interview

Ine Van Wymersch: ‘Mijn job dwingt tot mildheid'

©Kristof Vadino

Ze wilde juf of journalist worden en later jeugdrechter, maar nu is ze de jongste procureur des Konings. En ambitieus is ze ook. Ontbijt met De Tijd.

‘Allez, omaatje.’ Dat dacht Ine Van Wymersch (38) toen ze maandag de ring van haar oma Zoë aan haar vinger schoof om de eed af te leggen als procureur des Konings van Halle-Vilvoorde. ‘Op grote momenten of bij een moeilijk debat draag ik een juweel van haar. Door de oorlog had oma niet kunnen studeren, maar vrijheid van denken was cruciaal. Op haar tachtigste had ze een abonnement op Bozar en kwam ze naar Brussel om met mij te lunchen. Dan kleedde ze zich op. Wie je ook bent, je gedachten zijn vrij. Daarin onderscheidde ze zich.’

Ontbijt met De Tijd

Overijse, 8.30 uur, thuis bij Ine Van Wymersch.

Met de nieuwe procureur des Konings praten we over haar beleid, de nazorg na de aanslagen van 22 maart en Emile Zola.

Het bidprentje van Zoë staat bij vele andere, op de dampkap in de keuken. Op deze eerste lentedag schijnt de zon gulzig in de woning die gebouwd is op de hoogteverschillen van Overijse. In de living, een etage lager, ligt haar zoon ziekjes Ketnet te kijken. De drie andere kinderen zijn de deur uit en dus heeft Van Wymersch al ontbeten. ‘Maar wie mij kent, weet dat ik soms ook drie Melo-Cakes in mijn mond stop en zo naar Brussel rijd.’

Ze serveert koffie en vult toch een potje met cornflakes. Halfnegen, de dag is al even. Op tafel liggen zeventig geprinte bladzijden. ‘Beleidsplan voor het ambt van procureur des Konings bij het parket van Halle-Vilvoorde’, is de titel. In het voorwoord, geschreven op 19 november 2018, staat: ‘Mijn visie, stokpaardjes en overtuigingen komen erin naar voren.’ Het slotwoord geeft ze aan de Franse schrijver Emile Zola: ‘La passion est encore ce qui aide le mieux à vivre.’

‘De spreuk hangt in het bureau van een collega. Zeker toen ik naast mijn job als magistraat ook nog woordvoerder was - een bij-jobje, eigenlijk - was passie nodig. Zonder zou je knettergek worden. (wijst naar haar telefoon) Mijn kinderen mochten nooit met mijn iPhone spelen, omdat ik altijd bereikbaar moest zijn. Dat is nu dus wennen. En ik mis het ook, als magistraat operationeel meedenken als de politie belt bij een verdacht overlijden of zo. Alleen het doorworstelen van tienkartonners (jargon voor gebundelde pv’s, red.) mis ik niet.’

Nu is ze dus iets anders. Aan haar zoon vraagt ze of hij weet wat ze is. ‘De jongste procureur van het land’, zegt hij. Wat dat is, legt ze ook ons uit. ‘De procureur bepaalt het vervolgingsbeleid van zijn magistratenkorps: wat zijn onze prioriteiten en hoe gaan we vervolgen? Al bepaalt elke magistraat binnen dat kader natuurlijk zijn eigen beslissingsbevoegdheid. Als magistraat probeerde ik al verder te kijken dan individuele dossiers en legde ik zaken voor aan de teamchef. In deze job zal ik minder visibel zijn voor de buitenwereld, maar in Halle-Vilvoorde kan ik nu wel een steen verleggen. Dat is ambitieus, maar zo ben ik wel.’

Op de verjaardag van 22 maart ga ik met een groepje spaghetti eten. Dat is zelfzorg.

Bij haar eedaflegging schoof ze een vervolgingsbeleid voor minderjarigen én een concreet plan voor de beveiliging van de luchthaven van Zaventem naar voren als prioriteiten. In het plan, hier op tafel, staat dat. Zoals erin staat dat ze de werkplek wil optimaliseren: ‘We zitten in een oud rusthuis en een afgedankte rijkswachtkazerne in Asse. Geen enkele kamer is groot genoeg voor een teamvergadering. Er zitten muizen. In de zomer is het snikheet, in de winter ijskoud. Er wordt moord en brand geschreeuwd als uit het beveiligde Portalis-gebouw een harde schijf wordt gestolen, maar over de beveiliging van het parket van Halle-Vilvoorde maakt niemand zich zorgen.’

Zij dus nu wel, het mandaat loopt vijf jaar. Ze hoopt goede cijfers te kunnen voorleggen, en zeker ook de perceptie bij te stellen. ‘Het parket, een verlengstuk van de politie, dagvaardt mensen niet om vervelend te doen, maar om de samenleving veiliger te maken. Wordt iemand gestraft, dan is dat vooral om te vermijden dat het weer gebeurt. Dat is de boodschap die ik wil brengen: wij zijn er voor jullie.’

Coping strategy

Deze donderdagochtend is de dag voor 22 maart, een dag die nooit meer gewoon 22 maart zal zijn. In 2016 ontploften bommen in Zaventem en in het metrostation Maalbeek. Van Wymersch was medeverantwoordelijk voor de identificatie van de slachtoffers en het onthaal van nabestaanden. ‘Op de eerste verjaardag zijn mijn collega Els Traets en ik met een groep slachtofferbejegenaars in Brussel spaghetti gaan eten. Dat doen we nu altijd, ook dit jaar. Dat is zelfzorg. Je bent niet immuun, niet bovenmenselijk. En op zo’n dag komen de verhalen.’

Kristin Verellen, partner van een dodelijk slachtoffer in Maalbeek, vroeg een maand na de feiten al: ‘Wie zorgt er voor de zorgverleners?’ Van Wymersch knikt. ‘Er bestaat een stressteam bij de federale politie. Samen met een collega vroeg ik in juni 2016 aan de procureur of wij ook naar het stressteam mochten. Ik had vastgesteld dat ik niet meer gewoon kon genieten met mijn vriendinnen op café. Alles leek banaal. Ik leek wel in een glazen bokaal te zitten die niemand zag. Zo belandde ik op de zetel bij de psycholoog van de politie voor een therapeutisch traject. Dat was nog nooit gebeurd.’

‘Iedereen heeft zijn verhaal en zijn coping strategy. Ook een magistraat mag zeggen dat ze feilbaar is. Ik had al eens ervaren dat een dossier aan mij bleef plakken. Dat ging over een kind dat omgekomen was in een ongeval. Een geval van identificatie: het meisje had de leeftijd van mijn dochter. Ik wil mijn gezin niet belasten met dossiers. Als ik thuiskom en begin te roepen, of als ik over-knuffel, dan weet ik: er moet iets gebeuren. Kinderen zijn sponzen van emotie.’

Ine Van Wymersch is sinds vorige week procureur des Konings van Halle-Vilvoorde. De jongste van het land. ©Kristof Vadino

Haar zoon krijgt een lepeltje Nurofen. Hoe houdt ze de wereld buiten? ‘Ze zijn bezeten door Karrewiet en dus goed geïnformeerd. Ik leg ook veel uit. Maar je moet ze ook beschermen voor dingen die niet bij hun leeftijd passen. Kort na de aanslagen van 22 maart ging mijn dochter, die toen acht was, ’s morgens voor de deur liggen: ‘Ik wil niet dat je naar Brussel gaat.’ Toen ik vroeg waarom zei ze: ‘Als je neergeschoten wordt of ontploft, wil ik mee mijn nieuwe mama kunnen kiezen.’ De papa van een meisje uit haar klas had een nieuwe vriendin en daar schoot dat meisje niet mee op. Toen besefte ik dat ze veel zien en weten, maar dat ze dat vooral plaatsen in hun eigen leefwereld.’

‘Door mijn job ken ik de dunne lijn tussen geluk en ongeluk. Dat dwingt je tot mildheid. Zonder dat je een biechtvader moet zijn. Een straf moet gepast zijn. Maar het kan van zoveel kleine dingen afhangen en vooral of je een netwerk hebt. Niemand wordt wakker als bankovervaller. Er is altijd een voorgeschiedenis en natuurlijk is er altijd een keuze. Verlies je je werk? Grijp je dan naar de fles of stap je naar de VDAB? Bij echtscheidingen zag ik het verschil tussen mensen die omringd zijn door anderen die helpen focussen op hun kinderen of de toekomst en anderen die mensen rond zich hebben die conflicten aanjagen. In al die dingen zit verschil, maar iedereen blijft verantwoordelijk voor zijn keuzes en daden en hoe empathisch ik ook ben, de focus ligt in de eerste plaats op de slachtoffers.’

Zelf dochter van de korpschef van lokale politie Brussel Hoofdstad/Elsene wilde Van Wymersch eerst juf worden. Later journalist. ‘Ik schreef graag opstellen en op familiefeestjes gaf ik graag een speechke. Ik was woordvoerder van de familie. Ik bewonderde Martine Tanghe, en zeker iemand als Dirk Sterckx, die toegankelijk en met mooie stem het nieuws las. Tot ik 18 was, volgde ik op de academie toneel en welsprekendheid. Tot vandaag heb ik een auditief geheugen. Ik onthoud gemakkelijker stemmen dan gezichten.’

Ontspannen

Juf of journalist werd ze niet. Door haar engagement in de chiro en de speelpleinwerking zag ze dat sommige kinderen niet het warme nest hadden dat zij wel had, en begon ze ervan te dromen jeugdrechter te worden. Had politiek ook gekund? Ze engageerde zich in Jong Overijse en Politiek (JOP), de jongerenafdeling van de lokale partij Overijse 2002 waarvoor ze in 2006 meedeed aan de gemeenteraadsverkiezingen. En niet voor de N-VA zoals wel eens geschreven werd.

‘Toen mijn vader zonechef in Brussel zou worden, schreef La Dernière Heure dat. Een manifeste leugen. JOP was een burgerinitiatief voor Overijse en daarvoor engageerde ik me. Net omdat ik niet wilde dat ergens in Brussel bepaald werd wat wij moesten doen. Overijse 2002 ging in kartel, sommige mensen werden later lid van de N-VA, anderen van CD&V. Ik hoorde daar niet bij, maar via onjuiste informatie over mij wilde die krant mijn vader afschilderen als flamingant. Verschrikkelijk.’ Ze lacht alweer snel: ‘Nooit geloven wat in de kranten staat.’

Ontspannen staat niet gelijk aan niet met mijn werk bezig zijn.

Dat een krant zich deze week afvroeg hoe ze haar nieuwe job als moeder van vier zou doen, veroorzaakte een Twitter-storm. ‘Dat die journalist dat vraagt, vind ik op zich geen probleem. Het is een topic, ook in ons gezin. Maar dat de eindredactie dat framet door er de titel van te maken, is wel een probleem. Zoals het een probleem zou zijn als ze me bij de selectieprocedure zouden vragen hoeveel kinderen ik heb. Gelukkig is dat niet gebeurd. Natuurlijk stellen ze die vraag niet aan een man. (glimlacht) Het enige voordeel is dat ik misschien nu tien keer zoveel kans krijg om mijn beleid toe te lichten.’

De telefoon rinkelde niet één keer. Van Wymersch vertelt nog dat ze het zelfs op vakantie niet erg vindt met haar job bezig te zijn. Zo graag doet ze wat ze doet. ‘Alleen op skivakantie liet ik mijn telefoon in het appartement. Ik val nogal eens op de piste, vandaar.’ Maar verder? ‘Ontspannen staat niet gelijk aan niet met mijn werk bezig zijn.’

Je denkt aan Zola en ‘la passion’. Al las ze zelf eerder ‘Kan je een geheim bewaren?’ van speurder Peter De Waele. ‘Ik citeerde er geregeld uit tijdens zittingen.’ En ‘Vele hemels boven de zevende’ van Griet Op de Beeck gaf ze het vaakst cadeau. ‘Ik heb ermee gelachen en mee gehuild. Ik bewonder de fijnbesnaardheid waarmee ze over gevoelens schrijft.’

De laatste koffie is opgedronken en bijna is het middag. Eten deed ze niet. Ze moet naar Asse. Waar staat die doos Melo-Cakes?

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect