interview

Etienne Cooreman: ‘Een land zonder beurs gaat achteruit'

Etienne Cooreman: ‘Dankzij de wet Cooreman-De Clercq werd in 1982 en 1983 voor 300 miljard frank geïnvesteerd in kapitaalverhogingen of kapitaal van nieuwe bedrijven.’ ©SISKA VANDECASTEELE

De beurs en de overheid moeten dringend maatregelen treffen om beleggen in aandelen te stimuleren. ‘Er staat 264 miljard euro op Belgische spaarboekjes. Hoe is het mogelijk dat de staat geen initiatieven neemt?’, zegt Etienne Cooreman, de peetvader van de kleine belegger.

Etienne Cooreman wordt over een tiental dagen 90. In het begin van de jaren 80 lokte de toenmalige christendemocratische senator hordes kleine beleggers naar de Brusselse beurs door aandelenbeleggingen en kapitaalverhogingen fiscaal te stimuleren. Een cynicus zou zeggen dat het koninklijk besluit dat naar hem en toenmalig liberaal minister van Financiën Willy De Clercq is genoemd de laatste keer was dat de overheid iets deed voor aandeelhouders.

Cooreman zou dat tegenspreken, want een paar jaar later bedacht hij ook het pensioensparen. ‘Guy Verhofstadt (Open VLD) heeft dat voorstel van mij afgeschreven. Hij had door dat ik opnieuw succes zou boeken’, blikt hij vandaag terug. ‘Het ding draagt mijn naam dus niet, maar wat mij interesseert is dat het er gekomen is.’ Vandaag sparen miljoenen landgenoten voor hun oude dag via de beurs, al beseffen velen onder hen niet dat ze via hun pensioenspaarfonds investeren in Belgische en buitenlandse bedrijven.

Ook Resilux, Ontex en VPK heb ik destijds overtuigd de stap naar de beurs te zetten.

De jaren 80 liggen dan wel ver achter ons, maar Cooreman bepleit dezelfde zaak met evenveel vuur als toen. Hij wist meteen dat de speculatietaks een flop zou worden, en noemt een roerende voorheffing van 30 procent ‘moordend’. Het oor van zijn politieke partij is hij kwijt, naar eigen zeggen omdat het ‘afgunstige ACW’ te veel invloed heeft op de CD&V.

Vandaag leeft de eresenator, voormalig advocaat en vader van negen kinderen nog altijd in hetzelfde herenhuis in Zele. Er liggen boeken op de vensterbanken en op tafel, op de stoelen naast de tafel, op elke traptrede. Autorijden doet hij sinds kort niet meer. Maar de beurs verdedigen doet hij nog steeds alsof hij op het parlementair spreekgestoelte staat. Zijn tips over hoe we beleggen aantrekkelijker maken voor Jan met de pet hoeven actieve politici maar op te rapen. De wetten die ze daarop zouden baseren hoeven niet eens zijn naam te dragen.

Hoe is het koninklijk besluit Cooreman-De Clercq ontstaan?
Etienne Cooreman: ‘1981 was een crisisjaar. Veel ondernemingen hadden het moeilijk omdat ze 14 procent rente moesten betalen als ze geld leenden bij de bank. Daarom heb ik voorgesteld kapitaalverhogingen en beleggingen in aandelen fiscaal aan te moedigen. Ondernemingen konden met de opbrengst van de kapitaalverhogingen schulden terugbetalen en investeren. Ik heb een wetsvoorstel voorgelegd aan Herman Van Rompuy, die toen voorzitter was van Cepess, de studiedienst van de CVP (de voorloper van de CD&V, red.). ‘We moeten dat absoluut doen’, reageerde hij.’

‘Na de verkiezingen van 1981 vormde CVP’er Wilfried Martens een regering met de liberalen. Van Rompuy en CVP-senator Rik Kuylen, die banden had met het ACV, onderhandelden met De Clercq over het regeerakkoord. Zij beslisten om mijn voorstel in het kader van de volmachten via een koninklijk besluit uit te voeren omdat dat sneller ging.’

Een roerende voorheffing van 30 procent is moordend.

‘De Clercq heeft zich eerst twee uur verzet tegen mijn voorstel. Hij wilde mijn tekst niet gebruiken. Hij heeft uiteindelijk toegegeven en zijn kabinetschef gevraagd een nieuwe tekst met dezelfde inhoud op te maken. Ik heb daarbij geholpen. De Clercq sprak in het parlement over de wet-De Clercq. Ik heb daarna op het spreekgestoelte gezegd: het is de wet Cooreman-De Clercq en eigenlijk de wet Cooreman-Monory-De Clercq. De Franse minister van Economie René Monory had me geïnspireerd. Hij zei dat de Belgische wet beter was dan de Franse, omdat wij behalve beleggingen in aandelen ook kapitaalverhogingen van bedrijven aanmoedigden.’

De wet werd een groot succes.
Cooreman: ‘Inderdaad. Ik kan verwijzen naar een artikel dat De Financieel-Economische Tijd eind 1983 publiceerde. Er is in 1982 en 1983 voor 300 miljard frank (omgerekend 7,4 miljard euro, red.) geïnvesteerd in kapitaalverhogingen of kapitaal van nieuwe bedrijven. Niet alleen grote beursgenoteerde bedrijven sprongen op de trein, ook duizenden kleine en middelgrote ondernemingen.’

Hoe raakte u geïnteresseerd in aandelen?
Cooreman: ‘Mijn familie belegde in obligaties, al voor de Eerste Wereldoorlog. Maar het was mijn vader die als werknemer bij een bank leerde omgaan met aandelen. Als nieuwjaarscadeau gaf hij zijn vijf kinderen allemaal een aandeel, en legde hij uit wat een jaarrekening is. We kregen te horen wat een afschrijving is, wanneer er winst wordt gemaakt en waar die naartoe gaat en wat roerende voorheffing is, die toen 10 procent bedroeg.’

‘We kregen aandelen als Tramway de Gand of Coloniale d’Electricité, dat het elektriciteitsnet in de Congolose hoofdstad Leopoldstad (nu Kinshasa, red.) beheerde. Daarnaast had ik een neef die doctor in de economie was. Van hem heb ik veel geleerd. Ik heb die traditie voortgezet. De meeste van mijn kinderen zijn geïnteresseerd in aandelen.’

Welk soort belegger bent u?
Cooreman: ‘Ik heb een sterke voorkeur voor Belgische aandelen, maar ik kijk ook naar Frankrijk en Nederland. We hebben altijd veel elektriciteitsaandelen gehad. Die waren veilig, en keerden trouw een dividend uit. We hadden ook koloniale aandelen.’

‘De laatste tijd heb ik de Belgische verzekeraar Ageas veel aanbevolen aan mensen. Maar je moet spreiden, en zeker niet zot doen en te hoge bedragen voor één aandeel betalen. Verder heb ik mijn stukken van het lingerieconcern Van de Velde nog altijd, ook al hebben ze het nu moeilijk. Dat bedrijf kwam naar de beurs van Brussel toen ik er voorzitter was. Ook Resilux, Ontex en VPK heb ik destijds gevonden en overtuigd de stap te zetten naar de beurs. Ik ga nog elk jaar naar de algemene vergadering van Resilux.’

Het aantal beursgenoteerde bedrijven daalt. Hoe kunnen we die trend keren?
Cooreman: ‘We moeten bedrijven aanspreken en wijzen op de voordelen. Van de Velde zei dat het geen beursnotering nodig had. Ik merkte op dat ze met een beursnotering een internationale expansie konden financieren.’

Doet de beurs zelf voldoende om de interesse te stimuleren?
Cooreman: ‘Vincent Van Dessel (de topman van de beurs) doet veel te weinig. De beurs is lamlendig, het is alsof ze niet bestaat. Het komt niet vanzelf. De beurs moet vergaderingen organiseren en presentaties geven. Ik heb als beursvoorzitter tientallen voordrachten gegeven aan duizenden mensen over wat de beurs is en waarom ze bestaat.’

Ik ben zwaar ontgoocheld in de huidige parlements leden. De CD&V en vooral het ACV zijn tegen de beurs.

Waarom is de beurs belangrijk?
Cooreman: De beurs is een gouden zaak voor de staat. De staat verdient langs alle kanten aan de beurs. Hij int elke dag belastingen op de aan- en verkoop van aandelen en op dividenden. De beurs is ook belangrijk voor de maatschappij. Zonder de beurs zou er niet zoveel werkgelegenheid zijn. Wie werkgelegenheid schept is sociaal. Bedrijven creëren werkgelegenheid. Als ze winst maken, betalen ze belastingen.’

‘Ondernemingen moeten duidelijker zeggen hoeveel belastingen ze betalen. Ook de werknemers van die bedrijven betalen belastingen: personenbelasting, btw op wat ze consumeren en belastingen als ze een huis kopen. Wie werkloos is, betaalt geen belastingen.’

De huidige en vorige regering hebben de belastingdruk voor beleggers fors verhoogd. Wat vindt u van het beleid van de overheid?
Cooreman: De roerende voorheffing van 30 procent is moordend, die moet terug zakken naar 20 procent. Ik heb destijds wel aan CD&V-voorzitter Wouter Beke een verhoging naar 30 procent voorgesteld, als die ten minste tijdelijk zou zijn en als dat de enige belastingverhoging zou zijn voor beleggers. Dat kunnen mensen misschien nog begrijpen. Maar Beke heeft alleen het begin van mijn zin gehoord, en vandaag wordt er naar mij niet meer geluisterd. Bovendien hebben beleggers verschillende andere belastingen zien stijgen. De jongste maatregel is de invoering van de effectentaks. De middenklasse betaalt die, niet de rijken. Ik ben zwaar ontgoocheld over de huidige parlementsleden. De CD&V en vooral het ACV zijn tegen de beurs.’

Wat zou u doen als u het voor het zeggen had?
Cooreman: Er staat 264 miljard euro op de spaarboekjes. Hoe is het mogelijk dat de staat hiervoor geen initiatieven neemt? De halvering van de fiscale vrijstelling op renteloze spaarboekjes en de fiscale vrijstelling van een eerste schijf van dividenden is heel mager, bijna niet voelbaar.’

‘Een nieuwe aandelenwet is absoluut nodig. De overheid zou de roerende voorheffing voor dividenden die beleggingsclubs innen, moeten verlagen of afschaffen. Dan zou al wie interesse heeft voor de beurs zich gesteund voelen. Ik heb dat als voorzitter van de commissie Financiën van de Senaat ooit voorgesteld aan voormalig minister van Financiën Philippe Maystadt. Hij antwoordde: ‘Je vais réfléchir.’ Maar ik heb nooit een antwoord ontvangen. Ik ben nog altijd voorstander van een vrijstelling van roerende voorheffing voor beleggers die bij een keuzedividend kiezen voor nieuwe aandelen in plaats van cash.’

‘Verder ben ik een grote voorstander van winstparticipaties bij bedrijven. Ik heb een kleinzoon die bij Colruyt werkt. Hij is minder geïnteresseerd in aandelen. Hij staat elke ochtend om 5 uur op en hij in de zevende hemel omdat hij deelt in de winst. Laat de werknemers meegenieten als het bedrijven voor de wind gaat, maar leer hen tegelijk ook dat winst kan schommelen.’

‘Het moeten geen grote gestes zijn, maar stimuleer beleggers. De beurs is enorm belangrijk voor de werkgelegenheid en het bedrijfsleven. Een land zonder beurs gaat achteruit. Als de Brusselse beurs verder wegkwijnt, zullen beleggers de blik richten naar Nederland en Frankrijk.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content