Advertentie

55-plussers over de 'landingsbaan': 'Na zes maanden vervroegd pensioen liep ik tegen de muren op'

©Hollandse Hoogte / Flip Franssen

55-plus en rijp voor een landingsbaan: daar vonden bonden en werkgevers elkaar deze week in het loonakkoord. De echte discussie over het einde van de loopbaan bleef uit. Vijftigers en zestigers getuigen.

Als een bom die insloeg. Zo herinnert Wim Dom (61) zich het moment dat hij te horen kreeg dat zijn werkgever hem niet meer nodig had. Dom ademde ING. In 1978 begon hij achter het loket bij de bank, tegen 2018 was hij kantoordirecteur, brand controller en intern risicoanalist geweest.

ING werkte in 2016 een regeling uit waarbij mensen vanaf 55 vervroegd de bank konden verlaten, met behoud van 60 tot 80 procent van hun loon. ‘Ook al vielen de bedrijfswagen en de kansen op bonussen weg, het bleef een mooie som waarvoor je niets moet doen’, zegt Dom. En dus liet hij op zijn 58ste de bank voor wat ze was en ging hij zich toeleggen op zijn tuin in het Antwerpse district Deurne. En op wandelen, veel wandelen.

Wim Dom vertrok op zijn 58ste vervroegd bij ING en werkt nu twee tot drie dagen per week als koerier. ©Tim Dirven

‘Maar na zes maanden liep ik de muren op. Ik wist met mezelf geen blijf, en miste vooral de sociale contacten’, zegt Dom. Hij wilde zich weer mens voelen en opnieuw onder de mensen komen. En ook, hij wilde iets omhanden hebben. Zonder al te veel verantwoordelijkheid weliswaar, want die had hij bij ING achtergelaten.

Dom kwam in een advocatenkantoor terecht, waar hij drie dagen per week de rol van managing assistent op zich nam. ‘Man, was me dat een overschakeling: van een digitaal bedrijf naar een omgeving gedomineerd door papier.’ Dom voelde zich gewaardeerd in die nieuwe, wat archaïsche wereld en beleefde een leuke tijd. Maar na enkele maanden was de afstand een te hoge drempel, en na een herstructurering nam hij afscheid van die werkgever.

Omdat hij zijn dagen niet opnieuw wilde vullen met wandelen, zocht hij contact met het uitzendbureau Nestor, gespecialiseerd in werk voor 55-plussers. Sinds maart 2021 verdient hij via Nestor twee tot drie dagen per week bij als koerier, boven op zijn vergoeding van ING. Hij haalt met zijn eigen auto pathologische stalen op in drie ziekenhuizen om ze naar een laboratorium in Mechelen te brengen.

Goeiemorgen en goed weekend kunnen zeggen, meer heb ik niet nodig.
Wim Dom (61)
Vertrok op zijn 58ste vervroegd bij de bank ING en werkt nu twee tot drie dagen per week als koerier

‘Een totaal andere job, maar dat maakt me niet uit. Ik word binnenkort 62, ik doe niets meer tegen mijn goesting.’ Dom geniet van de mensen die hij op zijn ronde ontmoet. ‘Goeiemorgen en goed weekend kunnen zeggen, meer heb ik niet nodig.’ Wim voelt zich weer nuttig. Dat gevoel is veel waard, zelfs als het verkeer stokt. ‘Er zijn mensen die de file haten. Als ik erin sta, heb ik het gevoel dat ik deel uitmaak van de economie.’

70 procentlat

Hoe zorgen we ervoor dat 55-plussers als Dom deel blijven uitmaken van onze economie? De sociale partners gaven in de nacht van maandag op dinsdag een verwarrend antwoord op die vraag.

Aan de ene kant bevroren ze de leeftijd die toegang geeft tot het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag (SWT), het vroegere brugpensioen, op zestig jaar. Aan de andere kant spraken werknemers- en werkgeversorganisaties af dat mensen vanaf hun 55ste met behulp van een uitkering de helft minder kunnen gaan werken. Tot voor kort kon je pas vanaf 57 voor zo’n landingsbaan kiezen. De voorwaarden blijven wel dezelfde: werknemers moeten minstens 35 jaar hebben gewerkt, een zwaar beroep uitoefenen of werken in een bedrijf in moeilijkheden of dat moet herstructureren.

Een vliegtuig met bestemming Rome zet de landing toch ook niet in boven Parijs.
Ive Marx
Arbeidseconoom

Het principe achter een landingsbaan is nobel, zegt de arbeidseconoom Ive Marx (Universiteit Antwerpen). ‘Je biedt mensen een stukje flexibiliteit. Het is een mogelijkheid om het de laatste jaren van je loopbaan iets rustiger aan te doen. Maar het is en blijft een brugpensioen light.’ Marx vindt de verlaging van de landingsbaanleeftijd een stap in de foute richting. ‘55 jaar is behoorlijk vroeg om te beginnen landen. Een vliegtuig met bestemming Rome begint de landing toch ook niet in te zetten boven Parijs.’

Dat gezegd wijst Marx erop dat de tewerkstellingsgraad van de 55-plusser de jongste jaren alleen maar is toegenomen. In 2010 was nog 37,3 procent van de 55-plussers aan de slag, in 2020 meer dan 53 procent. ‘Maar met die cijfers bengelen we Europees nog altijd in de staart. Landen als Duitsland en Nederland halen makkelijk de lat van 70 procent.’

Er is nog een reden waarom stelsels als landingsbanen en vervroegd pensioen in zwang zijn: oudere werknemers zijn vaker langer ziek. En dat heeft niet zozeer te maken met het soort beroep - bankdirecteur of metselaar - of het geslacht, zegt professor arbeidsgeneeskunde en expert welzijn op het werk Lode Godderis (KU Leuven-IDEWE). ‘Jongeren verzuimen doorgaans frequenter maar kort. Ouderen verzuimen minder frequent, maar langer.’ Arbeidsongeschiktheid en invaliditeit pieken in de leeftijdscategorie 40-54 jaar. Bij de groep invaliden - mensen die door fysieke of mentale problemen niet langer kunnen werken - is 40 procent ouder dan 55.

Door de vergrijzing van de beroepsbevolking krijgen werkgevers hier vaker mee te maken. ‘De cijfers leren dat er vanaf 60 jaar een toenemende kans op ziekte bestaat’, zegt Godderis. ‘Ook de kans op twee of meer gezondheidsaandoeningen tegelijk neemt toe.’

Ook hij heeft bedenkingen bij de beslissing van de sociale partners. Er zijn volgens hem te veel opties waarmee je mensen te vroeg uit de arbeidsmarkt kan duwen. ‘We moeten mensen net helpen aan de slag te blijven, want werken draagt bij tot de gezondheid. We moeten dus ook en vooral de werkomstandigheden verbeteren, zodat meer 55-plussers op een haalbare manier kunnen blijven werken. Alleen inzetten op een vervroegde landingsbaan is niet de oplossing.’

Godderis maakt de vergelijking met mensen die na arbeidsongeschiktheid moeilijk de weg terugvinden naar de arbeidsmarkt. ‘Het vergt veel minder inspanning om iemand thuis te schrijven dan om iemand weer naar de arbeidsmarkt te begeleiden. In dat laatste geval moet je het gesprek aangaan en vragen stellen over wat nodig is om de terugkeer mogelijk te maken. De hoofdvraag is dus: hoe kunnen we ervoor zorgen dat iemand na ziekte veilig weer aan de slag kan?’

Voor mensen die het einde van hun loopbaan zien naderen, zijn zulke vragen geen luxe. ‘Het probleem is dat wij nog erg binair denken over werken’, zegt Godderis. ‘Mensen denken 1 of 0. Werken of niet werken. Dat is een veel te rigide voorstelling van de realiteit. In plaats van een schakelaar hebben we een dimmer nodig.’

De dimmer waarover Godderis het heeft, zoekt het evenwicht in meerdere parameters. Hoe belangrijk is werk in iemands leven? Is er nog een woning af te betalen? Zijn de kinderen het huis uit? Is extra tijd nodig om voor de zorgbehoevende ouders te zorgen? Hoeveel ambitie is er nog? Kan het lichaam volgen? Is er nog bereidheid om bij te leren?

Een antwoord geven op die vragen om zo een aangepaste job te voorzien, is niet makkelijk. ‘Hoe ouder de doelgroep op de arbeidsmarkt, hoe heterogener die wordt’, zegt Ans De Vos, hr-expert aan de Antwerp Management School. ‘Vijftigers hebben heel wat levenservaring opgedaan. Ze weten beter wat ze willen, en wat niet. Dat ligt anders bij jongeren die van de schoolbanken komen. Die willen net experimenteren. Voor werkgevers is het een stuk makkelijker zich naar hen toe te profileren.’

Dorine Naeyert stapte na 30 jaar KBC over naar Dokters van de Wereld ©Tim Dirven

Maar het is niet omdat vijftigers weten wat ze willen dat ze niet bereid zijn hun loopbaan om te gooien. Dat bewijst Dorine Naeyaert (58). Meer dan drie decennia oefende ze verschillende functies uit bij de bank KBC: ze was kredietexpert, had commerciële functies, was kantoordirecteur en deelde al die ervaring uiteindelijk in het opleidingscentrum van de bank.

‘Een aantal jaar geleden zag ik hoe opleidingen steeds verder digitaliseerden’, zegt Naeyaert. ‘En ik houd net zo van fysiek voor een groep staan.’ Die evolutie deed haar nadenken over de laatste acht jaar van haar loopbaan. ‘Wat wil ik nog bereiken? Heb ik nog zin om iets nieuws te doen? En als ik dat wil doen, is het nu of nooit.’

Sinds enkele jaren is haar werkgever partner van het Experience@Work-project. Dat initiatief van AXA, Proximus, KBC en SD Worx probeert de brug te slaan tussen privébedrijven en de non-profitsector. Niet toevallig bedrijven die in het verleden al een beroep deden op een van de vele mogelijkheden in België om mensen te laten afvloeien. 55-plussers kunnen via het platform reageren op vacatures in de non-profit. Jaarlijks verschijnen er zo’n 500. Enkele honderden mensen gaven hun carrière een nieuwe wending met behulp van Experience@Work. Zo botste Naeyaert op een vacature bij Dokters van de Wereld, een niet-gouvernementele organisatie die zich inzet voor het universele recht op gezondheid.

Ik heb de kans gegrepen om iets te doen voor kwetsbare mensen in de samenleving.
Dorine Naeyaert (58) Na dertig jaar bij KBC dacht ze na over de laatste jaren van haar loopbaan, nu werkt ze bij de ngo Dokters van de Wereld

‘De vacature van Fondsenwerving Major Donors was me op het lijf geschreven’, zegt Naeyaert. ‘Bovendien kon ik me erg vinden in de missie van Dokters van de Wereld. Plots kreeg ik de kans iets te doen voor kwetsbare mensen in onze samenleving.’ Naeyaert ziet haar job bij Dokters van de Wereld niet als uitbollen. ‘Integendeel, ik werk hier harder dan vroeger. De missie van onze organisatie geeft me nog meer energie.’

Het enige waarover Naeyaert zich soms schuldig voelt, is haar loon. Dankzij Experience@Work heeft ze alle voordelen en anciënniteit die ze in haar 30-jarige carrière heeft opgebouwd, kunnen behouden. ‘Ik verdien veel meer dan al mijn collega’s. KBC past het verschil bij.’

Praten over talenten

Mensen als Wim Dom, die vervroegd met pensioen kon en bijklust als koerier, en Dorine Naeyaert, die dankzij Experience@Work haar financiële voordelen kan behouden, illustreren volgens de arbeidsmarktdeskundige Jan Denys van Randstad de kwetsbaarheid van 50-plussers. ‘Een van de grootste problemen is dat onze arbeidsmarkt erg focust op het status quo. Zodra iemand werk heeft in een organisatie, wordt die erg beschermd. En hoe ouder je wordt, hoe meer je verdient.’

Het gevolg is volgens Denys nefast voor onze arbeidsmarkt in het algemeen en voor 55-plussers in het bijzonder. ‘Veel mensen evolueren niet meer. Ze leren niet meer. En iemand die 25 jaar niet heeft moeten bewegen, raakt vastgeroest. Zo iemand gaat ervan uit dezelfde functie aan dezelfde voorwaarden te kunnen uitvoeren in een ander bedrijf. Die beseft niet dat hij aan kapitaal heeft ingeboet.’

Als we een algemene tewerkstellingsgraad van 80 procent willen halen, moeten we het gesprek over talenten, ambities en de arbeidsmarkt aangaan met mensen die de komende vijf jaar de grens van 55 overschrijden. ‘Bedrijven nemen vandaag volwassen werkkrachten aan van wie ze denken dat die weten wat ze willen en hun talenten kennen. Maar dat is vaak niet zo’, zegt hr-expert Ans De Vos. ‘Het is dus van belang dat 55-plussers dat uitzoeken. En als we onze arbeidsmarkt fundamenteel willen veranderen, moeten we dat gesprek over werk al veel vroeger voeren: met jongeren van 14, 15 jaar.’

Warme omgeving

Frank van de broecke werkte in de industrie en maakte een switch naar leraar. ©Tim Dirven

Een verandering van loopbaan heeft ook financiële gevolgen, weet Frank Van Den Broecke (61). Dertig jaar werkte hij bij de Belgische beeldvormingsspecialist Agfa-Gevaert, waar hij ook een directeursfunctie bekleedde. Na een omzwerving van vier jaar bij een IT-bedrijf besliste hij voor de klas te gaan staan in het Stedelijk Lyceum Pestalozzi aan het Kiel in Antwerpen. Hij geeft er al twee jaar wiskunde aan het vijfde en zesde middelbaar.

‘Ik verdien een derde van wat ik maandelijks bij Agfa-Gevaert kreeg. Maar om het geld is het me niet meer te doen. Ik wilde opnieuw onder de jonge mensen komen en een socialere rol opnemen.’ Omdat wiskundeleraar een knelpuntberoep is, raakte Van Den Broecke redelijk snel aan een job. ‘Al heb ik dat vooral te danken aan Teach for Belgium (een organisatie die leraren zoekt om les te geven op scholen met de meeste sociaal-economisch kwetsbare leerlingen, red.). Zij maakten de overstap erg makkelijk.’

Om het geld is het me niet meer te doen. Ik wilde opnieuw onder de jonge mensen komen.
Frank Van Den Broecke (61) Geeft na een loopbaan van dertig jaar bij Agfa-Gevaert wiskunde in het vijfde en zesde middelbaar

Van Den Broecke geeft les aan wat hij een uitdagend publiek noemt. ‘Na ons kan je elke klas aan’, hoorde hij in een van de klassen waar hij het afgelopen jaar lesgaf. Spijt van zijn beslissing heeft hij niet. ‘Ik heb geluk. Ik ben in een erg warme omgeving terechtgekomen.’

Toch volgt hij de discussie over landingsbanen met extra belangstelling. ‘Over twee jaar wordt de modernisering van de derde graad in het onderwijs uitgerold. Ik moet eerlijk zijn: ik weet niet of ik die nog zie zitten. Ik heb nog maar net cursussen moeten samenstellen en me volledig moeten inwerken. Wie weet komt zo’n landingsbaan straks nog van pas.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud