Politiek zet onderwijsproject van steinerscholen op de helling

De kunstzinnige ontplooiing is in het steineronderwijs even belangrijk als de intellectuele ontwikkeling. ©ID/ photo agency

Het steineronderwijs formuleert als enige methodeschool zijn eigen eindtermen. In het Vlaams Parlement groeit de consensus om daar komaf mee te maken, maar CD&V staat op de rem.

Bijna 5.000 leerlingen volgen in Vlaanderen les in steinerscholen, die vertrekken vanuit de ontwikkeling van de individuele leerling. De toekomst van die scholen staat nu op de helling door de parlementaire discussie over de eindtermen. Dat zijn de minimumdoelen die op school onderwezen worden.

Toen de huidige eindtermen in de jaren negentig werden ingevoerd, trokken de steinerscholen naar de rechtbank. Ze vonden dat de minimumdoelen niet genoeg ruimte lieten voor hun pedagogisch project. Wat weinigen verwachtten, gebeurde: de steinerscholen kregen gelijk, en het Vlaams Parlement maakte het mogelijk dat onderwijsverstrekkers een afwijking van de eindtermen kunnen vragen.

Nu de eindtermen worden opgefrist, stellen vooral Open VLD en de N-VA zich vragen bij die afwijking. ‘Als de overheid de leerkrachten, de werkingsmiddelen en de infrastructuur van die scholen subsidieert, mag ze dan niet verwachten dat ze de minimumdoelen onderwijzen?’, vraagt Vlaams Parlementslid Jo De Ro (Open VLD). ‘Weegt de vrijheid van onderwijs juridisch zwaarder door dan het recht op onderwijs van een individu?’

Ook de N-VA loopt niet hoog op met alle uitzonderingen. ‘Die afwijkingsprocedure kwam er in een bepaalde tijdgeest. Maar je mag niet vergeten dat de eindtermen er zijn om kinderen klaar te stomen om goed te functioneren in onze maatschappij’, zegt Vlaams Parlementslid Koen Daniëls (N-VA). ‘Waarom conflicteert pakweg de regel van drie of een basiskennis over de middeleeuwen met een bepaald pedagogisch project?’

De discussie ligt extra gevoelig omdat Lieven Boeve, de topman van de katholieke onderwijskoepel, er volgens verschillende betrokkenen tijdens een overleg mee dreigde ook afwijkingen van de eindtermen te vragen. Het zint Boeve niet dat de nieuwe eindtermen concreter worden ingevuld. Hoewel dat dreigement wellicht bluf was, is er daardoor bij de politici nog minder animo voor uitzonderingen.

Er liggen verschillende pistes op tafel. Het voorkeursscenario van de N-VA is dat wie in de toekomst uitzonderingen wil, eindterm per eindterm moet motiveren waarom hij die niet wil toepassen. Een andere mogelijkheid is de uitzonderingsmogelijkheid te schrappen en af te wachten of een eventuele juridische procedure tot hetzelfde resultaat als twintig jaar geleden leidt.

Volgens Roger Standaert, de pedagoog die in de jaren negentig mee de eindtermen uittekende, maakt zo’n juridische procedure deze keer weinig kans. ‘Het is logisch dat scholen die erkenning en subsidiëring van de overheid vragen in ruil een aantal minimumdoelen aanvaarden. De enige reden waarom de steinerscholen in 1996 hun slag thuis haalden, was dat ze een goede advocaat hadden.’

Daar is de Steinerfederatie het niet mee eens. ‘De eindtermen worden vanuit een bepaalde visie geformuleerd’, zegt Paul Buyck namens de Steinerfederatie. ‘Het Arbitragehof oordeelde eerder al dat de huidige eindtermen geen minimale doelen zijn en dat afwijkingen dus mogelijk moeten zijn. Deze Vlaamse regering beloofde een vereenvoudiging van de huidige eindtermen. We wachten de politieke discussie af, maar het ziet ernaar uit dat de eindtermen nog gedetailleerder zullen worden. Als de politiek vervolgens niet langer afwijkingen toestaat, komt de vrijheid van onderwijs onder druk.’

Ook andere methodescholen kijken ongerust naar de discussie, zegt Lieve Vansintjan. Zij coördineert het overlegplatform van de kleinere koepels van het vrij onderwijs. ‘De onderwijsvrijheid is verankerd in de grondwet. Wij zijn beducht voor de ijver van een overheid die veel vrije ruimte dicht timmert die nodig is voor de invulling van eigen pedagogische projecten.

De methodescholen vinden steun bij CD&V. Kathleen Helsen, die als voorzitter van de commissie Onderwijs het nieuwe decreet mee schrijft, betreurt dat ‘de vrijheid van het methodeonderwijs in vraag wordt gesteld’. Ze wijst erop dat scholen nu enkel van de eindtermen kunnen afwijken als ze motiveren dat ze de kinderen op een andere manier goed voorbereiden op hun toekomst in de maatschappij. ‘Als andere partijen die mogelijkheid ter discussie stellen, stellen ze de vrijheid van onderwijs ter discussie. Dit is een fundamentele discussie.’

Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits (CD&V) verwijst naar het regeerakkoord. ‘We willen scholen meer vrijheid geven voor het invullen van hun curriculum. De vrijheid laten aan scholen om een eigen pedagogisch project te hebben, impliceert dat afwijkingen mogelijk moeten zijn.’

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Partner content