analyse

De moeilijke zoektocht naar een rijkentaks

De regering-Michel is met de effectentaks al aan de derde poging om de rijken meer te laten betalen. ©Phil Nijhuis/Hollandse Hoogte

Al jaren proberen verschillende regeringen een of andere vorm van rijkentaks in te voeren. Deze keer met de effectentaks. Telkens weer moeten ze vaststellen dat dat niet simpel is.

N-VA-voorzitter Bart De Wever gebruikt de oneliner vaak: er bestaat geen magische knop om de 1 procent rijksten meer te laten betalen. Vaak wordt ongewild de middenklasse getroffen of levert de belasting minder op dan verwacht omdat de rijksten ontsnappingsroutes bedenken om de belasting te ontwijken.

De regering-Di Rupo begon met de invoering van een rijkentaks, maar die werd afgevoerd. De regering-Michel is met de effectentaks al aan de derde poging om de rijken meer te laten betalen.

1. De rijkentaks

Onder het motto ‘Laat de rijken de crisis betalen’, voerde de regering-Di Rupo een extra belasting van 4 procentpunten in voor wie meer dan 20.020 euro aan roerende inkomsten ontvangt per jaar. Omdat er zoveel verwarring over en protest tegen was, werd de rijkentaks na een jaar alweer afgevoerd. Iedereen moest voortaan 25 procent roerende voorheffing betalen op intresten, niet alleen de rijken.

2. De speculatietaks

Ook de regering-Michel deed in het begin van haar regeerperiode een poging om de rijken mee in bad te trekken. Omdat CD&V aandrong op een rechtvaardiger fiscaliteit toverde premier Charles Michel (MR) een speculatiebelasting uit zijn hoed. Beleggers moesten 33 procent betalen op de meerwaarde die ze realiseerden als ze aandelen en andere effecten zoals opties en warrants binnen zes maanden na aankoop weer verkochten.

Al snel bleek dat de speculatietaks meer kostte dan ze opbracht.

Al snel bleek dat de taks meer kostte dan ze opbracht. De handel in aandelen verminderde, waardoor er minder beurstaks binnenkwam. De taks moest 34 miljoen euro opbrengen, maar door de mindere inkomsten uit de beurstaks kostte ze geld. Waarna de regering besliste de speculatietaks af te voeren.

3. De meerwaardebelasting

Omdat de speculatietaks was afgeschaft, ging CD&V op zoek naar een nieuwe trofee. In oktober vorig jaar legde CD&V-vicepremier Kris Peeters een meerwaardebelasting op aandelen op tafel. Wie een meerwaarde op aandelen of afgeleide producten boekt, zou in de toekomst 30 procent belasting moeten betalen. Wie zijn aandelen langer zou bijhouden, zou minder betalen. Bovendien voorzag CD&V in een belastingvrijstelling voor meerwaarden tot 50.000 euro, te spreiden over tien jaar.

Open VLD en de N-VA blokten de belasting evenwel af en ze kwam er nooit.

4. De effectentaks

In de zomer pakte premier Michel uit met een alternatief voor de meerwaardebelasting: de effectentaks. Iedereen die meer dan 500.000 euro op zijn effectenrekening heeft staan, moet vanaf 1 januari volgend jaar een taks van 0,15 procent betalen op het uitstaande bedrag. Wie 1 miljoen heeft, moet dus jaarlijks 1.500 euro betalen.

De banken moeten de taks afhouden. Maar die zijn nog niet begonnen met de voorbereiding omdat de teksten er nog niet zijn. Bovendien is de regering nog aan het uitzoeken hoeveel effectenrekeningen er in ons land zijn.

Als de regering erin slaagt de effectentaks te laten ingaan op 1 januari, wordt het afwachten of de verhoopte opbrengst van 254 miljoen euro wordt gehaald. Want nu al is duidelijk dat er veel ontsnappingsroutes zijn. Beleggers kunnen hun aandelen spreiden over meerdere effectenrekeningen, ze kunnen een deel van hun portefeuille naar het buitenland verhuizen of ze kunnen een deel naar een effectenrekening van hun echtgenoot of echtgenote overbrengen.

Minister van Financiën Johan Van Overtveldt (N-VA) heeft evenwel al aangekondigd dat de regering creatief zal zijn om alle ontsnappingsroutes te sluiten.

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect