Corona slaat gat van 35,6 miljard in begroting

Staatssecretaris voor Begroting Eva De Bleeker. ©saskia vanderstichele

De coronacrisis heeft de overheid vorig jaar 35,6 miljard euro gekost. Dat blijkt uit het officiële begrotingsresultaat, dat De Tijd kon inkijken. Het totale tekort van 44,9 miljard is in absolute cijfers het grootste ooit. Relatief waren de jaren tachtig erger.

Ooit, zo’n 15 jaar geleden, gebeurde de voorstelling van het begrotingsresultaat op een feestelijke persconferentie, waar de minister van Begroting bloemen kreeg als er een evenwicht was. Staatssecretaris voor Begroting Eva De Bleeker (Open VLD) zal dat vermoedelijk nooit meemaken. Ze kan alleen beklemtonen dat de situatie bittere ernst is en dat de onzekerheid zal aanhouden tot het coronavirus overwonnen is.

Eerst het goede nieuws: het resultaat van 2020 is ietsje minder slecht dan in oktober nog werd aangenomen, toen de regering-De Croo haar begroting voor 2021 opmaakte. Toen werd nog uitgegaan van een tekort van 10,7 procent van het bruto binnenlands product (bbp) of 47,6 miljard euro in 2020. In de eindafrekening, die weliswaar nog kan evolueren, is dat bijgesteld tot 10,04 procent of 44,9 miljard. Dat stemt overeen met het nieuws van vorige week dat de Belgische economie in het vierde kwartaal een onverwachte groei kende, ondanks de sluiting van de horeca en de niet-essentiële winkels. De Bleeker ziet in de lichte verbetering ook het bewijs dat de regering-De Croo niet te optimistisch met de cijfers is omgesprongen.

Zelfs bij een geleidelijke afbouw van de ondersteuningsmaatregelen zal het tekort niet spontaan verdwijnen. En de problemen die reeds voor de crisis bestonden, zoals de vergrijzing, zijn niet weg.
Eva De Bleeker
Staatssecretaris voor Begroting

Het grootste deel van het tekort zit met 32,1 miljard bij de federale overheid en de sociale zekerheid. De deelstaten en gemeenten lieten een gat van 12,7 miljard na. Een kleine 7 miljard daarvan komt op het conto van de Vlaamse regering.

Het dramatische resultaat is uiteraard vooral te wijten aan de coronacrisis, die de economie deed kelderen en de overheid tot gigantische steunuitgaven dwong. De federale overheidsdienst Beleid en Ondersteuning (BOSA) raamt de kostprijs van de maatregelen van de verschillende overheden op 21 miljard. Daarbij komen de gederfde fiscale en parafiscale inkomsten, wat de impact van de crisis in 2020 op 35,6 miljard of 8,10 procent van het bbp brengt. Op Europees niveau is zo’n terugval niet uitzonderlijk. Dat België tot de landen met het allerslechtste begrotingsresultaat van de unie hoort, begint bij de slechte startbasis. Aan het begin van de crisis zaten we al met een tekort van 9,3 miljard of 1,95 procent, ten gevolge van de taxshift en twee jaar politieke impasse. De schuldgraad voor 2020 sluit af op 115 procent.

Pralinegeld

Opvallend toch, gezien de omvang van deze crisis: 44,9 miljard is in absolute cijfers het slechtste begrotingsresultaat ooit, maar in verhouding tot de grootte van de Belgische economie niet. Tussen 1980 en 1986 liep het tekort op tot meer dan 10 procent, met een dieptepunt van 16 procent in 1981. Hoogleraar overheidsfinanciën Wim Moesen (emeritus KU Leuven) trekt de parallellen tussen toen en nu.

‘Na een succesvolle naoorlogse periode zijn we toen in het sukkelstraatje geraakt door een combinatie van de oliecrisis, een verarming van de bevolking, langdurige politieke instabiliteit, het loslaten van de begrotingsdiscipline voor lopende uitgaven en een negatieve rentesneeuwbal. Vandaag is niet de rente de grootste zorg, maar het aantrekken van de gezinsconsumptie, de bedrijfsinvesteringen, de netto-export en de overheidsinvesteringen. De miljarden die Europa ons toestopt voor groene en digitale investeringen zullen zeker helpen, maar moeten hand in hand gaan met structurele sociaal-economische hervormingen, want de vaste uitgaven moeten onder controle worden gebracht. Alleen lijken de overheden momenteel meer bezig met het verdelen van het pralinegeld, zoals ik dat noem, dan met die hervormingen.'

Teugels strak houden

De Bleeker slaat dezelfde toon aan. De weg uit de crisis is groei, maar die ligt nog niet voor het grijpen. ‘Gezien een derde coronagolf nog altijd mogelijk is, moeten we de teugels strak houden en streng zijn voor elk voorstel dat niet gericht is op noodzakelijke coronasteun of relance.’ Ze verwacht dat 2021 opnieuw een moeilijk begrotingsjaar wordt. ‘2021 heeft nog niet de verhoopte verbetering gebracht. Zelfs bij een geleidelijke afbouw van de steunmaatregelen zal het tekort niet spontaan verdwijnen. En de problemen die reeds voor de crisis bestonden, zoals de vergrijzing, zijn niet weg. De crisis heeft bovendien ons structureel tekort verslechterd, waardoor bij ongewijzigd beleid de schuld op termijn weer gaat stijgen.' De vraag is echter hoe hard de liberale staatssecretaris die boodschap kan laten klinken rond een regeringstafel met vier linkse partijen.

Dat moet duidelijk worden als in maart de begrotingscontrole start. Tegen september moet er een plan van minister van Pensioenen Karine Lalieux (PS) op tafel liggen om de houdbaarheid van de pensioenen te garanderen. Hand in hand daarmee gaan de plannen om de werkzaamheidsgraad te verhogen tot 80 procent. De stijging van het aantal langdurig zieken tot vermoedelijk een half miljoen tegen eind 2021 vormt een bijkomende uitdaging.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud