De balans / Ward Vergote: 'Ik verleng partijkaart Open Vld niet meer'

Ward Vergote, burgemeester van Moorslede ©BELGA

‘Het is zover. Ik ben partijloos.’ Deze week liet de burgemeester van Moorslede Ward Vergote (58) in een tweet weten dat hij na dertig jaar zijn partijkaart van Open VLD niet zal verlengen. Hier maakt hij zijn persoonlijke balans op.

Wat zijn uw belangrijkste activa?

‘Mijn familie. Ik heb een prachtvrouw die naast en achter me staat in alles wat ik doe. We zijn 35 jaar getrouwd. Op onze drie kinderen ben ik heel trots. We hebben ook hard gewerkt voor ons huis en het tandtechnisch labo dat we al dertig jaar samen runnen en waar we vijf mensen voltijds tewerkstellen.’

Wie heeft in u geïnvesteerd?

‘Al in mijn kindertijd was ik op mezelf aangewezen. Mijn ouders hadden een bakkerij, waardoor er weinig tijd was voor de vier kinderen. Op internaat in het Sint-Amandscollege van Kortrijk kreeg ik een groot stuk van mijn opvoeding. De paters en pastoors waren heel streng, maar op een manier dat ze er trots op mochten zijn. Ik nam er mijn eerste verantwoordelijkheden. Op feestelijkheden leidde ik dingen in goede banen. Ik heb niet die typische afkeer voor katholieken. Ik ben ongelovig, maar hecht veel belang aan de christelijke waarden - al zou ik bij CD&V nooit kunnen fungeren.’

Als de partij die me zo na aan het hart lag later inziet dat de ingeslagen weg niet juist is, sluit ik misschien weer aan.
Ward Vergote
Burgemeester Moorslede

‘Ook de regionale bestuursleden van Open VLD hebben in me geïnvesteerd. Vincent Van Quickenborne is een compagnon de route. Ik heb ook op nationale kieslijsten gestaan, en ging met hem op campagne. Daar heb ik veel geleerd. Nu heeft hij me wat ontgoocheld, maar Vincent is Vincent. We zijn allemaal een beetje opportunist, anders eindig je met lege handen. Ook de burgermanifesten van Guy Verhofstadt hebben me gevormd. Ik ben een echte PVV’er, en géén flamingant. Behalve van sterven heb ik van weinig dingen schrik. En ik ben vrij impulsief. Ik heb m’n partijkaart niet in tweeën gesneden, maar 1 januari zal te vroeg zijn om een nieuwe te kopen. Als de partij die me zo na aan het hart lag later inziet dat de ingeslagen weg niet juist is, sluit ik misschien weer aan.’

Investeert u in anderen?

‘Ja, in collega-politici en -tandtechnici. En zeker in mijn gezin. De kinderen opvoeden is het beste dat mijn echtgenote en ik hebben gedaan. Ik heb hen van nabij gevolgd, leerde hen paardrijden, tennissen en waterskiën. Daarin was ik vrij streng. Zo ontstond een sterke band, en ze leerden zich inspannen. Het resultaat: drie universitair geschoolde kinderen die het zeer goed doen. Sport is de beste opvoeding.’

Wat was uw kwantumsprong?

‘In 2006 was ik er zeker van dat we in de meerderheid zouden komen en ik burgemeester zou zijn. Dat gebeurde niet. Ik vroeg me af wat ik fout had gedaan en ben toen in een paar weken van een negatieve, zeer lastige oppositieman uitgegroeid tot een positief ingesteld politicus. Ik zag in dat altijd afbreken niet de manier is om kiezers aan je kant te krijgen, gooide het roer om en begon constructieve voorstellen te doen. Meteen kreeg ik veel meer sympathie. In 2012 werd ik burgemeester, als liberaal uit de kleinste deelgemeente. Ik was van een Jean-Marie Dedecker naar een Alexander De Croo geëvolueerd.’

Gaat u soms in het rood?

‘Het burgemeesterschap combineren met de zaak betekent vroeg opstaan en laat gaan slapen. Dat lukt, maar nu bots ik op mijn grenzen. De handhaving van de coronamaatregelen, de commentaren, vergaderen met collega-burgemeesters en de gouverneur: het vreet energie en geeft veel stress. Tegen mijn vrouw moest ik al een paar keer zeggen: ik kan niet meer.’

Hebt u al mensen afgeschreven?

‘Ik ben zeer verdraagzaam en geef mensen een tweede en derde kans. Die krijg ik ook zelf graag, want door mijn impulsiviteit maak ik soms fouten. Maar als ze volharden in de boosheid, is het deuren toe. Doorgaans gaat dat over persoonlijke zaken. Op basis van hoe mensen aan politiek doen, kan je niemand afschrijven. Je kan dat niet echt persoonlijk nemen. Hoe hoger het politieke niveau, hoe meer men daarin slaagt. Lokaal is er meer vijandschap. Een politieke opponent in je eigen straat is minder vergevingsgezind dan iemand verder weg. Toen ik burgemeester werd, ben ik naar mijn grootste tegenstreefster gestapt met de vraag of we vijanden zouden blijven dan wel zouden samenwerken. Ik denk niet dat ik nu nog politieke vijanden heb. Op persoonlijk vlak ligt dat anders.’

Staat er winst op uw balans?

‘Ja. Ik heb een gezin dat echt aan elkaar hangt en twee kleinkinderen. Het burgemeesterschap is de mooiste stiel ter wereld, maar ook een raar beroep. Je staat ermee op en gaat ermee slapen. En tussendoor word je er elke minuut mee geconfronteerd, overal waar je komt, zes jaar lang. In het begin had ik het daar moeilijk mee. Ik ben het nog altijd niet gewend, maar nu geniet ik er wel elke dag van.’

BERT VOET

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud