‘De onderzoeksrechter verdwijnt'

©Tom Verbruggen

De Belgische justitie verliest een icoon. Bruno Bulthé (65), de bekende onderzoeksrechter met de pijp, maar ook de eerste en laatste Vlaamse procureur van Brussel, vertrekt met pensioen. We overlopen met hem zijn loopbaan aan de hand van vier datums.

 22 januari 1985: Bulthé begint als rechter in Brussel.

‘Het was geen roeping. Ik ben toevallig in de magistratuur beland. Ik dacht eerst nog politieke en sociale wetenschappen te studeren. Maar een goede vriend van mijn vader had rechten en notariaat gedaan, en hij heeft me overtuigd. Zo ben ik in 1985 op mijn 36 rechter geworden in Brussel. Al na een jaar kreeg ik onverwacht een telefoontje van een griffierster dat ik mocht beginnen als onderzoeksrechter. Dat was toen eenvoudig: ik nam een boekje strafprocesrecht uit de kast, en al wat ik moest weten voor die job stond op één blad, meer niet. Vandaag is de job van onderzoeksrechter eindeloos complexer, met wetten op de voorlopige hechtenis, de bijzondere opsporingsmethoden en noem maar op.’

De iconische onderzoeksrechter met zijn onafscheidelijke pijp was geboren. Er zijn later zelfs romanpersonages op geïnspireerd. Het gezicht van justitie, de onafhankelijke onderzoeksrechter die zich vastbijt in elk dossier. Maar wat was fictie en wat realiteit? Waren magistraten wel zo onafhankelijk achter de muren van het justitiepaleis?

‘Het is geen staatsgeheim dat vroeger elke benoeming van magistraten politiek gekleurd was. Elke partij kreeg x-aantal benoemingen toegewezen en dan werd er gekozen op de politieke bank. Dat was het systeem. Nu gebeurt dat via de Hoge Raad voor de Justitie. Maar ook in tijden van politieke benoemingen viel het me op hoe elke magistraat op zijn onafhankelijkheid stond. Ik heb als onderzoeksrechter nooit het gevoel gehad dat de politiek me onder druk zette. Wat in de Fortis-zaak gebeurd is - voor zover in die zaak echt pogingen zijn geweest vanuit de regering-Leterme om het proces te beïnvloeden - was hoogst uitzonderlijk. Dat zeg ik met de hand op het hart. Ik denk dat de politici ook niets van ons verwachtten. Let op, in mijn 30 jaar magistratuur kon ik wel elke dag gaan eten op kosten van anderen, als u begrijpt wat ik bedoel. Maar dat was mijn stijl niet.’

‘Ik heb altijd het etiket ‘blauw’ en ‘vrijzinnig’ gedragen. In de jaren 80 werd nu eenmaal in hokjes gedacht. Maar ik heb zeer goed samengewerkt met collega’s die geenszins vrijzinnig zijn. Dat ik dat wel ben, is een privézaak, zonder impact op mijn werk. Men heeft herhaaldelijk geprobeerd mijn onderzoeken te verklaren als een maçonnieke samenzwering (zoals de huiszoekingen in het CVP-secretariaat in het corruptiedossier Smeerpijp, red.). Onterecht. Als ik echt wat te verbergen had, zou de Hoge Raad voor de Justitie dat zeker naar boven hebben gespit toen ik in 2006 postuleerde voor procureur van Brussel. Dan hadden ze met plezier al mijn kasserollen opengemaakt.’

Maar ook later, in juni 2007, is de beruchte Operatie Kelk, met huiszoekingen in het aartsbisschoppelijk paleis en de Sint-Romboutskathedraal in Mechelen, toegedicht aan de vrijmetselaar Bulthé. ‘Ik was intussen geen onderzoeksrechter meer, maar procureur. In die functie heb ik een onderzoeksrechter belast met het dossier over seksueel misbruik in de kerk. Maar daar stopte mijn taak. Ik ben op geen enkele manier tussenbeide gekomen in de beslissing om de kathedraal binnen te gaan.’

‘Tien jaar voor die fameuze Operatie Kelk was ik als onderzoeksrechter al eens naar het aartsbisschoppelijk paleis getrokken voor een huiszoeking. Ik was vergezeld door twee collega’s, toevallig ook vrijzinnig. Maar dat speelde niet mee. Ik was toen gewoon op zoek naar een specifiek dossier over een pedofiele priester. Kardinaal Danneels was niet eens aanwezig. Ik heb me op de stoel van zijn secretaris gezet en uitgelegd dat ik niet zou vertrekken zonder dat dossier. En ik heb het gekregen. Behalve een artikeltje maanden later is daar geen heisa over geweest. Bij Operatie Kelk is het anders verlopen, met veel politievertoon, maar daar spreek ik me niet over uit.’

 

30 november 1990: Bulthé beveelt de eerste huiszoekingen bij de familie De Clerck.

Als onderzoeksrechter speurde Bulthé tien jaar lang naar de handel en wandel van de textielgroep Beaulieu en de West-Vlaamse familie De Clerck. Vandaag, 23 jaar later, is het proces nog altijd niet begonnen. Bulthés dossier telde na tien jaar onderzoek meer dan 330.000 pagina’s, met 7.110 processen-verbaal, het relaas van 905 verhoren en 160 huiszoekingen. ‘Ik heb geleerd uit dat monsterdossier. We moesten niet elke steen omdraaien. Maar dat was de tijdsgeest: men moest alles weten over iedereen. Ik heb daaruit geleerd dat we in elk complex onderzoek duidelijk moeten afbakenen wat we willen bereiken. De rest laten we dan maar zo. We moeten meester blijven van het dossier.’

Toch heeft Brussel anno 2014 nog altijd de kwalijke reputatie grote financiële onderzoeken in de soep te draaien. ‘Tja, ons personeelskader is op geen enkel moment volledig geweest. Zowel bij het parket als bij de politie. We hebben nooit de middelen gekregen die we nodig hadden. Dan krijg je te horen van een onderzoeksrechter dat hij pas een half jaar later aan het dossier kan beginnen! Hoe kan je dan snel werken?’

‘Een onderzoeksrechter is niet gebonden aan de management- en veiligheidsplannen van de procureur. In 1998 heb ik nog gevochten voor het voortbestaan van de onderzoeksrechter, maar vandaag zou ik dat niet meer zo fervent doen. Ons strafwetboek dateert van 1867, maar het wetboek van strafvordering dat de onderzoeksrechter in het leven riep, dateert uit de tijd van Napoleon. Zelfs in Frankrijk is de rol van de onderzoeksrechter al veranderd. We evolueren nu eenmaal naar het Angelsaksische rechtssysteem zonder onderzoeksrechter. Ooit zal de positie van de oppermachtige onderzoeksrechter wel veranderen. Maar de geesten zijn er nog niet rijp voor.’

‘Was de zaak Beaulieu mijn belangrijkste? In mijn ogen is elk dossier belangrijk. Kleine criminaliteit bestaat niet. Voor de oude vrouw die zich burgerlijke partij stelt omdat is geknoeid met haar twee kasbons van 200.000 frank, is haar dossier het belangrijkste. Een moord in uw buurt vergroot misschien uw onveiligheidsgevoel. Maar een handtassendiefstal, uw ingeslagen ruit, wat gestolen flessen uit uw garage of uw verdwenen fiets zullen uw onveiligheidsgevoel nog het meest voeden.’

 

2 april 2007: Bulthé gaat aan de slag als procureur des Konings van Brussel.

‘Alsof het gisteren was. Op 2 april 2007, mijn eerste dag als procureur, kwam de hoofdsecretaris van het parket mij in alle discretie opzoeken. Met een klein sleuteltje in zijn hand. Fluisterend toonde hij me een kleine tussengang tussen het secretariaat en mijn kantoor. Daar stonden twee zware oude metalen kluizen: een was van hem, een van de procureur. In mijn koffer zaten alle gevoelige dossiers. Maar ik moet iedereen ontgoochelen: de wilde verhalen over staatsgevoelige dossiers zijn maar verhalen. Behalve enkele oudere dossiers die ik meteen heb laten archiveren, zag ik niets spectaculairs. Vandaag ligt in mijn koffer slechts een handvol gevoelige dossiers, samen met de recette van onze cafetaria. (lacht) Het dossier Boël zult u er niet vinden. De oplossing in het dossier van de Bende van Nijvel evenmin. Wij kunnen ons geen geheimen veroorloven.’

‘Het was niet vanzelfsprekend dat ik procureur werd. Ik sta nogal op mijn onafhankelijkheid, en dat zint niet iedereen. Nu ja, als procureur werk ik in een hiërarchie en in gevoelige dossiers pleeg ik wel eens een telefoontje ‘naar boven’, het parket-generaal.’

‘Ik vond het een mooie uitdaging om het parket van Brussel te leiden. Ik heb altijd met een tekort van 25 magistraten gewerkt op een totaal van 126. Bij onze administratie was het probleem even groot.’

‘Toch is het Brusselse parket er de voorbije zeven jaar op vooruitgegaan. Een voorbeeld. De vorige procureurs werkten met zones: baronieën van de verschillende burgemeesters die Brussel rijk is. En in elke zone werkten zo’n drie à vier magistraten. Ik moet geen tekeningetje maken dat die al snel onder de knoet zaten van de burgemeester in hun zone. Ik heb die zones afgeschaft, tot ergernis van sommige burgemeesters.’

‘Nog een voorbeeld. In 2007 kon het parket van Brussel maar 60 procent van de dossiers binnen een jaar afhandelen. Nu is dat 76 à 78 procent. Vroeger ging een dossier met onbekende dader, zelfs zonder onderzoeksdaden, door 10 of 15 handen: bedienden, juristen, magistraten, enzovoort. 300 dagen verspild om een dossier zonder gevolg te klasseren! Nu is er bij het Brussels parket één centrale permanentie voor Franstalige en Nederlandstalige zaken. Dan krijgt elk dossier via een boomstructuur snel het gepaste antwoord.’

 

1 april 2014: Bulthé gaat met pensioen op een historisch moment: het parket ‘BHV’ is gesplitst.

‘De splitsing van het gerechtelijk arrondissement Brussel-Halle-Vilvoorde was een logische evolutie, jaren na de splitsing van de provincie. Maar er zijn enkele eigenaardigheden. Zo heeft men alleen het parket écht gesplitst. Waarom? Als we de rechtbank ook zouden opsplitsen, zouden we jaren later nog altijd aan het scheiden zijn, vertelden politici me. Het is ook eigenaardig dat ik de eerste en laatste Vlaamse procureur van Brussel zal zijn. Dat wringt. Wat stelt de Vlaamse Brusselaar dan nog voor? Dat is een politieke beslissing. Als magistraat heb ik daar niets over te zeggen.’

‘Maar de splitsing heeft ook voordelen. Zo zal het chronische gebrek aan personeel misschien eindelijk opgelost raken. En de man in het Pajottenland heeft inderdaad niet dezelfde bekommernissen als een burgemeester in Brussel. In Halle-Vilvoorde kan het strafbeleid nu strenger worden.’

‘Ik wil vandaag aankondigen dat we klaar zijn om het parket te splitsen. Dat is te danken aan de ongelooflijke inzet van iedereen hier: van de klusjesman tot de hoogste collega’s-magistraten. Ook minister van Justitie Annemie Turtelboom (Open VLD) verdient een pluim. Sinds januari werken we in dit gebouw alsof het arrondissement al gesplitst is. En nu zijn we er klaar voor.’

‘Op 1 april stop ik ermee, maar ik heb nog altijd geen tijd gevonden om mijn kasten leeg te maken. We hebben acht belangrijke topevenementen! Zowel de Chinese als de Amerikaanse president komt op bezoek. Het is hier altijd druk geweest. Ik ben de voorbije 30 jaar geleefd, met ellenlange werkdagen. Gelukkig werkte mijn partner ook bij het gerecht. We hebben twee kinderen van 5 en 2,5 jaar. Zonder haar had ik het niet gekund.’

‘Ik kan me inbeelden dat veel mensen me zagen als het gezicht van justitie, maar dat is mij overkomen. Ik heb dat zelf nooit gezocht. Ik vind mezelf niet belangrijker dan de poetsvrouw. Ik heb altijd mijn plaats gekend. En de tijden zijn veranderd bij justitie. Toen ik begon als rechter, spraken we elkaar aan met ‘geachte collega’, ‘meneer de ondervoorzitter’ of ‘meneer de voorzitter’. Vandaag spreekt de klusjesman me aan bij mijn voornaam. Magistraten werken niet meer op een eiland.’

Gesponsorde inhoud

Partner content