Advertentie

Strengere voorwaarden voor bijkomende bouwgronden

Vlaams minister Zuhal Demir zet door met de uitvoering van de bouwshift. ©Photo News

Nergens in Vlaanderen mag nog woon- of industriegebied bijkomen, als dat niet wordt gecompenseerd met open ruimte, zoals landbouw- of natuurgebied. De Vlaamse regering zet met de beslissing een belangrijke stap in de uitvoering van de bouwshift.

De bouwshift, die als doel heeft om tegen 2040 geen extra open ruimte meer te bebouwen, begint vruchten af te werpen. Sinds 2020 is de trend dat er in Vlaanderen meer open ruimte bijkomt, blijkt uit cijfers van het departement Omgeving. Die open ruimte is bijvoorbeeld nodig om meer water te laten doorsijpelen, wat almaar belangrijker wordt in tijden van klimaatverandering.

Toch verdwijnt elke dag nog zo'n 5 hectare open ruimte in Vlaanderen. In heel wat gemeenten blijkt de open ruimte en het aandeel zachte bestemmingen - zoals natuur- of bosgebied - nog af te nemen om plaats te maken voor harde bestemmingen zoals wonen of industrie.

Minister van Omgeving Zuhal Demir (N-VA) steekt daar nu een stokje voor. In een planologisch ontwerpdecreet, dat de Vlaamse regering zopas goedkeurde, is opgenomen dat er netto geen harde bestemmingen mogen bijkomen. Als een stad of een gemeente in Vlaanderen een ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP) wil opstarten voor extra woon- of industriegebied, moeten ze tegelijk minstens evenveel niet-gerealiseerde, slecht gelegen of overbodige 'harde bestemmingen' omzetten in bos-, natuur- of landbouwgebied.

Wachtgevels

Daarnaast wordt de mogelijkheid voor gemeenten om landbouwgebieden verder te bebouwen met zonevreemde woningen beperkt, luidt het op het kabinet-Demir. Dat betekent dat geen nieuwe constructie meer kan worden gezet tegen wachtgevels in landbouwgebied, gevels van een woning waartegen in principe nog een andere woning kan worden gebouwd.

We willen op langere termijn garanderen dat er geen extra harde bestemmingen bijkomen.
Kabinet van minister van Omgeving Zuhal Demir

'We willen op langere termijn garanderen dat er geen extra harde bestemmingen bijkomen, maar dat betekent niet dat elke bebouwing vanaf nu onmogelijk wordt. Bestaande niet-ontwikkelde harde bestemmingen kunnen wel nog worden bebouwd', weerlegt de woordvoerder van Demir dat er sowieso niet meer gebouwd mag worden.

Het ontwerpdecreet gaat nu naar de Vlaamse adviesraden en de Raad van State, in de hoop dat het eind 2023 kan ingaan. Gemeenten of steden die nu een nieuw ruimtelijk uitvoeringsplan willen opmaken, houden het best al rekening met de nieuwe voorschriften. Het duurt gauw anderhalf jaar voor een ruimtelijk uitvoeringsplan rond geraakt.

Stolp

Het planologisch decreet is een verdere stap in de uitvoering van de bouwshift of de betonstop, boven op het Krokusakkoord dat de regering-Jambon in februari sloot. Toen is beslist een stolp te zetten over 12.000 hectare woonreserveringsgebied. Dat komt neer op een moratorium, waardoor die gebieden tot 2040 niet als bouwgrond kunnen worden ontwikkeld, tenzij in een compensatie met open ruimte wordt voorzien.

De liberalen wilden het licht pas op groen zetten als er bij een bestemmingswijziging een volledige financiële compensatie komt. Eigenaars die een grond in waarde zien dalen omdat er niet meer op gebouwd mag worden, moesten het waardeverlies volledig terugbetaald krijgen. Dat is ondertussen geregeld in het instrumentendecreet, dat na een lange lijdensweg vorige week in de bevoegde commissie van het Vlaams Parlement is goedgekeurd.

Planschade

Via een fonds stelt de Vlaamse regering de lokale besturen jaarlijks bijna 100 miljoen euro ter beschikking. Over 18 jaar gaat het om 1,6 miljard euro. Dat moet toelaten dat zogenaamde planschade volledig wordt vergoed. Toch is het volgens Mieke Paelinck, departementshoofd Omgeving van de Hogeschool Gent en lid van de taskforce Bouwshift die op vraag van het kabinet-Demir is opgericht, maar de vraag of dat fonds zal volstaan.

'Als je ervan uitgaat dat de gemiddelde waarde van een perceel in woonuitbreidingsgebied op 40 euro per vierkante meter wordt geschat, spring je voor 12.000 hectare in totaal niet ver met een vergoeding van 100 miljoen euro per jaar', aldus Paelinck. 'De gemeenten dreigen zelf nog veel geld op te moeten hoesten, waardoor ze met de handen in het haar zitten.'

Om te vermijden dat de bouwshift dode letter zou blijven, is het volgens Paelinck cruciaal wat het uitvoeringsbesluit over de financiële compensatie voor grondeigenaars zal bepalen. 'Er wordt uitgegaan van de geschatte marktwaarde, maar dat biedt weinig houvast. Het kan ook niet de bedoeling zijn dat we middelen uit het klimaatfonds halen om speculatie met gronden te financieren', zegt Paelinck. Ze pleit voor een meer sturende overheid, zodat de kostprijs van het vrijwaren van de open ruimte niet te hoog oploopt.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud