nieuwsanalyse

Vakbonden leggen lat hoog bij staking

In werkgeverskringen wordt vermoed dat de vakbonden het overleg over de verkiezingen hopen te tillen. ©Tim Dirven

Met hun staking hopen de vakbonden een loonsverhoging van 1,5 procent af te dwingen. De werkgevers vermoeden dat ze zo het overleg over de verkiezingen willen tillen.

De vakbonden hebben de voorbije dagen alles in het werk gesteld om van de staking vandaag een succes te maken. Ze kondigden de actie aan na het mislukken van het overleg over hogere lonen. Uit het loonkostenrapport van de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven (CRB) bleek dat om de concurrentiepositie van ons land te beschermen de lonen in 2019 en 2020 maximaal met 0,8 procent boven op de automatische loonindexeringen van naar schatting 3,8 procent mogen stijgen.

De vakbonden eisen een algemene loonsverhoging van 1,5 procent. Ze vinden dat de werknemers moeten worden beloond nu het economisch beter gaat. De bonden wijzen er ook op dat de regering-Michel de loonkostenwet heeft verstrengd, waardoor de loonmarge een pak lager ligt dan in het oude systeem. Volgens de oude regels was een opslag van 1,8 procent mogelijk.

De eisen

> Loonsverhoging van minstens 1,5 procent en een aanpassing van de loonwet.

 Verhoging van de minimumlonen met 10 procent.

 

 Behoud van de verlaagde leeftijdsvoorwaarden voor het brugpensioen (SWT) en de landingsbanen.

Veralgemening van de derdebetalersregeling voor het openbaar vervoer en een betere fietsvergoeding.

Voor de werkgeversorganisaties is een loonsverhoging van 1,5 procent onbespreekbaar. Ze maakten de voorbije weken meermaals duidelijk dat de wet moet worden gerespecteerd en een loonsverhoging van meer dan 0,8 procent niet haalbaar is.

Wel zijn de werkgevers bereid de 0,8 procent te ‘stretchen’. Dat kan door niet te werken met een verhoging van het brutoloon, maar door in te zetten op nettovoordelen zoals maaltijdcheques. Doordat werknemers daarop geen belastingen hoeven te betalen, kan de 0,8 procent bruto volgens Unizo-topman Danny Van Assche worden omgezet in een nettoverhoging van 1,32 procent.

Blokkade

Tot nog toe wilden de vakbonden daar niet op ingaan. Zulke nettovoordelen zijn misschien leuk op het moment dat werknemers ze krijgen, maar ze tellen niet mee voor de berekening van een eventuele werkloosheidsuitkering na een ontslag of voor het pensioen.

Zo lijkt een blijvende blokkade van het loonoverleg onvermijdelijk. Als de sociale partners geen oplossing vinden, moet de regering een verzoeningsvoorstel doen. De bonden en de werkgevers hebben dan een maand tijd om eruit te geraken. Als dat niet lukt, moet de regering zelf de loonmarge opleggen. Het is evenwel maar de vraag of de minderheidsregering van premier Charles Michel (MR) daartoe in staat is.

In dat geval is er geen grens voor loonsverhogingen en moet in elke sector afzonderlijk worden onderhandeld. In sterke sectoren - denk aan de chemie of de financiële sector - slagen de vakbonden er wellicht in een mooie loonsverhoging uit de brand te slepen. In sectoren die onder druk staan, zoals de retail, zal er nauwelijks ruimte zijn voor opslag.

Voor de vakbonden is dat niet het aantrekkelijkste scenario. In werkgeverskringen wordt daarom vermoed dat de bonden het overleg over de verkiezingen hopen te tillen. Met een regering die wat meer vakbondsgezind is, kunnen er misschien aanpassingen komen aan de loonwet die meer opslag mogelijk maken.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect

Gesponsorde berichten

n