analyse

Zwartepieten over het brugpensioen

Dat Carrefour zijn werknemers nog altijd op hun 56ste met brugpensioen kan sturen, heeft de regering aan zichzelf te wijten. ©Tim Dirven

De meerderheidspartijen schuiven de hete aardappel over het brugpensioen op 56 jaar bij de supermarktketen Carrefour gretig naar elkaar toe. Maar dat een brugpensioen nog mogelijk is, heeft de regering aan zichzelf te danken.

Mocht het niet zo treurig zijn, dan zou het grappig zijn hoe minister van Werk Kris Peeters (CD&V) en zijn Vlaamse collega Philippe Muyters (N-VA) elkaar de verantwoordelijkheid voor het brugpensioen op 56 jaar bij Carrefour toeschuiven. In het sociaal akkoord bij de supermarktketen, die een herstructurering doorvoert, is het brugpensioen een van de manieren waarop de pil wordt verguld. Brugpensioen bij herstructureringen is een gunst die de minister van Werk moet goed- of afkeuren. Hij wordt bijgestaan door een commissie, waarin de sociale partners zetelen. Meestal volgt de minister van Werk het advies van die commissie.

Peeters wees er op dat hij de beslissing enkel kan nemen na een bindend advies van de regio’s. Maar dat advies slaat op de outplacementbegeleiding - de begeleiding naar werk - die in het sociaal akkoord is opgenomen en niet op het brugpensioen zelf. Muyters schoot vervolgens in een colère omdat Peeters hem verantwoordelijk wilde maken voor het brugpensioen op 56 jaar. Daarop riep vicepremier Alexander De Croo (Open VLD) zijn collega’s op ‘de werknemers aan een nieuwe job te helpen in plaats van te ruziën’. De N-VA en Open VLD herhaalden bovendien dat ze het brugpensioen het liefst afschaffen. Lees: Peeters wil dat niet.

©MEDIAFIN

Hypocriet

Het heeft veel weg van een pijnlijk rondje zwartepieten, waarbij iedereen probeert de schuld bij een ander te leggen. De meerderheidspartijen zitten ermee in hun maag dat op het moment dat ze lopen te roepen dat iedereen langer moet werken, nog altijd werknemers op 56 jaar met brugpensioen worden gestuurd. Maar dat zoiets kan, is het gevolg van de wetgeving en van een beslissing van de regering zelf. Die durfde haar plan om het brugpensioen te begraven niet door te zetten. Dat de meerderheidspartijen nu op het brugpensioen schieten is dus behoorlijk hypocriet.

Aan het begin van de legislatuur in 2014 was een brugpensioen volgens de algemene regel mogelijk op 60 jaar. Werknemers met een lange loopbaan, medische problemen of een zwaar beroep konden op 56 jaar stoppen. Bij herstructureringen kon dat zelfs op 53 jaar. Tijdens de regeringsonderhandelingen besliste de regering-Michel de minimumleeftijd voor het algemene brugpensioen onmiddellijk te verhogen tot 62 en voor alle uitzonderingssituaties tot 60 jaar tegen 2017. Dat moest samen met de strengere regels voor het vervroegd pensioen verzekeren dat de Belgen, die vroeger dan de meeste andere Europeanen stoppen met werken, langer aan de slag blijven.

De vakbonden trokken de straat op tegen onder meer de afbouw van het brugpensioen. Ze zetten de werkgeversorganisaties zwaar onder druk. Om de sociale vrede te bewaren stemden die in met een sociaal akkoord waarin een tragere verhoging werd opgenomen. Open VLD en de N-VA wilden daar eerst niet van weten, maar gaven onder zware druk toe. Daardoor is een brugpensioen voor wie een zeer lange loopbaan achter de rug heeft of een zwaar beroep heeft, nog altijd mogelijk op 59 jaar. Wie aantoonbare medische problemen heeft, kan op 58 jaar van het stelsel gebruikmaken. Bij een collectief ontslag, zoals bij Carrefour, kan dat nog op 56 jaar.

Aangepast beschikbaar

Hetzelfde geldt voor het voornemen van de regering om bruggepensioneerden naar werk te begeleiden. Voor 2014 moest een bruggepensioneerde amper naar werk zoeken. De regering-Michel wilde dat radicaal veranderen door de regio’s te verplichten elke bruggepensioneerde tot zijn 65 jaar naar werk te begeleiden. Brugpensioen heet officieel werkloosheid met een bedrijfstoeslag (SWT): het gaat dus om werklozen, die weliswaar een premie blijven krijgen van hun vroegere werkgever. Volgens de regering moesten die worden geactiveerd.

Onder druk van de sociale partners werd dat plan bijgesteld: bruggepensioneerden moeten aangepast beschikbaar blijven. Dat betekent dat ze niet actief op zoek moeten naar werk, maar een jobaanbod moeten aanvaarden. Niet alle bruggepensioneerden moeten dat. Het was de bedoeling wie al met brugpensioen was of om medische reden met brugpensioen gaat met rust te laten. Er kwam ook een uitzondering voor bruggepensioneerden met een zwaar beroep, een lange loopbaan of zij die ontslagen werden na een collectief ontslag. Zij moeten tot hun 61 jaar aangepast beschikbaar blijven

Pas tegen 2020, drie jaar later dan beoogd, haalt de regering-Michel haar doel en kan niemand voor zijn 60ste met brugpensioen. Zowat alle bruggepensioneerden moeten dan tot hun 65 aangepast beschikbaar zijn. Zelfs dan is nog maar een deel van het werk gedaan, want het is bijzonder moeilijk om bruggepensioneerden naar werk te begeleiden. Uit cijfers die Vlaams Parlementslid Robrecht Bothuyne (CD&V) opvroeg, bleek dat vorig jaar slechts 18 procent van wie aangepast beschikbaar moest blijven een jobaanbod van de Vlaamse arbeidsbemiddelingsdienst VDAB kreeg. Slechts een fractie vond werk.

De weg naar het afschaffen van het brugpensioen is veel langer en hobbeliger dan de meerderheidspartijen bij het begin van de legislatuur dachten. Door de verstrengingen is het aantal bruggepensioneerden tot 88.000 gedaald, het laagste niveau in minstens twintig jaar.  Nog nooit daalde dat aantal zo snel als vorig jaar. Toch kon het sneller gaan. Het systeem dat door alle arbeidsmarktexperts en de meerderheidspartijen wordt verketterd, sterft een zeer langzame dood.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content