Advertentie

Inschrijvingsgeld hoger onderwijs stijgt naar 890 euro

©BELGA

Het inschrijvingsgeld aan hogescholen en universiteiten stijgt naar 890 euro. Dat vernam De Tijd en het wordt door Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits (CD&V) bevestigd.

De Vlaamse regering heeft vrijdag de knoop doorgehakt over de verhoogde inschrijvingsgelden in het hoger onderwijs. Die dienen om de besparingen in het hoger onderwijs te compenseren. De nieuwe inschrijvingsgelden gaan volgend academiejaar in en zijn voor alle Vlaamse instellingen gelijk.

Wij investeren jaarlijks bijna een derde van de Vlaamse begroting aan onderwijs. De inspanning die het onderwijs doet, is echter veel kleiner dan zijn aandeel in de begroting.
Hilde Crevits
Minister van Onderwijs

Concreet stijgt het inschrijvingsgeld van 619,9 naar 890 euro. De Vlaamse regering blijft daarmee een eind weg van de symbolische grens van 1.000 euro, die de N-VA eerder had gesteld.

Beurs

Het inschrijvingsgeld voor de bijna-beursstudenten stijgt van 409,9 euro naar 470 euro. Dat zijn de studenten die net niet op een beurs een beroep kunnen doen. De inkomensgrens voor de bijna-beursstudenten wordt wel aangepast - van 1.500 tot 3.000 euro boven de grens die recht geeft op een beurs - zodat in de toekomst dubbel zoveel studenten op dat tarief een beroep kunnen doen. Vandaag gaat het om ongeveer 2.000 studenten; dat worden er dus 4.000.

46.000
Vandaag hebben ongeveer 46.000 studenten recht op een beurs.

Het tarief voor beursstudenten wordt enkel geïndexeerd en bedraagt vanaf volgend jaar 105 euro. Op die manier wil de Vlaamse regering vermijden dat gezinnen met een lager inkomen geen toegang zouden hebben tot het hoger onderwijs. Vandaag hebben ongeveer 46.000 studenten recht op een beurs.

 

 

Voltijds

De hogere inschrijvingsgelden hangen samen met een pakket maatregelen voor een betere studiekeuze en een hoger studierendement. De Vlaamse regering wil studenten stimuleren om een voltijds studieprogramma op te nemen. Een voltijds jaar in het hoger onderwijs bestaat uit zestig studiepunten, maar veel studenten nemen minder vakken en dus studiepunten op.

Ze betalen dan ook minder inschrijvingsgeld, want het inschrijvingsgeld bestaat uit een vast gedeelte en een variabel gedeelte, dat afhankelijk is van het aantal opgenomen studiepunten. Die methode geeft de studenten meer vrijheid, maar leidt er ook toe dat veel studenten langer over hun studie doen. In het hoger onderwijs wordt dan ook vaak gezegd dat de zogenaamde flexibilisering te ver is doorgeslagen.

De Vlaamse regering wil die trend tegengaan door het vast gedeelte van het inschrijvingsgeld op te trekken van 61,90 naar 230 euro. Voor niet-beursstudenten wordt het variabele gedeelte zelfs afgeschaft. Op die manier worden studenten financieel gestimuleerd een volledig programma op te nemen.

Oriënteringsproef

1/3
Een derde van de studenten die in het hoger onderwijs starten, haalt nooit een diploma.

De Vlaamse regering wil ook zo snel mogelijk een niet-bindende oriënteringsproef invoeren. Daartoe verbond de ploeg van minister-president Bourgeois zich in het regeerakkoord. Een betere oriëntering moet vermijden dat studenten pas na een jaar of meerdere jaren in de juiste studierichting belanden. Vandaag haalt amper 30 procent van de studenten een bachelordiploma binnen de 'normale' drie jaar van de opleiding. Een derde van de studenten die in het hoger onderwijs starten, haalt zelfs nooit een diploma.

Sociale correcties

Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits benadrukt de sociale correcties van haar beslissing. 'Er is bij de aanpassing van de studiegelden voor het hoger onderwijs duidelijk rekening gehouden met de studenten die minder financiële draagkracht hebben. Tegelijk worden studenten gestimuleerd om een volledig pakket aan studiepunten op te nemen.'

In andere landen:
  • 0-500 euro: Duitsland, Zweden, IJsland, Finland, Polen, Denemarken, Noorwegen.

  • 500-1.000 euro: België, Oostenrijk, Zwitserland.

  • 1.000-1.500 euro: Italië.

  • 1.500-2.000 euro: Nederland, Frankrijk, Portugal, Spanje.

  • 2.200-2.500 euro: Ierland.

  • >2.500 euro: Verenigd Koninkrijk.

In het Radio 1-programma 'De Ochtend' zei Crevits dat studeren in Vlaanderen ook na de verhoging van de inschrijvingsgelden nog altijd democratisch blijft. In de OESO-landen bedraagt de privé-inbreng voor hoger onderwijs gemiddeld 30 procent, terwijl dan in Vlaanderen ongeveer 10 procent is. Ze merkte ook op dat bijna een kwart van de studenten in Vlaanderen recht heeft op een beurs en dat daar met de nieuwe inschrijvingsgelden niet aan getornd wordt.

De minister maakte ook duidelijk dat onderwijs net als andere departementen moet bijdragen aan de besparingen, maar toch deels gespaard wordt. 'Wij investeren jaarlijks meer dan 11 miljard in het onderwijs in Vlaanderen. Dat is bijna een derde van de Vlaamse begroting. De inspanning die het onderwijs doet, is echter veel kleiner dan zijn aandeel in de begroting', aldus Crevits. 

Toch oogst de minister kritiek van de studenten met haar beslissing. De Vlaamse Vereniging van Studenten (VVS) blijft zich verzetten tegen de hogere inschrijvingsgelden en de besparingen in het hoger onderwijs. Op 5 november komt er een opvallende protestactie in de studentensteden, zegt VVS-voorzitter Bram Roelant. De VVS kantte zich al eerder tegen de besparingen en aangekondigde hogere inschrijvingsgelden. 'We zullen ertegen blijven strijden', zegt Roelant. 'De initiële drempel, de eerste kost die je tegenkomt als je aan hoger onderwijs begint, wordt verhoogd', zegt Roelant.

Aan het begin van dit academiejaar lichtte De Tijd onze Vlaamse universiteiten door. Het resultaat kunt u herlezen in de reeks 'Het academisch onderzoek'.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud