analyse

De crash van de Luxemburgse couponnetjestrein

De Luxemburgse zetel van de BIL. ©BELGAIMAGE

Wie decennialang de ‘couponnetjestrein’ naar Luxemburg nam om zijn zwarte inkomsten op te halen, is eraan voor de moeite. Wie zijn zwarte spaarpot nu nog regulariseert, moet onverbiddelijk 40 procent betalen op het volledige zwarte kapitaal. Een eerste vonnis geeft de fiscus daarin gelijk.

We schrijven 1974. Op een Luxemburgse rekening bij de Banque Internationale à Luxembourg (BIL), de oudste private bank in het Groothertogdom, wordt een bedrag gestort dat nu overeenkomt met 64.893,5 euro. De Luxemburgse beleggingsrekening is van een Belgische cliënt. Zij heeft het geld gekregen als vergoeding voor een stuk grond dat in oktober 1973 is onteigend.

Het doel is duidelijk: een spaarpot opbouwen in het Groothertogdom en de opbrengsten verborgen houden voor de Belgische fiscus. Het is een klassiek voorbeeld van wat tientallen jaren een gangbare praktijk was. Tal van Belgen pendelden met de zogeheten ‘couponnetjestrein’, de spoorweglijn tussen Brussel en Luxemburg, om de opbrengsten van hun niet-aangegeven beleggingen op te halen in ons buurland. Pas sinds 2005, als de Europese spaarrichtlijn van kracht werd, dreigden de zwarte rekeningen boven water te komen. Al waren er dan nog jarenlang meerdere ‘oplossingen’, zoals verzekeringsproducten, om het geld toch verborgen te houden.

Bij de vorige fiscale regularisatierondes in ons land werd vaak alleen belasting betaald op de inkomsten van de laatste zeven jaar, niet op de volledige zwarte spaarpot.

Meer dan 40 jaar kreeg de Belgische fiscus geen lucht van de bewuste rekening met nummer 00073988 bij de Banque Internationale à Luxembourg. Pas in 2009 sloot de vrouw de BIL-rekening. Ze had dan al een groot deel van het geld opgedaan. Een deel hield ze verder verborgen via twee levensverzekeringsproducten.

Het leidt geen twijfel dat jarenlang een berg zwart geld van Belgen geparkeerd stond bij de BIL, net als bij de andere Luxemburgse banken. Al in 1991 kocht het Gemeentekrediet zich in bij de BIL en in 1999 palmde Dexia de bank volledig in en doopte ze om tot Dexia BIL, tot ze de bank in 2011 verkocht.

Strengere regels

Amper drie jaar geleden, in oktober 2017, trok de vrouw alsnog naar de Brusselse Wetstraat, om haar Luxemburgse belastingzonden op te biechten bij het Contactpunt Regularisaties van de fiscus. Het kon ook niet anders. Sinds juni 2017 begon ook Luxemburg automatisch bankgegevens uit te wisselen met ons land. Alle sluipwegen geraakten afgesloten.

Maar de regularisatieregels waren intussen strenger geworden. Bij de vorige fiscale regularisatierondes werd vaak alleen belasting betaald op de (nog niet-verjaarde) inkomsten van de laatste zeven jaar. Maar sinds de nieuwe wet van 2016 moet je ook een vakje invullen met de te regulariseren ‘fiscaal verjaarde kapitalen’ en je moet het zelf bewijzen als een deel van het geld wit is. De vrouw zou een heffing van 37 procent op het zwarte kapitaal moeten betalen aan de fiscus.

Magere aangifte

De vrouw dacht dat de belastingfactuur wel zou meevallen. Ze mocht zelf de draagwijdte van haar aangifte bepalen. En in haar regularisatieaangifte noteerde ze maar 8.622,75 euro in het vakje met het verjaarde kapitaal. Door de jaren was de Luxemburgse rekening nochtans aangedikt met meer dan 200.000 euro aan inkomsten die nooit waren aangegeven. Maar de vrouw had al meer dan 270.000 euro van het geld opgedaan, redeneerde ze, en dat was al lang geleden gebeurd, tussen 2004 en 2009.

Het Contactpunt Regularisaties legde zich niet neer bij de ‘magere’ aangifte van de vrouw. Na wat mailverkeer heen en weer kwam het Contactpunt uit op een bedrag van liefst 130.329,6 euro dat de vrouw moest ophoesten om in het reine te komen met de fiscus en het parket. Een bittere pil om slikken, na meer dan 40 jaar moeite doen om de rekening verborgen te houden. Als ze het bedrag niet betaalde, kreeg ze geen regularisatieattest.

Rechtszaken

40 %
Sinds 1 januari moeten belastingzondaars 40 procent betalen op de fiscaal verjaarde kapitalen die ze willen regulariseren.

De vrouw trok in januari vorig jaar naar de Nederlandstalige rechtbank van Brussel. Het werd de eerste serieuze test voor de nieuwe regularisatieregels, die sinds 2016 gelden. Had het Contactpunt Regularisaties wel het recht om de bedragen te verhogen? Het heeft geen ‘controlebevoegdheid’ zoals een belastingcontroleur die wel heeft. Bij de Brusselse rechtbank lopen nog zo'n tien soortgelijke zaken. Als de vrouw gelijk kreeg, was dat niet alleen een domper voor de fiscus, maar ook voor andere belastingzondaars die wel al hun volledige zwarte spaarpot hebben aangegeven.

Maar de rechtbank geeft de fiscus gelijk. De rechter oordeelt dat het telkens aan de belastingzondaar is om te bewijzen dat het volledige kapitaal (of een deel ervan) destijds wel correct belast is en dat geen heffing meer verschuldigd is. Het Contactpunt mag daarbij nagaan of de aangegeven bedragen correct zijn. Dat de vrouw intussen een groot deel van het geld heeft opgedaan, maakt niet uit.

Geen genade

Wie nog zwart geld wil regulariseren is dus gewaarschuwd: geen genade meer voor de oude zwarte spaarpotten. Sinds 1 januari moeten belastingzondaars al 40 procent betalen op de fiscaal verjaarde kapitalen die ze willen regulariseren.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud