Advertentie

Aparte behandeling magistraten op de schop

Minister van Justitie Koen Geens. ©BELGA

Al meer dan tweehonderd jaar krijgen rechters, openbare aanklagers, provinciegouverneurs en andere hoge ambtenaren een aparte behandeling als ze verdacht worden van een misdrijf, maar minister van Justitie Koen Geens wil de wet herzien.

Het was de Hoge Raad voor de Justitie die eerder dit jaar de kat de bel aanbond. Te veel mensen genieten in ons land van het ‘voorrecht van rechtsmacht’ en worden niet op dezelfde manier berecht als doorsneeburgers als ze verdacht worden van een misdrijf, luidde het. De wet die hen ‘beschermt’ bij vervolging dateert van 1808 en was volgens de Hoge Raad voor de Justitie aan herziening toe. Tot die conclusie kwam de Hoge Raad na zijn onderzoek in de zaak Jonathan Jacob. In die zaak over de twintiger die stierf in een politiecel in Mortsel was een openbare aanklaagster betrokken die de aparte behandeling genoot.

©BELGA

Minister van Justitie Koen Geens (Cd&V) verklaart zich nu bereid de wet uit 1808 aan te passen. Dat zegt hij in een parlementair antwoord aan N-VA-Kamerlid Kristien Van Vaerenbergh. Geens gaat op basis van het verslag van de Hoge Raad en na overleg met de procureurs-generaal stappen zetten om het wetboek te herschrijven.

De minister vreest net als de Hoge Raad dat de aparte behandeling aanleiding kan geven tot een schijn van partijdigheid. Want zowel het onderzoek, de vervolging als de berechting verloopt anders dan bij gewone burgers, wat op zich een ‘groot impliciet risico op een schijn van bescherming’ inhoudt, waarschuwde de Hoge Raad. Eén van de verschillen is dat op het einde van het onderzoek geen rechter maar de procureur-generaal beslist of de zaak voor de strafrechter moet verschijnen.

Natuurlijk is een wet die al meer dan tweehonderd jaar niet of amper is gewijzigd, totaal verouderd. Dat spreekt toch voor zich? Zeker als het gaat om een wet die het rechtvaardigheidsgevoel van ons allen aanspreekt. Wie krijgt in dit land een aparte behandeling als hij verdacht wordt van een misdrijf en wie niet? En hoe apart moet die behandeling dan wel zijn? In een moderne rechtstaat kan je niet tolereren dat mensen het gevoel hebben dat bepaalde beroepscategorieën recht hebben op een voorkeursbehandeling. In de zaak Jonathan Jacob stak dat gevoel al dan niet terecht de kop op toen niet een rechter maar de procureur-generaal de feiten rond een parketmagistrate kon seponeren. Als we kijken naar ons buurland Frankrijk zien we meteen dat het ook anders kan. De Fransen hebben al in 1993 elke vorm van aparte behandeling voor magistraten afgeschaft. Als zij verdacht worden van een misdrijf worden zij op identiek dezelfde manier behandeld als elke andere burger. Dat is ook in het voordeel van de geviseerde magistraten die daardoor niet meteen voor het hof van beroep belanden zoals bij ons, maar na een eerste uitspraak nog hoger beroep kunnen aantekenen zoals elke gewone burger. Waarom zouden we magistraten dat recht ontzeggen? Laten we in dit land elke schijn van bescherming wegwerken en de regels na meer dan tweehonderd jaar eindelijk gelijk trekken. Elke schijn dat sommige mensen in een achterkamer tje kunnen genieten van een doofpotbehandeling moet eruit.

Ook de lijst met mensen die een voorrecht van rechtsmacht genieten, was volgens de Hoge Raad te lang. Het gaat lang niet alleen om rechters, maar ook om parketmagistraten op alle echelons, gewone referendarissen bij het Hof van Cassatie, leden van het Rekenhof, de Raad van State, de leden en referendarissen bij het Grondwettelijk Hof, de leden van de Raad voor de Mededinging, de Raad voor de Vreemdelingenbetwistingen en zelfs de provinciegouverneurs.

Ook alle plaatsvervangende magistraten, zoals advocaten die inspringen als rechter in handelszaken, genieten datzelfde voorrecht van rechtsmacht. De Hoge Raad stelde voor alleen een aparte procedure te behouden voor de echte beroepsrechters om hen te beschermen tegen roekeloze vervolgingen.

De aparte behandeling houdt ook in dat zaken met voorrecht van rechtsmacht meteen voor het hof van beroep belanden. Zo belandde de zaak-Lernout & Hauspie meteen voor het hof van beroep omdat een advocaat die ook plaatsvervangend rechter was mee vervolgd werd. Daardoor konden de beklaagden geen hoger beroep meer aantekenen.

De Hoge Raad stelt voor alle zaken gewoon voor de rechter van eerste aanleg te brengen. Zo’n aanpassing van de wet is dus ook positief voor de geviseerde personen die dan net als iedereen beroep kunnen aantekenen. Om te vermijden dat de collega’s van de geviseerde magistraat extra-streng of tolerant zouden zijn, volstaat het om de zaak in een ander rechtsgebied te behandelen.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud