Belgische terroristen-databank rammelt nog

Na de aanslagen op de luchthaven van Zaventem en in de Brusselse metro ter hoogte van Maalbeek richtte de federale regering een terroristendatabank op. ©Photo News

Er is weinig controle op wie grasduint in de centrale terroristendatabank, terwijl het niet zeker is of burgemeesters de namen krijgen van potentiële terroristen die in hun gemeente wonen.

De Belgische centrale terroristendatabank, met informatie over meer dan 600 Syriëstrijders en (potentiële) terroristen, schiet nog op verschillende punten tekort. Wie onterecht in de databank belandt, wordt er niet op tijd uit gehaald.

Er is ook amper of geen controle op wie zit te neuzen in de databank. Ook heeft de regering de databank zonder wettelijke basis uitgebreid. En het is niet zeker of alle burgemeesters wel de namen krijgen van de personen uit hun gemeenten die in de databank staan.

Doorlichting

Dat blijkt uit de allereerste doorlichting sinds de regering-Michel in juli 2016 de gemeenschappelijke gegevensbank ‘Foreign Terrorist Fighters’ oprichtte. De doorlichting is uitgevoerd door het Comité I, dat de inlichtingendiensten controleert, en het orgaan dat toeziet op de informatie bij de politie. Het controlerapport is deze week achter gesloten deuren besproken in de Kamer.

Het antiterreurorgaan OCAD krijgt in het rapport wel een pluim voor zijn professionalisme en zijn inspanningen om de kwaliteit te bewaken van alle info in de databank. Toch blijkt de terroristendatabank toe te zijn aan een opkuisbeurt.

Er wordt amper tot helemaal niet gecontroleerd wie er in de terroristendatabank zit te neuzen. Nochtans hebben al ruim 1.500 mensen toegang tot de databank.

De toezichthouders gingen na wat er gebeurt met mensen waarvan de veiligheidsdiensten niet zeker zijn of ze in de databank thuishoren. De regel is dat alleen personen waartegen ‘ernstige aanwijzingen’ bestaan uit de databank worden gehaald als er niet binnen de zes maanden extra informatie tegen hen gevonden wordt.

Geen opvolgsysteem

‘Maar er wordt blijkbaar niets gewist’, blijkt uit de doorlichting. Er bestaat geen systeem om dat op te volgen. En dat bestaat evenmin voor alle andere namen in de databank, terwijl ook voor hen de wettelijke regel geldt dat minstens drie jaar na de laatste verwerking moet worden nagegaan of ze nog in de databank thuishoren.

Daarnaast blijken al meer dan 1.500 mensen, van zowel de politie, de inlichtingendiensten als de gevangenissen en Vreemdelingenzaken, toegang te hebben tot de terroristendatabank. 

De toezichthouders waarschuwen dat ‘zo’n ruime toegang veiligheidsrisico’s met zich meebrengt’. En tegelijk stellen ze vast dat er tot vandaag nog amper of helemaal geen controle bestaat op wie allemaal zit te grasduinen in de terroristendatabank.

1.500
toegang
Al meer dan 1.500 mensen, van zowel de politie, de inlichtingendiensten als de gevangenissen en Vreemdelingenzaken, hebben toegang tot de terroristendatabank.

Nochtans zijn er bij de verschillende diensten ‘consulenten privacybescherming’ aan het werk, die dat zouden moeten controleren. En ook voor de terroristendatabank zelf had de regering al lang zo’n onafhankelijke consulent moeten aanwerven, maar dat is nog altijd niet gebeurd.

De toezichthouders stellen ook vast dat de terroristendatabank op vraag van de regering is uitgebreid met namen van haatpredikers en een categorie ‘homegrown terrorist fighters’, voor mensen in eigen land met ‘terroristische neigingen’. Maar de regering heeft nooit een aangifte ingediend om dat te mogen doen.

Databank

'Het rapport stelt wel duidelijk dat de databank goed wordt gebruikt en dat het OCAD zijn centrale rol uiterst nauwkeurig vervult’, reageert N-VA-Kamerlid Peter  Buysrogge. ‘Het is logisch dat een evaluatie in zo’n vroeg stadium pijnpunten, of eerder kinderziektes, aangeeft. Het is belangrijk dat die nu worden aangepakt. En het is goed dat deze analyse nu al is gebeurd.’

Tot slot vraagt het Comité I zich af of burgemeesters wel de relevante info uit de databank krijgen. Ze moeten weten welke potentiële terroristen er in hun gemeente verblijven. De regel is dat de politiekorpschefs die toegang hebben tot de grote terroristendatabank hen daarover informeren. Ze moeten de zogeheten ‘informatiekaarten’ die zijn opgesteld over die gevaarlijke personen systematisch bezorgen aan hun burgemeester.

Maar het centrale antiterreurorgaan OCAD heeft ‘geen enkel zicht op de manier waarop deze verplichting wordt nageleefd’, staat te lezen in de doorlichting. De toezichthouders zien er nochtans het nut van in om het OCAD een informaticatoepassing te geven om er toch over te waken dat die verplichting daadwerkelijk wordt nageleefd en de burgemeesters altijd en volledig op de hoogte zijn. 

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud