Het einde van de dingeneconomie

Digitaal consultant Jo Caudron: 'Chinezen, Indiërs en Afrikanen wijzen ons vaak de weg.' ©Wouter Van Vooren

In een digitale wereld, hebben we steeds minder spullen nodig. Hoe bedrijven daar mee omgaan, onderzoekt digitaal strateeg Jo Caudron in zijn laatste boek. 'Het is immoreel om te zeggen dat we moeten stoppen met groeien.'

‘De toekomst is hier al, ze is alleen niet gelijk verdeeld’, zei de bekende sf-auteur en techvisionair William Gibson een kwarteeuw geleden, toen het internet op het punt stond de wereld door elkaar te schudden. Gibson bedoelde dat je, als je goed kijkt, vandaag al de kiemen ziet van het leven dat onze kinderen en kleinkinderen zullen leiden.

Een gelijkaardige gedachte vormt het leidmotief van het nieuwe boek van de Vlaamse consultant en digitale denker Jo Caudron. In ‘De wereld is rond’ wil hij de lezer overtuigen dat de toekomst er niet zo zwart uitziet als we vaak denken. Hij staaft dat met voorbeelden van hoopvolle maatschappelijke transformaties die zich op microschaal aan het voltrekken zijn.

Het boek is in zekere zin een vervolg op zijn vorige boeken over de digitale transformatie van bedrijven, maar neemt een veel holistischer perspectief, met aandacht voor grote maatschappelijke thema’s zoals het klimaat en de manier waarop we wonen. Het raakt bijna onvermijdelijk aan erg gepolariseerde politieke discussies.

‘In mijn boek schets ik drie domeinen - werk, wonen en mobiliteit - waar we veel meer impact hebben dan we denken. Daar kunnen nieuwe modellen zich voltrekken, als ondernemers en beleidsmensen, vooral op lokaal niveau, er maar in beginnen te geloven.’

Die nieuwe modellen vat Caudron samen met het catchy begrip ‘peak stuff economy’. We naderen een punt waarop we niet steeds meer, maar steeds minder dingen (stuff) bezitten. Niet omdat we armer worden, maar omdat we in een digitale wereld minder spullen nodig hebben. Producten worden vervangen door (digitale) diensten of door ‘oplossingen’ waarin niet het product centraal staat, maar de gebruikservaring. Abonnementen komen in de plaats van eenmalige aankopen.

Daar zijn al veel voorbeelden van - van muziek streamen tot autodelen - maar Caudron ziet de trend zich in alle domeinen doorzetten. Omdat we in de peak stuff economie niet meer consumeren dan we nodig hebben, varen de planeet en onze gezondheid er wel bij. Ook bedrijven zijn tevreden, want hun omzet en winst lijden er niet onder.

Isabelle Kocher, de CEO van Engie, zegt dat ze geen energie meer wil verkopen, maar oplossingen: klanten betalen voor licht en het onderhoud van de lampen, niet voor kilowatturen. Het gevolg is dat Engie veel meer aandacht heeft voor energieoptimalisatie. Het bespaart gemiddeld 30 procent op de sites die het beheert.’

Kunnen de veranderingen die u schetst plaatsvinden in het bestaande economische systeem?
Caudron: ‘Ik denk dat wel. Veel mensen stellen radicale oplossingen voor, zoals het idee dat we moeten stoppen met groeien omdat de planeet het niet meer kan dragen. Wel, ik vind dat immoreel tegenover de 6 miljard mensen die groei nodig hebben om uit de miserie te geraken. Maar je kan de aard van de groei wel veranderen. En dat gebeurt. Niet in de Wereldwinkel of de biowinkel, maar bij multinationals. Ik deed onlangs een workshop met de top van een van de grootste plasticbedrijven ter wereld. Die mensen kwamen tot het inzicht dat ze moeten werken aan duurzamere materialen, bijvoorbeeld omdat auto’s langer moeten meegaan in een businessmodel waarin ze niet langer verkocht worden, maar uitgebaat worden als taxi’s. Dat is geen geitenwollensokkenverhaal, maar een andere manier van denken.’

Zijn ze in ontwikkelende economieën ook bezig met die nieuwe modellen?
Caudron: ‘Chinezen, Indiërs en Afrikanen hebben een ander kader dan wij. Zij wijzen ons vaak de weg omdat ze onze evolutie van 200 jaar ontwikkeling grotendeels kunnen overslaan. Als je een gloednieuwe stad moet uittekenen voor een miljoen mensen, dan zal je tot oplossingen komen die inspiratie kunnen bieden aan steden als Brussel of Gent. Veel gemeenschappen in Afrika hebben dankzij zonnepanelen en windmolens geen elektriciteitsnet meer nodig.’

U schetst een harmonieuze toekomst en situeert die in uw boek in het jaar 2030. Hoe realistisch is dat?
Caudron: ‘Mijn toekomstbeeld is een extrapolatie van wat ik vandaag observeer. Het mobiliteitsplan en een andere stedenbouwkundig inrichting hebben in Gent in zes jaar tijd impact gehad op het aantal autopendelaars in de binnenstad. Dat zal je in alle grote steden zien gebeuren. Zopas was er het nieuws dat drie universiteiten samen een model ontwikkelen om studenten van overal onderwijs te kunnen laten volgen. Misschien is er over vijf jaar in Ronse, een stadje in de buurt van waar ik woon, een universitaire campus met 100 studenten van verschillende universiteiten. Dat zijn allemaal mensen die zich niet meer moeten verplaatsen. Over de timing kan je debatteren. Sommige dingen zullen 5 jaar nodig hebben om zich te materialiseren, andere 25.’

Veel staat of valt met een geslaagde energietransitie. Maar intussen zit ons klimaat misschien op een tippingpoint.
Caudron: ‘Als we met alternatieve energie ons volledige energieverbruik van vandaag willen vervangen, gaan we dat vraagstuk niet oplossen. Maar minder én alternatieve energie is wel het begin van de oplossing. Ons gedrag aanpassen betekent niet dat we dingen moeten laten, maar dat we ze niet meer nodig hebben. Veel jongeren willen geen auto meer omdat ze hun leven anders inrichten.’

‘Het begint met geloven dat het kan. Als bouwmeester Leo Van Broeck vertelt over hoe we anders moeten wonen, zit daar ook een optimistische kant aan. Maar mensen horen dat niet, ze zijn meteen fanatiek voor of tegen. Omdat niemand er een verhaal van maakt dat de moeite waard is.’

Hoe breng je dat verhaal naar de gele hesjes, de deplorables?
Caudron: ‘Je kan die groep achterblijvers weer activeren. Maar dat vraagt een meer gedecentraliseerde economie waarin we een stuk productie terughalen in de vorm van hoogtechnologische maakjobs. Over tien jaar is elk beroep technologisch. Dan zie je geen onderscheid meer tussen een oncoloog die artificiële intelligentie gebruikt en een ex-vrachtwagenchauffeur die nu dronepiloot is.’

U pleit voor een nieuwe, gedecentraliseerde manier van werken. Staan de CEO’s met wie u praat daarvoor open?
Caudron: ‘Absoluut. We hebben een grote klant met 4.000 werknemers die het pendelen naar de hoofdzetel wil aanpakken. Ook steden en gemeenten hebben er plannen voor. We moeten die twee gewoon samenbrengen en laten investeren in goed uitgeruste werkplekken waar werknemers van verschillende bedrijven samenwerken. Veel bedrijven zien de oplossing niet, terwijl ze voor hen ligt. Ze overwegen een mobiliteitsbudget, maar stellen dan vast dat het openbaar vervoer niet betrouwbaar is. Ik zeg: maak dat een deel van je mensen zich niet meer moet verplaatsen, en voor de rest stimuleer je het openbaar vervoer en vergroen je je wagenpark. Ga net iets verder in je oplossing.’

U gelooft sterk in de terugkeer van lokale landbouw in verticale stadsboerderijen. Maar wat doe je met de grootschalige veeteelt?
Caudron: ‘Opnieuw: niet minder, maar ander vlees eten. Kijk naar het succes van Beyond Meat (Amerikaans bedrijf dat plantaardig namaakvlees produceert, red.) of de fastfoodketen KFC die nepkip begint te verkopen. Straks komen er ook vleesprinters en kweekvlees. Van alles wat ik beschrijf, is dat misschien wel het bereikbaarste, omdat je ziet dat Wall Street erin gelooft en al producten gecommercialiseerd worden.’

Zal dat niet op weerstand botsen van het bestaande systeem en gevestigde bedrijven?
Caudron: ‘Ja, tot de nieuwe miljardairs de boel komen opschudden. Amazon-oprichter Jeff Bezos heeft 200 miljoen geïnvesteerd in vertical farming. De auto-industrie bleef ook jaren inert omdat ze te grote belangen hadden in klassieke verbrandingsmotoren, maar nu zie je ze wel versnellen. En trouwens, als iemand anders hun plaats inneemt, moeten we daar dan wakker van liggen?’

Jo Caudron, ‘De wereld is rond’, uitgeverij Pelckmans Pro, 292 pagina’s, 30 euro.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect