Regering moet zware beroepen zelf invullen

©Hollandse Hoogte / Harold Versteeg

De vakbonden en de werkgeversorganisaties raken het niet eens over de invulling van wat een zwaar beroep is. De regering-Michel zal zelf met een oplossing moeten komen.

Wanneer kunnen we spreken over een zwaar beroep? Die moeilijke vraag heeft minister van Pensioenen Daniel Bacquelaine (MR) meer dan anderhalf jaar geleden gesteld aan de vakbonden en de werkgeversorganisaties. Ze past binnen de pensioenhervorming die de regering-Michel wil doorvoeren, waardoor de wettelijke pensioenleeftijd tegen 2030 stijgt tot 67 jaar. Mensen met een zwaar beroep zouden vroeger kunnen stoppen, zonder dat ze daardoor worden bestraft met een lager pensioen.

Anderhalf jaar lang bogen de sociale partners zich over de invulling van die zware beroepen in de privésector. Maar de kans dat ze er een akkoord over kunnen sluiten, is zo goed als onbestaande. Op een vergadering van het Nationaal Pensioencomité maandag valt normaal gezien de beslissing om een verdeeld advies te geven.

‘We praten niet meer over de inhoud en ik zie geen enkele mogelijkheid meer om eruit te geraken’, klinkt het in werkgeverskringen. Het overleg bij de overheidssector, dat wordt gevoerd tussen de vakbonden en de overheid, gaat wel gewoon door.

Het water tussen de vakbonden en de werkgeversorganisaties is ontzettend diep. Volgens de bonden willen de werkgevers enkel jarenlang ’s nachts werken als een zwaar beroep bestempelen, volgens de werkgevers willen de bonden ongeveer elk beroep als zwaar laten erkennen. ‘Als de andere kant niet van zijn standpunt wil afwijken, vrees ik dat het over en uit is’, klinkt het in vakbondshoek.

Fysieke belasting

Toch hebben de sociale partners niet anderhalf jaar met de vingers zitten draaien. Een dik jaar geleden kwamen ze overeen vier criteria te hanteren. Om te bepalen of een beroep zwaar is, zouden ze kijken naar de fysieke belasting, de mate waarin de werkorganisatie belastend is, het veiligheidsrisico en de mentale of emotionele druk.

Het doel was op basis van die criteria uit te maken welke beroepen als zwaar konden worden erkend. Werken met een concrete lijst is nooit de bedoeling geweest. Er zou meer op individuele basis worden nagegaan of iemand een zwaar beroep heeft. De vakbonden wilden de vier basiscriteria onderverdelen in 84 punten.

Een baan zou bijvoorbeeld fysiek zwaar zijn als moet worden gewerkt in een vast tempo, zoals bij bandwerk. Een belastende werkorganisatie is bijvoorbeeld ’s nachts werken of in onregelmatige ploegen. Werknemers die in aanraking komen met gevaarlijke stoffen zouden dan weer een veiligheidsrisico lopen, en wie in contact komt met agressieve personen heeft een baan met een hoge mentale of emotionele druk.

Op basis van die basiscriteria zouden bedrijven voor hun werknemers moeten bijhouden of iemand een zwaar beroep heeft. Werken in een magazijn is geen zware klus, maar als iemand vier weken naar de koelafdeling wordt gezonden, is er volgens de bonden wél sprake van verzwaarde werkomstandigheden. De betrokken werknemer zou die vier weken op het einde van zijn carrière samen met eventuele andere periodes kunnen inroepen om vroeger te stoppen met werken.

Waanzin

De werkgeversorganisaties vinden dat voorstel complete waanzin, alleen al omdat het een gigantische bureaucratische rompslomp zou meebrengen.

Als we de logica van de vakbonden volgen, kan iedereen met vervroegd pensioen.
Een vertegenwoordiger van de werkgevers

‘Excel-carrières’, wordt schamper opgemerkt. Daarenboven wordt erop gewezen dat bedrijven inspanningen moeten doen om ervoor te zorgen dat werknemers geen hinder ondervinden van zwaar werk. ‘Wie met gevaarlijke stoffen werkt, is in principe goed beschermd. Dus vinden wij niet dat het zwaar werk is.’

Hetzelfde met emotioneel belastend werk. ‘Wat voor de een emotioneel belastend werk is, is dat voor iemand anders niet. Hoe kun je daar nu een objectief criterium van maken? Als we de logica van de vakbonden volgen, kan iedereen met vervroegd pensioen’, stellen de werkgevers.

Regering

De impasse bij de sociale partners leidt ertoe dat de regering-Michel aan zet komt. Minister van Pensioenen Bacquelaine wil vooralsnog niet reageren. ‘We wachten tot we het verdeelde advies krijgen’, zegt hij.

Maar de Franstalige liberaal heeft al meermaals te kennen gegeven dat hij zijn verantwoordelijkheid zal opnemen als de onderhandelingen mislukken. Naar verluidt denkt hij aan een tussenweg, waarbij hij verder gaat dan het erkennen van enkel nachtarbeid als zwaar beroep, maar minder ver dan de 84 criteria van de vakbonden.

40 miljoen

Voor 2019 heeft de regering-Michel 40 miljoen euro ter beschikking gesteld voor de zware beroepen. Dat lijkt weinig, maar de regering laat het verleden buiten beschouwing.

We wachten tot we het verdeelde advies krijgen.
Daniel Bacquelaine
Minister van Pensioenen (MR)

Er zal enkel voor 2018 worden bekeken of iemand in dat jaar een zwaar beroep heeft uitgeoefend. Als dat het geval is, zullen de betrokkenen iets vroeger kunnen stoppen met werken. Het is pas op de langere termijn dat werknemers echt een impact van de hervorming van de zware beroepen zullen voelen.

Voor het zover is, moet Bacquelaine nog het fiat van de regering krijgen. Gezien het pensioendebacle dat volgde op het Zomerakkoord wordt dat nog een hele klus. Mogelijk bespreekt de regering-Michel de zware beroepen op het pensioenconclaaf in het voorjaar, waar de N-VA hard op aandringt. In één beweging dreigt dan ook de verlaging van de pensioenen van werkloze 50-plussers weer op tafel te komen.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud