Advertentie
interview

‘Niemand zegt: schaf dat vak af'

Hilde Crevits ©Saskia Vanderstichele

Voor Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits (CD&V) is dit schooljaar de echte test. Niet alleen de structuur, maar ook de inhoud ligt op haar bord. ‘De stenen liggen er, nu moeten we bouwen.’

Wat moet een leerling uit het secundair onderwijs kennen en kunnen? Vlak voor de start van het schooljaar blikt Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits (CD&V) vooruit op de discussie van het najaar. De Tijd vroeg vier betrokkenen wat zij op het schoolbord willen zien staan.

Is een apart vak godsdienst nodig? Leren we niet meer als we de klas delen? Lora Hasenbroekx, voorzitster Scholierenkoepel

Hilde Crevits: ‘Je moet les krijgen over een levensbeschouwing van iemand die ze zelf aanhangt. Ik geef Lora wel gelijk dat we meer moeten investeren in de dialoog tussen levensbeschouwingen. Er is al een pact daaromtrent, nu is het tijd om dat hard te maken. Het Katholiek Onderwijs Vlaanderen werkt aan de katholieke dialoogschool, waarbij jongeren met elkaar in discussie gaan over identiteit. In Brussel zijn er katholieke scholen waar moslimjongeren les krijgen van een leraar met moslimachtergrond. Dat is die dialoog in de praktijk.’

Hoe zal de minister ervoor zorgen dat leraren nog vrijheid krijgen ? Peter Op ‘t Eynde, directeur Scholengemeenschap Ternat-Dilbeek

Crevits: ‘De eindtermen moeten soberder. Dat staat in het regeerakkoord. Deze eindterm uit geschiedenis is een voorbeeld van hoe het niet moet: ‘De leerlingen kunnen verschillen noemen tussen de geïndustrialiseerde en pré-industriële samenlevingen op basis van de socialiteitsdimensie.’ (lacht) Dat is niet vol te houden. Evident is het niet: het afgelopen jaar kreeg ik enkel vragen naar meer eindtermen en amper naar minder. En helemaal niemand zegt: schaf dat vak af.’

‘Versoberen betekent niet dat er geen vakoverschrijdende eindtermen meer moeten blijven bestaan. Het is een kwestie van keuzes maken. Leerlingen en leraren moeten bijvoorbeeld kunnen reanimeren. Dat is zo elementair dat het onderwijs niet kan zeggen dat het niet haar taak is. Niet iedereen moet een verpleger zijn, maar iedereen moet wel weten van wat te doen. Zoiets zal niet uit de eindtermen verdwijnen.’

Financiële vorming is deel van de overkoepelende eindtermen, maar niet iedereen bekommert zich erover. Professor Lieven De Moor, docent financiële economie VUB en KU Leuven

Crevits: ‘Vakoverschrijdend betekent meer bindend dan vakgebonden, want dan keert het terug in meerdere vakken. Budgetkennis komt terug bij rekenen, maar ook bij ondernemen. Het is inderdaad een risico dat als iedereen verantwoordelijk is, het al snel niemands verantwoordelijkheid wordt. Daarom is het cruciaal scherpe keuzes te maken.’

‘Maar het mag niet bij eindtermen blijven. Ook de koepels moeten erover waken dat hun leerplannen niet te veel in detail gaan. Het katholiek onderwijs zegt op vrijheid gesteld te zijn. Wel, dan hoop ik dat de koepel zelf ook vrijheid geeft aan scholen en leraren. Onderschat het belang van de persoonlijkheid van een leraar niet. Tieners hebben allemaal wel een leraar gehad wiens persoonlijkheid je sitmuleerde om je weg te zoeken in het leven. Ik gruw ervan als leraren enkel nog maar afvinken wat ze moeten geven en hun persoonlijkheid niet meer aan bod kunnen laten komen.’

Het loopbaanpact wil die leraar tot zijn recht laten komen. Hoe vlot dat?

Crevits: ‘Er is informeel contact, ik weet waar we staan. Ik hoop dat we nu aan tafel met werkgevers en werknemers tot een pact komen. De budgettaire context is krap, maar we zijn het over drie dingen eens. Er moet steun komen voor de jonge leerkracht, werkzekerheid bij aanvang van de loopbaan en werkbaar werk voor oudere leraren. Het debat mag niet verengd worden tot het aantal uren lesgeven. Daar spreekt dedain uit. Lesgeven is cruciaal, maar voorbereiding en individuele begeleiding evenzeer. Er moet wel de garantie op lesgeven zijn. Een directie mag je niet zomaar van voor de klas halen.’

Waarom is er nu wel vertrouwen en bij uw voorganger niet?

Crevits: ‘Het vertrouwen is er, maar het is fragiel. Er is geïnvesteerd in overleg. Een aantal dossiers komen samen, zoals de modernisering van het secundair onderwijs, het M-decreet over buitgewoon onderwijs, het duaal leren en het loopbaanpact. Maar de betoging op 7 oktober en de onduidelijkheid over de pensioensmaatregelen kunnen de vakbonden doen steigeren.’

Waarom scheidt nu enkel Latijn het kaf van het koren? Peter Hinssen, techondernemer

Crevits: Ik heb het moeilijk met de woorden ‘kaf’ en ‘koren’. In onze eigen conceptnota over het secundair onderwijs staat er een zin over ‘sterke’ en ‘zwakke’ studenten. Dat is vreselijk. De sterken zijn nu diegene die goed kunnen nadenken. Dat moet anders. Er zijn jongeren die goed kunnen nadenken en jongeren die praktisch ingesteld zijn.

De vraag is wel terecht: waarom heeft Latijn zo’n monopolie? De opkomst van de STEM-opleiding (wetenschap, technologie, ingenieurswetenschappen en wiskunde) brengt wel iets teweeg. Ik was op een school in Gent bij de opening van de inschrijvingen. Vroeger stonden er lange rijen bij Latijn, nu was de rij voor de STEM-opleiding even lang. Ouders moeten de klik maken dat wetenschapelijke en technologische skills de moeite waard zijn, en dat je jongeren kan uitdagen met lespakketten rond die thema’s. Latijn mag geen criterium zijn voor ‘sterk’ of ‘zwak’, het moet een keuze zijn uit interesse. Het blijft een probleem dat scholen zich zo organiseren dat de eerste graad een opwarmertje is voor de keuze later.’

Hoe moet die organisatie aangepakt worden?

Crevits: ‘Bestuurlijke schaalvergroting klinkt mij als muziek in de oren. Een leerling moet op zijn twaalfde alle kansen krijgen, maar op zijn veertiende evenzeer. Als een leerling met praktische vakken in zijn keuzepakket van vijf uur start, maar merkt dat hij beter past in een abstracte richting, moet hij nog kansen hebben om te veranderen. Het is net daar dat samenwerkingsverbanden tussen scholen een oplossing kunnen bieden. Leerlingen kunnen dan binnen de groep switchen, zonder dat het een impact heeft op de centen van scholen. De hervorming van het secundair onderwijs moet hand in hand gaan met schaalvergroting.’

Waar staat de discussie over de nieuwe structuren van het secundair onderwijs?

Crevits: ‘Het studiewerk ligt er. We weten hoeveel leerlingen elke richting volgen en wat hun latere kansen zijn. Er zijn richtingen die goed voorbereiden op het hoger onderwijs, maar niet op de arbeidsmarkt, zoals wetenschappen-wiskunde. Het omgekeerde is ook waar, zoals bij automechanica. Maar er is ook een tussencategorie, die zowel goed voorbereidt op de arbeidsmarkt als het hoger onderwijs. In een heel aantal gevallen leidt dat ertoe dat je op geen van beide degelijk voorbereid bent. Dat wordt de vraag nu. Ik vind dat we duidelijker moeten zijn over het einddoel. Dat we in het begin van het vijfde middelbaar moeten zeggen: jouw richting is voor de arbeidsmarkt bedoeld en de jouwe voor hogere studies.

‘Dat is mijn mening natuurlijk, maar ik ga die hervorming hand in hand met het onderwijs en de coalitiepartners doorvoeren. Dankzij de studies liggen de bouwstenen er nu, het volgende jaar moeten we gaan bouwen. (lacht) Je ziet: de baksteen blijft toch in mijn maag aanwezig.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud