interview

Van Overtveldt: ‘Geen enkele CEO heeft mij al uitgelachen'

©Dieter Telemans

Minister van Financiën Johan Van Overtveldt (N-VA) kan ermee leven dat zijn partij een vermogensbelasting heeft moeten slikken in ruil voor zijn hervorming van de vennootschapsbelasting. ‘Maar’, waarschuwt hij: ‘Deze taks zal en mag geen aanleiding geven tot een vermogenskadaster.’

Johan Van Overtveldt ziet er uitgerust uit na enkele weken vakantie als we hem ontmoeten op zijn kabinet in de Wetstraat. Hij heeft nochtans niet stilgezeten. De 62-jarige N-VA’er heeft tijdens zijn verlof de Val Thorens - een berg in Frankrijk van 36 kilometer - beklommen.

Van Overtveldt fietst zo’n 10.000 kilometer per jaar. Vaak zit hij ’s morgens om 6 uur al op zijn hometrainer. En in het weekend gaat hij vaak met zijn buddy Geert Noels fietsen. ‘Ik heb dat nodig. Het houdt me scherp. Dat is nodig in de Wetstraat.’ (lacht)

Het Zomerakkoord is een maand oud. Wat is het mooiste compliment dat u ervoor gekregen hebt?
Johan Van Overtveldt: ‘Ik krijg veel waardering voor de hervorming van de vennootschapsbelasting.’

Multinationals zijn nochtans kritisch. De notionele intrestaftrek wordt afgebouwd en er komt een minimumbelasting voor bedrijven.
Van Overtveldt: ‘Het is logisch dat de hervorming vooral bij kleine ondernemers positief onthaald wordt, want zij hebben een vooruitzicht op een verlaging van het tarief naar 20 procent.’

‘We hielden er rekening mee dat de hevigste kritiek vanuit de wereld van de multinationals zou komen. Ik heb zelfs gelezen dat we zouden worden uitgelachen door de CEO’s van multinationals. Maar ik heb intussen een stuk of vijf CEO’s gezien en geen enkele heeft mij uitgelachen. Integendeel. De combinatie van een lager tarief, meer rechtszekerheid en het perspectief van fiscale consolidatie zorgt ervoor dat de meeste topondernemers positief gestemd zijn.’

Ik geloof meer in de effectentaks dan in de speculatietaks.
Johan Van Overtveldt
Minister van Financiën (N-VA)

‘Voor de notionele intrestaftrek gaan we naar een veel logischer systeem. Tot dusver kon je de notionele intrestaftrek (een fiscaal voordeel waarbij bedrijven een percentage van hun eigen vermogen mogen aftrekken van hun belastbare winst, red.) gebruiken voor het volledige eigen vermogen. Sommige buitenlandse bedrijven kwamen om die reden naar ons land. Ze plaatsten hier grote bedragen aan eigen vermogen, zonder dat daar enige economische waarde tegenover stond. Nu geven we alleen nog een aftrek op de aangroei van het eigen vermogen. Dat geeft economisch veel meer zin, omdat het bedrijven aanspoort het eigen vermogen op te krikken.’

‘Ook met de invoering van een minimumbelasting zijn we niet wereldvreemd. Duitsland heeft dat ook. Bovendien is ons systeem aantrekkelijker. In Duitsland kunnen bedrijven hun verliezen niet eeuwig blijven aftrekken. Bij ons kan dat wel.’

Concurrentiekracht

Voor grote bedrijven zakt het belastingtarief pas in 2020 van 34 naar 25 procent. Het zal dus afhangen van een volgende regering of dat realiteit wordt.
Van Overtveldt: ‘Alles wordt nu al in wetten gegoten.’

Maar een volgende regering kan het wel terugdraaien.
Van Overtveldt: ‘Een volgende regering kan alles doen. Alles wat wij beslist hebben, kan worden teruggedraaid.’

De Belg is zeer creatief in het ontwijken van belastingen. Het is aan ons om de ontsnappingsroutes te sluiten.
Johan Van Overtveldt
Minister van Financiën (N-VA)

Zelfs met een tarief van 25 procent zijn we nog niet concurrentieel in Europa.
Van Overtveldt: ‘Ik vind niet dat we naar een tarief van 12,5 procent moeten gaan zoals in Ierland. Je mag niet vergeten dat we in vergelijking met andere landen een bijkomend voordeel hebben. En dat is onze strategische ligging in het centrum van Europa.’

‘We hebben al inspanningen gedaan om de loonkostenhandicap weg te werken en we zetten nu stappen om concurrentiëler te worden met onze vennootschapsbelasting. Dat in combinatie met onze strategische ligging, ons hoog onderwijsniveau en onze hoge productiviteit maakt dat we opnieuw meespelen. We zijn niet de beste, maar ook lang niet de slechtste.’

Vermogensbelasting

Een maatregel waar veel om te doen is, is de invoering van een effectentaks. Het wekt verbazing dat een centrumrechtse regering een vermogensbelasting invoert.
Van Overtveldt: ‘Als ik het akkoord zelf had mogen maken, zou er geen effectentaks in zitten. Maar ik zit niet alleen aan tafel. Ik vertel u geen geheim dat daar op aangedrongen is door één partij (Van Overtveldt doelt op CD&V, red.).'

'Maar als ik alle hervormingen samen bekijk, kan ik ook met de effectentaks leven. Vooral omdat het een vermogensbelasting is die de kleinere vermogens ontziet. Ze treft enkel wie minstens een half miljoen euro belegd heeft en de hoogte van de taks is beperkt. Iemand met een effectenportefeuille van 1 miljoen euro zal 1500 euro betalen. Dat is niet niets, maar het valt alles bij elkaar wel mee.’

106 %
De Belgische schuldgraad bedraagt 106 procent. ‘Lager zou mooi zijn, maar dat is niet vanzelfsprekend’, zegt minister Johan Van Overtveldt.

Nu al is duidelijk dat de taks ontweken kan worden door bijvoorbeeld effectenrekeningen te spreiden.
Van Overtveldt: ‘Waar het zal op aankomen, is een systeem uit te werken dat sluitend is, zodat de belasting niet ontweken kan worden. De Belg is zeer creatief, zeker als het gaat om belastingen ontwijken. Het is aan ons om nog creatiever te zijn en de ontsnappingsroutes onmogelijk te maken.’

Veel Belgen dreigen geld naar het buitenland te versluizen.
Van Overtveldt: ‘Ook dat kan worden opgevangen. Door de Kaaimantaks weten we bijvoorbeeld al veel meer van Belgen met geld in het buitenland. Je mag niet vergeten dat er al veel gegevens worden uitgewisseld.'

'Mensen hebben nog onvoldoende door dat we enorm veel internationale gegevens binnenkrijgen. En dat zal alleen maar toenemen. We weten nog niet alles, maar we weten almaar meer.’

Koele minnaar

U zei ooit dat u een koele minnaar bent van de speculatietaks. Geldt dat ook voor de effectentaks?
Van Overtveldt: ‘Ik ga met dat soort omschrijvingen wachten tot de effectentaks in teksten is uitgewerkt.’

Is uw geloof in de effectentaks groter dan in de speculatietaks?
Van Overtveldt: ‘De speculatietaks leidde tot perverse effecten die negatief waren voor de economie. Ik geloof meer in de effectentaks. Die heeft het voordeel van de duidelijkheid. Je vraagt een beperkt aantal mensen met een relatief groot vermogen een kleine bijdrage. Dat zal tot weinig gedragsveranderingen aanleiding geven.’

‘Maar als we vroeg of laat toch perverse effecten vaststellen, hoop ik dat iedereen de moed zal hebben om bij te sturen.’

©Stefaan Temmerman

De vrees van sommigen is dat de invoering van een vermogensbelasting een stap is naar de invoering van een vermogenskadaster.
Van Overtveldt: ‘Deze taks zal en mag geen aanleiding geven tot de invoering van een vermogenskadaster.’

Maar we staan er niet ver meer vanaf?
Van Overtveldt: ‘Daar ben ik het niet mee eens. We raken nu een klein percentage van de bevolking, we zijn dus nog ver van een algemeen vermogenskadaster.’

Maar u zegt zelf dat u steeds meer gegevens binnenkrijgt.
Van Overtveldt: ‘Met een vermogenskadaster kan je alles van iedereen in kaart brengen. Daar zitten we nog niet. En dat is wat mij betreft ook niet de bedoeling.’

Fiscale standstill

Een van de redenen waarom de N-VA de invoering van een meerwaardebelasting heeft tegengehouden, is omdat de tarieven jaar na jaar verhoogd kunnen worden. Dat geldt toch evenzeer voor de effectentaks?
Van Overtveldt: ‘Het gevaar van een meerwaardebelasting is dat ondernemers die jarenlang keihard gewerkt hebben en hun opgebouwde rijkdom willen realiseren, geconfronteerd zouden worden met een aanzienlijke belasting. Met de effectentaks belasten we een aantal mensen, maar op een beperkte manier.’

Deze taks zal en mag geen aanleiding geven tot een vermogenskadaster.
Johan Van Overtveldt
Minister van Financiën (N-VA)

Na alle fiscale ingrepen van deze regering weerklinkt de roep om fiscale stabiliteit erg luid. Kunt u garanderen dat er de volgende jaren niets meer verandert?
Van Overtveldt: ‘Ik zou graag een fiscale standstill inlassen. Maar ik kan dat niet verzekeren. De wereld verandert elke dag. Bovendien mag je niet vergeten dat de begroting nog niet in evenwicht is en dat er dus nog maatregelen nodig zullen zijn.’

Begroting

In het Zomerakkoord zitten een reeks hervormingen, maar zijn amper maatregelen genomen om de begroting op orde te zetten. Hoe komt het dat het onder deze regering op budgettair vlak maar niet lukt?
Van Overtveldt: ‘Er is een zeer grote weerstand om te besparen in ons land. Dat is voor mij ook een ontdekking. Ik heb nooit de illusie gehad dat het gemakkelijk zou gaan, maar dat het zo moeilijk zou gaan had ik niet verwacht.’

Hoe komt dat?
Van Overtveldt: ‘Door de drukkingsgroepen die zwaar wegen op het beleid. En omdat je door onze staatsstructuur vaak botst op obstakels om besparingen te kunnen doorvoeren.’

‘Maar we hoeven niet helemaal ontevreden te zijn. Als alles goed gaat, eindigen we volgend jaar met een structureel begrotingstekort van 0,6 procent, terwijl we komen van bijna 3 procent. Dat betekent dat we zo’n 10 miljard euro structureel hebben bespaard.’

Dat is heel erg optimistisch. Europa en andere instellingen zijn pessimistischer. Het was nochtans het moment om nu de rekening op orde te zetten, gezien de lage rente.
Van Overtveldt: ‘Als ik meneer Draghi (de voorzitter van de Europese Centrale Bank, red.) mag geloven, blijft het de bedoeling om verder te gaan met het huidige beleid. Ik verwacht dus niet dat de rente snel gaat stijgen.’

‘Bovendien wordt onze overheidsschuld op zo’n manier beheerd dat we ingedekt zijn tegen renteverhogingen. Vooraleer je substantiële effecten van een stijgende rente op je begroting ziet, zit je sowieso een aantal jaren verder.’

©Stefaan Temmerman

Wat ongetwijfeld zal wegen op de begroting is de hervorming van de vennootschapsbelasting. Er is afgesproken dat die budgettair neutraal moet zijn. Maar durft u dat met de hand op het hart te zeggen?
Van Overtveldt: ‘Nee, want het gaat om een raming. Er zijn 34 maatregelen om de verlaging van de vennootschapsbelasting te financieren. Maar ik kan niet voorspellen dat elk van die maatregelen zal opbrengen wat we ervan verwachten. Niemand kan dat.’

Als de hervorming budgettair neutraal is, betekent dat dat er evenveel winnaars als verliezers zijn. Voor een groot aantal bedrijven is dat dus geen goed nieuws.
Van Overtveldt: ‘Ik zit hier niet om de belangen van individuele bedrijven te dienen, maar om een fiscaliteit uit te werken die onze economie het beste dient.'

'Door de vennootschapsbelasting meer te laten leunen op een algemeen verlaagd tarief, ga je de intrinsiek winstgevende bedrijven meer bevoordelen dan de ondernemingen die vooral winst maken dankzij het uitputten van zo veel mogelijk fiscale aftrekken.’

Ik zou graag een fiscale standstill inlassen. Maar ik kan dat niet verzekeren. De wereld verandert elke dag.
Johan Van Overtveldt
Minister van Financiën (N-VA)

U zegt fiscale maatregelen te nemen om de groei op te krikken. Maar intussen blijkt uit cijfers van Eurostat dat we de traagste groei kennen van de hele eurozone.
Van Overtveldt: ‘Dat komt doordat we de voorbije jaren gesaneerd hebben. Tot 2014 (onder de regering-Di Rupo, red.) was de groei hoger in vergelijking met de andere landen van de eurozone. Maar die groei was opgebouwd doordat de overheid meer geld uitgaf.’

‘Dat heeft deze regering moeten corrigeren. We hebben een rem gezet op de uitgaven. Mochten de overheidsuitgaven zoals in veel andere landen groeien, dan zou onze groei ook tegen 2 procent zitten. Dan zouden we nog niet tot de top behoren, maar we zouden niet meer achteraan bengelen.’

‘Ik ben ervan overtuigd dat het wel goed komt met de groei zodra we aanknopen met een begrotingsevenwicht. In combinatie met de taxshift en de hervorming van de vennootschapsbelasting zullen we opnieuw tot de betere behoren in Europa. Maar dat heeft tijd nodig.’

Schuldgraad

Een grote uitdaging voor u de komende maanden wordt de beursgang van de staatsbank Belfius. Hoeveel zal die opbrengen?
Van Overtveldt: ‘Dat hangt af van hoe de markt evolueert, van de evolutie van de winstgevendheid van Belfius en van het percentage dat we verkopen.’

Hoeveel zal de regering verkopen?
Van Overtveldt: ‘Er is afgesproken in de regering om maximaal 49 procent te privatiseren. Maar we moeten vermijden dat we de markt bruuskeren. Daarom ben ik er voorstander van om een beperkter belang te verkopen, zodat de markt dat kan absorberen.’

De helft naar de markt brengen is dus een te groot risico?
Van Overtveldt: ‘Naarmate je het percentage opdrijft, zijn de risico’s groter.’

Er is een zeer grote weerstand om te besparen in ons land.
Johan Van Overtveldt
Minister van Financiën (N-VA)

Wordt het zeker een beursgang of is het ook nog mogelijk dat een privépartner wordt gezocht?
Van Overtveldt: ‘Een beursgang is het meest voor de hand liggende denkspoor. Het garandeert een grotere neutraliteit dan het aantrekken van een privépartner.’

Als Belfius wordt geprivatiseerd, krijgt de staat wel minder dividenden binnen.
Van Overtveldt: ‘Het is mogelijk dat we de dividenden op peil kunnen houden. De pay-outratio (het percentage van de winst dat wordt uitgekeerd aan de aandeelhouders, red.) van Belfius is nu aan de lage kant. Dat kan omhoog.’

Belfius wil liefst voor volgende zomer naar de beurs. Is dat realistisch?
Van Overtveldt: ‘Nogmaals, dat hangt ervan af hoe de markten evolueren. Ik lees almaar meer analyses dat de markten zullen omslaan. Als er morgen een correctie is, heeft dat uiteraard een impact op de timing.’

BNP Paribas

De regering verkocht enkele maanden geleden een kwart van haar belang in BNP Paribas. Wilt u nog meer verkopen?
Van Overtveldt: ‘Alle overheidsparticipaties zullen de komende maanden kritisch bekeken worden. En dus ook het belang in BNP Paribas.’

Is het uw bedoeling de schuldgraad onder 100 procent brengen in de huidige legislatuur?
Van Overtveldt: ‘Dat zou mooi zijn, maar niet vanzelfsprekend, want de schuldgraad bedraagt nu 106 procent. Maar een beetje meer groei en meer inflatie kunnen veel doen.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud