Advertentie
interview

‘Geef onze schoolbesturen geld om nieuwe scholen te bouwen'

Lieven Boeve: ‘Dit jaar moeten een aantal ideeën concreet politiek vertaald worden.’ ©Saskia Vanderstichele

Scholen moeten zelf verantwoordelijk worden voor hun infrastructuur, vindt Lieven Boeve, de topman van het katholieke onderwijsnet. Net voor het nieuwe schooljaar overloopt hij zijn huiswerk.

1 Katholiek onderwijs versterken

Lieven Boeve nam vorige zomer de fakkel over van Mieke Van Hecke aan de top van het katholiek onderwijs, de grootste onderwijsverstrekker in Vlaanderen. Drie kwart van de leerlingen volgt les in een katholieke middelbare school. Toch beseft Boeve dat een sterk katholiek onderwijsnet minder evident wordt. ‘De context waarin we het katholiek onderwijs organiseren, is helemaal anders dan in de jaren 50 of net na de schoolstrijd’, zegt hij. ‘Er woedt een discussie over de vrijheid van het onderwijs en er is druk op het middenveld. Daarom profileren wij ons niet vanuit de katholieke zuil, maar vanuit de scholen. We verlenen interne dienstverlening aan onze scholen en doen aan externe belangenbehartiging. We zijn geen monoliet die de scholen allerlei zaken oplegt. Daarbij werken we uiteraard vanuit een christelijke inspiratie, die ons allemaal verbindt.’

Hoe meer eindtermen, hoe minder onderwijsvrijheid.
lieven boeve
topman Katholiek onderwijs Vlaanderen

Die aanpak werpt vruchten af. De contacten tussen het kabinet van Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits (CD&V) en het katholieke net zijn goed. Volgens sommigen zelfs te goed. Zelf relativeert hij die macht. ‘De besluitvorming in het onderwijs loopt niet van vandaag op morgen. Je moet alle spelers voldoende betrekken en af toe een beetje geluk hebben. Zowel de minister als ikzelf hebben dat met vallen en opstaan geleerd. Crevits heeft veel dossiers tegelijk naar zich toegetrokken. Er mag nagedacht worden, maar op een bepaald moment moet je landen. Dit jaar zal de uitdaging zijn om een aantal ideeën concreet politiek te vertalen.’

2 Secundair onderwijs hervormen

Voor Boeve staan twee dossiers dit schooljaar bovenaan de onderwijsagenda: de hervorming van het secundair onderwijs en de start van het M-decreet. Dat laatste treedt dit schooljaar in werking en geeft meer kinderen met een beperking toegang tot het gewone onderwijs. De hervorming van het secundair onderwijs ligt nog op de politieke tekentafel. Crevits loste haar belofte niet in om voor de zomer de krijtlijnen uit te zetten. ‘De minister moet duidelijkheid scheppen’, zegt Boeve. Zijn huiswerk ligt klaar en wordt ons op een A4’tje overhandigd.

De katholieke onderwijskoepel wil de toekomstige studierichtingen helemaal anders organiseren. Een studierichting leidt ofwel tot een academische bachelor, een professionele bachelor, het hoger beroepsonderwijs of de arbeidsmarkt. ‘Wie afstudeert in een bepaalde richting, moet weten waar hij aan toe is. Vandaag is dat niet altijd het geval’, zegt Boeve. ‘Voor ons gaat de discussie niet over het algemeen, technisch of beroepsonderwijs. We vertrekken niet vanuit het studieaanbod, maar vanuit de leerlingen. Denkt een leerling meer abstract of praktijkgericht? Op basis van de leerlingenprofielen passen we ons aanbod aan.’

Tegelijk moeten leerlingen meer mogelijkheden hebben om van studierichting te veranderen. Vandaag kan een leerling na het tweede middelbaar zogezegd eenvoudig van richting veranderen, maar in de praktijk is dat niet het geval. ‘Je moet als 14-jarige nog voldoende mogelijkheden hebben’, vindt Boeve. ‘Het zal nog perfect mogelijk zijn voor sterke leerlingen om de eerste twee jaar Latijn te volgen. Tegelijk willen we andere leerlingen de ruimte geven om hun Frans bij te spijkeren. Op die manier kunnen zo veel mogelijk leerlingen nog kiezen.’

3 Meer samenwerking tussen scholen

De samenwerking tussen de schoolbesturen is een stokpaardje van Boeve. De katholieke onderwijskoepel wil van 800 naar 150 schoolbesturen evolueren. ‘Het gaat over bestuurlijke schaalvergroting, niet over grotere scholen of minder diversiteit tussen de scholen’, benadrukt Boeve. ‘Elke school kan nog steeds zijn eigen focus leggen. De leraar, de zorgcoördinator en de pedagogisch directeur houden zich dan minder bezig met de administratie en de personeelsbezetting. Dat levert allerlei voordelen op. Je kan jonge leraren meer jobzekerheid bieden in een cluster van scholen. Je kan infrastructuurwerken bundelen of een tool gebruiken voor alle personeelssecretariaten.’

Niet alle scholen lopen storm voor de schaalvergroting. Bovendien wordt in onderwijskringen gewaarschuwd dat zwakkere scholen achterblijven terwijl sterke scholen samenwerken. ‘Dat risico bestaat als je zo’n operatie niet begeleidt’, zegt Boeve. ‘We houden nauwgezet bij hoe ver de operatie staat en koppelen terug met de scholen. De meeste scholen zien de voordelen in.’

4 Nadenken over wat kinderen moeten leren

Dit najaar buigt het onderwijsveld zich over de eindtermen: wat moeten leerlingen op het einde van de rit kennen en kunnen? De discussie gaat over de kern van het onderwijs, maar Boeve waarschuwt dat het debat niet te ver mag doorslaan. ‘Het Vlaams regeerakkoord gaat uit van vrijheid van onderwijs en vertrouwen in de onderwijsverstrekkers. De overheid moet zich beperken tot het minimaal noodzakelijke zodat er voldoende ruimte is voor pedagogische vrijheid. Onze maatschappij heeft de neiging om elk probleem op het onderwijs af te schuiven, als 18-jarigen niet slagen voor het theoretisch rij-examen of jongeren geen EHBO meer kennen. Maar te gedetailleerde eindtermen leiden tot staatspedagogiek. Vertrouw dat de scholen werk maken van verkeersveiligheid en gezondheidspreventie. Ik pleit voor algemene eindtermen, zoals de beheersing van het Frans en het historisch bewustzijn. Hoe de doelen worden ingevuld, is aan de onderwijskoepels. Zo hebben ouders nog een echte keuze tussen verschillende onderwijsprojecten. Hoe meer eindtermen, hoe minder onderwijsvrijheid.’

5 Scholen bouwen

Boeve loopt niet hoog op met het masterplan voor scholenbouw dat de Vlaamse regering net voor de zomer heeft goedgekeurd. Crevits voorziet geen extra geld, maar wil op termijn de wachtlijst voor infrastructuurdossiers anders aanpakken. Wie het langst op de wachtlijst staat, krijgt niet per se als eerste een budget. De regering schuift een aantal criteria naar voren, zoals een brede school . ‘Wie aan die criteria voldoet, zal eerst geld krijgen. Maar wie niet aan alle criteria voldoet, zal nooit aan bod komen omdat er te weinig geld is. Uiteindelijk zullen enkel nog dossiers worden ingediend die aan alle criteria voldoen en moet je weer nieuwe criteria uitvinden. Het fundamentele probleem is niet de organisatie van de wachtlijst, maar het gebrek aan geld. Ik begrijp dat we in een besparingscontext zitten, maar dan is het een kwestie van keuzes maken. Voor ons is de veiligheid en de leefbaarheid van onze scholen een prioriteit.’

Boeve schuift een totaal ander systeem naar voren: geef de scholen een jaarlijkse investeringsenveloppe zodat ze niet per project bij de Vlaamse overheid moeten aankloppen. Hij verwijst naar de hogescholen waar de omslag gelukt is. ‘Daardoor is er geen extra geld, maar de scholen hebben hun planning in de hand. Je kan een infrastructuurplan in de tijd spreiden. Het past ook in de filosofie van de Vlaamse regering om het onderwijs meer te vertrouwen.’ Zeker als de schoolbesturen groter worden, gelooft Boeve dat ze klaar zijn voor de verantwoordelijkheid. ‘Vergeet ook niet dat onze scholen sowieso een deel van de infrastructuurwerken uit hun eigen zak moeten betalen. Ook dat kan je beter afstemmen met de investeringsenveloppe.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud