België alleen sowieso problematisch. ©ILVY NJIOKIKTJIEN_belga

Voormalig sp.a-politicus en academicus Frank Vandenbroucke toont zich in een studie een koele minnaar van het basisinkomen. Niet zozeer omdat het onbetaalbaar zou zijn, wel omdat het een twijfelachtig middel is om zwakkeren te beschermen.

Gratis geld voor iedereen. In tijden van een almaar complexer en duurder wordende sociale zekerheid is het een van de radicale ideeën om de welvaartsstaat om te gooien. In Silicon Valley steunen Tesla-topman Elon Musk en Facebook-oprichter Mark Zuckerberg het idee, in Vlaanderen geniet het steun van mensen uit de bedrijfswereld als Peter De Keyzer (Growth Inc) en Roland Duchâtelet (Melexis), maar evengoed van de Brusselse hoogleraar Philippe Van Parijs.

Voordelen

De intellectuele zoektocht naar de zin en onzin van het basisinkomen is nog altijd volop bezig, maar enkele grote voordelen spreken voor zich: het systeem is eenvoudig, geeft mensen meer vrijheid om jobs te weigeren die ze eigenlijk niet graag doen, geeft ook wie niet werkt een inkomen en biedt de financiële zekerheid waardoor mensen wellicht sneller de stap naar het ondernemerschap zullen zetten.

Tegenargumenten

De tegenargumenten gingen de voorbije jaren vooral over de betaalbaarheid van het systeem. Om iedere Belg een maandelijks basisinkomen van 1.500 euro te geven - dat alle uitkeringen als pensioenen en werkloosheidsuitkeringen vervangt - heeft de staat 77 miljard euro nodig, becijferde de denktank Itinera. Voka-econoom Stijn Decock belichtte een andere schaduwkant: wie doet nog het onmisbare maar ondankbare werk? Als iedereen al 1.500 euro per maand krijgt, zal de politie dan mensen vinden die op kerstavond bereid zijn de veiligheid van feestvierders te garanderen?

Vandenbroucke vraagt zich vooral af in welke mate een basisinkomen op sommige vlakken ook sociale achteruitgang kan betekenen.

In een studie voor de universiteit van Amsterdam mengt nu ook voormalig politicus en weer voltijds academicus Frank Vandenbroucke zich in het debat. De hoogleraar legt meteen een nieuwe klemtoon: hij vraagt zich vooral af in welke mate een basisinkomen op sommige vlakken ook sociale achteruitgang kan betekenen en verkeerde prioriteiten stelt.

Een basisinkomen alleen in België invoeren is om te beginnen problematisch, merkt Vandenbroucke op. Omdat in de EU iedereen zich in elke lidstaat mag vestigen, zou het betekenen dat bijvoorbeeld Bulgaren of Polen zich in ons land komen vestigen om het inkomen te krijgen. Ofwel wordt het systeem daardoor onbetaalbaar, ofwel moeten er weer strikte grenzen tussen EU-landen komen.

Beknot kansen

Vandenbroucke is tegen zulke grenzen. Niet zozeer vanwege het klassieke economische argument dat een grotere markt tot meer specialisatie en dus meer welvaart leidt. De ex-minister van Pensioenen is voorstander van de Europese eengemaakte markt omdat die ‘gelijke en grotere kansen op werk voor alle Europeanen’ biedt. Een basisinkomen komt er snel op neer dat je die kansen beknot, zegt Vandenbroucke.

Een basisinkomen op Europees niveau dan maar? Philippe Van Parijs vindt dat zoiets de oplossing kan zijn om Europa socialer te maken. Vandenbroucke gaat niet akkoord en zegt dat een sociaal beleid vooral een schokdemper bij economische schokken moet zijn: wie zijn job verliest, krijgt een werkloosheidsuitkering zodat de schok voor zijn inkomen minder hard aankomt. ‘Een basisinkomen dat je voor je ontslag al kreeg, compenseert echter niets’, merkt hij op.

Sociaal beleid

Een Europees basisinkomen is volgens Vandenbroucke bovendien een bot instrument omdat sociaal-economische omstandigheden heel erg verschillen van land tot land. De vraag of een werkloosheidsuitkering of een minimumloon hun functie vervullen, kan je alleen maar beantwoorden door te kijken naar de productiviteit van de economie. En die verschilt heel erg tussen pakweg Bulgarije en Duitsland.

In tijden van technologische disruptie moet je het geld gebruiken voor gerichte sociale investeringen.
frank vandenbroucke
hoogleraar

Vandenbroucke geeft wel toe dat hij het filosofisch vertrekpunt van Van Parijs overtuigend vindt. Zo worden we volgens dat vertrekpunt allemaal geboren met een collectieve erfenis: de welvaart en kennis die de generaties voor ons hebben opgebouwd. Het houdt steek, vervolgt Van Parijs dan, die erfenis gelijk te verdelen over de samenleving in de vorm van een basisinkomen.

Vandenbroucke is van dat laatste deel niet overtuigd. ‘Je verdeelt die collectieve erfenis beter via goed en gratis onderwijs en een goede gezondheidszorg. In tijden van migratie, vergrijzing en technologische disruptie moet je het geld gebruiken voor heel gerichte sociale investeringen’, vindt hij. Het is daarom twijfelachtig dat een basisinkomen een beter middel is om de zwakkeren te beschermen dan een traditioneel, gericht sociaal beleid, concludeert hij.

De paper is te downloaden op www.frankvandenbroucke.uva.nl

©Jacques Moeraert


Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud