interview

Geert Noels en Johan Van Overtveldt, zielsverwanten sinds 1993

©Karoly Effenberger

Een zomer lang brengen we twee mensen bijeen die een bijzondere band hebben. Vandaag: een minister en een econoom die zich niets laten opdringen. Door samen duizenden kilometers af te malen op hun koersfiets houden minister van Financiën Johan Van Overtveldt en econoom Geert Noels elkaar scherp. Allebei zeggen ze graag waar het op staat. ‘Echte vriendschap is daartegen bestand.’

De middagzon gloeit hoog boven het Antwerpse dorpje Emblem als Geert Noels (48) de straat van zijn huis komt ingedraaid met Johan Van Overtveldt (60) in het wiel. Het is weken geleden dat de econoom en de minister nog eens samen gingen fietsen. Ruim 100 kilometer hebben ze afgelegd, in drie uur en veertig minuten. Leeg maar voldaan parkeren ze hun koersfiets tegen de garagepoort en storten zich op boterkoeken en frisdrank.

‘Als er iets klikt tussen ons, dan zijn het wel de pedalen’, lacht Van Overtveldt, terwijl hij zijn koersshirt openritst. ‘Hoeveel tienduizenden kilometers hebben we al niet samen gereden? Ik heb er geen idee van, maar dat moet hoog oplopen.’ Noels knikt. ‘Als je op de fiets vertrekt, weet je dat je drie of vier uur niet gestoord wordt. Dan begin je veel te relativeren. Weinig mensen nemen nog de tijd om zolang na te denken. Het is een cadeau aan jezelf.’

Hoelang kent u elkaar al?
Geert Noels: ‘Sinds 1993.’

Johan Van Overtveldt: ‘Al bijna een kwarteeuw.’

Noels: ‘Johan werkte bij Trends. We hadden elkaar een paar keer gebeld, maar ik wist niet hoe hij eruitzag. Toen ik een ontmoeting wilde regelen, kreeg ik op het werk de consignes mee geen afspraken te maken met Van Overtveldt, omdat hij een gevaarlijk man was. Ik werkte toen als econoom bij Petercam en de consignes kwamen van de Nationale Bank. Ze hadden op mij het effect van een intellectuele joint: ik wilde meteen weten wat er dan wel zo risicovol was aan Johan.’ (lacht)

Van Overtveldt: ‘We zaten midden in de aanloop naar de introductie van de euro. België moest de Maastrichtnormen halen en uitspraken van Fons Verplaetse, de toenmalige gouverneur van de Nationale Bank, dat een deficit van 3,999 procent nog altijd 3 procent was, deden de wenkbrauwen fronsen. De cijfers van de werkelijke economische groei in België achterhalen had iets van een detectiveverhaal. Het was zoeken naar de smoking gun. Telkens weer vroegen we ons af wat al dan niet politiek gestuurd was. Verplaetse was een bijzonder intelligent man die goed wist hoe hij de dingen moest monteren om iets te doen landen waar hij dat wilde.’

Wat de ene doet, moet niet per definitie de goedkeuring van de andere wegdragen.
Johan Van Overtveldt
Minister van Financiën

Noels: ‘Die 3,9 procent is achteraf meer dan 5 procent geworden. Het begrotingstekort was veel groter dan ons officieel werd voorgehouden. Maar daarop kritiek geven was het algemene belang ondermijnen. Het was staatsgevaarlijk.’

Van Overtveldt: ‘Als je begin jaren tachtig ook maar iets op papier durfde te zetten dat de Belgische frank in de problemen bracht, kreeg je de wind van voren. Met economen zoals Jef Vuchelen en Miel Van Broeckhoven argumenteerden we in 1980 dat een devaluatie van de frank niet meer te vermijden was. Toenmalig minister van Financiën Gaston Geens liet toen onderzoeken of hij ons niet gerechtelijk kon vervolgen. Zo zie je maar, we komen van ver.’

Is het dat wat u aantrok in elkaar: de onverbloemde waarheid?
Noels: ‘Ik denk dat onze zielsverwantschap daar voor een stuk mee te maken heeft. Niet gedwongen worden iets te zeggen dat anderen je opdringen, maar onverbloemd de waarheid kunnen zeggen. Wat me ook heel hard aantrok in Johan, was dat hij niet alleen zei wat hij dacht, maar dat hij er ook over had nagedacht.’

Van Overtveldt: ‘Geert was nog een jonge kerel, maar zijn maturiteit frappeerde mij. Praten over financiële markten, macro-economische evoluties en geopolitieke verhoudingen, hij deed het zonder moeite. Mijn indruk was meteen: ‘Wow, dat is een kerel van wie ik iets kan leren.’’

‘Ik zal nooit vergeten hoe hij tijdens een van onze wekelijkse fietstochten in de periode 2005-2006 voor het eerst begon te vertellen over subprimes. Eerlijk gezegd, ik ben dat thuis moeten gaan opzoeken. Van die giftige producten had ik nog nooit gehoord. Toen al had Geert redelijk in de smiezen dat daar dingen aan het gebeuren waren die niet koosjer waren.’

Wanneer hebt u elkaar als fietsers gevonden?
Van Overtveldt: ‘Ik heb onlangs nog foto’s teruggevonden. Weet je nog, augustus 1997, de Sean Kelly Classic...’

Noels: ‘Ja, in de regen op de helling van de... (in koor) Côte de Brume.’

Van Overtveldt: ‘Vreselijk weer was het toen en bitter koud.’

Noels: ‘De eerste keren dat ik met Johan in de Ardennen reed, waren voor mij een hel. Toen dacht ik nog: dat fietsen, dat is niets voor mij. Ik was ermee begonnen toen ik stopte met voetballen. Ergens in 1995. Johan was al eerder overgeschakeld en reed veel vlotter dan ik. Maar je motiveert elkaar. Hij had net zoals ik weinig tijd. Maar soms vertrok hij voor een afspraak naar Duitsland, en dan pakte hij zijn fiets mee. Hij stuurde me dan een bericht: ‘Ik zit nu op La Redoute of op de Rosier, en ik heb dat en dat al gedaan.’ (lacht) Waarop ik nerveus werd en dacht: ‘Verdorie, nu moet ik ook tijd zien te vinden om bij te trainen, of ik kan niet meer mee’. Je trekt je aan elkaar op.’

Van Overtveldt: ‘Hoeveel kilometers reden we al niet samen? Dat moet zeer hoog oplopen. Dan heb je zowat alles meegemaakt. Je vecht samen tegen weer en wind, lekke banden en andere tegenspoed.’

Noels: ‘Zoals valpartijen.’

Van Overtveldt: ‘Ooit heb ik eens, in het wiel van Geert, met een gebroken pols van Aarschot naar Lier gereden. En hem heb ik al eens zo hard tegen een auto zien botsen dat ik letterlijk dacht dat hij dood was. Dat kweekt een band.’

U bent allebei econoom. Klikt het ook omdat u elkaar beroepsmatig scherp houdt?
Noels: ‘Het is al vaak gebeurd dat Johan na een rit een van zijn zonen naar mij thuis zond met enkele boeken onder de arm. Achtergrondlectuur bij een onderwerp dat we tijdens het fietsen hadden besproken.’

Ik vind dat wel straf. Ik ben nu net terug van een reis naar het Verre Oosten en in het vliegtuig las ik samen met mijn dochter dat boekje van Adam Smith over moraliteit en emoties: ‘The Theory of Moral Sentiments’. Vanochtend praat ik erover met Johan en hij zegt prompt: ‘Ha ja, dat werk over de neutrale toeschouwer in elk van ons die waakt over goed gedrag...’

Van Overtveldt: ‘De impartial spectator...’

Noels: ‘Voilà, hij kan dat zo zeggen. En hij heeft dat boek misschien dertig jaar geleden gelezen. (lacht) Ik ken eigenlijk niemand met zo’n bagage.’

Johan Van Overtveldt (60) studeerde toegepaste economische wetenschappen in Antwerpen. Hij begon zijn carrière als journalist bij het weekblad Trends, waar hij chef economie en later hoofdredacteur werd. Tussendoor maakte hij enkele overstapjes naar het bedrijfsleven. Hij schreef meerdere boeken, waaronder ‘Het einde van de euro’. Midden november 2013 begon hij aan een politieke carrière bij de N-VA. Sinds oktober 2014 is hij minister van Financiën. Sinds mei vorig jaar is hij ook bevoegd voor de strijd tegen fiscale fraude. Hij begon te fietsen in 1985, nadat hij een knieblessure had opgelopen bij het voetbal. Geert Noels (48) is oprichter en hoofdeconoom van de vermogensbeheerder Econopolis. Zijn eerste boek, ‘Econoshock’ (2008), werd bekroond met de ABN AMRO Publieksprijs voor beste non-fictie en verfilmd door de VRT in 2013. Voordien werkte hij achtereenvolgens voor Coopers & Lybrand, de Vlaamse werkgeversvereniging VEV (nu Voka) en de zakenbank Petercam. Hij begon te fietsen in 1995, nadat hij bij het voetballen drie keer zijn neus had gebroken.

Durft u ook voldoende kritisch te zijn voor elkaar?
Van Overtveldt: ‘Wat mij betreft, als minister van Financiën is de behoefte daaraan groter dan ooit. Ik vind het doodjammer dat de kloof tussen meerderheid en oppositie zo weinig wordt overstegen in de politiek. Voor mijn collega’s in de coalitie is alles wat ik doe goed, op enkele uitzonderingen na. En voor de oppositie is alles slecht. Op den duur wordt dat een automatisme. Er zijn maar een paar politici die dat proberen te overstijgen: het prototype daarvan is iemand zoals PS-kamerlid Ahmed Laaouej, die in de commissie Financiën zetelt. Ik ben het vaak oneens met hem, maar als hij iets zegt dan zal ik altijd aandachtig luisteren. Voor mensen van wie je weet dat ze objectief proberen te zijn en die ook nog een stukje rechtlijnigheid in hun denken proberen te leggen, moet je de oren spitsen.’

Noels: ‘Johan en ik zullen er elkaar altijd op wijzen als iemand met harde kritiek toch een punt heeft. Ook in mijn analyses kan ik scherp zijn. Zo schreef ik eind vorig jaar in De Tijd, nog voor het een issue werd in de Wetstraat, dat de inkomsten van een aantal nieuwe maatregelen die Johan had doorgevoerd voluntaristisch waren ingeschat. Dat opiniestuk mag nog altijd worden gelezen, vind ik. Het ligt niet voor de hand, kritiek geven op iemand die je genegen is. Maar echte vriendschap is daartegen bestand.’

Toen u begin dit jaar vanwege uw vriendschap met Johan een N-VAstempel kreeg in de Franstalige pers, eiste u een rechtzetting. Waarom?
Noels: ‘Omdat ik er al mijn hele leven voor vecht niet in een hokje te worden opgesloten. Ik heb goede contacten met het hof, maar ik heb geen adellijke titel. Ik heb als econoom voor het VEV (nu Voka, red.) gewerkt, maar niemand kan mij ervan verdenken flamingant te zijn.’

‘Ze zeiden dat ik een intimus van de N-VA zou zijn, omdat ik een vriend van Johan ben, niet om wat ik heb gedaan. Het is niet de eerste keer dat dat gebeurt. Daar zit een agenda achter. Ze proberen je te framen en zo je geloofwaardigheid te ondergraven. Ik ben blij dat ik daar een zaak van heb gemaakt. Tot nu toe ben ik er redelijk goed in geslaagd bruggen te bouwen tussen verschillende opinies. Net omdat ik niet tot een kamp behoor. Ik vind dat waardevol en wil dat graag zo houden.’

©Karoly Effenberger

Iemand die zich tot een partij bekent, verliest zijn onafhankelijkheid. Klopt dat?
Van Overtveldt: ‘Dat is de grote afweging die ik in de zomer van 2013 heb gemaakt, toen de eerste gesprekken met N-VA-voorzitter Bart De Wever op gang kwamen. Ik stelde me ook de vraag: wat komt er in de plaats als ik mijn onafhankelijkheid verlies? Voor mij was dat een gevoelige kwestie. Maar ik was op dat moment 57. Als ik ooit nog iets in die zin wilde doen, dan was het moment gekomen. Na een relatief kort denkproces, dat amper een paar maanden heeft geduurd, heb ik beslist de stap te zetten.’

Hoe reageerde Geert?

Van Overtveldt: ‘Hij was een van de mensen die ik vooraf had gepolst. Ik herinner me nog een gesprek met hem. Achteraf dacht ik: hij heeft nu alle pro’s en contra’s opgenoemd die ik voor mezelf kan maken. Maar een eindbeslissing nemen is een ander paar mouwen.’ (lacht)

Noels: ‘Vergeet ook niet: op dat moment stond de functie van minister van Financiën absoluut nog niet op de radar. Had Johan me gevraagd of ik het een goed idee vond dat hij die ministerpost zou krijgen, dan had ik meteen positief geantwoord. Dat spreekt voor zich. Die functie is hem op het lijf geschreven.’

Van Overtveldt: ‘De Wever en de andere mensen uit de N-VA-top waren heel duidelijk. Ze zeiden: ‘We staan voor de moeder aller verkiezingen, we weten absoluut niet wat dat aan verkozen plaatsen of politieke mandaten oplevert.’ Niemand kon in november 2013 voorspellen wat er in mei 2014 uit de bus zou komen.’

Kort nadat Johan de overstap naar de politiek had gemaakt, zei u dat u blanco ging stemmen. Waarom?
Noels: ‘Dat lijkt inderdaad contradictorisch. Maar ik ben daar nog altijd mee in het reine. Als je supporter wordt, kan je niet meer volledig onafhankelijk zijn. Ik probeer mentaal nog altijd een toeschouwer te blijven. Dat is met veel dingen zo. Als je een fiets van Merckx koopt, word je een supporter van dat merk. Ik probeer liever wat afstand te bewaren.’

Wijst blanco stemmen er niet op dat u erg kritisch staat tegenover de politici en het systeem?
Noels: ‘Door blanco te stemmen aligneer je jezelf technisch gezien met de verkiezingsuitslag. Je gaat daar gewoon mee akkoord. Je brengt geen antistem uit. Ik denk ook niet dat Johan me die keuze kwalijk heeft genomen. Stel dat hij me zou bellen en zou zeggen: ‘Wat voor een vriend ben jij dat je me desavoueert en mijn keuze op de korrel neemt.’ Dan zou het natuurlijk moeilijk zijn geweest. Maar het feit dat Johan mijn visie respecteert, maakt het voor mij een stuk gemakkelijker.’

Van Overtveldt: ‘Dat is het net. Aan onze vriendschapsband zijn verschillende vrijheidsgraden verbonden. Wat de ene doet, moet niet per definitie de goedkeuring wegdragen van de andere.’

Noels: ‘Ik vind ook niet dat Johan tot de oude politieke klasse behoort. Hij brengt een nieuw geluid, precies omdat hij steeds terugkeert naar het puur inhoudelijke. Veel jongeren die in de politiek stappen, nemen de reflexen van ervaren politici over en proberen zo carrière te maken. Ik weet niet of dat echt een verfrissing is.’

‘Ik heb veel liever mensen die de overstap maken zonder echt politiek gevormd te zijn. Dan vragen ze zich ook niet voortdurend af hoe ze in de aandacht kunnen komen. Johan is niet iemand die ’s morgens op zijn kabinet komt, zijn ploeg bijeenroept en vraagt: ‘Hoe kan ik vandaag in de pers komen?’’

Van Overtveldt: ‘Zo werkt het spijtig genoeg te vaak, maar ik blijf me daartegen verzetten. Ik heb een hartstochtelijke hekel aan uitspraken over dossiers die nog in de lucht hangen, louter en alleen omdat ze politiek goed klinken. Mijn ideale wereld is dat je pas na een ernstige analyse van het probleem tot een oplossing komt die je dan politiek moet kunnen verdedigen.’

‘Ook voor thema’s als het begrotingsevenwicht en de lagere vennootschapsbelasting zal ik altijd, en soms tot grote ergernis van kabinetsmedewerkers, eisen dat we eerst proberen te doorgronden wat de echte problematiek is en dan pas kijken naar wat politiek haalbaar is.’

Dreigt u daar vroeg of laat niet genadeloos op afgerekend te worden?
Van Overtveldt: ‘Ik weet dat ik op die thema’s vroeg of laat kan worden getackeld. Dat is de realiteit van het leven. Maar er liggen ook andere dossiers mee in de balans. Als we er via de taxshift in slagen in drie jaar tijd zo’n 120.000 jobs te creëren, zoals een recente analyse van de Nationale Bank stelt, dan is dat ook een hele verdienste.’

‘Ik verwijs ook graag naar de fiscale fraude. Van de maatregelen die wij de voorbije maanden hebben genomen om fraude efficiënt en transparant aan te pakken, konden mijn voorgangers alleen maar dromen. Maar ik maak me geen illusies dat er op het vlak van de begroting en de lagere belastingen nog een heel gevecht zal worden geleverd. Het wordt niet gemakkelijk.’

Toen Johan mijn leeftijd had, dacht hij er ook totaal niet aan in de politiek te gaan.
Geert Noels
Econoom

Jaren geleden bekritiseerde u allebei het establishment. Bent u er nu geen deel van geworden?
Van Overtveldt: ‘Als minister van Financiën behoor ik tot het establishment. Daar moet ik niet flauw of vals bescheiden over doen. Maar de vraag is hoe je dat invult. Ik probeer nog altijd de grens van het haalbare op te zoeken, weg van het platte politieke gedoe.’

Noels: ‘Als ondernemer voel ik me vandaag vrijer dan tien of vijftien jaar geleden. Ik schuif niet aan bij diners om samen gezellig te doen en ik word ook nergens uitgenodigd om mee te doen met het oldboysnetwerk. Ik word gevraagd om mijn opinie te geven. Daar draait het om: vinden ze je opinie waardevol, dan nodigen ze je uit. Is dat niet het geval, dan krijg je geen uitnodiging. In die zin is het een zeer competitieve wereld. Zeker als je tot geen enkel kamp behoort.’

©Karoly Effenberger

Ziet u zich ooit eindigen als politicus?
Noels: ‘Vandaag niet. Maar toen Johan mijn leeftijd had, dacht hij er ook totaal niet aan in de politiek te gaan. Ik zou me straf moeten vergissen, maar toen Bart De Wever polste, was het niet de eerste keer dat Johan werd gevraagd. Als hoofd van de studiedienst bij het VKW zijn er ook een aantal telefoontjes geweest om hem te polsen.’

Van Overtveldt: ‘Er zijn inderdaad in het verleden nog twee duidelijke ouvertures geweest van andere partijen, waar ik op dat moment totaal geen zin in had. Om allerhande redenen: persoonlijk, inhoudelijk en professioneel. Pas in de zomer van 2013 viel alles in zijn plooi. Anders zou ik het niet gedaan hebben.’

En nu is de kans groot dat u straks Jeroen Dijsselbloem kunt opvolgen als voorzitter van de Eurogroep.
Van Overtveldt: (lacht smakelijk)

Noels: ‘Dat denk ik ook. Het zou de logica zelve zijn.’

Volgende week: Ex-tenniskampioene Kim Clijsters en Golazo-baas Bob Verbeeck

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud