65-plusser redt zich dankzij eigen woning

©BELGA

De armoede onder gepensioneerden wordt sterk teruggedrongen dankzij het huisbezit van de Belg.

Wie is echt arm en kwetsbaar en verdient het meest de hulp van de samenleving? Dat is de oefening die de Antwerpse academici Ive Marx en Sarah Kuypers in twee studies hebben gemaakt. Ze proberen daarin niet alleen te kijken naar hoeveel inkomsten mensen hebben, maar ook naar wat ze bezitten.

Normaal gaat het zo: neem het Belgische gezin dat meer verdient dan de helft van de gezinnen en minder dan de andere helft. Neem van dat mediaaninkomen 60 procent, en bekijk vervolgens hoeveel mensen het maandelijks met minder dan dat bedrag moeten doen. Op die manier berekend is in België iets minder dan een op de zes arm.

6,7%
6,7 procent van de Belgische gezinnen is zowel qua inkomen als vermogen arm en kan geen onverwachte uitgave van 1.000 euro aan.

Maar met die statistiek zijn er twee problemen. Ten eerste is het een relatieve berekening: ook in Monaco zal een groep mensen minder verdienen dan 60 procent van het - ongetwijfeld heel hoge - mediaaninkomen. Officieel zullen ze dus arm zijn. 

Het tweede probleem is dat dergelijke armoedecijfers niets zeggen over hoeveel iemand bezit. Moet je van een laag inkomen ook de huur betalen? Of woon je in je eigen woning, die je eventueel als onderpand voor een lening kan gebruiken? Het maakt een wereld van verschil.

Huisbezit

Daarom brachten de onderzoekers ook dat onderscheid in kaart. Dat het huizenbezit een grote rol speelt bij armoedeberekeningen, blijkt uit een vergelijking met Duitsland. Daar ligt het mediaaninkomen ongeveer even hoog als in België, net zoals het bruto binnenlands product per capita én het klassieke armoederisico.

Toch zijn er verschillen. De Duitser met het mediaanvermogen bezit 51.000 euro. Het Belgische gezin met het mediaanvermogen bezit vier keer meer: 206.000 euro.

Dat laat zich in de cijfers zien: 14 procent van de Belgische 65-plussers is qua inkomen arm, maar slechts 1,4 procent is arm wat inkomen én vermogen betreft. In Duitsland is dat verschil kleiner. De groep 65-plussers die qua vermogen en inkomen arm is, is er vier keer zo groot.

Onverwachte uitgave

Toch zegt ook bezit niet alles. Je kan een huis niet zomaar van de ene op de andere dag te gelde maken. Daarom bekeken de onderzoekers ook een derde criterium: wie is niet in staat een onverwachte uitgave van 1.000 euro te doen? In België blijkt 6,7 procent van de gezinnen op de drie punten tegelijk kwetsbaar. Ze hebben een laag inkomen, weinig of geen vermogen en kunnen geen 1.000 euro extra spenderen. Dat zijn de gezinnen waarop het sociaal beleid zich moet richten, zegt Marx.

99,6%
huurders
Van de kwetsbare gezinnen heeft 99,6 procent geen eigen woning.

Hoe zien die een op de vijftien kwetsbare huishoudens eruit? Het zijn niet langer de gepensioneerden. In zes op de tien gevallen gaat het om mensen jonger dan 55 jaar. In de helft van de gevallen gaat het om singles. In drie op de vier gevallen zijn ze niet aan het werk. In negen op de tien gevallen hebben ze geen hogere studies gedaan.

Vooral: in 99,6 procent van alle gevallen gaat het om huurders. Het toont aan hoe voor veel Belgen de baksteen in de maag wel degelijk een stevige sociale zekerheid blijkt te zijn.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content