weekboek

N-VA-strategie voor Brusselse blokkering is Franstalige mythe

De Franstalige partijen vrezen een horrorscenario bij de regionale verkiezingen in Brussel. Als de N-VA een volstrekte meerderheid in de Nederlandse taalgroep haalt, kan ze de Brusselse instellingen blokkeren.

De waarheid is dat de N-VA geen Brusselstrategie heeft, laat staan een blokkeringsstrategie. Een Franstalige kamerzetel inpikken is de stoutste droom die de N-VA koestert.

Het schandaalsfeertje waarin Brussel is gedompeld geeft de N-VA in de hoofdstad nog meer de wind in de zeilen. Op het Vlaams Belang na is de N-VA de enige partij die de vingers niet verbrand heeft aan de macht en nergens in Brussel mee aan de vleespotten heeft gezeten. Een tweet van staatssecretaris voor Asiel en Migratie Theo Francken over de N-VA die heel Brussel gaat opkuisen jaagde schokgolven door de Franstalige partijen - al wordt in de N-VA zelf gegniffeld om die stoerdoenerij. ‘Theo zou zijn weg niet terugvinden in Brussel.’

De harde aanpak waarvan Francken en minister van Binnenlandse Zaken Jan Jambon (N-VA) hun handelsmerk hebben gemaakt slaat niet alleen in Wallonië, maar ook in Brussel aan. Dat blijkt uit populariteitspolls en opiniepeilingen. De N-VA is in Brussel de grootste Vlaamse partij geworden, mogelijk goed voor 9 van de 17 gegarandeerde Vlaamse zetels in het Brussels Parlement.

Dat leidt tot nervositeit. ‘Met de N-VA wordt het een nachtmerrie’, zegt PS-coryfee Philippe Moureaux. Er gaat geen dag voorbij of weer een ander Brussels kopstuk waarschuwt ervoor dat de Vlaamse separatisten de Brusselse instellingen dreigen te blokkeren. Dat kunnen ze als ze aan Nederlandstalige kant een meerderheid halen.

Om een Brusselse regering te vormen is namelijk een meerderheid in elke taalgroep nodig. En hoewel Brussel meer dan een miljoen inwoners telt, heeft de N-VA met amper 30.000 stemmen al een volstrekte meerderheid, omdat de pot aan Vlaamse stemmen niet groter is dan 50.000 à 60.000. Met wat extra stemmen van Franstaligen erbij komt die absolute meerderheid al snel binnen bereik.

Antiblokkeringssysteem

De situatie lijkt wat op een remake van het horrorverhaal dat de Franstalige partijen bijna 14 jaar geleden ophingen. Toen het Vlaams Blok aan zijn electorale opmars bezig was, speelde het in Brussel Johan Demol, de politiecommissaris die Schaarbeek wilde ‘opkuisen’, uit als boegbeeld. Met een tweetalige campagne mikte het Blok op Vlaamse én Franstalige stemmen. De paniek was groot bij de Franstalige partijen.

Het Vlaams Blok was in die tijd echt uit op de blokkering van Brussel. Het Antwerpse kamerlid Guido Tastenhoye sprak zelfs van het ‘uithongeren’ van Brussel, door de Ring af te sluiten en de treinen aan de taalgrens te doen stoppen. Met een blokkering van de hoofdstad kon het Vlaams Blok het complexe institutionele radarwerk van heel België doen vastlopen.

Als de N-VA al plannetjes maakt voor de hoofdstad is het om een van de 15 Franstalige kamerzetels in te pikken.

Uit vrees voor een dergelijke blokkering eisten de Franstaligen bij de onderhandelingen over het Lambermontakkoord van 2001 de invoering van een ABS-systeem: een institutioneel antiblokkeringssysteem. Bij een blokkering zou de Nederlandse taalgroep in Brussel volgens de politieke verhoudingen in het Vlaams Parlement worden uitgebreid. Dat moest een eventuele meerderheid van het Vlaams Blok verwateren. In ruil voor het ABS voorzag het Lambermontakkoord in een gegarandeerde Vlaamse vertegenwoordiging in het Brussels Parlement.

Na de regionale verkiezingen van 13 juni 2004 veegde toenmalig Kamervoorzitter Herman De Croo (Open VLD) de wetsvoorstellen over een Brussels antiblokkeringssysteem evenwel van tafel. De voorstellen waren ‘achterhaald’, luidde het laconiek. Het Vlaams Blok was bij de verkiezingen niet verder geraakt dan 34,07 procent van de Nederlandstalige stemmen in Brussel.

Voor een Vlaams-nationalistische partij ligt het allerminst voor de hand om goed te scoren in Brussel. Een deel van de Vlaamse Brusselaars - die vaak terug te vinden zijn in de hippe Dansaertstraat en daarom weleens Dansaert-Vlamingen worden genoemd - is cosmopolitisch van nature en kijkt neer op de Vlaamse kerktorenmentaliteit.

Het Vlaams Blok mikte daarom destijds ook op Franstalige stemmen. Die strategie ligt evenmin voor de hand. Bij de Brusselse gewestverkiezingen moet de kiezer eerst aanvinken of hij voor de Nederlandstalige of de Franstalige taalgroep kiest, waarna hij alleen op Vlaamse of alleen op Franstalige partijen kan stemmen. Om die redenen broedt de N-VA niet meteen op een blokkeringsstrategie.

Wordt Assita Kanko het boegbeeld van de N-VA in Brussel? ©Tim Dirven

Als de N-VA al plannetjes maakt voor de hoofdstad is het om een van de 15 Franstalige kamerzetels in te pikken. Na de splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde is het voor de Vlaamse partijen in Brussel bijna onmogelijk geworden nog een kamerzetel binnen te halen. Alleen met een lijstverbinding tussen alle Vlaamse partijen bestaat daar een mogelijkheid toe. Maar de N-VA denkt aan een andere optie. De partij zou graag een Bekende Brusselaar uitspelen, die ook Franstalige stemmen kan binnenhalen. De N-VA is op zoek naar een nieuwe Johan Demol. Ze ziet die onder meer in Assita Kanko, het perfect tweetalige Elsense MR-gemeenteraadslid dat in Vlaanderen schermbekendheid heeft door haar strijd tegen genitale verminking. Als goed geïntegreerde vrouw van Burkinese afkomst heeft ze het geknipte profiel - vergelijkbaar met dat van de Iraanse Darya Safai, het wit konijn van N-VA-voorzitter Bart De Wever in Antwerpen.

Kanko houdt vooralsnog de boot af. En dus moet de N-VA het in Brussel doen met het politiek personeel dat er zit. Dat zijn niet de toppers die de N-VA in Vlaanderen heeft rondlopen. Johan Van den Driessche, de voormalige topman van KPMG, moest de nieuwe sterke man worden, maar de partijtop gelooft er niet meer in. Brussels parlementslid Cieltje Van Achter, de schoondochter van Geert Bourgeois, is het beste wat de N-VA in de hoofdstad te bieden heeft, al beseft de partijtop dat de politica weinig spraakmakend is.

Franstalige minderheidsregering

Als de N-VA bij de gewestverkiezingen van 2019 incontournable wordt, is dat bijna tegen wil en dank. De partij zit niet te wachten op een regeringsdeelname in Brussel. ‘Dat zou geen cadeau zijn’, zegt een topper, want dan moet de N-VA de handen vuilmaken.

De ironie is dat de Franstalige partijen met hun ‘non’ tegen de N-VA zelf aansturen op een blokkering en flirten met institutionele avonturen. Défi-voorzitter Olivier Maingain, die aan Franstalige zijde de sterkste stijger is in de peilingen, wil Brussel desnoods besturen vanuit de Franstalige meerderheid in het Brussels Parlement. De Vlaamse meerderheid zou er dan wel zijn, maar gewoon genegeerd worden. Niet alleen de Fransdolle Maingain, ook de PS, het cdH en Ecolo hebben al laten weten dat ze de N-VA buitenspel willen zetten. ‘De Franstaligen kunnen de benoeming van Nederlandstalige ministers weigeren’, merkte het Brussels Parlementslid Alain Maron (Ecolo) op.

Alleen MR-kopstuk Didier Reynders zegt er geen probleem mee te hebben om in Brussel met de N-VA te besturen. Dat doen de Franstalige liberalen tenslotte ook federaal al. Met die uitspraak probeert Reynders de Franstalige kiezers die voor de N-VA overwegen te stemmen bij de MR te houden. Dat neemt niet weg dat de Franstalige liberalen alleen nooit aan een volstrekte meerderheid aan Franstalige zijde raken. En een Franstalige minderheidsregering in Brussel, zoals de regering-Michel op federaal niveau, is zelfs voor Reynders een mission impossible. Om een Brusselse regering te vormen is niet alleen een meerderheid aan Vlaamse maar ook aan Franstalige zijde nodig.

Lees verder

Tijd Connect