weekboek

Een staatshervorming die er geen is

Wie anders dan Johan Vande Lanotte heb je nodig om een staatshervorming out of the box te bedenken? In zijn poging om als informateur de N-VA en de PS samen te brengen, moest hij een manier vinden om een hervorming van de staat mogelijk te maken zonder dat er een staatshervorming aan te pas komt.

De dag na de verkiezingen zag N-VA-voorzitter Bart De Wever niet goed in hoe met de verschillende uitslag in Vlaanderen en Franstalig België een logische Belgische regering kon worden gevormd. ‘Ik dacht gisteren dat de koning een doos Dafalgan nodig zou hebben. Vandaag denk ik al dat het Dafalgan Forte moet zijn’, klonk het.

Dat de federale regeringsvorming tot hoofdbrekens leidt, is wel duidelijk. Toch zit het blijkbaar niet helemaal vast. De informateurs Johan Vande -Lanotte (sp.a) en Didier Reynders (MR) zijn er na ruim 130 dagen in geslaagd een nota uit te werken die volgens hen de basis kan zijn voor verdere paars-gele gesprekken tussen de N-VA en de PS.

Als de N-VA het al ergens over eens is, is het wel dat het communautaire niet nog eens vijf jaar in het vriesvak kan verdwijnen.

Alle partijen die nog om de onderhandelingstafel zitten - de N-VA, Open VLD, CD&V en de sp.a aan Vlaamse zijde en de PS en MR aan Franstalige zijde - kunnen er zich wel in vinden, merkt een partijvoorzitter nuchter op.

Een van de sleutelelementen is hoe communautaire stappen vooruit kunnen worden gezet. Want als de N-VA het al ergens over eens is, is het wel dat het communautaire niet nog eens vijf jaar in het vriesvak kan verdwijnen. De PS wil dan weer niet horen van een staatshervorming, laat staan van confederalisme.

Sluipwegen

Vande Lanotte is buiten de lijntjes gaan denken zoals alleen hij dat kan. Omdat geen tweederdemeerderheid voorhanden is, lukt een klassieke staatshervorming niet. Er moet dus andere paden - of noem het sluipwegen - worden bewandeld.

Tussen de gewesten zijn er grote structurele verschillen. Binnen een federale financiering kunnen we het beleid daaraan aanpassen.
Johan Vande Lanotte
Ex-informateur

De socialist lichtte in De Morgen een tipje van de sluier. ‘Er is een andere mogelijkheid om het beleid beter af te stemmen op de regionale noden. We hebben als informateurs een aantal voorstellen gedaan. De financiering van de ziekenhuizen is een van de grootste uitdagingen van de komende jaren. Tussen de gewesten zijn er grote structurele verschillen. Binnen een federale financiering kunnen we het beleid daaraan aanpassen.’

Gewezen Vlaams minister van Welzijn Jo Vandeurzen (CD&V) had het er ook al over in zijn boek ‘Zorg voor elkaar’. In het Riziv, de federale instelling die de ziekteverzekering beheert, kunnen asymmetrische akkoorden worden afgesloten, zodat kan worden ingespeeld op Vlaamse en Waalse noden.

Zijn opvolger Wouter Beke wijst erop dat Vandeurzen en Laurette Onkelinx (PS) al zulke akkoorden op maat van Vlaanderen hebben afgesloten, bijvoorbeeld bij de erkenning van Vitalink, het Vlaamse systeem van informatiedoorstroming tussen zorgverstrekkers, en bij de darmkankerscreening die Vlaanderen uitvoert en Wallonië niet.

Subregio

Niet alleen in de gezondheidszorg, ook op de arbeidsmarkt wordt afgetast hoe het beleid in een regio kan worden gediversifieerd, wat meer maatwerk toelaat. Vande Lanotte verwees er ook al naar. ‘Antwerpen heeft 12 procent werklozen, Roeselare-Tielt heeft 2 procent. Dat vraagt toch om een ander beleid? Ik geef nu expliciet twee voorbeelden uit Vlaanderen, maar dezelfde vaststelling geldt voor Brussel en pakweg de provincie Luxemburg.’

Het lijkt erop neer te komen dat de federale budgetten voor gezondheidszorg en het arbeidsmarktbeleid kunnen worden opgedeeld per subregio, zoals er destijds een Vlaamse en een Waalse minister van Streekeconomie waren die konden beschikken over het eigen deel uit het federale budget.

Voor de staatshervorming die er geen is, lijkt Vande Lanotte inspiratie te hebben gevonden in zijn eigen cursus staatsrecht.

Voor de staatshervorming die er geen is, lijkt Vande Lanotte inspiratie te hebben gevonden in zijn eigen cursus staatsrecht. Toen in de jaren ’60 in de zogenaamde Rondetafelconferentie de eerste stappen in de staatshervorming werden voorbereid, lag het voorstel op tafel van een administratieve en economische decentralisatie, waarbij de provincies bevoegd zouden worden voor de budgetten van bijvoorbeeld openbare werken en huisvesting en de gewesten een eigen ontwikkelingsmaatschappij zouden krijgen.

Provinciaal federalisme

Dat zogenaamde ‘provinciaal federalisme’ haalde het toen niet, blijkt uit een nieuwe reeks over de staatshervorming van oud-journalist Mark Deweerdt in Doorbraak, maar duikt in een nieuwe variant weer op. Het zou niet gaan om een decentralisatie naar de provincies, maar naar subregio’s, waarvan overigens ook al sprake was in het Egmontpact. De provincies zouden worden vervangen door 25 subgewesten was toen het opzet.

Niet alleen in het gezondheids- en het arbeidsmarktbeleid, ook in het veiligheidsbeleid wordt zo’n decentralisatie naar de gemeenten en provincies overwogen, zegt een partijvoorzitter. De Wever is niet de enige burgemeester die vragende partij is om meer armslag te hebben in het lokale veiligheidsbeleid.

Als in subregio’s maatwerk mogelijk wordt in de gezondheidszorg, op de arbeidsmarkt en rond veiligheid, dan wordt een verschillende regionale aanpak tussen Vlaanderen en Wallonië ook mogelijk, zonder dat er een klassieke staatshervorming aan te pas is gekomen. Dat is de toverformule van Vande Lanotte.

Rits over de mond

Of de N-VA zich laat betoveren door de toverformule van Vande Lanotte is nog maar de vraag. Na vijf jaar niks is de honger naar een communautaire sprong voorwaarts groot.

Of de N-VA zich zal laten betoveren, is nog maar de vraag. De populairste emoji onder de N-VA-partijtoppers dezer dagen is die met een rits over de mond. Er wordt gezwegen, zeker als het gaat over het communautaire. Dat is delicaat, want na vijf jaar niks is de honger naar een communautaire sprong voorwaarts groot.

Luis in de pels van de N-VA Hendrik Vuye waarschuwt er in Knack al voor dat de N-VA een bocht aan het voorbereiden is. Volgens hem komt het brouwsel van Vande Lanotte neer op een decentralisatie binnen het ‘Belgique à papa’ en heeft het in de verste verte niets te maken met confederalisme. Vuye bepleit een ‘voorlopige defederalisering’, die dan de voorbode is van een latere definitieve defederalisering, zoals het volgens hem altijd gaat.

Hij geeft het voorbeeld van de regionalisering van de nationale sectoren, waarvoor de regering-Martens V geen tweederdemeerderheid had. Toen zijn bij gewone wet gewestelijke ministeriële comités opgericht in de nationale regering. Zo kon per gewest een afzonderlijk beleid worden gevoerd, met eigen geld.

Het zal niet verwonderen dat ook Vuye professor staatsrecht is, net zoals Vande Lanotte. Communautaire spitstechnologie is hun vak.

Lees verder

Tijd Connect