analyse

Maggie De Block vs. Theo Francken, wie heeft gelijk?

Theo Francken en Maggie De Block

Minister Maggie De Block en haar voorganger Theo Francken vechten een robbertje uit over wie de beste is op het departement Asiel en Migratie. Wie heeft gelijk? De Tijd dook in de cijfers.

Maggie werkt, terwijl Theo toetert op Twitter. Die boodschap brengt Maggie De Block (Open VLD) sinds ze in december de fakkel overnam van Theo Francken (N-VA) na de val van de regering over het VN-Migratiepact.

Francken en De Block gooien al drie maanden met modder naar elkaar. De Block verweet Francken bij haar aantreden dat hij een departement in chaos achterliet. Francken had op een verhoogde instroom van asielzoekers vanaf de zomer gereageerd met een inschrijvingsplafond. Daardoor konden zich maximaal 50 mensen per dag aanmelden bij het asielloket. De Block schrapte het plafond meteen als een onwettige maatregel, wat de Raad van State intussen heeft bevestigd.

©Mediafin

Het plafond bracht volgens De Block niet alleen vrouwen en kinderen in levensgevaar, omdat ze dagen op straat moesten slapen, maar duwde ook de asieldiensten in de miserie. Door het plafond ontstond een wachtrij die de Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ), die verblijf in ons land regelt en controleert, nog altijd aan het verwerken is. De achterstand bij DVZ is opgelopen tot 9.000 dossiers.

Volgens Francken heeft De Block de asielpoort na zijn vertrek wijd opengezet. De Block schrapte niet alleen zijn asiellimiet, maar zette ook een ontradingscampagne stop. De boodschap van Francken is dat De Block iedereen binnenlaat.

De Block stuurt op haar beurt persberichten met haar interpretatie. ‘Een kwart minder aanvragen tegenover januari, Palestijnen zelfs -40 procent’, klonk het vorige week. Volgens De Block haalde niet zij, maar de vreemdelingendienst de ontradingscampagne offline. ‘In januari is een nieuwe campagne gelanceerd en er volgen er nog, maar dan professioneel en respectvol.’ Waarmee ze de stijlbreuk met Francken opnieuw in de verf zette. Wie heeft gelijk?

Asielinstroom

Los van alle retoriek is de asielinstroom al bijna tien jaar constant, met uitzondering van het grote crisisjaar 2015. In de vorige legislatuur vroegen onder De Block tussen 2012 en 2014 jaarlijks gemiddeld 20.000 mensen asiel aan. In de vier jaar onder Francken waren het er gemiddeld 26.650. Filteren we uit dat laatste cijfer het uitzonderlijke jaar 2015, met bijna 45.000 asielaanvragen, dan zakt het gemiddelde tot 20.600 nieuwe asielzoekers per jaar. Er is dus amper een verschil.

De Block noch Francken heeft een grote impact op de influx. Die is direct verbonden met de situatie aan de buitengrenzen van de Europese Unie.

Dicht is de sluis aan de grens niet. Maar evenmin staat ze wagenwijd open.

Voor Francken was het in de tweede helft van 2015 alle hens aan dek toen 1,2 miljoen mensen illegaal de Middellandse Zee overstaken. Vandaag is de situatie door de aangescherpte grensbewaking helemaal anders. Sinds augustus kwamen volgens het Europese grensbewakingsagentschap Frontex 68.000 mensen illegaal de EU binnen via de buitengrenzen. In de eerste twee maanden van dit jaar ging het om 7.000 mensen. Toch is er sinds de zomer vorig jaar opnieuw een stijging in asielaanvragen, de reden waarom Francken het plafond instelde.

Dicht is de sluis aan de grens niet. Maar evenmin staat ze wagenwijd open. België kampt met de naweeën van de grote migratiecrisis in 2015. In de chaos toen liepen honderdduizenden mensen ongeregistreerd Europa binnen. Een deel vroeg asiel aan, maar een grote groep doolde lang zonder status rond. De jongste asielaanvragen zijn ingediend door een combinatie van nieuwkomers en mensen die na een lange periode besluiten toch asiel aan te vragen of het nog eens bij ons proberen nadat ze in een ander land de vluchtelingenstatus geweigerd zijn.

Duizenden proberen ook nog altijd ongedocumenteerd in een truck naar het Verenigd Koninkrijk te reizen. Francken kwam in de penarie omdat criminelen uit gesloten centra waren vrijgelaten om plaats te maken voor die transmigranten.

Voor de kwestie van de transmigranten is nog altijd geen oplossing. Repatriëring is lastig, terwijl ze evenmin bereid zijn asiel aan te vragen. Dat zal ook onder De Block zo blijven.

Achterstand

Asielbeleid valt het best objectief te beoordelen door te kijken naar de dossierachterstand. Het Belgische asielbeleid is erop gericht dat mensen zo snel mogelijk weten of ze bescherming krijgen als vluchteling. Wie een njet krijgt, moet snel maar humaan het land uit. Gul voor zwakken, maar streng voor wie misbruik maakt van onze gastvrijheid, aldus het adagium van Francken.

De politiek heeft geen controle op wie mag blijven. Recht op verblijf wordt beoordeeld door het Vluchtelingencommissariaat (CGVS), een onafhankelijke instelling die de situatie van elke kandidaat-vluchteling individueel screent. De regering heeft wel vat op opstoppingen in de procedure die asielzoekers doorlopen (zie grafiek).

België kampt met de naweeën van de migratiecrisis in 2015, toen honderdduizenden ongeregistreerd Europa binnenliepen.

De procedure bestaat uit vier stappen en werkt als een waterbed. Vertraging bij de ene dienst - momenteel zit die bij de registratie bij de vreemdelingendienst - leidt in uitgesteld relais tot vertraging bij de volgende administratie. De statistieken tonen dat onder zowel De Block als Francken een flinke achterstand in dossiers is ingehaald. Onder De Block was er een forse stijging in achterstand bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen, het rechtscollege dat zich buigt over beroep tegen geweigerd verblijf.

Humanitaire regularisaties

De kanarie in de koolmijn van een functioneel asielbeleid zijn humanitaire regularisaties. Die geven mensen verblijfsrecht, ook al hebben ze daar in principe geen recht op, bijvoorbeeld omdat ze extreem lang in de asielprocedure zitten. Ze komen neer op een soort mea culpa van de Belgische staat. Het aantal regularisaties is onder zowel De Block als Francken fors gedaald. Het aantal dossiers in behandeling vertoont sinds eind 2017 wel opnieuw een opwaartse knik, van minder dan 1.000 tot bijna 2.300 vandaag.

De N-VA verwijt De Block de belastingbetaler op kosten te jagen met laks beleid. Ze vroeg de regering 87 miljoen euro extra voor bijkomend personeel en opvang, boven op het afgesproken budget van 350 miljoen, om de verhoogde instroom de baas te kunnen. De aanpak van Francken was ondanks zijn felle kritiek niet anders. Hij vroeg in 2016 100 miljoen euro erbij, en nog eens een bedrag tot 180 miljoen euro het jaar daarop. Francken trok het aantal opvangplaatsen op tot 35.000 tijdens de piek van de crisis, maar bouwde daarna opnieuw fors af tot onder 20.000.

De kritiek op Francken is dat hij anders dan de voorbije jaren bewust niet ingreep bij de recente verhoogde instroom, ondanks waarschuwingen vanuit de administratie dat de opvang eind vorig jaar niet volstond. De Block trok het aantal plaatsen daarna op tot 22.000. ‘Maar er moet nog bij. De opvangcentra zitten eivol’, klinkt het bij de federale opvangdienst Fedasil.

Terugkeerbeleid

De grote fetisj van Francken was de uitzetting van criminele illegalen, die in de verf moest zetten hoezeer hij brak met het opengrenzenbeleid van de regering-Di Rupo. Francken zette tussen 2015 en 2018 per jaar gemiddeld 1.564 criminelen uit, zowat drie keer meer dan in de periode-De Block (544) daarvoor. Maar inzake repatriëringen is het verschil vooral retorisch. De terugkeer, gedwongen en vrijwillig, schommelt al tien jaar tussen 10.000 en 11.000.

Terugkeer is de zwakke flank van het Belgische én Europese migratiebeleid. Volgens schattingen vertrekken amper twee op de tien mensen zonder recht op verblijf uit België, voor Europa is dat vier op de tien. Het gevolg is een leger illegalen dat in het verborgene leeft en vatbaar is voor allerlei vormen van misbruik.

Europese arresten

Het falende terugkeerbeleid valt de politiek maar gedeeltelijk aan te wrijven. Door een toevloed aan rechtspraak - gebaseerd op Europese arresten - komt verwijdering neer op een rots de berg op rollen. Dat was onlangs nog de conclusie van een expertencommissie die het Belgische terugkeerbeleid doorlicht. Het geldt ruimer ook voor het hele asiel- en migratiebeleid, dat in een strak korset van Europese regels zit. De speelruimte voor een Belgische minister - De Block of Francken - is beperkt.

Migratiestromen, rechtbanken en het Europees carcan bepalen veel meer dan Francken of De Block het asielbeleid.

Francken tastte wel de grenzen af. Dat leverde hem flink wat ellende op. Hij moest spitsroeden lopen voor de repatriëring van Soedanese migranten, die getuigden over folteringen na hun thuiskomst. Dat kon na onderzoek niet aantoonbaar bewezen worden.

Francken kwam het meest in de problemen met de visa-affaire, toen uitkwam dat de N-VA’er Melikan Kucam grof geld zou hebben verdiend met de verkoop van reisdocumenten voor christelijke vluchtelingen. Die papieren regelde Kucam via het kabinet-Francken.

Open VLD noemde de zaak niet alleen cliëntelisme maar sprak ook van een nieuw, verborgen kanaal voor gezinshereniging. Op een moment dat de regels daarvoor waren aangescherpt. Francken verstrekte tegen het einde van zijn bewind enkele duizenden humanitaire visa per jaar, tegenover De Block honderden. De stijging had ook te maken met hervestiging, mensen die met steun van het VN-vluchtelingenagentschap direct ingevlogen zijn uit oorlogsgebied.

Met humanitaire visa voor christenen kon Francken zijn visie op migratie nog eens uitbazuinen. Hij onderstreepte dat wat hem betreft niemand nog illegaal Europa binnenkomt, maar alleen via legale migratiekanalen. De meerderheid en de oppositie grepen de zaak-Kucam aan om vier jaar geroeptoeter terug in Franckens gezicht te slingeren.

Weinig verschil

Ondanks het moddergevecht tonen de cijfers weinig groot verschil in beleid. Migratiestromen, rechtbanken en het Europees carcan bepalen veel meer dan Francken of De Block het asielbeleid. De woordenstrijd tussen Francken en De Block is een gevecht over punten en komma’s.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect