KU Leuven krijgt meer EU-geld dan heel Wallonië

©Photo News

Van de 1,8 miljard euro Europese steun die Belgische instellingen jaarlijks de voorbije zeven jaar hebben gekregen voor onderzoek en ontwikkeling, ging 1 miljard naar Vlaanderen en slechts 266 miljoen euro naar Wallonië.

De KU Leuven heeft de voorbije zeven jaar op zijn eentje meer Europese steun voor onderzoek en ontwikkeling ontvangen dan alle Waalse onderzoeksinstellingen en bedrijven samen. Dat is een van de opmerkelijke conclusies over de geldstroom die vanuit de EU naar onderzoek en ontwikkeling gaat.

Die stroom is stevig. De Europese Unie heeft van innovatie een van haar grote doelen gemaakt en pompt daarom jaarlijks rond de 11 miljard euro in onderzoeksprojecten. In ons land gaat het om 1,8 miljard euro.

Deze kaart toont naar welke instellingen in België al dit Europees geld precies vloeit.

Dat geld vloeit vooral naar Vlaanderen, blijkt uit data van de Europese Commissie. Niet alleen de KU Leuven vindt vlot de weg naar het Europese geld. Ook de universiteiten van Gent, Brussel en Antwerpen staan in de Belgische top tien, samen met enkele Vlaamse onderzoeksinstellingen als Imec (chiptechnologie), VIB (biotech) en VITO (chemie, energie, materialen).

Aan Franstalige kant halen alleen de universiteiten van Luik, Louvain-La-Neuve en de Université Libre de Bruxelles de top tien, met lagere bedragen die nog geen derde zijn van wat de KU Leuven binnenhaalt, zonder Imec.

Het onevenwicht tussen Vlaanderen en Wallonië blijkt ook uit andere cijfers. In Vlaanderen zijn 471 organisaties partner van de Europese programma’s. In Wallonië zijn dat er drie keer minder.

Een van de redenen is dat universiteiten in Vlaanderen de voorbije jaren heel bewust op zoek gaan naar geld voor onderzoek. Het is een strategie geworden om niet alleen te excelleren in onderzoek, maar tegelijk ook financieel steviger te worden dankzij extra inkomsten van bedrijven of de overheid.

Dat bleek eerder ook al uit een financiële analyse van het hoger onderwijs in De Tijd. De budgetten voor onderwijs stijgen met mondjesmaat en dalen zelfs als je ze per student afzet. Maar de middelen voor onderzoek gaan crescendo.

De universiteiten en onderzoeksinstellingen krijgen het Europese geld niet zomaar. Ze gaan met elkaar in concurrentie voor die middelen. Vaak komen ze maar in aanmerking als ze allianties aangaan met andere universiteiten in andere Europese landen. Het is een van de klachten over werkdruk aan de universiteiten; Naast de drukker geworden onderwijsopdracht en de druk om te publiceren zijn er ook de Europese onderzoeksprojecten die moeten worden binnengehaald.

Dat dat loont, blijkt uit de jaarrekeningen van de universiteiten. Bij de KU Leuven, de UGent en UHasselt waren de Europese middelen voor onderzoek vorig jaar goed voor 5 procent van de inkomsten. Bij de VUB is dat zelfs 7 procent. Alleen Antwerpen blijft wat achter op die trend, met 2 procent. Bij de KU Leuven liggen de Europese inkomsten zelfs een vierde hoger dan de inkomsten uit het inschrijvingsgeld. Aan de VUB is dat drie keer zo hoog.

Bij de Union Wallonne des Entreprises (UWE) zien ze nog een bijkomende reden voor de Waalse achterstand. In tegenstelling tot Vlaanderen krijgt Wallonië ook nog Europese steun voor armere regio’s, waar het bbp per inwoner lager ligt dan90 procent van het EU-gemiddelde. Bertrand Herry, verantwoordelijke voor de EU-fondsen bij de UWE, vreest dat de Waalse universiteiten te makkelijk uit die fondsen putten, en te weinig aangemoedigd worden om in concurrentie met andere universiteiten ook naar de onderzoeksfondsen mee te dingen.

Brussel blijft ten slotte een geval apart in de cijfers. In het gewest halen instellingen veel geld binnen, maar de helft van de steun gaat er naar internationale organisaties.

Gesponsorde inhoud

Partner content