Begroting eindigde vorig jaar met tekort van 0,8 procent

Minister van Begroting Sophie Wilmès (MR). ©Photo News

De begroting sloot vorig jaar af met een tekort van 0,8 procent van het bruto binnenlands product of 3,6 miljard euro. Met dank aan een kunstgreep weliswaar, want het staat in de sterren geschreven dat het tekort dit jaar weer boven 1 procent klimt.

Ruim een decennium geleden werden persconferenties georganiseerd, waarbij de minister van Begroting bloemen kreeg omdat de begroting in evenwicht was. Maar dat is geschiedenis. Het begrotingsresultaat werd zopas gepresenteerd met een droog perscommuniqué. Van een begroting in evenwicht, nochtans beloofd door de regering-Michel, is geen sprake.

Het bevredigende begrotingsresultaat is deels te danken aan een ingreep met de voorafbetalingen. 

Toch is het resultaat beter dan verwacht. In oktober ging de regering er nog van uit dat het tekort in 2018 zou uitkomen op 1 procent of 4,5 miljard euro. Uiteindelijk klokt het tekort af op 0,8 procent of 3,6 miljard euro. Het is meteen het beste resultaat in ruim een decennium. In 2007 was er nog een klein overschot op de begroting, maar toen barstte de financiële crisis uit en sindsdien stapelden de tekorten zich op.

Toen de regering-Michel van start ging, erfde ze een tekort van 3,1 procent of 14 miljard euro. Dat tekort heeft de regering met 10 miljard euro afgebouwd. Dat gebeurde via besparingen, maar voor een groot deel was dat te danken aan de lage rente. De lager dan verwachte rente leverde de regering miljarden op.

Eenmalige inkomsten

Dat het tekort vorig jaar onder 1 procent bleef, is vooral te danken aan een eenmalige ingreep. Onder impuls van voormalig minister van Financiën Johan Van Overtveldt (N-VA) besliste de regering-Michel de belastinginkomsten een tijdelijke boost te geven. Dat gebeurde door de boetes op te trekken voor bedrijven en zelfstandigen die te weinig of geen voorafbetalingen doen. Daardoor werd massaal sneller belastingen betaald. De voorafbetalingen stegen in 2017 met zo'n 3 miljard naar 13,2 miljard euro. In 2018 kwam daar nog 2,5 miljard bij, omdat de boetes dan voor een tweede keer werden opgetrokken.

3,1 procent
Begrotingstekort
Toen de regering-Michel begon, bedroeg het begrotingstekort 3,1 procent van het bruto binnenlands product.

Het verklaart het goede begrotingsresultaat in 2017 (-0,9%) en in 2018. Maar het gaat slechts om een tijdelijk succes. Vanaf dit jaar vallen de inkomsten uit de vennootschapsbelasting fors terug, omdat het effect is uitgewerkt. Wat bedrijven in het verleden hebben betaald, betalen ze later niet meer. Daardoor zal het begrotingstekort in 2019 fors oplopen. De Nationale Bank voorspelt een tekort van 1,6 procent van het bbp of 7,2 miljard euro. Een regering in lopende zaken kan dat niet bijsturen.

Als het na de verkiezingen van 26 mei lang duurt voor een regering kan worden gevormd, dreigt 2019 een verloren begrotingsjaar te worden. Een volgende regering erft sowieso een begroting met een tekort van minstens 7 miljard euro. Als ze de begroting in evenwicht wil brengen, zal ze niet anders kunnen dan fors te besparen en/of de belastingen te verhogen. Want het ziet er niet naar uit dat ze nog zal kunnen profiteren van lager dan verwachte rentelasten.

 

 

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect