analyse

België past niet in Piketty's plaatje

De Franse econoom Thomas Piketty. ©Reuters

Jarenlang was België de blinde vlek voor wie de ongelijkheid in kaart wilde brengen. Nu zijn de eerste data er. Conclusie? Er is geen enkel bewijs dat ook bij ons de ongelijkheid toeneemt. De Franse ongelijkheidsprofeet Thomas Piketty heeft wat België betreft geen gelijk.

Is de welvaart ongelijker verdeeld dan vroeger? De vraag beheerst de politieke agenda sinds de Franse econoom Thomas Piketty vier jaar geleden ‘Kapitaal in de 21ste eeuw’ publiceerde, waarvan 1,5 miljoen exemplaren werden verkocht.

Piketty steunt op data over belastingaangiften, die verzameld zijn in de World Income Database. Jarenlang was België op de wereldkaart van die website een blinde vlek, omdat geen data voorhanden waren.

Donderdag komen wetenschappers die onderzoek doen naar ongelijkheid en meewerken aan die database voor het eerst samen in Parijs. De Leuvense professor André Decoster is een van hen. Hij heeft nieuws voor zijn collega’s. Voor het eerst zijn er data over België. De eerste resultaten worden vandaag gepubliceerd in de reeks Leuvense Economische Standpunten.

België blijkt een uitzondering op de trend naar meer ongelijkheid die Piketty blootlegde. In ons land is de ongelijkheid doorgaans kleiner dan elders. En ze neemt af, leren de eerste data. In 1990 zag de 1 procent rijkste Belgen 9,2 procent van het belastbaar inkomen in ons land naar hen vloeien. In 2013 was dat gedaald naar 8,3 procent. In Frankrijk stagneerde het aandeel, terwijl het in Duitsland, Nederland, het VK en de VS steeg.

Een gelijkaardige analyse gaat op voor de rijkste 10 procent. Die ontving in 1990 36,4 procent van de nationale inkomsten. Dat was in 2013, na een financiële crisis en twee recessies, gedaald naar 35,2 procent. In onze buurlanden en in de VS werd de rijkste 10 procent van de bevolking wel rijker dan de rest van het land.

Voorbarige conclusies

Dat het zo lang duurde om zicht te krijgen op de Belgische situatie, komt omdat betrouwbare data moeilijk te vinden zijn. Eerder werd in andere Vlaamse media al onderzoek gedaan op basis van data van de federale overheidsdienst Economie, die het ‘netto belastbaar inkomen’ van de Belgen in kaart brengt. ‘Wie zo de kloof tussen arm en rijk in kaart probeert te brengen, maakt voorbarige conclusies’, zegt Decoster.

De ‘netto’ in ‘netto belastbaar inkomen’ is namelijk een probleem, stelt Decoster. Het betekent dat gekeken wordt naar het belastbaar inkomen na belastingaftrekken. Doorheen de jaren kunnen die aftrekken al eens veranderen. Daarom moesten de onderzoekers de data herberekenen en ‘bruto’ maken.

Een ander euvel was dat sommige Belgen officieel geen inkomen hebben: studenten die op eigen benen staan. Ze staan niet in de fiscale statistieken, maar horen er voor het onderzoek wel bij.

Ook andere instellingen - zoals de OESO, het IMF en het Centrum voor Sociaal Beleid van de Universiteit Antwerpen - onderzoeken de ongelijkheid. Ook hun aanpak verschilt van die van Decoster. Zij baseren zich doorgaans op enquêtes én bekijken welk inkomen gezinnen hebben. Maar hun data vloeien voort uit steekproeven, terwijl Decoster alle fiscale aangiften bekeek. Een tweede verschil is dat ze het beschikbaar inkomen onderzoeken, dus na het betalen van belastingen en het ontvangen van eventuele uitkeringen. De herverdeling is dus al gebeurd.

Decoster baseert zijn onderzoek op de bruto fiscale ontvangsten, wat betekent dat de herverdeling nog niet is gebeurd, belastingen nog moeten worden betaald, en ook fiscale aftrekken - zoals voor de hypotheeklening of de kinderopvang - nog verrekend moeten worden. Zo worden de Belgische data vergelijkbaar met de data waarop Piketty zich baseert.

Verbazend

Dat België een eiland van stabiele ongelijkheid is in een wereld van groeiende ongelijkheid doet ertoe. ‘Het is verbazend hoe het grote publiek, journalisten, opiniemakers en veel politici in België aannemen dat de ongelijkheid in de lift zit’, schrijft Decoster in de wetenschappelijke paper over zijn onderzoek. Wie dat beweert, zegt de academicus, kan zich niet baseren op fiscale data.

Waarom wordt die conclusie wél gemaakt? Omdat sommigen ongelijkheid misschien verwarren met armoede. Ongelijkheid gaat over de kloof tussen arm en rijk. Armoede gaat over de vraag of de armen genoeg hebben om degelijk te leven. Stel dat iedereen rijker wordt, maar de allerrijksten sneller dan de anderen, dan kan de ongelijkheid toenemen, maar de armoede dalen.

Met de eerste data over ongelijkheid in België is het werk nog niet af, erkent Decoster. Dat komt omdat de Belgische fiscus geen info heeft over de inkomsten uit vermogen. Daardoor blijft de studie blind voor 15 procent van de inkomsten, berekende Decoster.

Rijst de vraag in welke mate de inkomsten uit vermogen de ongelijkheid vertekenen. Het antwoord is moeilijk, omdat in België de helft van het vermogen in vastgoed zit, dat vrij goed verdeeld is over minstens de rijkste helft van de Belgen. Tegelijk speelt een andere kracht: de cijfers die Decoster uitploos tonen de ongelijkheid vóór de herverdeling. Omdat wie rijk is zijn inkomen in hogere belastingschijven ziet belanden en omdat met dat geld uitkeringen worden betaald, vloeit er geld van rijk naar arm.

De ongelijkheid die Decoster toont, is in de realiteit dus misschien iets groter door de inkomsten uit vastgoed en kapitaal, maar ze wordt tegelijk ook verkleind door de herverdelende Belgische overheid.

Het onderzoekswerk is nog niet af, maar België is geen blinde vlek meer in de Piketty-wereld. Al wijken we wel af van de trend die velen de voorbije jaren ook in ons land meenden te zien, waardoor we nog steeds niet in het plaatje van Piketty passen.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect