interview

‘Mensen liggen al lang niet meer in hangmatten'

Armoede-experte Bea Cantillon. ©Wim Kempenaers

Het Belgische systeem beschermt de middenklasse tegen verarming. Vooralsnog. Want de ongelijkheidsdruk neemt gevaarlijk toe, waarschuwt armoedespecialist Bea Cantillon.

De mensen zonder diploma vallen uit de boot. ‘Laat ons toch maar opletten met constant werk-werk-werk te roepen.’

‘Er zijn krachten aan het werk die heel gevaarlijk zijn.’ Bea Cantillon klinkt af en toe heel donker tijdens ons gesprek. Maar ze weigert zichzelf een onheilsprofeet te noemen. Haar Servische collega, de ongelijkheidsspecialist Branko Milanovic, is dat wel. In zijn boek ‘Wereldwijde ongelijkheid’ waarschuwt hij voor een nieuwe wereldoorlog als we niets doen.

Cantillon gaat in haar analyse minder ver. Maar ze is wel ongerust. ‘Als we terugkijken op de voorbije veertig jaar, is geen andere conclusie mogelijk dan dat we er met z’n allen beter op zijn geworden. Dat zou tot gevolg moeten hebben dat er minder armoede en ongelijkheid is. Helaas, dat is niet het geval. De kloof wordt ook bij ons groter.’

Je kan grote groepen mensen niet ongestraft blijven culpabiliseren. Je riskeert dat ze zich als ongeleide projectielen gaan gedragen.

Cantillon, directeur van het Centrum voor Sociaal Beleid Herman Deleeck aan de Universiteit Antwerpen, telt al veertig jaar de armen. ‘Toen ik begon, hadden we geen meetinstrumenten om armoede en ongelijkheid te meten. Ik dacht - een beetje naïef - dat zodra we die meetinstrumenten wel hadden, het probleem vanzelf op de agenda van de beleidsmakers zou komen.

Overheden zouden wel de juiste maatregelen nemen om de groeiende welvaart te herverdelen. Helaas, ik hoor dagelijks hoe beleidsmakers gevangen zitten in een retoriek die niet helpt. Kijk naar de discussie over de activering van de werkloze gepensioneerden. Zo onproductief. Het gaat mijn verbeeldingskracht te boven.’

Ze windt zich op, zij het rustig en erudiet, zoals je van een geleerde mag verwachten. De laatste keer dat ze zich publiekelijk druk maakte, was over de hervorming van de kinderbijslag. Toen kreeg ze de banbliksem van een deel van de Vlaamse regering over zich, die haar ei zo na een spreekverbod oplegde. Maar om zich het zwijgen te laten opleggen is Cantillon met haar 61 toch net iets te oud.

Bea Cantillon (61) is directeur van het Centrum voor Sociaal Beleid Herman Deleeck aan de Universiteit Antwerpen. Ze begon haar onderzoeksloopbaan in 1979. Ze werkt geregeld als adviseur, onder meer voor de Belgische regering en de Europese Commissie. Ze is voorzitter van het beheerscomité van het Federaal Agentschap voor de Kinderbijslag. Ze is ook lid van de Hoge Raad voor de Werkgelegenheiden van de expertencommissie Pensioenhervorming 2020-2040.

Laat ons bij het begin beginnen. Neemt de ongelijkheid vandaag meetbaar toe?

Bea Cantillon: ‘In de drie decennia na de Tweede Wereldoorlog hebben we in de geïndustrialiseerde wereld een daling van de ongelijkheid gekend. Maar vandaag stijgt de ongelijkheid in de meeste landen weer. In de Verenigde Staten en in Engeland is dat zelfs al sinds de jaren tachtig het geval, van in de tijd van Ronald Reagan en Margaret Thatcher.'

'Geleidelijk aan heeft de ongelijkheidsgolf ook andere westerse landen overspoeld. Zelfs landen waarvan je het niet zou verwachten. Zoals Zweden, waar de ongelijkheid de jongste jaren serieus groeit. Als je naar de ginicoëfficiënt - het belangrijkste meetinstrument voor ongelijkheid - kijkt, zijn er maar drie uitzonderingen: België, Frankrijk en Nederland.’

We doen het beter dan de rest. Er is dus geen reden om te panikeren.

Cantillon: ‘Als je oppervlakkig kijkt, is er geen reden tot ongerustheid. De financiële crisis van 2008 heeft een duidelijke toename van de inkomensongelijkheid veroorzaakt. Maar niet in België, met dank aan de sociale zekerheid. Ons armoederisico blijft stabiel, rond 15,5 procent.’

Ik merk dat er aan de rechterzijde een nieuwe gratisillusie leeft. Hoera, gratis jobs!

We voelen een ‘maar’ aankomen.

Cantillon: ‘Onder dat ogenschijnlijk positieve verhaal gaat een grauwere realiteit schuil. De ginicoëfficiënt is vooral gevoelig voor wat in de middenklasse gebeurt. Die is er bij ons de jongste jaren niet armer op geworden. Duik je dieper in de cijfers, dan zie je dat de kloof tussen laag- en hoogopgeleiden steeds groter wordt.’

‘Bij de laagopgeleiden neemt het armoederisico fors toe. In 2005 liep 19 procent van de bevolking zonder diploma hoger onderwijs het risico in armoede te belanden, in 2016 was dat al opgelopen tot 31 procent. Een op de drie mensen zonder diploma loopt het risico van bestaansonzekerheid.’

‘Achter onze zogenaamde stabiliteit schuilt een duidelijke dualisering. Aan de ene kant is er een groter wordende groep hooggeschoolden, die van de toenemende tewerkstelling, de globalisering en de technologisering van onze maatschappij profiteert. Aan de andere kant is er een kleinere groep van laaggeschoolden.'

'Zij zijn niet op de arbeidsmarkt geraakt. Onze welvaartsstaat zorgt van langsom minder goed voor hen. Ze vallen overal uit de boot. ’

Hoe komt dat?

Cantillon: ‘Ze hebben weinig kans op een job. Als ze wel aan werk geraken, is het slecht betaald. De laagste lonen hebben de afgelopen decennia niet dezelfde groei gekend als de levensstandaard. En ook de uitkeringen voor zieken en werklozen, die daaraan gekoppeld zijn, raakten achterop.'

'Sinds het begin van deze regeerperiode zijn de laagste uitkeringen weliswaar wat opgetrokken, maar onvoldoende om de achterstand weg te werken. Relatief gezien zijn ze in waarde afgenomen. Het wordt bovendien steeds moeilijker om aan een uitkering te geraken.’

Maar sinds het begin van de legislatuur is de werkloosheid toch gedaald, en zijn er 120.000 jobs bij gekomen?

Cantillon: ‘Ja, en die komen vooral toe aan hoger opgeleiden. Het aantal gezinnen waarin iedereen aan het werk is, is spectaculair toegenomen. Dat zijn de hardwerkende Vlamingen, die zich door harder te werken, succesvol verweerd hebben tegen verarming.’

‘Sommige overtuigingen zijn zo diepgeworteld dat we ze niet meer ter discussie stellen. Bijvoorbeeld de overtuiging dat economische groei vanzelf jobs creëert voor laaggeschoolden. Die groei schept inderdaad extra jobs, maar nauwelijks voor laaggeschoolden.’

Werkt het activeringsbeleid niet?

Cantillon: ‘Het werkt wel, maar onvoldoende voor de onderlaag. Het discours dat we mensen uit hun hangmat moeten schoppen, heeft zijn limieten bereikt. Op alle mogelijke manieren hebben we geprobeerd mensen te activeren. Een werkloze ligt vandaag echt niet meer in de hangmat. Die wordt eruit geschopt.'

'Die moet solliciteren, die wordt aan alle kanten gecontroleerd. We laten mensen tientallen sollicitatiebrieven schrijven en er kopieën van bijhouden voor als er een controleur komt. Terwijl zijzelf, de RVA, de VDAB en iedereen die het veld kent, weet dat dat een oefening in absolute zinloosheid is.’

‘Amper 40 procent van de laaggeschoolden werkt. Dat is al veertig jaar zo, ondanks een immense tewerkstellingsgroei. We hebben van die hangmatten trampolines gemaakt, waarop we mensen laten springen voor hun uitkering. Maar de jobs zijn niet gevolgd. Het gros van de langdurig werklozen is werkloos door ons economisch systeem, niet door zijn eigen schuld. Pas als we dat erkennen, kunnen we verder. Armoede en ongelijkheid gaan hand in hand.’

Dus het voorstel om aan het pensioen van werkloze 50-plussers te raken vindt u maar niets?

Cantillon: (zucht) ‘Net toen ik dacht dat we alles hadden gehad, dat ze met alle verbeeldingskracht van de wereld niets meer zouden vinden... Ik vind het een zinloze maatregel, die helemaal past in een logica die haar ondeugdelijkheid heeft bewezen.’

‘Welk probleem los je op door aan de pensioenen van de werkloze 50-plussers te raken? Zo duw je mensen die amper kansen hebben op een job in de armoede. Weet u hoe hoog het minimumpensioen is voor iemand die 45 jaar gewerkt heeft? 1.200 euro.’

Ja, maar het is toch onrechtvaardig dat een zelfstandige die zijn hele leven gewerkt heeft, soms minder krijgt dan een werkloze?

Cantillon: ‘Ja, dat is onrechtvaardig. Maar los je dat probleem werkelijk op door de pensioenen van die werklozen te verlagen? Sorry, voor die mensen - het gaat om werklozen boven de vijftig - zijn er gewoon weinig jobs.’

Ik ben een groot verdediger van de dienstencheques. Ik raad ook iedereen aan vaak met zijn poetshulp te praten.

‘Wat mij stoort, is dat we daarmee groepen kwetsbare mensen culpabiliseren. Er is een zeer grote paradox. België heeft een groot overheidsbeslag: we geven zeer veel geld uit, maar tegelijk krijgen we de sociale problemen niet opgelost. 15,5 procent armoederisico, 18,8 procent kinderarmoede, 4,4 procent zittenblijvers, 9,8 procent schoolverlaters, 4,3 procent langdurig werklozen. Dan zal dat wel aan hen liggen, zeker?’

‘Als je kijkt naar de manier waarop we al dat geld besteden, moet je vaststellen dat een groot deel niet bij de onderlaag terechtkomt, maar wel bij diegenen die het goed hebben.’

De kinderbijslag is toch wat omhooggegaan?

Cantillon: ‘Met de hervorming van de kinderbijslag hebben we echt een kans gemist. Als de onderstroom in de samenleving ongelijker wordt, moeten we de sociale uitgaven en de belastingen progressiever maken. Nu is voor elk kind het basisbedrag van de kinderbijslag opgetrokken naar 160 euro per maand. Lineair. Daardoor blijft weinig geld (slechts 9 procent, red.) over voor sociale correcties. Als je de tweeverdieners maar 125 euro per kind zou geven, dan kan je armere bevolkingsgroepen meer geven.’

‘Ik denk oprecht dat mensen die het materieel goed hebben, bereid zijn die solidariteit op te brengen, en ook tevreden zijn met minder. Ik geloof oprecht dat een politicus dat kan uitleggen, en de hardwerkende tweeverdieners daarvan kan overtuigen. Die voelen zich meestal zelfs schuldig omdat zij geld krijgen dat ze niet echt nodig hebben.’

©Wim Kempenaers

Beseffen we voldoende hoe erg het gesteld is met de armoede in Vlaanderen?

Cantillon: ‘Natuurlijk niet. Hoe zouden we? Het zijn steeds meer twee totaal verschillende werelden. We komen elkaar haast nooit tegen. Ook niet op de huwelijksmarkt. Arme mensen trouwen met arme mensen, en omgekeerd.’

‘Er speelt ook een psychologisch fenomeen. Mensen hebben altijd de neiging op de maatschappelijke ladder naar boven te kijken. Ze staren zich blind op lijstjes van hoeveel de superrijken verdienen. Ze miskijken zich op luxemagazines. Een peperduur horloge, een herfstbreak in Kenia die haast niemand zich kan veroorloven... Er wordt een levensstandaard voorgespiegeld die slechts 1 procent van de bevolking zich kan permitteren.’

‘We onderschatten altijd onze eigen positie op die ladder. Neem een gezin met twee werkende ouders en één kind. Stel dat ze samen 4.000 euro netto per maand verdienen. Wel, die horen bij de 20 tot 30 procent rijksten. Of een gezin met twee leerkrachten: die zitten bij de rijkste 30 procent. Ik doe geregeld de oefening voor alle onderzoekers op deze verdieping. Iedereen zit in de top tien, met uitzondering van alleenstaande ouders of collega’s die vier kinderen hebben.’

De verschillende regeringen die het vandaag voor het zeggen hebben, welke maatregelen hebben zij genomen die de onderlaag ten goede komen?

Cantillon: (lange stilte) ‘Er worden pogingen ondernomen om de vermogens te belasten. Oké, we zijn er nog lang niet, maar het is ontzettend belangrijk dat aan de weg wordt getimmerd. Het onderwerp ligt nu op tafel en het zal er niet meer af geraken. We hebben ook geen andere keuze. Het aandeel van inkomsten uit arbeid daalt en zal blijven dalen. Dus moeten we het geld elders halen.’

‘Als je kijkt naar hoe ons overheidsgeld vandaag wordt besteed, dan zie je dat 20 procent van de uitgaven naar de 20 procent meest vermogenden gaat. Herverdelen betekent dat er meer geld gaat naar mensen die het meer nodig hebben en minder naar mensen die het minder nodig hebben.’

‘Het is positief dat daarover wordt gepraat. De geesten rijpen, je ziet het ook in andere landen. Ik verwacht dat er vroeg of laat een internationaal initiatief komt waardoor het mogelijk wordt hoge vermogens daadwerkelijk te belasten. Ik ben hoopvol. Wie had enkele jaren gelden durven te voorspellen dat het bankgeheim zou worden afgeschaft? En toch is het gebeurd.’

Wat nog? Zijn er nog pluimen uit te delen?

Cantillon: ‘Niet veel. Maar ik wil ook niet te streng zijn voor de huidige generatie beleidsmakers. Ze borduren voort op het discours dat al door hun voorgangers werd uitgezet: blinde lastenverlagingen, en inzetten op jobs, jobs, jobs. De markt zal het wel oplossen!’

‘Kijk naar die flexi-jobs: dat is een zuivere subsidiëring ten voordele van de werkgevers en de mensen die al werk hebben. Die jobs komen niet ten goede aan de mensen die vandaag op de bank zitten, en dus is er geen besparing in de werkloosheidsuitgaven. En die jobs zijn niet gratis, hè.’

‘Ik merk dat er aan de rechterzijde een nieuwe gratisillusie leeft. Hoera, gratis jobs! Maar wie betaalt de socialezekerheidsbijdragen voor de bijklussers in de horeca? Wie betaalt het uitgestelde loon van die mensen: hun pensioen, hun ziektekostenverzekering, hun verzekering tegen invaliditeit en werkloosheid? Wij allemaal, inclusief de gepensioneerden en de werklozen die hun uitkeringen zullen zien dalen.’

Wat zou u doen als u het voor het zeggen had?
Cantillon: ‘Er is niet één magische formule. Er is een coherent beleid nodig dat bij elke keuze de prioriteit geeft aan diegenen die moeilijk mee kunnen. Om te beginnen in het onderwijs. Als ik zie wat een mager beestje is overgebleven van die onderwijshervorming, dat maakt me ongelooflijk triest. Minister van Onderwijs Hilde Crevits (CD&V) heeft moeten vechten om haar schamele budget voor de concentratiescholen te mogen behouden, terwijl het radicaal zou moeten worden opgetrokken.’

‘Een op de vijf gezinnen waarin niemand werkt, heeft een vreemde nationaliteit. Via onderwijs kan je de kinderen die in die gezinnen geboren worden mee krijgen. Ik hoor soms verhalen van mensen met een migratieachtergond over hun schooltijd. Daar krijg je het koud van. Ze hebben duidelijk veel minder onderwijskansen dan diegenen die uit gegoede milieus komen. Alleen de allerbesten weten zich een weg uit de waterval te vechten. Maar meestal niet zonder littekens.’

‘Behalve investeren in onderwijs zou ik investeren in jobs voor laaggeschoolden. En ja, dat zullen gesubsidieerde jobs zijn. Ik ben een groot verdediger van ons systeem van dienstencheques. Het kost veel geld, en de prijs zou best omhoog kunnen voor de gebruikers met hogere inkomens. Maar de dienstencheques leren ons dat er wel degelijk jobs bestaan voor laaggeschoolden. Het is bovendien een van de weinige plekken in de samenleving waar laag- en hoopgopgeleiden elkaar tegenkomen onder één dak. Ik raad iedereen aan vaak met zijn poetshulp te praten.’

‘Ik zou het systeem nog uitbreiden naar andere zorgtaken: zorg voor kinderen, voor ouderen. We hebben zo’n grote behoefte aan zorg in onze samenleving.’

Maar hoe gaat u dat allemaal betalen, zonder dat het overheidsbeslag omhooggaat?
Cantillon: ‘Ik maak me weinig illusies. Het overheidsbeslag zál omhooggaan, omdat de uitgaven in de gezondheidszorg en de pensioenen zullen blijven stijgen. De hoogtechnologische behandelingen en onderzoeken worden steeds duurder en de bevolking steeds ouder. Daar valt weinig aan te doen.’

‘Maar je hebt gelijk, we moeten er alles aan doen om het overheidsbeslag in de hand te houden. Dus moet je alle uitgaven die je als overheid doet nauwkeurig onder de loep nemen. Dient die uitgave het juiste doel? Daarom dat ik zo fel op de barricade sprong voor het progessief maken van de kinderbijslag. Bij de overheveling naar Vlaanderen hadden we de kans om ingrijpend te hervormen, en die hebben we laten liggen. Het systeem is weer in een plooi gelegd. Hier en daar zijn wat dingetjes bijgevijld, maar we hadden veel verder kunnen en moeten gaan.’

‘Ik geef nog een ander voorbeeld. Als een hoogopgeleide werkloos wordt en nadien weer aan de slag gaat, krijgt die een wedertewerkstellingsvergoeding van zo’n 200 euro per maand. Levenslang. Waarom stelt niemand zich vragen bij die vergoeding en vindt men het normaal om te besparen op de schamele uitkering van een langdurig werkloze?’

Is het niet veel eenvoudiger om een basisinkomen in te voeren?
Cantillon: ‘Nee. Ten eerste is het onbetaalbaar. Als je iedereen een basisinkomen van 800 euro per maand geeft, is al het geld op. Weg pensioenen, weg werkloosheidsuitkering, weg gezondheidszorg, weg kinderopvang. Ten tweede houdt zo’n basisinkomen het risico in dat de overheid zich terugtrekt en dat iedereen voor de rest maar voor zichzelf moet zorgen.’

‘Het debat over het basisinkomen is geen debat over herverdeling en leidt ons af van de essentie. Dat zo veel mensen het onderwerp vandaag aansnijden, bewijst vooral dat mensen behoefte hebben aan eenvoud. Helaas, in een complexe samenleving zullen de oplossingen altijd complex zijn. Daaraan valt niet te ontsnappen.’

En als we niets doen? Wat gebeurt er dan?
Cantillon: ‘Dan drijft de onderlaag verder af. Ook de lagere middenklasse riskeert af te brokkelen. Die voelt nu al de hete adem van de onderlaag in haar nek. Met de robotisering die op ons afkomt, krijg je een groeiende groep van economisch overbodigen. ‘Deplorables’, zoals Hillary Clinton ze ongelukkig noemde. Het probleem is dat die groep door niemand wordt vertegenwoordigd. Ze heeft geen stem. De vakbonden bewaken gelukkig wel de ondergrens van de minimumlonen. Maar op enkele groeperingen, zoals Hart tegen Hard, na trekt niemand zich het lot van de bestaansonzekeren aan.’

‘Door het discours dat we voeren riskeren we dat ze zich steeds gefrustreerder en minderwaardiger zullen voelen. Onlangs hoorde ik Siegfried Bracke verklaren: ‘We moeten zorgen dat de sterken sterk genoeg blijven.’ Moet het niet zijn: zorg dat de zwakken sterk worden? Je kan grote groepen mensen niet ongestraft blijven culpabiliseren. Je riskeert dat ze zich als ongeleide projectielen gaan gedragen. Kijk naar de verkiezing van Donald Trump in de Verenigde Staten en naar de brexit in het Verenigd Koninkrijk. Het is niet toevallig dat die dingen zijn gebeurd in de meest ongelijke landen van de westerse wereld.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect