Advertentie

Amper onderzoek naar geld van criminelen

©POLICE HANDOUT/IMAGEGLOBE

In een nieuw boek voor magistraten en speurders waarschuwen verschillende rechters dat de misdaad heel erg blijkt te lonen in België. Het gebrek aan mensen en middelen om te speuren naar het vermogen van criminelen is volgens de rechters ronduit 'schrijnend'.

‘Misdaad mag niet lonen. De overtuiging waarmee velen het zeggen, staat in schril contrast met hoe weinig prioriteit er gegeven wordt aan de bestrijding van het verdienmodel eigen aan bepaalde criminaliteitsvormen.’ Zo begint het nieuwe boek ‘Financieel Rechercheren’, dat de Mechelse onderzoeksrechter en afdelingsvoorzitter Theo Byl samen met andere ervaren rechters schreef. Byl is onder andere bekend van het lopende onderzoek naar de failliete modegroep FNG en de failliete winkelketen Mega World/Blokker. ‘Dat de misdaad tot op vandaag blijkbaar erg loont, wordt onder meer geïllustreerd door de volhardende aanwezigheid van amper onder controle te krijgen criminaliteitsvormen.’

Wie?

De nieuwe handleiding voor 'Financieel Rechercheren', uitgegeven door Politeia, is samengesteld door Theo Byl, die nu onderzoeksrechter en afdelingsvoorzitter is in Mechelen en die vroeger openbaar aanklager was. Hij kreeg de hulp van Koen Nevens, rechter bij de Gentse arbeidsrechtbank, Filip Van Volsem, raadsheer bij het Hof van Cassatie, Bart Verstraeten, tot voor kort openbaar aanklager bij het Antwerps parket en nu rechter in Gent, en van fraude-auditor Bart De Bie van het privékantoor i-Force.

‘Er wordt vaak gezegd dat financieel rechercheren prioritair is of prioriteit krijgt. In de praktijk is dit evenwel niet het geval’, luidt het. Nochtans gaat ‘financieel rechercheren’ niet alleen over financiële en economische misdrijven. Het gaat over de cruciale speurtocht naar de buit en de geldstromen die opduiken bij allerhande misdrijven. Dat gaat van oplichtingen, sociale fraude, corruptie, cybercrime, grootschalige milieucriminaliteit tot mensenhandel en drugshandel. ‘Aan het belang van financieel rechercheren kan niet getwijfeld worden. Financieel onderzoek zou een integraal onderdeel moeten zijn van een algemene criminaliteitsstrategie.’

De magistraten wijzen op de pijnlijke realiteit achter de schermen bij justitie en politie. ‘Waardevolle initiatieven die sinds de jaren 90 genomen werden, vaak geïnspireerd op internationaal opgelegde ‘aanbevelingen’, strandden veelal op een schrijnend gebrek aan mensen en middelen. Tot een geïntegreerd financieel recherchebeleid is het tot op heden niet gekomen. Van een geïntegreerde buitgerichte aanpak is geen sprake. Een alomvattend beleid blijft onbestaande.’

‘Federale politiediensten, ongeacht welk niveau, die er ingevolge personeelsgebrek niet in slagen om de meest zwaarwichtige financiële dossiers, dus ook de financiële onderzoeken, met een voldoende kwalitatief en gemotiveerd team rechercheurs aan te pakken, is een realiteit waarmee de weinige gespecialiseerde magistraten geconfronteerd worden. Een wettelijk kader waar vertragingsmogelijkheden en procedures binnen de procedure legio zijn, is de ideale context voor veel mislukte en te mislukken financiële dossiers. Dat dit anders en beter kan, spreekt voor zich.’

Aan artificieel opgesmukte vage cijfers hebben we niets, wel aan voldoende gespecialiseerde mensen bij de politie en het Openbaar Ministerie.
Theo Byl
Onderzoeksrechter en afdelingsvoorzitter in Mechelen

Er zijn de laatste jaren wel initiatieven genomen, zoals een ‘kaalplukwet’, de verdere uitbouw van de inbeslagnamedienst COIV en de invoering van het strafuitvoeringsonderzoek om magistraten toe te laten ook na een veroordeling nog te speuren naar het verborgen vermogen van criminelen. ‘Maar de resultaten die daarbij in de praktijk worden behaald, blijven heel erg teleurstellend.’ Zo kregen de opgerichte ‘plukteams’ die de criminelen moeten kaalplukken slechts een beperkte, vooral reactieve opdracht en ze kregen amper slagkracht. ‘Thans is die capaciteit, behoudens hier en daar een op zichzelf staand initiatief van de lokale politie quasi herleid tot nihil.’

Het is volgens de magistraten veelzeggend dat zelfs de statistieken beperkt blijven tot de inbeslagnames die er in ons land gebeuren, wat volgens hen geenszins weergeeft wat daadwerkelijk wordt afgenomen van de criminelen. Aan ‘artificieel opgesmukte vage cijfers hebben we niets, wel aan voldoende gespecialiseerde mensen bij de politie en het Openbaar Ministerie', luidt het.

Geheimhoudingsplicht

De magistraten roepen op telkens parallel met elk klassiek strafonderzoek ook een financieel onderzoek te voeren. Ze vragen ook een proactieve aanpak, waarbij aan beeldvorming wordt gedaan. Ze verwijzen naar het iCOV in Nederland. Dat is een samenwerkingsverband tussen de politie, de belastingdienst, de douane, de Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst, de antiwitwascel en het Openbaar Ministerie. Die proberen binnen het iCOV een goede informatiepositie te krijgen over allerlei criminele- en onverklaarbare vermogens. ‘Die aanpak is in België quasi onbestaande.’

De magistraten pleiten ook voor een publiek-private samenwerking van het gerecht en de politie met de banken en andere financiële en beursinstellingen om nuttige informatie uit te wisselen. Ze verwijzen daarvoor naar de succesvolle Britse JMLIT, wat staat voor Joint Money Laundering Intelligence Taskforce, waar nuttige rapporten en risicoanalyses uit voortkomen. In ons land ‘is van zo'n dynamische en efficiënte informatie-uitwisseling geen sprake’. ‘Nochtans zou een dergelijke samenwerking zeker haar effect niet missen.’

Als het gerecht in ons land bankgegevens opvraagt, is dat vaak tijdrovend, leveren bepaalde financiële instellingen geen volledige of geen gedetailleerde info - omdat men bijvoorbeeld rekeningnummers vergeet te melden - en krijgen verdachten nog te vaak lucht dat er een bankonderzoek naar hen loopt, hoewel er een geheimhoudingsplicht geldt.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud