Rijkste Belgische adel bezit 80 miljard euro

Frederic de Mevius is topman van Verlinvest, een van de investeringsvehikels van de adelijke brouwersfamilie de Mevius. ©Dieter Telemans

Slechts 11 procent van de 500 rijkste Belgische families zijn van adel, maar zij bezitten wel 56 procent van het totale vermogen van die families.

Dat blijkt uit een schatting van het vermogen van de Belgische adel op basis van de ‘rijkenlijst’ die wordt bijgehouden door journalist Ludwig Verduyn, auteur van het boek en de website ‘De Rijkste Belgen’.

De lijst van 500 meest vermogende families werd gekruist met de laatste editie van de ‘État présent de la noblesse belge’, een overzicht van de Belgische adellijke families.

De oefening leert dat de adelstand en rijkdom nog altijd hand in hand gaan, maar ook dat het grootste deel van het familiale vermogen in handen is van de ‘nieuwe adel’ – mensen die door de koning in de adelstand verheven werden, omwille van hun verdiensten voor het land.

Een veel kleiner deel behoort nog toe aan de oude ‘landadel’ – families die hun adellijke titel al hadden tijdens het Ancien Régime (voor 1830).

De Nul en Huts

Van de tien rijkste Belgische families zijn er acht van adel, van wie zeven behoren tot de nieuwe adel. De acht families zijn samen goed voor een geschat vermogen van 68,68 miljard euro (cijfers op 31 december), wat neerkomt op 94,3 procent van het fortuin van de tien rijkste families.

De enige niet-adellijke namen in deze top tien zijn de families De Nul (van de gelijknamige baggergroep) en Huts (Katoennatie).

De aandeelhoudersfamilies achter de brouwerijreus AB Inbev wegen erg zwaar door in deze superrijke families. Zij staan voor een totaal vermogen van 46,18 miljard euro.

Het gaat enerzijds om de ‘oude’ adellijke families de Mévius en de Spoelberch, die de Leuvense brouwer Stella Artois controleerden, en anderzijds om de Luikse familie Van Damme, de historische aandeelhouder van de brouwerij Piedboeuf uit Jupille. Beide bedrijven fusioneerden in 1988 tot Interbrew, de voorloper van AB Inbev.

Huwelijken

In tegenstelling tot de Van Dammes stammen de telgen van de Mévius en de Spoelberch niet af van de aanvankelijke oprichters van de Leuvense brouwerij. Ze werden pas aandeelhouder via lucratieve huwelijken met twee nakomelingen van de oprichtersfamilie Willems, die tot de rijke burgerij behoorde.

Via diverse huwelijken traden later ook andere adellijke families toe tot het aandeelhouderschap, zoals de families de Pret Roose de Calesberg, van der Straten Ponthoz, Cornet de Ways Ruart en Baillet Latour.

Zoals de meeste superrijke families hebben de Inbev-families hun vermogen intussen gediversifieerd naar andere economische sectoren. Hun belangrijkste beleggingsvehikel is de holding Verlinvest, die voor 1,4 miljard euro aan industriële participaties beheert.

Disproportioneel

Verruimen we de analyse naar de 500 rijkste families van België, dan blijken slechts 54 daarvan tot de adel te behoren. Maar zij hebben wel een disproportioneel groot aandeel in de totale rijkdom: 79,85 miljard euro op een totaal van 142,4 miljard euro. Elf procent van de 500 rijkste families hebben dus 56 procent van het vermogen in handen.

Ook hier is de nieuwe adel (46 families) het best vertegenwoordigd. ‘Nieuw’ is overigens een rekbaar begrip. Sommige bekende families, zoals de Boëls, de Solvays en de Janssens, werden al een eeuw of langer geleden tot de adelstand verheven.

Bij anderen gebeurde dat veel recenter. De Waalse magnaat Albert Frère bijvoorbeeld, met een geschat vermogen van 6,2 miljard euro, werd pas in 1995 baron. De zoon van een ijzerhandelaar uit Charleroi werkte zijn familie met slimme deals en beleggingen op tot de tweede rijkste familie, na de Inbev-families.

Hij gaat de Vlaamse supermarktbaas Jef Colruyt vooraf, die pas in 2012 de baronstitel kreeg. Zowel Frère als Colruyt kregen een erfelijke titel, waardoor ook hun nakomelingen voortaan tot de adel behoren.

Bel 20

De rijkste adellijke families controleren behalve AB Inbev, GBL en Colruyt ook de materialengroep Etex, de kalkproducenten Lhoist en Carmeuse, de chemie- en farmabedrijven UCB en Solvay, de holdings Ackermans & van Haaren en Sofina, de staaldraadtrekker Bekaert en de autoverdeler D’Ieteren.

Van de 20 grootste bedrijven op de Brusselse beurs hebben er zeven adellijke grootaandeelhouders.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content