interview

‘Schaf woonbonus af voor wie in het groen woont'

De vrijgekomen ruimte hoeft voor Leo Van Broeck niet noodzakelijk een natuurreservaat te worden. ‘Waarom geen tussenkleur creëren? Noem het mensenvrije ruimte.' ©Emy Elleboog

Ingenieur-architect Leo Van Broeck maakt in een rapport voor de Vlaamse overheid brandhout van onze ruimtelijke ordening. ‘Stop met verkavelen en schaf de woonbonus af voor wie in het buitengebied wil wonen.’

Is Vlaanderen volgebouwd? Hoe moet het verder met onze schaarse open ruimte? Welke richting moet het ruimtelijk beleid uit? Over die en andere vragen is de Vlaamse overheidsdienst Ruimte Vlaanderen zich volop aan het bezinnen. In een 26 pagina’s tellend rapport dat ingenieur-architect Leo Van Broeck op verzoek van de Vlaamse overheid schreef, wordt het bestaande beleid met de grond gelijkgemaakt. ‘Het Vlaamse grondgebruik is overmaats en verkwistend. België is erin geslaagd met zijn 11.000.000 inwoners (minder dan de bevolking van metropolen als Parijs of Londen) een heel land kapot te verkavelen.’ En dat zijn nog maar de eerste twee zinnen van het explosieve rapport met de titel ‘Sensibilisering bouwcultuur en ruimtelijk rendement’.

Hoe dramatisch is volgens u de ruimtelijke ordening in Vlaanderen?
Leo Van Broeck: ‘Mark Twain heeft het mooi samengevat: ‘The problem with land is that they stopped making it some time ago.’ Vlaanderen is dubbel zo vol gebouwd als Nederland, en is de regio met de hoogste bebouwing in Europa. De hoge graad van ruimtelijke versnippering komt er nog eens bovenop. Door de middenklasse de kans te geven zich buiten de steden te vestigen, heeft men de stad én het platteland vermoord.’

Is daar nog iets aan te doen?
Van Broeck: ‘Ik erger me aan het fatalisme en aan de kromspraak die vaak uitgaat van een impliciete gehele of gedeeltelijke aanvaarding van ons bouw- en woonmodel. Netwerkstad? Productieve landschappen? Vlaanderen als metropolitane regio? Aan onze bouw- en woonwolk met al zijn lintbebouwing en lage dichtheid is er niets metropolitaans. Men moet mikken op een meer fundamentele herschikking: een uitdovingsbeleid, naar ruimtelijke krimp en doorgedreven verdichting.’

Is dat realistisch?
Van Broeck: ‘Natuurlijk. Het grootste drama is dat het de overheid is die achterloopt. Ze gaat gebukt onder electorale angst. Er zijn steeds meer ontwikkelaars en architecten die willen inzetten op verdichting en efficiënt ruimtegebruik. Maar ze worden gehinderd door regelgeving, planningsinstrumenten en stedenbouwkundige tradities. Er zijn Vlaamse steden in de rand van Brussel - op amper 10 km van de Grote Markt van de hoofdstad van Europa - waar men niet hoger mag bouwen dan twee lagen met een hellend dak. Change the rules!’

Waarom zou het nu plots toch de goede richting uit kunnen gaan?
Van Broeck: ‘Omdat de prijs die we betalen voor de falende ruimtelijke ordening gewoon onbetaalbaar wordt. Vlaanderen is in Europa niet toevallig recordhouder in het aantal kilometers wegennet per inwoner, het grootste aantal uren file per werknemer, en de duurste totale overheidskosten per wooneenheid voor water, gas, elektriciteit en riolering. Vlaanderen verbruikt 20 à 30 procent meer energie per eenheid van het bbp ten opzichte van het Europees gemiddelde. Dat kost Vlaanderen overigens meer dan 5 miljard euro per jaar. Het verschil blijkt hem vooral te zitten in onze hogere mobiliteitskosten en de verwarming van vrijstaande gebouwen. Change the rules.’

U spreekt ook over niet te becijferen onzichtbare maatschappelijke kosten.
Van Broeck: ‘België behaalt in verhouding tot zijn bevolkingsaantal een abnormaal laag aantal olympische medailles. Dat is geen toeval. Door onze verdorping, met een sportplein of sporthalletje op elke hoek, hebben we geen metropool die voldoende groot is om topsportinfrastructuur te kunnen uitbouwen. Steeds meer gemeenten moeten afhaken omdat ze geen zwembad meer kunnen betalen. We hebben van alles te veel en te klein. Te veel en te kleine muziek- en kunstacademies, te veel en te kleine culturele centra. En wat is de kans dat een thuiswerkende designer die in een verkaveling woont tijdens de middagpauze een filmmaker ontmoet die hem om het ontwerp van een nieuw logo vraagt? De toekomst is aan de steden.’

Wat moet de overheid nu doen?
Van Broeck: ‘Vlaanderen wil overeenstemmend de Europese richtlijn zijn dagelijkse ruimtebeslag van 5 à 6 hectare (twaalf voetbalvelden open ruimte) van de voorbije jaren tegen 2050 herleiden tot nul. Dat is veel te laat. We zitten nu al aan een bebouwingsgraad van 32 procent. Binnen een legislatuur, zeg maar tegen 2020, zou het dagelijks ruimtebeslag al tot nul moeten worden herleid.’

En op de langere termijn?
Van Broeck: ‘De overheid moet nadien gaan voor een daadwerkelijk krimpbeleid voor de bebouwing. Zelfs tot onder 20 procent, door verdichting in de steden, en de creatie van open ruimten, door meer rijwoningen en meer hoogbouw. Tegelijkertijd is een uitdovingsbeleid in de kleinste fragmenten van het buitengebied nodig. Dat moet natuurlijk zeer geleidelijk gaan. En in de goed ontsloten dorpen moeten we meer bouwen op wandelafstand van de stations. En waarom zou men daar per se moeten beperkt blijven tot twee verdiepingen? Niet al onze dorpen moeten weg.’

De Vlaming ziet niet graag zijn perceel het statuut van bouwgrond verliezen.
Van Broeck: ‘Mensen met bouwgronden in het groen of in gefragmenteerd gelegen kavels in het buitengebied moeten de kans krijgen hun grond te ruilen voor evenwaardige of zelfs betere gronden die gelegen zijn in verstedelijkte kernen en nabij knooppunten van openbaar vervoer. Overheid, ontwikkelaars én de private grondeigenaars verdienen meer door op de uiteindelijke locaties grotere dichtheden toe te laten.’

En op de vrijgemaakte ruimte komen er meer natuurreservaten…
Van Broeck: ‘Niet slecht, maar het kan eigenlijk nog beter. Natuurreservaten hebben een duur en fel beschermd statuut. Waarom zouden we geen tussenkleur creëren die mikt op lage toegankelijkheid van het groen? Noem het mensenvrije ruimte, met een natuurlijke gecontroleerde verruiging en verwildering van het groen. Dat kan worden toegepast vanaf het niveau van een kavel tot op het niveau van een regio. Bovendien zijn de onderhoudskosten daarvoor een fractie van een park of van beschaafd gemaaid kijkgroen.’

Hoe por je de burger aan?
Van Broeck: ‘Met sensibilisering. Maar koppel er ook gerichte fiscale maatregelen aan. Een woonbonus? Ja, maar schaf die af in het buitengebied. Wat met de mobiliteit? Voer rekeningrijden in. Ook voor de bestaande woningen moeten de subsidies selectief worden. Subsidies voor een zonneboiler kunnen, maar niet op woningen in het buitengebied of ver van het stads- of openbaar vervoer. De overheid moet ook meewerken aan nieuwe woonvormen waarvoor interesse bestaat. Denk aan cohousing.’

De nieuwe trend is subsidiariteit, de lokale niveaus meer verantwoordelijkheid geven.
Van Broeck: ‘Laten we niet naïef zijn. Onze bad practice van huisje-tuintje zit sterk verankerd in ons collectief gedrag. Alle aspecten die cruciaal zijn voor een kwalitatief ruimtegebruik in Vlaanderen mogen niet verhuizen naar een onderbemand en traditioneel opgeleid stedenbouwkundig loket. Subsidiariteit heb je nodig om beleid uit te voeren, niet om het te maken.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud