Bedrijven voelen impact taxshift in 2018 amper

De regering van premier Charles Michel kondigde in 2015 de taxshift aan. Ze wilde daarmee iets doen aan het concurrentieprobleem van onze bedrijven, want haast nergens in Europa liggen de loonkosten zo hoog als in ons land. ©Photo News

In 2018 treedt de volgende fase van de taxshift in werking, waardoor de bedrijven minder loonlasten betalen. Maar meestal doen de verplichte loonsverhoging en indexeringen het effect van die lastenverlaging teniet.

Met de taxshift, die in 2015 werd aangekondigd, heeft een regering voor het eerst in jaren een serieuze poging ondernomen om de loonkostenhandicap van onze bedrijven tegenover hun buitenlandse concurrenten af te bouwen. De hervorming heeft als doel de sociale bijdragen die bedrijven betalen te verlagen.

In 2015 betaalden ondernemingen volgens de officiële tabellen nog 33 procent aan sociale lasten boven op het brutoloon van hun werknemers. Op 1 april 2016 daalde dat tarief naar 30 procent, begin 2018 komt er een verdere daling naar 25 procent. De reële tarieven wijken daar voor veel bedrijven van af omdat ze kortingen krijgen. Aan de andere kant komen er vaak nog sectorale bijdragen bovenop.

De voor volgend jaar beloofde lastenverlaging van 5 procent zal voor de meeste bedrijven maar 0,6 à 2 procent bedragen.
Geert Vermeir
Hoofd juridische dienst SD Worx

De hoop van de regering is dat de ondernemingen, eens ze wat meer marge hebben, extra mensen in dienst nemen. ‘Jobs, jobs jobs’, weet u wel. Of dat zal gebeuren, valt evenwel te betwijfelen. Uit simulaties van de hr-dienstverlener SD Worx blijkt immers dat de impact van de taxshift al bij al beperkt is. SD worx baseert zich bij zijn berekeningen op bestaande, maar anoniem gemaakte bedrijven. Een overzicht.

Effect taxshift kleiner

‘De verlaging van de werkgeversbijdragen van 33 naar 25 procent is slechts een deel van het verhaal’, zegt Geert Vermeir van SD Worx. In de realiteit is het effect kleiner. Om de verlaging van 33 naar 30 procent die in 2016 werd doorgevoerd te financieren werden bestaande structurele loonkostenverminderingen geschrapt en verlaagd waardoor het netto-effect beperkter was. Met één uitzondering: voor bedrijven die met ploegen- en nachtarbeid werken, werd een bestaande loonkostenkorting net uitgebreid, evenals voor bedrijven die 24 uur op 24 uur werken. Daardoor zijn zij de grote winnaars van de taxshift.

Ook bij de nieuwe fase in 2018 is de impact van de verlaging minder groot dan ze op het eerste gezicht lijkt. Om de lastendaling van 30 naar 25 procent te betalen verdwijnt opnieuw een bestaande structurele korting. Vandaag betalen bedrijven een basistarief van 30 procent, maar krijgen ze een reductie per werknemer. Voor een loon dat tussen 2.400 en 4.666 euro bruto per maand ligt, is dat 438 euro per kwartaal. Voor lagere en hogere lonen is die korting groter.

Behalve voor de lage lonen verdwijnt die korting vanaf begin volgend jaar. ‘Wat op papier een korting van 5 procent lijkt, is in de realiteit veel beperkter. Voor de meeste bedrijven zal het effect van de nieuwe lastenverlaging maar 0,6 à 2 procent bedragen’, stelt Vermeir. Bedrijven met veel hoge lonen zullen eerder onderaan die vork zitten, ondernemingen met lage lonen bovenaan.

Ter illustratie: een industriële kmo met gemiddelde lonen doet een goede zaak, want het te betalen tarief daalt met 0,9 procentpunt tot 22,7 procent. Een doorsnee bakker die lage lonen uitbetaalt, ziet zijn tarief aan sociale bijdragen met 0,5 procentpunt dalen tot 27,75 procent. Voor een doorsnee IT-bedrijf met hoge lonen blijft de vermindering beperkt tot 0,6 procentpunt.

Opslag en indexering

In harde euro’s zal het effect van de volgende fase van de taxshift bovendien nog beperkter of zelfs onbestaande zijn. Veel bedrijven zullen volgend jaar meer aan lonen besteden dan dit jaar. Dat is een gevolg van de automatische indexering van de lonen en de loonopslag die door de sociale partners werd afgesproken.

WAT IS DE TAXSHIFT?

De grootste belastinghervorming sinds 1963’, zei minister van Financiën Johan Van Overtveldt (N-VA) trots toen de regering-Michel haar taxshift presenteerde. Het paradepaardje van de regering had tot doel de lasten op arbeid te verlagen en de belastingdruk te verschuiven naar andere belastingvormen.

Europa drong er al lang op aan dat België de loonkosten zou verlagen. De belastingverschuiving moest aan die verzuchting tegemoetkomen. De bedrijven betalen daardoor minder sociale bijdragen op de lonen van hun werknemers. Door aanpassingen in de personenbelasting houdt wie werkt netto ook meer over.

In totaal gaat het om een belastingverschuiving van zowat 8 miljard euro. Om de lagere loonlasten te compenseren werden de belastingen op consumptie, energie en vermogenswinsten opgetrokken.

Critici vrezen dat die alternatieve inkomsten niet zullen volstaan om de door de taxshift gegraven put te vullen. De regering hoopt dan weer op terugverdieneffecten omdat door de taxshift extra jobs geschapen worden. Die leveren op hun beurt weer extra inkomsten op voor de sociale zekerheid en de staatskas.

 

In bijna alle sectoren stijgen de lonen dit en volgend jaar samen met 1,1 procent. Daarbovenop komt nog eens de automatische indexering van de lonen. Zo’n 400.000 bedienden krijgen begin volgend jaar een indexaanpassing van 2 procent. ‘In vergelijking met 2015 zijn de bedrijven nog altijd winnaars, maar tegenover 2017 zullen ze volgend jaar nauwelijks een verschil merken’, zegt Vermeir. ‘Velen mispakken zich daaraan, want ze denken dat hun loonkostenfactuur zal dalen.’

Hoewel zijn belastingtarief daalt, zal de doorsnee bakker uit het voorbeeld volgend jaar 405 euro meer aan sociale bijdragen betalen. Als die bakker hogere lonen moet uitbetalen, stijgt in dat geval ook de te betalen factuur, zelfs bij een daling van het belastingtarief. Het IT-bedrijf moet volgend jaar zelfs 300.000 euro meer betalen dan dit jaar.

Let op, in die berekeningen is geen rekening gehouden met baremaverhogingen waardoor de te betalen factuur wellicht nog hoger uitvalt.

Wie wel wint, is de industriële kmo en zeker als die met ploegenarbeid werkt. Dat komt doordat die bedrijven in het specifieke voorbeeld relatief veel werknemers met lagere lonen in dienst hebben. Hun winst dankzij de taxshift is daardoor groter dan wat ze meer moeten betalen aan loonsverhogingen en indexeringen. ‘Toch houden ook zij niet voldoende over van de taxshift om met de winst een extra werknemer aan te werven’, zegt Vermeir.

Conclusie

Door de taxshift daalt het officiële tarief van de sociale bijdragen die bedrijven betalen op het brutoloon van het werknemers volgend jaar van 30 naar 25 procent. De impact in de realiteit is evenwel veel kleiner omdat bestaande loonkostenkortingen worden geschrapt. In harde euro’s zullen veel bedrijven bovendien meer aan lonen besteden doordat die door de automatische loonindexering en de afgesproken loonsverhogingen stijgen.

 

Toch heeft de taxshift zijn verdiensten, want zonder die lastenverlagingen zouden bedrijven nu veel meer betalen’, besluit Vermeir. ‘Bovendien heeft de hervorming het voordeel van de helderheid. We hoeven niet langer tegen investeerders te zeggen dat ze 33 procent aan sociale zekerheidsbijdragen moeten betalen, maar dat er allerhande kortingen zijn die dat tarief naar beneden halen. We kunnen nu zeggen dat het 25 procent is of soms zelfs minder met enkele bijkomende toeslagen per sector.’

©Mediafin

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect