reportage

De explosieve concurrentiestrijd achter de war on drugs

©Dieter Telemans

Achter de opstoot van geweld in de Sinjorenstad gaat een bikkelharde concurrentiestrijd schuil tussen Belgische en Nederlandse cocaïneclans, met de haven van Antwerpen als grote inzet. ‘Het criminele verdienmodel dat de ronde doet, is hallucinant.’

Inkoopprijs: 29.000 euro per kilo. Verkoopprijs: circa 52.000 euro. Winst: bijna 80 procent. Zoveel kan een handelaar in België met cocaïne verdienen. Het lijkt een simpele rekensom. Maar achter die cijfers gaat een dodelijk efficiënte marktwerking schuil, met de Antwerpse haven als centrale draaischijf.

Het businessmodel van de handel in cocaïne is relatief eenvoudig, vergelijkbaar met dat van vele andere minder illegale sectoren. Je hebt enerzijds de groothandelaars, die het spul in bulk laten overkomen van de producenten in vooral Zuid-Amerika. Aan de consumentenzijde heb je de detailhandelaars: de dealers die kleine porties klaar voor gebruik leveren. Daartussen zit de tussenhandel: de lokale organisaties die kilo’s afnemen om de detailhandel te bevoorraden.

Kort

Antwerpen neemt extra maatregelen tegen het aanhoudende geweld in Antwerpen-Noord, nadat begin deze week opnieuw een wagen is uitgebrand na een explosie. De recente ontploffingen en schietpartijen worden aan de cocaïnemaffia gelinkt.

Zolang het businessmodel van de handel in cocaïne niet grondig wordt aangepakt en de Antwerpse haven als grootste invoerpoort voor coke in Europa niet beter wordt afgesloten, is het einde van de ‘war on drugs’ niet in zicht.

Op die tussenhandel bijten politie en experts in de Sinjorenstad vertwijfeld hun tanden stuk. Het is een verborgen, ongrijpbare en erg competitieve markt die volledig in handen is van criminele organisaties die ook verantwoordelijk zijn voor het halen van de cocaïne uit containers in de haven. Die clans vormen een netwerk, dat ook een deel van de Antwerpse detailhandel in handen heeft. De transacties die daar plaatsvinden, doorgaans in partijen van 0,5 tot 5 kilogram, gebeuren clandestien en veroorzaken normaal weinig tot geen overlast.

Het logische gevolg was dan ook dat de aandacht van het Antwerpse parket en de federale politie vooral ging naar de invoer uit Colombia, de groothandel in Nederland en de kleinere detailhandelaars in België. Maar de recente opstoot van geweld, met ontploffingen en schietpartijen in Noord-Antwerpen, bracht die tussenhandel in het vizier van de ordediensten en het stadsbestuur.

Verstrengelde markten

Concreet zou het gaan om leden van criminele families van Marokkaanse origine, die hun carrière begonnen als dealer en wier zetbazen of leveranciers uit Nederland vaak verre familieleden zijn of kennissen uit dezelfde regio in Noord-Afrika. Dat blijkt uit een gedetailleerde studie van een internationaal team van academici dat in 2016-2018 de verstrengeling van de Belgische en Nederlandse drugsmarkten onder de loep nam. Ze screenden diverse parketdossiers en spraken met gedetineerden uit het drugsmilieu en sleutelfiguren bij de politie en het gerecht.

Dat onderzoeksrapport, dat in mei vorig jaar verscheen, toont hoe die families opklommen in de hiërarchie. Eerst stonden ze enkel in voor de detailhandel, naderhand werd het halen van de cocaïne uit containers in de Antwerpse haven hun kernactiviteit. Ze werken daarvoor samen met corrupte havenarbeiders en Albanese organisaties, die op hun beurt een belangrijke liaison zijn tussen de Nederlandse en Belgische cocaïnemarkt.

Door de enorme winsten, de complexiteit van de transacties en de soms onduidelijke relaties tussen de betrokken criminele actoren, is de kans op geweld groot.
Rapport over de Belgisch-Nederlandse drugsmarkt

Waar die Marokkaanse criminele clans aanvankelijk in cash door hun Nederlandse opdrachtgevers werden uitbetaald, strijken ze tegenwoordig een percentage van de ingevoerde lading cocaïne op. Dat is voor de opdrachtgevers veel goedkoper dan de tegenwaarde in geld uit te keren. Die kilo’s verdelen de Marokkaanse organisaties dan via eigen dealers, die de cocaïne op de Antwerpse markt brengen. Zo wisten ze hogerop te klimmen op de ladder van de cocaïnehandel, en hebben ze nu de tussenhandel in handen.

Het overgrote deel van de cocaïne die via de Antwerpse haven binnenkomt, wordt nog altijd naar Nederland geëxporteerd om vandaar lokaal en internationaal verdeeld te worden. Maar steeds meer signalen wijzen erop dat Marokkaanse clans ook hun eigen invoerlijnen opzetten. Door dat aanbod hoeven Belgische of buitenlandse afnemers niet meer naar Nederland te reizen om zich te bevoorraden. Dat veroorzaakt een toenemende concurrentiestrijd met hun voormalige Nederlandse opdrachtgevers.

‘Dat die concurrentie mee de oorzaak is van de gewelddelicten die zich in Noord-Antwerpen hebben voorgedaan, lijkt me een plausibele verklaring’, zegt Letizia Paoli, een Italiaans criminoloog aan de KU Leuven en een experte in de georganiseerde misdaad, die van nabij meewerkte aan het onderzoek. ‘Alleen is het voor mij onduidelijk of er nu conflicten zijn tussen lokale families onderling of tussen de Antwerpse en de Nederlandse organisaties.’

©BELGA

Het geweld speelt in ieder geval niet in het voordeel van de drugsclans. ‘Wie geld wil verdienen met cocaïne, doet dat beter low profile en niet door granaten te laten ontploffen in het midden van de stad. Het kan erop wijzen dat hun markt volop in beweging is’, zegt Paoli. ‘En dat de marktaandelen nog niet zijn verdeeld.’

Opmerkelijk is dat die tussenhandel niet door één organisatie wordt gecontroleerd. Er is sprake van een open en competitieve markt. ‘De manier van werken is veranderd’, zegt een politiebron in het rapport. ‘Het is vandaag gemakkelijker om kilohandelaar te worden dan gisteren. Waar je vroeger een echte leiding had, heb je nu de opportunisten. Overvallers van geldtransporten en carjackers: dat soort criminelen is nu drugshandelaar geworden. Ze hebben ingezien dat er veel geld mee te verdienen valt. En de coke is makkelijker te bekomen.’

Populariteit

Dat cocaïne in alsmaar grotere volumes de Antwerpse haven binnenstroomt, kan afgeleid worden uit de hoeveelheid in beslag genomen illegale aanvoer. Die ging sinds 2000 continu de hoogte in, op een uitschieter in 2012 na. De afgelopen vijf jaar was er zelfs sprake van een bijnavertienvoudiging: van 4,7 ton in 2013 naar meer dan 41 ton in 2017.

Meerdere oorzaken liggen aan de basis van de populariteit van Antwerpen als invoerpoort voor cocaïne. Ten eerste is het een van de meest uitgestrekte havengebieden ter wereld. De oppervlakte bedraagt 12.068 hectare, vergelijkbaar met 18.102 voetbalvelden, en kent een opslagruimte van 6,3 miljoen m². Het is een erg uitgebreid en moeilijk te controleren grondgebied.

Er is duidelijk sprake van medeplichtigheid van corrupte advocaten, politie- en douane- personeel, bemanningsleden van schepen, havenarbeiders en bedienden in de maritieme sector.

Bovendien kunnen goederen door de centrale en diepe ligging van de haven relatief efficiënt het Europese hinterland bereiken. ‘Een element dat niet enkel cruciaal is voor de legale handel, maar ook opportuniteiten aan de illegale handel biedt’, klinkt het in het onderzoeksrapport.

Een ander aspect is de containertrafiek, een van de stevigste pijlers van de Antwerpse haven, in tegenstelling tot zijn Rotterdamse evenknie. Wereldwijd staat Antwerpen bekend voor zijn hoge productiviteit op dat vlak. ‘Naarmate de Belgische overheid het handelsverkeer faciliteert en daardoor flexibiliteit biedt, krijgen de bendes meer mogelijkheden’, stellen de onderzoekers kritisch vast.

Haven als achterdeur

De haven heeft ook een aantal directe scheepslijnen met Midden- en Zuid-Amerika, zoals de 8 miljard bananen die op die manier jaarlijks naar Antwerpen worden verscheept. Er zijn dus ook rechtstreekse verbindingen met productielanden van cocaïne. ‘Dat wordt vaak onderbelicht, maar het is de belangrijkste reden waarom er zoveel drugs via Antwerpen wordt verhandeld’, zegt Stephan Vanfraechem, de topman van Voka/Alfaport. ‘Eigenlijk is onze haven een achterdeur. Die kan je zo goed beveiligen als je wil, het zal pas echt zijn weerslag hebben als ook de voordeur, de havens in Zuid-Amerika, een even efficiënt controlesysteem krijgen. Daar schiet het voorlopig toch wat tekort.’

Al wordt in havenkringen toegegeven dat de controle hier efficiënter kan. Terwijl de goederenstromen in de havens van Rotterdam en Hamburg gemonitord worden door gespecialiseerde teams die risicoanalyses uitvoeren, is het team dat daarvoor in Antwerpen verantwoordelijk is, lang niet zo omvangrijk. Bovendien maakt de uitgestrektheid van de Antwerpse haven dat er veel loopholes zijn.

©Mediafin

Zo zijn er in Antwerpen twee RX-scansites van de douanediensten. Die bevinden zich aan de uiteinden van de terminals, op linker- en rechteroever. Als een container moet langskomen voor een scan, heeft de chauffeur 2,5 uur de tijd. Tussen de terminal en de scansite is er echter geen trackingsysteem of bewaakt transport, waardoor de transporteur met de container naar bijvoorbeeld Nederland kan rijden, de cocaïne eruit haalt en tijdig terug kan zijn voor de scan. Smokkelaars beschikken dus over voldoende tijd om de drugs uit de containers te halen voordat de controle plaatsvindt.

‘Om aan die problematiek tegemoet te komen wordt het niet-aanbieden van een container voor RX-scanning sinds kort door de douane bestraft met een administratieve boete van 5.000 euro voor een eerste inbreuk’, staat in het rapport te lezen. ‘Dat is nog steeds een verwaarloosbaar bedrag, vergeleken met de winsten die de invoer van cocaïne opleveren.’

Maffiatrucs

De trucs om cocaïne in containerschepen of in verscheepte goederen te verbergen, zijn bijzonder creatief. Dat kan gebeuren door de coke in uitgeholde ananassen te stoppen, in machines, in bananendozen, tussen koffie of geïmpregneerd in karton of kledij. Verder kan het spul verstopt worden in inspectieluiken, de motor of de constructie van zowel koel-, bulk- als tankcontainers. De stroom cocaïne die op deze manier België wordt binnengesmokkeld, is aanzienlijk.

De medeplichtigheid van corrupte advocaten, personeel van politie en douane, bemanningsleden van schepen, bedienden in de maritieme expeditie en havenarbeiders leidt ertoe dat criminele organisaties alsmaar grotere ladingen coke kunnen invoeren. Zendingen van 600 tot 1.000 kilo zijn geen uitzondering meer, blijkt uit een studie die criminoloog Charlotte Colman van de UGent vorig jaar publiceerde. Het havenpersoneel is een belangrijke schakel in de hele keten. Dat kan informatie doorspelen, ongeautoriseerde toegang verschaffen, containers verplaatsen of laten verdwijnen en helpen de lading uit de haven te krijgen.

‘Het criminele verdienmodel toont hallucinante bedragen’, stellen de onderzoekers vast. Zo kan de coördinator van een containerterminal 225.000 euro per klus opstrijken. Een planner verdient 75.000 tot 125.000 euro. Voor de chauffeur van een straddle carrier die bereid is een container te verplaatsen, wordt 25.000 tot 75.000 euro gerekend, en als hij zelf de zakken eruit haalt, krijgt hij nog eens 500 à 1.000 euro per kilo. Een hr-manager die infiltranten van de drugsmaffia rekruteert, verdient dan weer 10.000 euro per selectie.

Wie geld wil verdienen met cocaïne, doet dat beter niet door granaten te laten ontploffen in het midden van de stad.
Letizia Paoli
Italiaanse criminoloog KU Leuven

Naast het vervalsen of foutief invullen van aangiftes en handelsdocumenten, zoals een foute benaming van de goederen of een foutief ingevulde bestemmeling, maken criminele organisaties ook gebruik van groupagecontainers. Daarbij worden meerdere soorten goederen in dezelfde container getransporteerd, zodat het leeghalen van de volledige container ter controle een hele opgave is voor de douane. Voorts blijkt dat criminele organisaties geregeld ‘testzendingen’ versturen, die geen cocaïne bevatten, vooraleer effectief een lading cocaïne mee te sturen. Veel gelijkaardige zendingen verkleinen de kans op controle in de toekomst.

De cocaïnemaffia maakt ook gebruik van IT-specialisten. In 2011 kraakten enkele IT-specialisten de computersystemen van de haventerminals om aan de gewenste informatie te komen, beveiligingscodes te stelen en containers te laten verdwijnen. Door de informaticasystemen van onder andere haventerminals en scheepsagenten te hacken en spyware te plaatsen, konden ze de locatie en de beweging van containers controleren. Dat bood hen de mogelijkheid om containers waarin de cocaïnelading verstopt zat, te laten verdwijnen, voordat de rechtmatige eigenaar de container zou ophalen.

Bewustmaking

Moet de privésector niet strenger opgevolgd worden? Olivier Schoenmaeckers, de directeur van de Vereniging van Expediteurs (VEA), nuanceert: ‘We werken al nauw samen met de politie en de douane. We sleutelen onder andere aan een samenwerkingsovereenkomst, die de controleprocessen nog efficiënter moet maken. En er komt ook een meldpunt, waar partijen die iets verdachts opmerken informatie kunnen delen met collega’s.’

De bedrijven maken volgens Schoenmaeckers vooral hard werk van de bewustmaking, in de hoop dat verdachte partijen er zo op voorhand uitgefilterd kunnen worden. ‘We geven tips and tricks aan onze leden hoe ze systematisch kunnen nagaan of er iets niet pluis is. Dat gaat van een controle van de solvabiliteit van de nieuwe klant tot het checken op Google Maps van de leveringsplek. Als dat een afgelegen garagebox is, dan weet je dat er waarschijnlijk iets mis is.’

‘Ook in de eigen organisatie is waakzaamheid nodig. Van sommige bedrijven worden de werknemers plots persoonlijk benaderd, bijvoorbeeld op hun privé-mailadres. We hebben ook al meegemaakt dat iemand een IT-check kwam doen, maar dat die persoon een tracker kwam hangen om communicatie te onderscheppen. Als er iemand in je gebouwen rondloopt, ga je er snel van uit dat die persoon daar mag zijn. Wat niet altijd het geval is.’

©Mediafin

Kan er meer gebeuren? Er gebeurt al heel veel, klinkt het. Men onderzoekt het 100 procent scannen van alle containers, met betere systemen. Dat onderzoek gebeurt onder andere samen met de Universiteit Antwerpen. ‘Maar we moeten er ook over waken dat het logistiek proces in de haven efficiënt blijft’, zegt de VEA-topman. ‘Je moet een evenwicht zoeken tussen het faciliteren van de handel en het controleren op illegale activiteit.’

De onderzoekers sluiten niet uit dat het aantal afrekeningen in Antwerpse milieus nog zal toenemen. ‘Door de enorme winsten, de complexiteit van de transacties en de soms onduidelijke relaties tussen de betrokken criminele actoren, is de kans veel groter dat op dit echelon van de markt geweld ontstaat’, schrijven ze.

Als iets fout loopt in de keten - zoals medeplichtigen uit de privé of de overheid die zich terugtrekken, verplichtingen die niet worden nagekomen, ladingen die gestolen worden of verloren gaan - worden personen ter verantwoording geroepen. Als lone wolves hun slag slaan, denk maar aan ‘Antwerpse opportunisten die zonder inbreng van Nederlandse opdrachtgevers cocaïne uit Zuid-Amerika trachten in te voeren’, wordt orde op zaken gesteld.

Het einde van de war on drugs in Antwerpen is niet meteen in zicht.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect