Vandeput: 'Geen probleem met aanbesteding opvolging F-16'

Het Amerikaanse Lockheed Martin hoopt na de F-16 nu ook de nieuwe F-35 te slijten aan het Belgisch leger. ©Liz Lutz, Multimedia Aircrew Pho

Minister van Defensie Steven Vandeput (N-VA) is ervan overtuigd dat het dossier van de aankoop van een opvolger voor de F-16-gevechtsvliegtuigen conform alle regels is.

Vandeput reageert op een advies van de Inspectie Financiën, de budgettaire waakhond van de overheid, die serieuze vragen plaatst bij de geplaatste aanbesteding. De Inspectie Financiën vindt dat de federale regering te veel belang hecht aan onderhoudscontracten voor Belgische bedrijven bij de aankoop van een opvolger voor de 54 versleten F-16's. De vrees is dat daardoor de keuze niet op het beste toestel zal vallen en de regering te veel zal betalen.

'Het lastenboek is eerder dit jaar met instemming van alle partijen goedgekeurd op de ministerraad', laat Vandeput via zijn woordvoerder weten. 'De prijs zal voor een derde de doorslag geven bij de beslissing, de zogenaamde economische compensaties voor 10 procent.

De gekozen criteria laten de kandidaat-constructeurs de ruimte om hun pluspunten in de verf te zetten.
Laurence Mortier
Woordvoerder minister van Defensie Steven Vandeput

'Belangrijk is dat ook het groei- en evolutiepotentieel (8 procent) een belangrijk element wordt in de keuze', luidt het op het kabinet-Vandeput. 'Wij gaan ervan uit dat de toestellen 30 à 40 jaar mee zullen gaan. Gezien de snelheid van de technologische evoluties en digitalisering, is dat groeipotentieel een cruciale factor. Het gaat bijvoorbeeld om toekomstige wapensystemen die geïnstalleerd kunnen worden.' Volgens Vandeput is het gewogen aandeel van alle criteria de juiste om tot een evenwichtige beslissing te komen. 'Ze laten de kandidaat-constructeurs de ruimte om hun pluspunten in de verf te zetten.'

'Het is inderdaad niet helemaal duidelijk of de 'economische return' even groot zal zijn als in het F-16-dossier destijds', zegt professor Alexander Mattelaer, defensie-specialist aan het Egmont Instituut. 'Dat was achteraf gezien een enorm succesverhaal. Maar ons land koopt nu natuurlijk 'off-the-shelf', waarbij het al gebouwde toestellen koopt. Bij de F-16's stapte België in de jaren '70 mee in de ontwikkeling van het toestel, waardoor Belgische bedrijven grote contracten wisten binnen te halen. België investeert nu niet mee, waar voor- en nadelen aan verbonden zijn.'

Eerlijke concurrentie

De Inspectie Financiën vreest daarnaast dat er problemen kunnen opduiken met de Europese regels rond eerlijke concurrentie. Directe 'economische compensaties', onderhouds- en upgradecontracten voor Belgische bedrijven, zijn expliciet verboden door Europa. Maar de Belgische overheid omzeilt dat via het concept van 'essentiële veiligheidsbelangen.'

In het kader van nationale veiligheid mogen overheden afwijken van de Europese regels. Het komt erop neer dat België het als een essentieel veiligheidsbelang beschouwt om een eigen defensie-industrie te hebben. Volgens Kamerlid Wouter De Vriendt (N-VA) dreigt Europa moeilijk te doen, waardoor Vandeput in het juridisch drijfzand belandt. 'Wij zijn ervan overtuigd dat het lastenboek voldoet aan de richtlijnen die door Europa zijn opgelegd', luidt het bij Vandeput.

De regering beslist in principe midden volgend jaar welke buitenlandse constructeur 34 nieuwe gevechtsvliegtuigen mag leveren. Er zijn nog vier kandidaten: de F-35 van het Amerikaanse Lockheed Martin, de Rafale van Dassault, de Gripen van het Zweedse Saab en de Typhoon van het Brits-Italiaans-Duitse consortium Eurofighter. Het Amerikaanse Boeing stapte in april zelf uit de race met de F-18. Het bedrijf liet weten dat het zinloos was door een gebrek aan eerlijk speelveld, maar onthield zich van verdere commentaar.

Gelopen race

Er wordt al langer gespeculeerd dat het een gelopen race is en de F-35 de voorkeur draagt. Dat zou te maken hebben met de capaciteit om kernbommen te dragen. Dat is geen expliciete vereiste voor de aankoop - constructeurs mogen het in hun offerte wel noteren - maar in defensiekringen is te horen dat de Amerikanen nooit zullen aanvaarden dat hun kernbommen op andere toestellen dan Amerikaanse gemonteerd worden. Dan blijft alleen de F-35 over. Op de militaire basis in Kleine Brogel liggen meer dan waarschijnlijk Amerikaanse kernbommen.

'Ik zou niet categoriek stellen dat de F-35 sowieso de enige optie is om de Belgische nucleaire deelname te blijven verzekeren', reageert professor Mattelaer. 'Kijk naar Duitsland. Daar moet de Luftwaffe tegen 2020 een keuze maken over de vervanger van zijn Tornado-vloot. De Tornado's zijn een precedent omdat het Europese toestellen zijn met een certificaat om Amerikaanse kernbommen te dragen.

Kiest de regering ervoor zijn nucleaire taak te blijven vervullen, is het niet ondenkbaar dat de Eurofighter omgebouwd wordt tot een 'dual capable aircraft' (die zowel conventionele als nucleaire wapens kan dragen, red.). Zeker omdat de opbouw van een F-35-vloot of op middellange termijn een nieuw wapensysteem van de volgende generatie, wellicht een pak duurder zullen uitvallen.'

Indien de Belgische regering de nucleaire rol wil blijven vervullen - een keuze waar er goede inhoudelijke argumenten pro en contra voor bestaan - dan ligt de keuze voor de F-35 wellicht voor de hand, maar andere opties zijn niet ondenkbaar.
Alexander Mattelaer
Professor en Defensie-specialist Egmont Instituut

'Indien de Belgische regering de nucleaire rol wil blijven vervullen - een keuze waar er goede inhoudelijke argumenten pro en contra voor bestaan - dan ligt de keuze voor de F-35 wellicht voor de hand, maar andere opties zijn niet ondenkbaar', luidt het.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud