1.500 euro netto of bruto pensioen: de strijd is nog niet gestreden

©ANP

De socialisten hebben de verhoging van het minimumpensioen tot 1.500 euro dan toch nog niet helemaal op zak. De discussie of het nu over netto of bruto gaat, ligt nog open.

De onderhandelaars voor de nieuwe Vivaldi-regering zijn vastberaden: dit weekend gaan de gesprekken door tot de finish. Ook de balorige MR-voorzitter Georges-Louis Bouchez is weer helemaal mee, nadat hij door Conner Rousseau (sp.a) en Egbert Lachaert (Open VLD) verplicht werd op de grote principes van het nakende regeerakkoord in te binden en vooral niet meer terug te keren.

Een zenuwoorlog was dat, waarbij de socialisten volgens hun eigen lezing aan het langste eind trokken. De liberalen moesten onder andere slikken dat de groeinorm in de gezondheidszorg niet twee maar vier jaar lang 2,5 procent blijft, dat er een zinnetje over een bijdrage van de sterkste schouders in het kaderakkoord werd gezet en dat nieuwe belastingen een optie blijven in het kader van toekomstige begrotingsbesprekingen. Maar de socialisten pakken vooral uit met het vastklikken van de verhoging van het minimumpensioen tot 1.500 euro, iets wat CD&V-voorzitter Joachim Coens ook op zijn hoed steekt.

6,2 miljard

Alleen is die trofee nog niet helemaal verworven zoals de socialisten het in gedachten hadden. In hun kiescampagne was sprake van 1.500 euro netto. Maar de discussie tussen netto en bruto is nog niet beslecht.

De discussie komt op gang omdat recente cijfers van de overheidsdienst Pensioenen grote vragen oproepen over de betaalbaarheid van de maatregel. Volgens die berekeningen kost een verhoging tot 1.500 euro netto tegen 2024 5,6 miljard euro. Volgens de liberalen gaat het zelfs over 6,2 miljard. Als je geen werkloosheidsval wil creëren, moet je in één adem ook de maximumpensioenen verhogen, luidt het. Een verhoging tot 1.500 euro bruto kost 2,3 miljard.

Maar de socialisten gebruiken andere cijfers. Doordat de uitkeringen sowieso al stijgen door de indexering en de benutting van de welvaartsenveloppe zou de factuur beperkt blijven. Die interpretatie is ook verdedigbaar. Al is er discussie over over de cijfers van de pensioendienst. In de ene tabel is sprake van een kostprijs van 3 miljard, in een andere van 4 miljard. De socialisten gebruiken het kleinste getal.  

De ideeën voor nieuwe inkomsten worden niet op papier gezet, uit angst voor lekken.

En het gaat nog verder naar beneden. In werkelijkheid is de nettokostprijs voor de overheid ‘maar’ 1,4 miljard, zeggen de PS en de sp.a. In die berekeningen worden de terugverdieneffecten meegerekend die voortkomen uit een verhoging van de pensioenen: extra belastinginkomsten en extra consumptie. Maar de liberalen noemen het zeer ongebruikelijk dat terugverdieneffecten in rekening worden genomen bij pensioenhervormingen.

De beperkte budgettaire ruimte voor nieuw beleid maakt de discussie best spannend. Na alle slogans en beloftes is dit een verhaal dat ferm in het gezicht van de socialisten kan ontploffen. 1.500 euro bruto is netto geen geweldige vooruitgang voor velen.

Zelfs al wordt het 1.500 euro netto, dan zal het voor heel wat mensen nog altijd slikken zijn. Die 1.500 euro is alleen weggelegd voor mensen met een volledige carrière en dat zijn er niet veel. Wie geen 45 jaar heeft gewerkt, krijgt een minumumpensioen dat in verhouding staat tot het aantal loopbaanjaren. Wie dertig jaar op de teller heeft staan, moet het doen met 1.000 euro.

Dan is er nog die grote blinde vlek in de onderhandelingen tot nu toe: met welk geld wordt al dat nieuwe beleid betaald? Wetende dat de linkse partijen niet tuk zijn op besparingen, de liberalen niet op belastingen en de CD&V niet op een ontsporende begroting. Wat blijkt: alle partijen hebben wel degelijk hun ideeën daarover, maar die worden niet op papier gezet uit angst voor lekken.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud