60 terroristen en geradicaliseerden verlaten dit en volgend jaar gevangenis

Minister van Justitie Koen Geens (CD&V). Door enkele bekende gevallen die altijd terugkeren in terrorismedossiers ontstaat de verkeerde indruk dat het recidivisme groot is bij wie veroordeeld wordt voor terrorisme. ©Photo News

60 veroordeelde terroristen en geradicaliseerde gedetineerden mogen in 2020 en 2021 de gevangenis verlaten. Dat blijkt uit cijfers van minister van Justitie Koen Geens. Maar een recente studie besluit dat het risico op recidivisme zeer klein is.

De 60 mensen die voor eind 2021 de gevangenis mogen verlaten waren veroordeeld voor terrorisme of zaten in de gevangenis voor andere feiten, maar werden door onze veiligheidsdiensten ook gevolgd wegens radicalisme. Het gaat om 33 gevallen dit jaar en de resterende 27 volgend jaar. Twee gedetineerden zullen in Brussel worden vrijgelaten, de rest in Vlaanderen (26) en het merendeel in Wallonië (32). Dat blijkt uit cijfers die minister Geens (CD&V) aan Vlaams Belang-Kamerlid Marijke Dillen gaf.

De gevangenen komen vrij omdat ze hun straf hebben uitgezeten. Geens benadrukt dat ze ook na hun vrijlating worden opgevolgd. 'Als het gaat om veroordeelden die hun strafeinde hebben bereikt, wordt voor de veiligheidspartners een eindverslag gemaakt dat nuttig is bij de opvolging van deze personen. Veroordeelden die de gevangenis verlaten via een 'strafuitvoeringsmodaliteit', zoals een enkelband of een voorwaardelijke invrijheidstelling, worden opgevolgd door de dienst justitiehuizen, die van de gemeenschappen afhangt.'

Herval

Maar hoe groot is het risico dat die 60 personen na hun vrijlating opnieuw feiten van terrorisme plegen? Thomas Renard, een onderzoeker bij de Brusselse non-profitdenktank Egmontinstituut, heeft die kwestie onderzocht op basis van 557 gevallen van jihadisten-terroristen die in België zijn veroordeeld sinds de jaren 90. De conclusie van zijn onderzoek is opmerkelijk genoeg geruststellend: het risico op herval ('recidivisme') is opvallend laag.

De gangbare veronderstelling is dat er een groot risico op recidivisme is bij veroordeelden voor terrorisme, maar mijn studie bewijst net het tegendeel.
Thomas Renard
onderzoeker bij Egmontinstituut

'De gangbare veronderstelling bij het brede publiek, maar ook bij de veiligheidsdiensten, is dat er een groot risico op recidivisme is bij iedereen die veroordeeld is voor terrorisme, maar mijn studie bewijst net het tegendeel', stelt Renard. 'Bij terroristen is er zelfs sprake van een relatief laag recidivepercentage van amper 5 procent. Dat is laag, zeker als je het vergelijkt met het percentage bij de gewone criminaliteit, dat volgens andere studies tussen 40 en 50 procent zou liggen. Ook als je rekening houdt met de complexiteit van zulke studies naar recidivisme en de moeilijke vergelijkbaarheid, blijft het een duidelijk verschil.'

'En ik heb in dat percentage niet alleen de personen meegeteld die strictu sensu twee keer in België zijn veroordeeld voor andere feiten van terrorisme. Als ik ook andere personen erbij tel van wie we weten dat ze opnieuw verwikkeld raakten in terrorisme, kom ik nog altijd uit op minder dan 5 procent.'

Verkeerde perceptie

'De verkeerde perceptie over het recidivisme bij terroristen is volgens mij ook bij de politie en de inlichtingendiensten ontstaan door de hoge visibiliteit van enkele personen die systematisch opnieuw opduiken in Belgische terrorismedossiers, zoals Malika El Aroud en Bassam Ayachi. Terwijl er dus nog 500 anderen zijn geweest die na hun veroordeling voor terrorisme op iets anders zijn gesprongen, soms andere vormen van criminaliteit, maar geen terrorisme.'

'Ik besluit zeker niet dat we nu maar de budgetten van de inlichtingendiensten moeten reduceren en de deradicaliseringsprojecten moeten stopzetten omdat er maar 5 procent recidivisme is. Maar men kan daar wel rekening mee houden, onder andere bij het vellen van vonnissen en het nemen van beleidsmaatregelen.'

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud