Vlaanderen talmt met onafhankelijke bestuurders

Vlaams minister van Binnenlands Bestuur Liesbeth Homans (N-VA) wijst er op dat elke minister verantwoordelijk is voor zijn of haar entiteiten. ©BELGA

Drie kwart van de Vlaamse publieke instellingen hebben één jaar voor de deadline nog steeds niet de vereiste onafhankelijke bestuurders.

Op 1 juli 2018 moeten in de raden van bestuur van alle Vlaamse agentschappen, adviesraden, handelsvennootschappen en andere overheidsentiteiten een derde onafhankelijke bestuurders zetelen. 

Maar één jaar voor de deadline is drie kwart van die instellingen nog niet in orde. Dat blijkt uit een schriftelijke vraag van fractievoorzitter Björn Rzoska (Groen) aan Vlaams minister van Binnenlands Bestuur Liesbeth Homans (N-VA).

‘Aan dit tempo gaan we er in 2029 - meer dan 10 jaar na de deadline - misschien geraken’, zegt Rzoska. ‘Dit is onaanvaardbaar. Onafhankelijke bestuurders zijn essentieel. Als de Vlaamse regering deugdelijk bestuur nog belangrijk vindt, moet ze nu ingrijpen.’

Bourgeois

Nochtans is de Vlaamse publieke sector al lang op de hoogte van de verplichting. Het decreet deugdelijk bestuur dateert van eind 2013. Het was huidig Vlaams minister-president Geert Bourgeois (N-VA) die als toenmalig minister van Binnenlands Bestuur dat decreet invoerde. 

Op die manier wou Bourgeois relevante expertise aanbrengen en de onafhankelijkheid garanderen tegenover het dagelijks bestuur in de Vlaamse publieke sector. Om te bepalen wie als onafhankelijk bestuurder geldt, hanteert de Vlaamse regering dezelfde criteria als beursgenoteerde bedrijven die de Belgische Corporate Governance code gebruiken, die beter bekend staat als de code-Daems. 

De Lijn

De Lijn-voorzitter Marc Descheemaecker. ©BELGA

Het geval van De Lijn illustreert dat de overstap naar onafhankelijke bestuurders niet altijd van een leien dakje loopt. 

Bij de openbare vervoersmaatschappij De Lijn bijvoorbeeld was er een shortlist van acht kandidaten, maar leidde de verplichting tot een hevige strijd omdat de vakbonden en werkgevers weigerden hun zitjes af te geven voor onafhankelijken. De sociale partners pleitten voor extra bestuurders, maar dat was voor voorzitter Marc Descheemaecker (N-VA) en de Vlaamse regering geen optie. 

Uiteindelijk werd de discussie tot op regeringsniveau getild. Daar werd beslist dat de sociale partners nog slechts één zitje zouden overhouden en dat ook de N-VA één zitje zou opgeven. Zo kon de raad van bestuur uiteindelijk vier onafhankelijken aanduiden bij De Lijn.

Stappenplannen

Homans wijst er op dat de instellingen nog een jaar de tijd hebben om in orde te zijn met het decreet. ‘We gaan er van uit dat men daar nu volop mee bezig is en dat alles tijdig gebeurt’, luidt het.

De N-VA-excellentie zegt ook op dat iedere minister verantwoordelijk is voor zijn of haar entiteiten. Alle Vlaamse ministers werken aan een stappenplan om te zorgen dat de instellingen tijdig in orde zijn met de regel over de aanstelling van onafhankelijke bestuurders. ‘Die stappenplannen zijn in volle opmaak’, luidt het bij Homans.

Verschijnt de tabel hierboven niet of niet volledig? Bekijk hem dan hier.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Partner content