Belgische lonen stijgen in 2019 minder sterk dan in de EU

©Hollandse Hoogte / David Rozing

Volgens prognoses zullen de lonen van Belgische werknemers dit jaar minder sterk toenemen dan die van hun Europese collega’s. Dat is volgens de arbeidseconoom Stijn Baert (UGent) gedeeltelijk te wijten aan de stroeve arbeidsmarkt.

In 2019 zullen in België de reële lonen minder snel stijgen dan in de rest van de Europese Unie. Dat berekende het Duitse Böckler-Stiftung, een onderzoeksinstelling verbonden aan de Duitse vakbonden. Terwijl de Belgische lonen een groei laten optekenen van 0,7 procent, is dat in de EU gemiddeld 1 procent.

De reële groei is de toename van de lonen gecorrigeerd voor inflatie. Het systeem van automatische loonindexering dat we in ons land kennen, heeft dus geen invloed op de reële loonstijging. In februari keurden de sociale partners nog goed dat de lonen met maximaal 1,1 procent mogen stijgen bovenop de index.

Sociale zekerheid

Door ons socialezekerheidssysteem kent België minder diepe dalen en hoge pieken.
Stijn Baert
Arbeidseconoom

De Belgische arbeidsmarkt is traditioneel stroever dan die in onze buurlanden, met een overheid die een deel van de schokken opvangt. ‘De Belgische economie heeft veel automatische stabilisatoren zoals de uitgebouwde ontslagbescherming en de sociale zekerheids- en werkloosheidssystemen, waardoor ons land minder diepe dalen en hoge pieken kent’, zegt Baert.

Daardoor deinen de lonen minder mee met de conjunctuur. Bij economisch onweer is de daling doorgaans minder sterk dan in de buurlanden, de keerzijde is dat bij productiviteitsstijgingen Belgische werknemers dat minder gecompenseerd zien op hun loonbriefje. De stijging in de lonen hangt dus nauw samen met de groei van de te verdelen koek.

Remmende voorsprong

De prognoses van de Europese Commissie voor 2019 schatten de Belgische economische groei 0,2 procentpunt lager dan gemiddeld in de EU. Dat die koek minder sterk groeit wijt Baert aan ‘de wet van de remmende voorsprong die in België speelt, waardoor andere landen een inhaalbeweging maken op vlak van investeringen in kapitaal en technologie en de weinige overheidsinvesteringen in onder meer infrastructuur’.

Het is goed nieuws dat de loonkostenhandicap uit 1996 niet opnieuw ontspoort.
Stijn Baert
Arbeidseconoom

Toch relativeert hij de cijfers. ‘Het verschil in reële loongroei is niet gigantisch en het gaat tenslotte maar om ramingen’. Daarbovenop doet België het niet zo slecht in vergelijking met de omringende landen. Duitse werknemers houden gemiddeld nog 1,7 procent meer over dan het jaar voordien, maar in Nederland is dat afgevlakt tot 0,2 procent, terwijl de lonen in Frankrijk dit jaar dreigen te dalen met 1,3 procent.

De prognoses voor ons land zijn alleszins geen slecht nieuws voor de loonkostenhandicap. De sinds 1996 opgebouwde loonkloof die bedrijven met een concurrentieel nadeel opzadelde, is ondertussen wel dichtgereden, maar ‘we moeten ze blijven monitoren en het is goed dat ze niet opnieuw ontspoort’, besluit Baert.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect