Soedanrapport brengt geen bewijzen van foltering

Het rapport over Soedan werd afgeleverd aan vicepremier Jan Jambon (N-VA) ©BELGA

Het langverwachte Soedanrapport brengt geen bewijzen dat Soedanezen die ons land heeft teruggestuurd zijn gefolterd.

Het Commissariaat-Generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen (CGVS) heeft vicepremier Jan Jambon (N-VA) donderdagavond een rapport bezorgd over het uitwijsbeleid van ons land naar Soedan. Het onderzoek kwam er nadat er in december getuigenissen waren opgedoken van teruggestuurde Soedanezen die stelden te zijn gefolterd bij hun terugkeer. U leest het hele rapport hier.

De regering besloot daarop de repatriëringen naar het Afrikaanse land op te schorten en vroeg het Commissariaat-Generaal om de zaak te onderzoeken. Het rapport werd donderdagavond afgeleverd en werd vrijdagvoormiddag besproken door de vicepremiers op een vergadering van het kernkabinet. 

'Geen bewijzen'

In het rapport staan geen bewijzen van foltering, melden meerdere bronnen aan De Tijd. Voor de belangrijkste getuigenissen die werden aangeleverd door het Tahrir-instituut zou zijn vastgesteld dat enkele belangrijke stukken niet waarheidsgetrouw zijn. Daardoor rijst meteen twijfel over de geloofwaardigheid van de hele getuigenissen. 

Soedanezen uitwijzen naar hun land kan dus nog. In het rapport doet het Commissariaat-Generaal wel een reeks aanbevelingen, die meer garanties moeten bieden dat de mensenrechten worden gerespecteerd.

Als de Soedanese autoriteiten naar ons land afzakken om uit te maken of iemand al dan niet een Soedanees is, moet bij zo'n identificatie een tolk en een ambtenaar van de Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ) aanwezig zijn. In het verleden was dat niet altijd het geval, wat kon leiden tot misbruiken. 

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Partner content