Brugge krijgt migranten het beste aan het werk

Brugge scoort het beste om Belgen met een niet-EU-achtergrond aan het werk te krijgen. ©© Bob Krist/CORBIS

Van alle Belgische centrumsteden slagen Brugge en Mechelen er het best in hun niet-Europese inwoners aan het werk te krijgen. Leuven en Genk het minst.

Mensen met een niet-Europese migratieachtergrond trekken voor de beste jobkansen beter naar kleinere Vlaamse steden als Brugge, Mechelen en Kortrijk dan naar de metropolen Brussel en Antwerpen. Die laatste twee blijven de favoriete steden voor nieuwkomers om zich te vestigen, vaak omdat ze er een netwerk van landgenoten of Belgen met dezelfde achtergrond terugvinden.

Maar in kleinere steden ligt het percentage mensen met een niet-Europese migratieachtergrond dat werkt niet alleen hoger, ze boeken ook nog eens een snellere groei in hun tewerkstelling.

Dat blijkt uit een studie van het Steunpunt Werk, dat de beleidsmakers bijstaat met studies over de arbeidsmarkt. De Tijd kon het onderzoek van Sarah Vansteenkiste, Katleen Pasgang en KU Leuven-rector Luc Sels inkijken.

Door de koppeling van enkele databanken in 2012 lukt het steeds beter de situatie van mensen met een migratieachtergrond op de arbeidsmarkt in kaart te brengen.

De databanken maken het mogelijk tot op gemeentelijk niveau in te zoomen op mensen van de eerste en de tweede generatie. Het gaat om mensen die buitenlander zijn of dat ooit geweest zijn, en om personen die in België geboren zijn maar minstens één ouder hebben die als eerste nationaliteit een andere dan de Belgische had. Daarom spreken de onderzoekers over mensen met migratieachtergrond, omdat in de cijfers zowel mensen met een buitenlandse nationaliteit als Belgen met buitenlandse roots zitten.

Slechte leerling

Een erg interessante groep zijn de mensen met wortels buiten de Europese Unie. België is een van de allerslechtste Europese leerlingen inzake de tewerkstelling van niet-Europese migranten. Dat blijkt nogmaals uit de cijfers van het Steunpunt Werk. Amper 53 procent van de mensen met een niet-EU-achtergrond werkt in Vlaanderen. Bij mensen zonder migratieachtergrond is dat 76 procent. Ondanks de toegenomen aandacht voor dat probleem wordt de kloof niet gedicht.

Een blik achter het algemene gemiddelde onthult ook positieve trends. Een indeling naar gemeenten met dezelfde kenmerken, zoals opgesteld door Belfius Bank, toont grote verschillen in tewerkstellingsgraad (grafiek 2). In ‘woongemeenten’ zoals Brasschaat, Jabbeke of Holsbeek is de gemiddelde tewerkstelling van mensen met een niet-Europese achtergrond met bijna 60 procent het hoogst. Daarbij hoort de nuance dat in die gemeenten ook meer autochtone Vlamingen werken dan gemiddeld.

Centrumsteden

In de centrumsteden ligt de gemiddelde tewerkstelling van Belgen zonder migratieroots het laagst van heel Vlaanderen, wat weinig verrassend ook zo is voor mensen met een migratieachtergrond. De centrumsteden scoren gemiddeld minder goed dan de kleinste steden en het platteland, maar die laatste geven een vertekend beeld door de lagere aantallen mensen met buitenlandse roots. Door de hogere concentraties migranten en mensen met een migratieachtergrond, vooral niet-Europeanen, is het interessanter te kijken naar de prestaties van de grotere steden als jobmotoren.

Tussen de centrumsteden zijn er grote en interessante verschillen. Kortrijk springt in het oog, omdat de stijging in werkzaamheidsgraad van mensen met een niet-Europese achtergrond er het hoogst is van alle Vlaamse centrumsteden.  De werkzaamheidsgraad van mensen met niet-Europese roots is er de voorbije vijf jaar weliswaar met 3 procentpunten gestegen, maar bedraagt maar 51 procent.

Bovendien stijgt de tewerkstelling van mensen met een niet-EU-achtergrond in Kortrijk, maar ook in Brugge, Mechelen en in mindere mate Gent, sneller dan die van mensen zonder migratieroots.

Gent-Antwerpen

Een interessante vergelijking is die tussen Gent en Antwerpen, de voorbije zes jaar bestuurd door respectievelijk het ‘linkse progressieve kartel’ en de ‘rechtse conservatieve De Wever’. Het eerste verwijt de tweede een te weinig inclusief beleid voor mensen met migratieroots.

Wat leren de harde cijfers? In Gent werken bijna 18.000 van de 34.520 migranten van de eerste en tweede generatie (op een totaal van 160.000 mensen tussen 20 en 64 jaar). Dat komt neer op een stijging van de tewerkstellingsgraad van 49,5 naar 51,8 procent, of een verbetering van 2,3 procentpunten. In Antwerpen werken 49.800 van de 102.000 mensen met niet-Europese roots (op een totaal van 305.000 Antwerpenaren tussen 20 en 64 jaar). De allochtone tewerkstelling steeg er van 46,6 naar 48,5 procent, een stijging met 1,8 procentpunten. De tewerkstelling bij Belgen in 2016 ligt op 73 procent.

Gent doet het licht beter dan Antwerpen. Zowel de tewerkstellingsgraad van migranten met roots buiten de EU als de stijging van die tewerkstelling ligt in Gent hoger. Maar diezelfde conclusie is te maken voor de inwoners zonder migratieachtergrond. Bovendien is de kloof tussen migranten en niet-migranten in beide steden grotendeels gelijk, 23,8 procentpunten in Gent tegenover 24,5 procentpunten in Antwerpen.

Mechelen

54%
Mechelen
In Mechelen waren in 2016 6.560 van de 12.000 mensen met niet-Europese migratieroots aan de slag.

De Mechelse burgemeester Bart Somers (Open VLD) geldt als een voorbeeld als het over diversiteit gaat. In Mechelen waren in 2016 6.560 van de 12.000 mensen met niet-Europese migratieroots aan de slag, 54 procent (op een totaal van 50.000 mensen tussen 20 en 64 jaar). Dat is 2,6 procentpunten beter dan in 2012. In Mechelen is 77 procent van de Belgen zonder migratieachtergrond aan de slag. De kloof bedraagt 23 procentpunten, gelijklopend met Antwerpen en Gent.

West-Vlaanderen

Politieke modellen lijken niet meteen het grote verschil te maken. De cijfers lijken vooral te wijzen op het belang van absorptiekracht. De West-Vlaamse centrumsteden hebben al een hoge werkzaamheidsgraad en liggen in een regio met lage werkloosheid en veel vacatures. Bovendien is het aantal migranten er nog altijd wat lager dan in de grootste steden.

Oostende is een West-Vlaamse achterblijver. De tewerkstellingsgraad van mensen met een niet-Europese achtergrond bedraagt wel 51 procent, maar inzake de stijging van de allochtone tewerkstelling hinkt Oostende enigszins achterop. De Limburgse steden Hasselt en Genk scoren nog minder. De allochtone tewerkstellingsgraad zit bij de laagste van de centrumsteden, maar er is ook amper groei. Leuven presteert ook matig. Het kent de laagste allochtone werkzaamheidsgraad (46,7%). Ook de groei van de werkzaamheidsgraad (+1,5 procentpunt) scoort gemiddeld.

Brussel en Wallonië

Brussel bevestigt zijn reputatie van zorgenkind. De allochtone tewerkstelling bedraagt er amper 41 procent, tegenover 39 procent in 2012. De groei van de tewerkstelling ligt in lijn met die in de Vlaamse steden.

Brussel bevestigt zijn reputatie van zorgenkind. ©Dieter Telemans

Over de taalgrens valt Moeskroen op. In de Waalse centrumstad, op een boogscheut van de Franse grens, is de allochtone tewerkstellingsgraad die, zoals in heel Wallonië, lager dan in Vlaanderen. Maar de stad kende de grootste groei van de werkzaamheidsgraad van alle steden en gemeenten met minstens 15.000 inwoners, voor zowel de autochtone als voor de allochtone Belgen. Die laatste groep deed het in 2016 bijna 3 procentpunten beter dan vier jaar daarvoor, terwijl de stijging voor de ‘Belgische’ inwoners meer dan 4 procentpunten bedraagt.

In de rest van de Waalse steden lag de werkzaamheidsgraad al lager dan in Vlaanderen, en verloopt de groei van de tewerkstellingscijfers eveneens trager. In Doornik en La Louvière is de allochtone werkzaamheidsgraad tussen 2012 en 2016 gedaald.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content