Advertentie

ABVV-topvrouw: 'Het wordt tijd dat ook de werknemers iets krijgen'

Miranda Ulens is de Vlaamse voorvrouw van de socialistische vakbond ABVV. ©BELGA

Miranda Ulens, de nummer twee van de socialistische vakbond ABVV, breekt een lans voor een loonsverhoging in sectoren waar dat kan. 'We moeten werknemers compenseren voor deze moeilijke maanden.'

De sociale verkiezingen, die de komende twee weken in meer dan 7.000 ondernemingen plaatsvinden, gaan in eerste instantie over het sociaal overleg in de bedrijven. Toch grijpt Miranda Ulens, de Vlaamse nummer één van de socialistische vakbond ABVV, de stembusgang aan om een duidelijk statement te maken over het loonoverleg, dat normaal begin januari wordt gevoerd. Haar argumenten haalt ze uit de sociaal-economische barometer die haar vakbond jaarlijks opmaakt.

‘Wie heeft ons land de voorbije maanden rechtgehouden?’, vraagt Ulens zich af. ‘De mensen die bleven werken. In de eerste golf had iedereen de mond vol over solidariteit. Wel, maak van die solidariteit niet alleen een woord, maar ook een daad. Het komende interprofessioneel loonoverleg moet leiden tot hogere lonen. De overheid heeft veel geld uitgetrokken om de bedrijven te redden. Het wordt tijd dat ook de werknemers iets krijgen.’

De regering heeft geld in de bedrijven gepompt om te vermijden dat ze over de kop gaan en er zo ontslagen vallen. Is dat niet de beste maatregelen die de overheid kan nemen om werknemers te helpen?

Wie moet blijven werken en naar de vloer moet gaan, neemt een gezondheidsrisico. En wie moet telewerken, ondervindt heel wat druk.
Miranda Ulens
ABVV-topvrouw

Miranda Ulens: ‘Ik hoop dat de bedrijven onthouden dat ze geholpen werden toen ze dat nodig hadden, en dat ze op hun beurt bereid blijken om wat hogere lonen uit te betalen of wat extra bij te dragen voor de sociale zekerheid. Voor de mensen is het een bijzonder moeilijke periode. Wie tijdelijk werkloos is, heeft allicht financiële zorgen. Wie moet blijven werken en naar de vloer moet gaan, neemt een gezondheidsrisico. En wie moet telewerken, ondervindt heel wat druk. Er wordt te weinig beseft hoeveel mensen in kleine appartementen zonder een aparte slaapkamer voor elk kind moeten blijven werken.’

‘We zien al jaren dat de geboekte productiviteitswinsten zich niet meer vertalen in een gelijkaardige verhoging van de lonen. Het geld blijft in de bedrijven zitten. Als ze daarmee zouden investeren, zou je dat misschien nog kunnen toejuichen. Maar er worden dividenden mee uitgekeerd en dat is een probleem. Bovendien hebben de bedrijven de voorbije jaren heel veel gekregen. De sociale bijdragen zijn naar beneden gegaan, net als de vennootschapsbelasting. Het wordt tijd voor een compensatie voor de werknemers.’

Door de coronacrisis heeft de economie een grote klap gekregen. Veel bedrijven staat het water aan de lippen. Als ze hogere lonen moeten uitbetalen, dreigen ze over de kop te gaan.

Ulens: ‘Onze mensen in de bedrijven zijn niet onverantwoordelijk. Die zien ook dat er in bepaalde sectoren problemen zijn. Daarom is het sectoraal overleg zo belangrijk. In de chemie- en de farmasector zullen ze niet tevreden zijn met een aalmoes. Daarom moeten we af van het carcan van de loonwet, die weinig ruimte laat voor loonsverhogingen. Die loonnorm moet indicatief zijn en niet langer imperatief. Dat betekent dat de maximale loonstijging die nationaal wordt onderhandeld een advies wordt. Sommige sectoren kunnen dan meer geven. In sectoren waar het moeilijk gaat, zal het allicht minder zijn.’

'Tegelijk zullen we een verhoging van het minimumloon op de tafel leggen. Het zorgpersoneel, de werknemers in de logistieke sector of de vuilnisophalers: iedereen heeft de voorbije maanden moeten vaststellen hoe essentieel ze zijn in onze samenleving. Sommigen verdienen minder dan 10 euro per uur. Dat kan toch niet? Dat moet 14 euro worden.'

De Belgische minimumlonen zijn de hoogste in Europa. Een verhoging dreigt sectoren die blootstaan aan internationale concurrentie de nek om te wringen.

Iedereen vindt dat er waardering moet zijn voor het zorgpersoneel of werknemers van andere essentiële sectoren, maar hun minimumloon is vaak lager dan 1.500 euro.
Miranda Ulens
ABVV-topvrouw

Ulens: ‘Zelfs al zijn onze minimumlonen hoger dan in veel andere Europese landen, dan nog gaat het over bruto-uurlonen van minder dan 10 euro. Per maand is dat 1.560 euro. Volgens ons is minstens 14 euro per uur, of 2.300 euro per maand, nodig om van een waardig loon te spreken. Iedereen vindt dat er waardering moet zijn voor het zorgpersoneel of werknemers van andere essentiële sectoren, maar hun minimumloon is vaak lager. We zijn realistisch genoeg om te beseffen dat een minimumloon van 14 euro niet in elke sector meteen haalbaar is. We willen een traject om daar over vier jaar naartoe te groeien. We staan open voor creatieve oplossingen, zoals het solidariseren van de kosten met een fonds waar alle bedrijven in een sector aan bijdragen.'

De regering-Michel was voor u de vijand. Nu de socialisten weer aan de macht zijn, lijkt u de politiek veel gunstiger gezind.

Ulens: ‘Onder de regering-Michel mochten we onderhandelen, maar werd bijna meteen ook gezegd welk akkoord we moesten afsluiten. Nu krijgt het sociaal overleg heel wat ruimte. Daarom hebben we grote verwachtingen van de federale regering. Deze ploeg staat voor de uitdaging van het midden: ze moet tonen dat compromissen sluiten eerbaar is. We geven haar daarom een kans, maar zullen altijd kritisch blijven. Het werkvolk moet worden gehoord. Als de regering van de weg afgaat, zullen we proberen ze weer op de juiste weg te helpen.’

Compromissen sluiten, dat lukt uw vakbond niet meer. De voorbije jaren schoot u bijna elk sociaal akkoord af, waardoor er geen verhoging van het minimumloon kwam.

Ulens: ‘Het ging over een verhoging van enkele eurocenten en die stap was niet groot genoeg. We hebben dat vanaf het eerste uur duidelijk gemaakt. De vraag is dan: stap je meteen op, of probeer je toch dingen in het akkoord te krijgen? We hebben dat tweede gedaan, maar we wisten dat dat onvoldoende zou zijn om het akkoord er bij onze achterban door te krijgen. Als we een akkoord kunnen afsluiten waarvan we vinden dat het voldoende sociale vooruitgang bevat, zal ik dat verdedigen.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud