‘Geschiedenis is een potje biljart'

Wat begon als een zoektocht naar de roots van ons communautaire conflict, eindigde als een alternatieve geschiedenis van België. De historicus Rolf Falter schreef een boek over het echte DNA van ons land. ‘Plundering, moord en verkrachting. Dat is wat ons verbindt.’

Het kan verkeren. De Maritiemwijk in de Brusselse gemeente Molenbeek haalt dezer dagen vooral het nieuws met verhalen over drugshandel, criminaliteit en torenhoge werkloosheid. Maar dik honderd jaar geleden lag in de Brusselse kanaalzone het kloppende hart van ’s werelds eerste grote globaliseringsgolf. De restanten van dat roemrijke verleden liggen vandaag grotendeels verborgen onder het gerenoveerde pakhuis op de site Tour & Taxis. In de centrale hal stopt Rolf Falter bij een plek waar de vloertegels vervangen zijn door glas. ‘Kijk, hier zie je de oude trein sporen nog liggen.’

De bouw van Tour & Taxis in 1905 was een uitloper van de koloniale ambities van koning Leopold II. De site was een reusachtig distributiecentrum voor goederen uit de Congolese kolonie. Die werden vanuit de haven van Antwerpen per spoor naar Brussel gebracht en vervolgens over heel Europa verspreid. ‘Dit pakhuis staat symbool voor het economisch succes van de jonge Bel gische staat in de 19de eeuw’, zegt Falter.

‘België is in 1830 op een wat sukkelachtige manier ontstaan, maar dat nieuwe land is snel tot een succesverhaal uitgegroeid. België was het eerste land op het Europese continent waar de industriële revolutie op kruissnelheid kwam. Door de economische groei die daaruit volgde, speelde België in de 19de eeuw internationaal ver boven zijn gewicht. Met 7,6 miljoen inwoners was ons land in 1905 uitgegroeid tot de vijfde economie. De hele wereld keek toen naar ons zoals wij vandaag naar Singapore of Hongkong kijken. Met als belangrijkste verschil dat alle rijkdom in het België van 1830 bij een kleine elite bleef plakken.’

‘De bouw van het koloniale distributiecentrum was een reusachtig project met mondiale dimensies. Ja, het was een megalomane investering, maar België probeerde er wel mee in te spelen op dezelfde uitdaging waar de Antwerpse haven vandaag voor staat. Blijft de boom in Azië duren, dan opent dat enorme groeikansen voor onze economie. Maar dan zal de infrastructuur in het hinterland van de haven moeten worden aangepast om alle extra trafiek op te vangen. Die investering zal de overheid moeten koppelen aan creatieve oplossingen om de mobiliteit en de leefbaarheid zo weinig mogelijk te belasten. Geen gemakkelijke opdracht, zoals het gesteggel over het Oosterweeldossier bewijst.’

Fascinerend gekissebis

Rolf Falter was in het verleden onder meer adviseur van premier Guy Verhofstadt. Op diens kabinet was hij een bevoorrechte getuige van het Belgische model, een constante diplomatieke conferentie tussen Vlamingen en Franstaligen. ‘Ik raakte als historicus gefascineerd door het gekissebis tussen beide taalgroepen. Daarom ben ik tien jaar geleden op zoek gegaan naar de roots van ons communautaire conflict. Kort na de moord op Pim Fortuyn ontstond in Nederland ook een hevig debat over identiteit en de ‘historische canon’. Die discussie intrigeerde me. In al onze buurlanden zijn de meeste burgers patriotten met een sterk gevoel van nationale identiteit. Waarom hebben de Belgen dat eigenlijk niet?’

‘Ons gebrek aan patriottisme is deels te verklaren door de manier waarop de Belgische onafhankelijkheid tot stand kwam. De Nederlanders, Polen en Hongaren hebben een lange en bloedige ontvoogdingsstrijd moeten voeren, terwijl de Belgen hun zelfstandigheid in de schoot geworpen kregen. Die handicap had België misschien kunnen compenseren met zijn fenomenale economische groei. In de 19de eeuw waren alle Belgen trots op de economische prestaties van hun land. De elite speelde in op die gevoelens door een geschiedenis bijeen te fantaseren. Overal verrezen standbeelden van Belgische helden, van Ambiorix in Tongeren tot Godfried van Bouillon in Brussel. België was klaar om een echte natie te worden. Het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog heeft daar een stokje voor gestoken. Vanaf dan begonnen de Waalse socialisten en flaminganten het Belgische sprookje om verschillende redenen snel weer te ondergraven.’

‘Daarnaast zat er van bij het begin een systeemfout in de Belgische natie. Tot de Franse revolutie in 1789 waren staten een onbekend concept in Europa. Binnen het feodale systeem waren mensen verbonden met hun landheer. Die had op zijn grondgebied aparte rechtspraak en belastingregels. De moderne natiestaat ontstond in de 19de eeuw als een tegenreactie op dat achterlijke feodalisme. Er ontstonden landen met een uniform rechtsstelsel, belastingsysteem en administratie. Geheel in lijn met de moderne ideeën van die tijd zetten de Belgen een unitaire staat in de steigers. Alleen zou achteraf blijken dat taal een belangrijke rol speelde bij de vorming van sterke natiestaten. In 1900 waren veel Europese landen nog complexer dan België, met een lappendeken aan talen, culturen en etnische groepen binnen hun grenzen. Een eeuw later bleef daar niets van over. De meeste Europese staten hebben vandaag een eentalige bevolking op hun grondgebied.’

‘In West-Europa vormen alleen nog België en Zwitserland een uitzondering op die regel. Het Zwitserse model werkt uitstekend, omdat het een confederaal samenwerkingsverband is dat organisch van onderuit is gegroeid. Dat het in België ruim anderhalf jaar heeft geduurd om deze regering te vormen, wijst op een diepe systeemcrisis. Maar dat politici zijn blijven doorgaan tot er een regering was, toont ook de niet te onderschatten veerkracht van de Belgische staat.’

Alles lijkt erop te wijzen dat België ontrafelt en Vlaanderen op weg is naar zijn onafhankelijkheid. ‘Als België moet uiteenvallen, dan had het nu eigenlijk moeten gebeuren. De Belgische existentiële crisis is een uitloper van de economische foto van ons land in de jaren negentig. Toen bereikte de almaar groeiende kloof tussen Vlaanderen en het Franstalige landsdeel haar hoogtepunt. Nu Vlaanderen wat stagneert en er in Wallonië duidelijke tekenen van relance zijn, zal dat spanningsveld weer afnemen. Ik geloof wel dat België alleen kan overleven door de regio’s nog meer autonomie te geven. Veel zal ook afhangen van de verdere evolutie van de eurocrisis. Wordt de kloof tussen Duitsland en Frankrijk dieper, dan zal dat ook een negatieve impact hebben op ons land. Sinds 1830 is op dat vlak weinig veranderd. We zijn gehypothekeerd door wat in onze grote buurlanden gebeurt.’

Zowel België als Vlaanderen is volgens Falter niet meer dan een kunstmatige constructie. ‘Ik wil zeker niet zeggen dat wij geen identiteit hebben. Ik heb het boek laten nalezen door mijn moeder. Het eerste wat ze zei, was dat er wel heel veel oorlog in voorkwam. Daarmee heeft ze mijn verhaal perfect samengevat. Natuurlijk, de geschiedenis van elk land staat bol van het geweld, maar bij ons was het wel heel extreem. Veel meer dan de twee wereldoorlogen is een andere bloederige periode bepalend geweest voor onze identiteit. Vanaf 1552 werden onze contreien meegesleurd in een oorlog die tot 1714 zou duren. 160 jaar van moord, plundering en verkrachting.’

‘In mijn geboortestreek rond Leuven zijn getuigenissen teruggevonden van die tijd. Je gelooft niet wat je leest. Jaar na jaar hielden duizenden soldaten een allesvernie tigende strooptocht. Ze plunderden de oogst van de boeren, verkrachtten elke vrouw op hun weg, moordden naar believen en brandden hele dorpen plat. In de winter ontstond hongersnood, waardoor de mensen stierven als ratten. Rond 1552 hoorden het Graafschap Vlaanderen en Brabant bij de welvarendste gebieden van Europa. Anderhalve eeuw later was het een achterlijk, extreem katholiek gebied. Ik denk dat we onvoldoende beseffen hoezeer die periode tot vandaag in ons DNA gegrift staat.’

Toeval bestaat

Falter is niet de eerste die een geschiedenis van België schrijft. Wat kan hij nog toevoegen? ‘Het is als toerist altijd weer schokkend te zien hoe landen hun geschiedenis vertellen vanuit een streng nationale context. Terwijl ik er net een West-Europees verhaal van heb proberen te maken. In de middeleeuwen waren de Bourgondiërs en de Habsburgers ook niet aan grenzen gebonden. Ze joegen in heel West-Europa op macht en geld. Dat constante schaakspel tussen Europese grootmachten is in onze streken allesbepalend geweest. Je kan België niet begrijpen zonder de grotere verbanden te kennen.’

‘Veel historici hebben ook te veel de neiging om de geschiedenis opnieuw te interpreteren, om hun eigen orde aan te brengen in de chaos. Terwijl de grote historische kantelpunten vaak een gevolg zijn van toeval. Wisten de zonen van keizer Karel V veel dat hun ruzie over de erfenis de opkomst van een superstaat in West-Europa voorgoed zou verhinderen. De geschiedenis heeft geen draaiboek, het is een potje chaotisch biljart. Moderne natiestaten legden hun bestaan uit als een logische uitkomst van de geschiedenis. Dat determinisme klopt niet. Meestal reed een vorst zich ergens finaal vast in een oorlog, en dus besloot hij daar maar een grens te trekken. Die chaos wilde ik in mijn verhaal terugbrengen.’

Heeft Falter zelf lessen getrokken uit zijn boek? ‘Door onze vindingrijkheid en creativiteit slagen we er steeds beter in het pure overleven te overstijgen. Maar ondanks al onze technologie worden we wellicht altijd geconfronteerd met onze eigen nietigheid. In Japan, een van de meest gesofisticeerde samenlevingen, kwamen vorig jaar alle gebouwen ongeschonden uit een van de zwaarste aardbevingen ooit. Twee minuten later werpt een tsunami een hele regio terug in het stenen tijdperk. Geschiedenis gaat voor mij niet over de grote rijken, religies en ideologieën, maar over ontsnappen aan onze eigen kwetsbaarheid.’

Rolf Falter - België, een geschiedenis zonder land - 2012, Antwerpen, De Bezige Bij, 324 blz., 22,50 euro.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Partner content